miniatuur|15e-eeuwse adaptatie van een T-O kaart. Dit soort middeleeuwse Mappa mundi toont slechts de bereikbare kant van de bolvormige Aarde, omdat men dacht dat niemand een klimaatzone bij de equator naar de andere helft van de Aarde kon oversteken. Het idee van een platte Aarde houdt in dat men zich voorstelt dat het bewoonde deel van de Aarde plat is in plaats van bol. Deze theorie geldt als achterhaald; de gangbare en wetenschappelijk bewezen theorie is die van een bolvormige Aarde.

Archaïsche tijd In de archaïsche tijd veronderstelde men dat de Aarde plat was. De Ionische (Griekse) natuurfilosofen uit de zesde eeuw voor Christus onder wie Anaximandros kwamen tot de conclusie dat de Aarde een korte cilinder was met een platte, ronde top.Anaximandros, Fragments and Commentary; Engelse bewerking en vertaling: Fairbanks, A. (Plut., Strom. 2 ; Dox. 579); geciteerd uit het Hanover Historical Texts Project. Men neemt aan dat de eerste persoon die beargumenteerde dat de Aarde een bolle vorm heeft Pythagoras (6de eeuw v.Chr.) was, maar dit wordt weersproken door het feit dat de meeste presocratische Pythagoreeërs de wereld nog als plat beschouwden.Burch, G.B., 1954: The Counter-Earth, Osirus 11, Saint Catherines Press, p. 267-294. Eratosthenes stelde in de derde eeuw voor Christus vast dat de Aarde een bol is en kwam tot een niet onverdienstelijke benadering van de omtrek van de Aarde.Bede's Library, The Myth of the Flat Earth.

Ten tijde van Plinius de Oudere, die leefde in de eerste eeuw na Christus, werd het concept van een bolvormige Aarde onder westerse geleerden algemeen aanvaard. Ptolemaeus tekende zijn kaarten volgens het idee van een bolle Aarde en ontwikkelde een systeem van breedtegraden, lengtegraden en klimaatzones. Zijn geschriften bleven gedurende de middeleeuwen de basis van de Europese astronomie, hoewel gedurende de late oudheid en vroege middeleeuwen (van ongeveer de 3e tot de 7e eeuw) argumenten voor een platte Aarde nog gangbaar waren.

Oudheid miniatuur|Bijbelse kosmologie Geloof in een platte Aarde wordt in de oudste geschriften van de mensheid gevonden. In de Mesopotamische religie werd de wereld voorgesteld als een platte schijf die in de oceaan dreef en dit loopt vooruit op de vroege Griekse kaarten zoals die van Anaximandros en Hecataeus. De meeste theologen en Bijbelonderzoekers stellen dat de schrijvers van de Bijbel een Babylonisch wereldbeeld hadden waarin de Aarde plat is en op een soort van pilaren staat. Volgens een Woordenboek van de Bijbel geschreven door W. Browning "Hebreeuwse kosmologie schilderde een platte Aarde, waaroverheen een firmament als een gewelf hing, boven de Aarde gesteund door bergen en omgeven door water. Gaten of sluizen (ramen, Genesis 7:11) lieten het water als regen vallen. Het firmament was de hemel waarin God de Zon had geplaatst (Psalm 19:2) en de sterren (Genesis 1:14)".Browning, W.R.F., 1996: Dictionary of the Bible, Oxford University Press, Oxford

Tegen de klassieke tijden kwam een nieuwer idee, dat de wereld bolvormig was op. Dit werd omhelsd door Pythagoras, blijkbaar op esthetische gronden, net zoals hij alle andere hemellichamen bolvormig zag. Aristoteles droeg bewijs uit eigen waarneming bij voor een bolvormige AardeLloyd, G.E.R., 1968: Aristotle: The Growth and Structure of His Thought, Cambridge University Press, Cambridge, pp. 162-164. en merkte op dat reizigers die naar het zuiden reizen zuidelijke sterrenbeelden hoger boven de horizon zien. Veronderstelt men dat de sterren zeer ver weg staan, dan kan dat alleen maar als de horizon in zuidelijkere gebieden een hoek maakt met de horizon in noordelijkere gebieden, dus als het oppervlak van de Aarde gebogen is. Dus kan de oppervlakte van de Aarde niet plat zijn.Aristoteles, De caelo, 297b24-31 Nog eenvoudiger te constateren is dat de schaduwrand van de Aarde op de Maan tijdens de gedeeltelijke fase van een Maansverduistering altijd rond is, onafhankelijk van hoe hoog de Maan boven de horizon staat. Alleen een bol werpt naar elke richting een ronde schaduw, terwijl een ronde schijf een elliptische schaduw in de meeste richtingen maakt.Aristoteles, De caelo, 297b31-298a10 miniatuur|links|reconstructie van een kaart van Anaximandros De omtrek van de Aarde werd voor het eerst rond 240 v.Chr. vastgesteld door Eratosthenes. Eratosthenes wist dat in Syene (nu Aswan), in Egypte, de Zon recht boven stond bij de zomerzonnewende, terwijl hij schatte dat een schaduw door de Zon bij Alexandrië een schaduw van 1/50e van een cirkel wierp. Hij schatte de afstand van Syene naar Alexandria als 5000 stadia en schatte de omtrek van de Aarde op 250 000 stadia en een graad was 700 stadia (eigenlijk een omtrek van 252 000 stadia bedoelend).Van Helden, A., 1985: Measuring the Universe: Cosmic Dimensions from Aristarchus to Halley, University of Chicago Press, Chicago, pp. 4-5. Eratosthenes gebruikte grove schattingen en ronde getallen, maar afhankelijk van de lengte van de stadion, ligt zijn resultaat in een marge van 2% tot 20% van de werkelijke omtrek, 40 008 kilometer. Eratosthenes kon de omtrek van de Aarde alleen maar meten door aan te nemen dat de afstand tot de Zon zo groot is dat de zonnestralen parallel lopen. Een soortgelijke meting, beschreven in een Chinees wiskundig werk, de Zhoubi suanjing (1e eeuw v. Chr), werd gebruikt om de afstand tot de Zon te meten door aan te nemen dat de Aarde plat was.Lloyd, G.E.R., 1996: Adversaries and Authorities: Investigations into Ancient Greek and Chinese Science, Cambridge University Press, Cambridge, pp. 59-60

In deze periode veronderstelde men reeds dat de Aarde verdeeld was in klimaatzones, met een koud klimaat aan de polen, een dodelijk verzengend klimaat bij de evenaar en een mild en bewoonbaar gematigd klimaat ertussen. Men dacht dat de verschillende temperaturen van deze zones gerelateerd waren aan de afstand tot de Zon. Men meende ten onrechte dat niemand de verzengende klimaatgordel kon oversteken en de onbekende landen aan de andere kant van de bol kon bereiken. Toen werden zowel deze imaginaire landen als hun inwoners antipoden genoemd.Hiatt, A., 2002: Blank Spaces on the Earth, in The Yale Journal of Criticism 15, p. 223–250Livingston, M., 2002: strangehorizons.com; Modern Medieval Map Myths: The Flat World, Ancient Sea-Kings, and Dragons

miniatuur|Schetsmatige kaart van een 12e-eeuws handschrift van Macrobius' commentaar op Somnium Scipionis, dat een bewoond noordelijk gebied laat zien gescheiden van de antipoden door een denkbeeldige oceaan die de equator omringt. Lucretius (1e eeuw v.Chr.) was tegen het concept van een bolvormige Aarde, omdat hij het idee van antipoden absurd vond. Het probleem is namelijk dat de zwaartekracht steeds in dezelfde richting lijkt te werken, dus wie zich op een andere plek op Aarde bevindt, zal eraf vallen of glijden. Maar tegen de 1e eeuw n. Chr. kon Plinius de Oudere stellen dat iedereen het eens is over de bolvorm van de Aarde (Naturalis Historia, 2.64), hoewel er geschillen bleven over de natuur van de antipoden en hoe het mogelijk is dat de oceaan niet van de Aarde stroomt. Opmerkelijk overweegt Plinius als "tussenliggende" theorie ook de mogelijkheid van een onvolmaakte bol, "gevormd als een denneappel". (Naturalis Historia, 2.65.)

In de 2e eeuw bracht de Alexandrijnse astronoom Ptolemaeus veel argumenten aan voor de bolvorm van de Aarde. Hieronder was de waarneming dat als men naar bergen toe zeilt, ze uit de zee op lijken te rijzen en dat dit aangaf dat ze bedekt waren door het gekromde oppervlakte van de zee.Ptolemaeus, Almagest, I.4, geciteerd in: Grant, E., 1974: A Source Book in Medieval Science, Harvard University Press, Cambridge, pp. 63-4

In de late oudheid bediscussieerden veelgelezen encyclopedisten als Macrobius (4e eeuw) en Martianus Capella (5e eeuw) de omtrek van de Aarde, haar centrale positie in het heelal, het verschil in seizoenen in noordelijke en zuidelijke halfronden en veel andere geografische details.Macrobius, Somnium Scipionis, V.9-VI.7, XX.18-24, Engelse vertaling door W. H. Stahl, Columbia University Press, New York, 1952; Martianus Capella, Marriage of Philology and Mercury, VI.590-610, Engelse vertaling door W. H. Stahl, R. Johnson & E. L. Burge, Columbia University Press, New York, 1977. In zijn commentaar op Cicero's De droom van Scipio, beschreef Macrobius de Aarde als een bol van onbelangrijke afmeting in vergelijking met de rest van het heelal.Macrobius: Somnium Scipionis; Engelse vertaling door W. H. Stahl, Columbia University Press, New York, hoofdstuk v-vii, pp. 200-212

Vroeg jodendom, Talmoed In de (Babylonische) Talmoed, het voornaamste religieuze geschrift binnen het Jodendom op de Tenach na, wordt gediscussieerd over de vorm van de aarde (o.a. Pesachiem 94b, Avoda Zara 42c). Volgens Jehoeda Hanassi, de samensteller van de Misjna en belangrijkste Joodse geleerde van zijn tijd, die leefde omstreeks de tweede eeuw, was de aarde rond (hij baseerde zich hierbij op de Griekse filosofie). Het lijkt er op dat de meeste rabbijnen in de Talmoed een voorkeur hebben voor een ronde aarde.

Volgens de Joodse arts, filosoof en theoloog Maimonides (1135-1204) is de aarde rond.

Vroege Kerk Vanaf de late oudheid, en vanaf het begin van de christelijke theologie was de kennis over de bolvorm van de Aarde wijdverbreid.Te zien op de bolvormige globus cruciger, op munten van Theodosius II Net als in de niet-kerkelijke wereld bleef een kleine minderheid strijden over de platheid van de Aarde. Er was ook wat debat over de mogelijkheid van de inwoners van de antipoden: mensen die voorgesteld werden als gescheiden door een onoverbrugbare verzengende klimaatzone waren moeilijk te vereenzelvigen met het christelijke beeld van een gezamenlijk ras afstammend van een echtpaar en verlost door een enkele Christus.

Sint Augustinus (354–430) argumenteerde tegen de aanname dat de antipoden bewoond werden door mensen: Maar over de fabel dat er antipoden zijn, mensen op de andere kant van de Aarde, waar de Zon opgaat als zij bij ons ondergaat, dat vind ik op geen enkele grond geloofwaardig. En inderdaad, het is niet bevestigd dat dit ontdekt is door historische kennis, maar door wetenschappelijke veronderstellingen, maar omdat de Aarde opgehangen zou zijn in het hemelgewelf en dat er net zoveel ruimte aan de ene kant als aan de andere zou zijn: daarom zegt men dat de onderkant ook bewoond zou moeten zijn. Maar zij merken niet op dat, hoewel er aangenomen wordt of het wetenschappelijk bewezen is dat de wereld een ronde of bolle vorm heeft, dat daar niet uit volgt dat de andere kant van de wereld niets dan water is; zelfs niet, als er land zou zijn, volgt er uit dat het bewoond is.De Civitate Dei, Boek XVI, hoofdstuk 9 — (Engelse vertaling) Whether We are to Believe in the Antipodes, vertaald door Marcus Dods

Omdat deze mensen van Adam moeten afstammen, zouden ze ooit naar de andere kant van de Aarde moeten zijn gereisd; Augustinus vervolgt:

Het is té absurd om te zeggen dat sommige mensen met een schip de hele grote oceaan hebben overgestoken van deze kant van de Aarde naar de andere, en dat zo ook de bewoners van dat verre gebied afstammen van de eerste mens.

Augustinus ontkent het idee van een ronde Aarde niet, maar beschrijft de Aarde expliciet als een bol.Augustinus, letterlijke betekenis van Genesis 30, 33. Engelse online vertaling:

Een klein aantal christelijke schrijvers wijst een bolvormige Aarde meteen af: miniatuur|Kosmas Indikopleustes' wereldbeeld - een platte Aarde in een tabernakel Lactantius (245–325), na zijn bekering tot het christendom en zijn afwijzing van de Griekse filosofie, noemde het "dwaasheid" omdat hij dacht dat mensen aan de tegenovergestelde kant van de wereldbol niet zouden "gehoorzamen" aan de zwaartekracht.http://www.christiananswers.net/q-aig/aig-c034.html Hij vroeg,