miniatuur|Folio 22v uit een Italiaans handschrift van de Decamerone uit de 15e eeuw, bewaard in de Bibliothèque nationale de France, signatuur MS Italien 63, met een miniatuur ter illustratie van de vijfde vertelling van de eerste dag over de markiezin van Monferrato: "La marchesana di Monferrato, conuno chonvito di ghalline e conalquante legiadre parolette, reprime ilfolle amore delre di Francia". Vertaling: De markiezin van Montferrat bedwong met een maaltijd van kippenvlees en wat geestige woordjes de dwaze liefde van de koning van Frankrijk. thumb|Decameron, 1492. Voorwoord (Proemio):Umana cosa elhaver compassione a gli afflitti. e come che a ciaschuna persona stia bene a choloro massimamente e richiesto liquali gia hanno di conforto havuto misteri: & hanolo trovato in alcuno fra liquali se alcuno mai nebbe:ogli fu caro o gia ne ricevete piacere. Io sono uno di quelli per cio... Vertaling: Het is menselijk om medelijden te hebben met bedroefden. Hoewel dit iedereen past, wordt dit het meest gevraagd van wie zelf vroeger (behoefte) hadden aan troost en die steeds vonden bij anderen. Tot deze kan ik gerekend worden omdat...
De Decamerone (ondertitel: Prencipe Galeotto) is een verzameling van honderd verhalen die de Italiaanse dichter en geleerde Giovanni Boccaccio schreef, waarschijnlijk in de periode 1349–1360. Dit middeleeuws werk wordt als zijn meesterwerk beschouwd en geldt stilistisch als een van de mooiste werken uit de Italiaanse literatuur.
De Decamerone bestaat uit honderd novellen, verteld door drie mannen en zeven vrouwen tijdens een veertien dagen durend verblijf op een buitenplaats, op de vlucht voor de pest die in Florence woedt, die in de inleiding beeldend beschreven wordt. De titel zelf is een samenstelling van de twee Griekse woorden δέκα, deka (tien), en ἡμέρα, hemera (dag), en verwijst naar de tien dagen waarop verhalen verteld worden. De vrijdag werd doorgebracht met gebed. Ook op de zaterdag werden er geen verhalen verteld, omdat de dames die dag besteedden aan hun toilet.
De naam die Boccaccio aan zijn werk gaf was waarschijnlijk geïnspireerd door Hexameron, een titel die frequent gebruikt werd voor theologische werken die de schepping in zes dagen als onderwerp hadden.
De Decamerone is beroemd om de pittige humor en spot met de geestelijkheid en de gezagdragers en om enkele licht erotische verhalen. Daarnaast is het een opvallend zorgvuldig geconstrueerd boek met alle verhalen passend in een raamvertelling. Het is een werk dat bepalend was voor de Italiaanse prozaliteratuur van de 14e eeuw en op die manier mee aan de basis lag van het moderne Italiaans. De verhalen hebben allegorische aspecten, zoals de namen van de tien vertell(st)ers (de brigata), de rol van de tuin waar de verhalen verteld worden en de erotische verhalen.brown.edu M.R. Decameron Web The frame. Geraadpleegd op 14 maart 2020.
Tekstgeschiedenis Vroeger dacht men dat Boccaccio de Decamerone geschreven zou hebben voor Johanna I van Napels en aan haar hof,Joseph Thomas, The Universal Dictionary of Biography and Mythology, Vol I, p.375.Encyclopedia Britannica, 11e editie, p.103. maar dit is achterhaald door modern onderzoek. Men is niet zeker over het precieze tijdstip waarop Boccaccio aan de Decamerone begon te schrijven, maar het was waarschijnlijk niet voor het einde van de pestepidemie in Florence in de lente van 1349. De uitbraak van de pest in Florence in 1348 wordt algemeen aanvaard als een terminus post quem (vroegste datum). De datum waarop het werk klaar was is moeilijker vast te stellen; de schrijver zegt in zijn epiloog zelf dat hij er lang aan werkte en in de proloog bij dag vier reageert hij op de kritiek die op zijn (onafgewerkte) werk werd gegeven. Het heeft dus zeker een poos geduurd voor het werk klaar was. Recente studies hanteren data tussen 1351Vittore Branca, Tradizione delle opere di Giovanni Boccaccio: I. Un primo elenco dei codici e tre studi; II. Un secondo elenco di manoscritti e studi sul testo del ‘Decameron’, con due appendici, 2 vols (Rome: Storia e Letteratura, 1958-91), II, pp.147-162 en 1360, vroeger ging men uit van 1353 (Giuseppe Billanovich). De laatst mogelijke einddatum wordt tegenwoordig op 1360 gesteld naar een brief gedateerd op 1 juli 1360, van Francesco Buondelmonte aan Giovanni Acciaiuoli waaruit met zekerheid het bestaan van een codex van de Decamerone blijkt.Marco Cursi, Il Decameron: scritture, scriventi, lettori. Storia di un testo, Roma, Viella, 2007. in Heliotropia 5.1-2 (2008), p.383. In de periode dat hij de Decamerone schreef, ondernam Boccaccio verschillende reizen als ambassadeur van Florence, onder meer naar Ravenna, Forlì, Padua, Romagna, Tirol, Avignon en Milaan.
Het oudste overblijvende segment kan gedateerd worden op de vroege jaren 1360, het is het "frammento magliabechiano" (Florence, Biblioteca Nazionale Centrale, MS II II 8, fols. 20-37). Het fragment bevat de afsluiting van de dagen I-IX en een novelle, namelijk de IX, 10, het verhaal van Pietro die aan Donno Gianni vraagt om zijn vrouw te veranderen in een merrie. Een proloog heeft het over de auteur die op dat moment nog gezond en wel in leven was. Dit fragment zou een van de boekdeeltjes kunnen zijn die circuleerden onder de rijke Florentijnen geassocieerd met het hof in Napels van het Huis Anjou-Sicilië.Vittore Branca, Tradizione, II, pp.88-89, 177-180Marco Cursi, Il Decameron: scritture, scriventi, lettori. Storia di un testo (Rome: Viella, 2007), pp. 21-31, 196-197. Uit dezelfde tijd stamt het zogenoemde "Parigiano" (Parijse) handschrift.Branca, Tradizione, II, 108-110Cursi, Il Decameron, pp. 31-36, 217-219. Tekstueel sterk verwant aan het Parigiano is het "Manelli"-handschrift uit 1384. (Voor een beschrijving van de handschriften zie bij Publicaties).
Ook het Berlijnse handschrift is een van de oudste versies (ca. 1370), maar wijkt tekstueel nogal af van het Parigiano en het Manelli. Men gaat er tegenwoordig van uit, dat het Berlijnse een verbeterde versie is, waarin Boccaccio zijn taalgebruik bijstelde. Elk van deze versies werd, zoals het gebruikelijk was, verder gekopieerd zodat men vandaag een dertigtal ervan tot de Parigiano-familie rekent en een twintigtal tot de Berlijnse.Brian Richardson, Transformations of a text: Boccaccio’s Decameron from manuscript to print and beyond, ISGL-Bulletin Nr. 9, 2010, p.8
De Decamerone werd ook duchtig gekopieerd voor commerciële doeleinden. Zo werden in en omstreeks 1409 minstens vijftien kopieën geschreven door Ghinozzo di Tommaso Allegretti van Siena gedurende zijn ballingschap in Bologna, zoals blijkt uit de colofon (fol. 187r) van een exemplaar bewaard in Cologny in de Bibliotheca Bodmeriana als MS Bodmer 38. Ghinozzo deed dit ongetwijfeld om zich een inkomen te verzekeren.Branca, Tradizione, II, 94-95Cursi, Il Decameron, pp. 68-71, 202-203.
Na de introductie van de drukpers in Italië in 1464 door Arnold Pannartz en Konrad Sweinheim werd de Decamerone al snel een geliefd werk bij de drukkers. Voor een overzicht van de incunabelen zie bij Publicaties. De eerste gedrukte uitgave, naar haar colofon de "Deo gratias" genoemd, dateert van ca. 1470Het werk zelf vermeldt geen drukker, plaats of datum. en werd uitgegeven in Napels, maar Venetië zou zeer snel het meest belangrijke centrum voor de publicatie van de Decamerone worden. De onderzoekers hebben lange tijd gedacht dat de "Deo gratias" gebaseerd was op het Manelli-manuscript. Later onderzoek wees echter uit dat het gebaseerd was op het Berlijnse, en ook dat verdwenen passages uit het Berlijnse handschrift waarschijnlijk werden herschreven op basis van de "Deo gratias".Vittore Branca en Lucia Nadin, La stampa "Deo gratias" del Decameron e il suo carattere contaminato, Studi sul Boccaccio 8 (1974), 1-77. In de beginperiode publiceerde men de tekst die beschikbaar was zonder veel aandacht te besteden aan de oorsprong ervan. Pas in de zestiende eeuw ondernam men pogingen om terug te gaan naar de originele tekst van Boccaccio, onder invloed van Pietro Bembo en Jacopo Sannazaro, maar ingrepen van de inquisitie zouden de tekst grondig verminken (zie ook bij Receptie).
Vanaf de 18e eeuw begonnen de drukkers in Italië terug het originele werk van Boccaccio te publiceren. De vraag naar deze originele versie was groot, omdat de tekst werd aangezien als het beste voorbeeld van Toscaans proza. In het begin werd op het titelblad nog de naam van drukkers in Amsterdam gebruikt, maar in realiteit waren de boeken gedrukt in Napels.Op die wijze probeerde men de 'index' van de Roomse kerk te omzeilen. In 1761 werd het werk gedrukt in Lucca en die editie wordt gezien als het beginpunt voor de moderne studie van de tekst. Ze was gebaseerd op het Manelli-manuscript dat minutieus gevolgd werd en de standaard zou worden voor alle uitgaven in de volgende honderd jaar. Het is pas in de late negentiende eeuw dat men het Berlijnse manuscript als tekstbasis zal gaan gebruiken.
Het is pas in de vroege twintigste eeuw dat de geleerden tot de conclusie komen dat er niet zoiets is als de originele tekst, maar dat er verschillende originele teksten zijn die het gevolg zijn van revisies door de auteur.Michele Barbi, Sul testo del "Decameron", G.C. Sansoni, 1927. In 1933 stelde Michele Bardi, dat de Berlijnse tekst een autograaf was, maar dit werd pas na de Tweede Wereldoorlog gepubliceerd door zijn assistent Alberto Chiari, een publicatie die echter onopgemerkt voorbijging. Pas in 1962, na een studie van het Berlijnse manuscript door Vittore Branca en Pier Giorgio Ricci, werd het als vaststaand erkend dat het Berlijnse manuscript door Boccaccio zelf geschreven werd in zijn laatste levensjaren.Vittore Branca and Pier Giorgio Ricci, Un autografo del Decameron: Codice Hamiltoniano 90 (Florence: Olschki, 1962)
Volgens Branca zijn er dus twee authentieke teksten, de Parigiano en de Berlijnse. De Parigiano is de tekst van de "jonge" Boccacio, de Berlijnse die van de ca. twintig jaar oudere man. De jongere versie is formeler en leunt sterker aan bij de klassieke en Latijnse prozastructuren. In de mature versie gebruikt Boccaccio een meer persoonlijke stijl, die waarschijnlijk sterker aanleunt bij de toenmalig gesproken volkstaal en die kleurrijker en expressiever is dan de jongere versie. Branca verwachtte trouwens dat er nog andere "authentieke" versies zouden opduiken naarmate de studie van de bewaarde manuscripten vorderde. Het begrip "authentiek" voor een werk dat via handschriften werd overgeleverd moet men daarenboven relativeren. Een werk zoals de Decamerone werd overgeschreven van de moederkopie die door de auteur werd gemaakt. Bij het overschrijven werden zeer regelmatig wijzigingen geïntroduceerd, maar ook de moederkopie werd door de auteur regelmatig bijgewerkt. Op die manier ontstonden (volgens Branca) meer dan zesduizend verschillende versies.Il capolavoro del Boccaccio e due diverse redazioni. Volume 1: Maurizio Vitale, La riscrittura del Decameron: I mutamenti linguistici. Volume 2: Vittore Branca, Variazioni stilistiche e narrative, Venice: Istituto veneto di scienze, lettere ed arti, 2002.
Achtergrond De Decamerone werd geschreven tussen 1349 en 1351(?) en speelt zich dus af tijdens de periode van de Zwarte Dood (of de pest), die Florence trof in 1348. Boccaccio's vader, stiefmoeder en veel van zijn vrienden stierven dat jaar aan deze ziekte.Pamela D. Stewart, 'Boccaccio', in The Cambridge History of Italian Literature, ed. by P. Brand and L. Pertile (Cambridge: Cambridge UP, 1996) p.76 Het 14e-eeuws Italië werd ook geteisterd door hongersnoden en oorlogen die de verspreiding van epidemieën zoals de pest nog in de hand werkten. Het resultaat van dit alles was een aanzienlijke vermindering van beschikbare arbeiders en vaklieden, en daarbij kwam dan nog de ineenstorting van de financiële structuur. De koopmansklasse werd fundamenteel voor de samenleving, en onderhield relaties met de adel en de aristocratie.