Het Speciaal Hof voor Sierra LeoneWet Speciaal Hof voor Sierra LeoneNotawisseling houdende een Zetelverdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Speciaal Hof voor Sierra Leone (officiële Engelse naam: Special Court for Sierra Leone, SCSL, in het Nederlands ook Sierra Leone-tribunaal genoemd) was een internationaal tribunaal met als taak de tijdens de burgeroorlog in Sierra Leone (1991-2002) gepleegde misdrijven te berechten. Het had zijn zetel in de Sierra Leoonse hoofdstad Freetown. In december 2013, nadat de laatste vonnissen geveld waren, werd het tribunaal opgeheven. De resterende werkzaamheden, zoals bescherming van getuigen, toezicht op de uitvoering van de vonnissen en beheer van de archieven, werden overgedragen aan het Restmechanisme voor het Speciaal Hof voor Sierra LeoneNotawisseling houdende een Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Restmechanisme (Engels: Residual Special Court for Sierra Leone, RSCSL Residual Functions: The Obligations of the Residual Special Court).
Voorgeschiedenis
Sinds zijn onafhankelijkheid in 1961 werd Sierra Leone geteisterd door corruptie en couppogingen. In 1991 startte het Revolutionary United Front (RUF), dat geleid werd door Foday Sankoh, een burgeroorlog tegen de regering van Sierra Leone. Het RUF werd daarbij geholpen en van wapens voorzien door het Liberia (onder leiding) van Charles Taylor. Met de hulp van een troepenmacht die werd gevormd door de Economische Gemeenschap van West-Afrikaanse Staten (ECOWAS), vochten regeringstroepen tegen het RUF. In 1992 volgde echter een militaire staatsgreep. Ondanks de wisseling van de macht bleef het RUF vechten tegen de regering. Ook de presidentsverkiezingen in 1996, waarbij Ahmed Tejan Kabbah tot president werd verkozen, zorgden er niet voor dat het RUF zijn aanvallen staakte.
Op 30 november 1996 werd een bestand gesloten tussen de Sierra Leoonse regering en het RUF, maar dit was slechts van korte duur. In 1997 werd Kabbah verdreven door de Armed Forces Revolutionary Council (AFRC) onder leiding van Johnny Paul Koroma. In maart 1998 kwam Kabbah met de hulp van de West-Afrikaanse troepenmacht weer aan de macht. In juni 1998 richtte de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties de UN Observer Mission in Sierra Leone (UNOMSIL) op. UNOMSIL deed melding van aanhoudende mensenrechtenschendingen en andere gruweldaden die werden begaan tegen burgers. In januari 1999 startte het RUF een nieuw offensief.
In juli 1999 werd het vredesakkoord van Lomé gesloten tussen de regering en het RUF, dat moest leiden tot een wapenstilstand en voorzag in een ruime amnestieregeling voor alle combattanten. De Speciale Vertegenwoordiger van de secretaris-generaal van de Verenigde Naties maakte echter het voorbehoud dat de amnestieregeling niet zou gelden voor internationale misdrijven als genocide, misdaden tegen de menselijkheid, oorlogsmisdrijven en andere schendingen van internationaal humanitair recht. Ondanks het akkoord bleven de gevechten doorgaan en ook toen Sankoh op 17 mei 2000 werd gevangengenomen nam het geweld niet af. In juli 2000 mengde het Verenigd Koninkrijk zich in het conflict door troepen te sturen. Het RUF zou pas in 2002 de wapens neerleggen. Op 18 januari 2002 verklaarde president Kabbah dat de burgeroorlog was afgelopen.: International Criminal Tribunals: Justice and Politics, Palgrave Macmillan: gp, p. 125-127
Oprichting Nog tijdens de burgeroorlog stuurde de president van Sierra Leone een verzoek naar de VN-veiligheidsraad om een strafhof op te richten dat de bevoegdheid zou hebben om de misdrijven die tijdens de burgeroorlog gepleegd waren te berechten.Brief van 9 augustus 2000 gericht aan de president van de VN-veiligheidsraad (S/2000/786) Naar aanleiding van dit verzoek nam de Raad op 14 augustus 2000 resolutie 1315 aan, met daarin het verzoek aan de secretaris-generaal om met Sierra Leone te onderhandelen over de oprichting van een strafhof. Op 16 januari 2002 kwam er een overeenkomst tot stand, waarin het statuut voor het Sierra Leone-tribunaal was opgenomen. Op basis daarvan ontwierp Sierra Leone nationale regelgeving voor de vorming van het strafhof, dat daardoor in juli 2002 met zijn werk kon beginnen.: An Introduction to International Criminal Law and Procedure, OUP: Oxford 2014, p. 182
Bevoegdheid Krachtens zijn statuut kon het tribunaal rechtspreken naar internationaal recht, maar ook naar nationaal Sierra Leoons recht. Zijn bevoegdheid was beperkt tot hen die "de grootste verantwoordelijkheid" dragen voor ernstige schendingen van het internationaal humanitair recht en het Sierra Leoons recht, begaan sinds 30 november 1996. Als gevolg van deze beperkte taakomschrijving bleef het aantal processen beperkt. Het tribunaal had niet de bevoegdheid de doodstraf op te leggen.
Samenstelling Het tribunaal verschilde van de eerder gevormde internationale tribunalen Joegoslaviëtribunaal en Rwandatribunaal onder andere doordat het in het bewuste land zelf zetelde, maar ook doordat het het eerste was met een gemengde samenstelling: de meerderheid van internationale rechters werd benoemd door de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, de overige rechters werden benoemd door de regering van Sierra Leone. Voor deze opzet was gekozen omdat de opgedane ervaring met het Joegoslaviëtribunaal en het Rwandatribunaal had geleerd dat het als een bezwaar gevoeld wordt als verdachten uitsluitend voor rechters van buiten het eigen land verschijnen.
Het tribunaal bestond uit twee Kamers van Eerste Aanleg en één Kamer van Beroep. De Kamers van Eerste Aanleg bestonden beide uit twee internationale rechters en één rechter uit Sierra Leone. De vijfhoofdige Kamer van Beroep kende drie internationale en twee door Sierra Leone benoemde rechters.
Aangeklaagden Op 7 maart 2003 werden de aanklachten uitgebracht. In totaal werden dertien mensen aangeklaagd. Allen werden beschuldigd van oorlogsmisdaden, misdaden tegen de menselijkheid en andere ernstige schendingen van het internationaal humanitair recht.
CDF Drie van de aangeklaagden waren leiders van de zogeheten Burgerlijke Verdedigingskrachten (Civil Defence Forces, CDF): Alieu Kondewa, Moinina Fofana en de voormalige minister van Binnenlandse Zaken, Sam Hinga Norman. Hun proces begon op 3 juni 2004. Norman overleed echter in gevangenschap op 22 februari 2007, waarop de zaak tegen hem gesloten werd.
RUF Vijf leiders van het Revolutionair Verenigd Front (Revolutionary United Front, RUF) werden aangeklaagd: Issa Hassan Sesay, Morris Kallon, Augustine Gbao, Foday Saybana Sankoh en Sam Bockarie. Later kwam vast te staan dat Sankoh en Bockarie niet meer in leven waren, waardoor de aanklacht tegen hen verviel. Op 5 juli 2004 begon het proces tegen de drie anderen.
AFRC Vier aanklachten werden uitgebracht tegen leidende personen van de voormalige Revolutionaire Raad van de Strijdkrachten (Armed Forces Revolutionary Council, AFRC). Drie van hen waren gedetineerd: Alex Tama Brima (ook bekend als Gullit), Santigie Borbor Kanu (ook bekend als Five-Five) en Brima Bazzy Kamara. Het proces tegen hen begon op 7 maart 2005.
De vierde aanklacht betrof de leider van de AFRC, voormalig dictator Johnny Paul Koroma, die met deze beweging in een militaire staatsgreep op 25 mei 1997 de macht greep. Sinds de arrestatie van Charles Taylor (zie hieronder) is hij de enige aangeklaagde die niet gedetineerd is. Het wordt waarschijnlijk geacht dat hij niet meer in leven is, maar bij gebrek aan hard bewijs daarvan is de aanklacht tegen hem niet ingetrokken.
Charles Taylor thumb|De gerechtszaal in Leidschendam Een categorie apart, en een van de belangrijkste aanklachten, was die tegen de president van Liberia, Charles Taylor, die ervan beschuldigd werd zich intensief bemoeid te hebben met de burgeroorlog in zijn buurland Sierra Leone, en daarbij oorlogsmisdaden te hebben gepleegd. Taylor was nog aan de macht in Liberia toen op 7 maart 2003 de historische aanklacht tegen hem werd uitgebracht, die aanvankelijk verzegeld bleef, maar op 4 juni 2003 openbaar werd gemaakt tijdens een bezoek van Taylor aan Ghana. The Prosecutor vs. Charles Ghankay Taylor website Sierra Leone-tribunaal Na de aanklacht tegen Slobodan Milošević door het Joegoslaviëtribunaal was dit de tweede keer in de wereldgeschiedenis dat een zittende machthebber door een bovennationaal gerecht officieel in staat van beschuldiging werd gesteld.
Op 11 augustus 2003 trad Taylor onder zware internationale druk als president af en vluchtte hij naar Nigeria. Dit land weigerde aanvankelijk hem uit te leveren zolang Liberia daar niet om verzocht. Op 17 maart 2006 diende de nieuwe, democratisch gekozen president van Liberia, Ellen Johnson Sirleaf, een verzoek tot uitlevering in. Hierop trachtte Taylor te vluchten, maar toen hij op 29 maart probeerde de grens met Kameroen over te steken, werd hij door Nigeria gearresteerd.
Taylor genoot nog steeds veel aanhang, daarom werd het veiliger geacht hem niet in Freetown te berechten."Het Sierra Leone-tribunaal, dossier: proces-Taylor" website NOS Nieuws Een speciale resolutie van de Veiligheidsraad, resolutie 1688, aangenomen op 16 juni 2006, maakte mogelijk dat het Sierra Leone-tribunaal Taylor in Den Haag zou berechten. Op 20 juni werd Taylor overgebracht naar het Penitentiair complex Scheveningen. Voor zijn berechting maakte het Sierra Leone-tribunaal aanvankelijk gebruik van het gebouw van het Internationaal Strafhof in Den Haag. In mei 2010 werd besloten het proces te verplaatsen naar het gebouw van het Libanontribunaal in Leidschendam, waar gebruik kon worden gemaakt van de nieuwgebouwde rechtszaal. "Courtroom for Special Tribunal for Lebanon to host Taylor Trial" persbericht Libanon-tribunaal, 17 mei 2010
Op 4 juni 2007 begon het proces tegen Charles Taylor. Vanaf 7 januari 2008 werden 91 getuigen voor de aanklager gehoord. Namens de verdediging werden vanaf 13 juli 2009 20 getuigen gehoord, onder wie Taylor zelf. De slotbetogen vonden plaats tussen 8 februari en 11 maart 2011.
Vonnissen AFRC Op 20 juni 2007 sprak het tribunaal zijn eerste vonnissen uit. De drie gedetineerde verdachten die behoorden tot de AFRC werden op 11 van de 14 punten van de aanklacht schuldig bevonden aan oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid, namelijk terreur, collectieve bestraffing, uitroeiing, moord (onderscheiden in moord als misdaad tegen de menselijkheid en moord als oorlogsmisdaad), verkrachting, aantasting van de persoonlijke waardigheid, fysiek geweld, knechting als slaaf, plundering, en ook de inzet van kindsoldaten jonger dan 15 jaar. "Guilty Verdicts in the Trial of the AFRC Accused" persbericht Sierra Leone-tribunaal, 20 juni 2007 Deze verdachten waren de eersten die door een internationaal gerecht werden veroordeeld voor de inzet van kindsoldaten. Hiermee heeft dit tribunaal dus belangrijke jurisprudentie geschapen in het internationaal strafrecht."Tribunaal Sierra Leone Eerste vonnis voor gebruik kindsoldaten", NRC Handelsblad 21 juni 2007 Sierra Leone: "Landmark Convictions for Use of Child Soldiers" website Human Rights Watch, 20 juni 2007 "Lessons from the Special Court for Sierra Leone in the Fight against Impunity" website Avocats Sans Frontières
Op 19 juli 2007 volgde de oplegging van de straffen. Alex Tama Brima (35) en Santigie Borbor Kanu (42) kregen vijftig jaar cel, Brima Bazzy Kamara (39) werd tot 45 jaar veroordeeld. Het tribunaal overwoog onder meer dat de verdachten schuldig waren aan "enkele van de meest verderfelijke, wrede en gruwelijke misdaden ooit in de menselijke geschiedenis opgetekend", dat er geen verzachtende omstandigheden waren en dat geen van de verdachten berouw had getoond.