Joos van Ghistele (Gent, 1446 – Zuiddorpe (huis Van der Moere), 21 september 1516) was een Vlaams edelman. Hij is vooral bekend om zijn reis naar het Heilige Land en het Midden-Oosten tussen 1481 en 1485, waarvan een ongewoon uitgebreid verslag is overgeleverd.

Leven Joos Van Ghistele was de zoon van Gerard van Ghistele, heer van Axel en Moere, en Isabelle de Wilde, vrouwe van Maalstede, Renesse en Kruiningen. Zijn vader heeft belangrijke functies bekleed: hij was schepen en werd door de Bourgondische hertog Filips de Goede in 1449 aangesteld als grootbaljuw te Gent. Toen Joos vijf jaar was, werd het gezin om politieke redenen verbannen uit Gent; Gerard Van Ghistele schaarde zich in 1451 immers tegen de wil van de Gentse bevolking in achter de hertog die de stad nieuwe belastingen oplegde.

Het gezin vestigde zich in kasteel Moere, bij Zuiddorpe in Zeeuws-Vlaanderen. Joos bracht zijn jeugdjaren door in het gevolg van de graaf van Charolais, de latere hertog Karel de Stoute, door wie hij tot ridder werd geslagen in 1464 of 1467. Zijn band met het Bourgondische hof zou zijn latere carrière sterk bepalen.

Na de dood van Karel de Stoute bij de Slag bij Nancy in 1477 keerde hij terug naar Gent en werd daar voorschepen (voorzitter) van de bank van de Keure. In 1480 werd hij herkozen. Na het eind van zijn mandaat vertrok hij vermoedelijk op 15 november 1481 naar het Heilig Land en het Midden-Oosten. Eind juni 1485 keerde hij terug naar Gent.

In 1486 werd hij als vertrouweling van de Bourgondiërs opnieuw voorschepen van de bank van de Keure in Gent. Van 1492 tot 1494, in roerige tijden, vertegenwoordigde hij als grootbaljuw de Bourgondische vorst in de stad. De Gentse opstand tegen landvoogd Maximiliaan van Oostenrijk werd in 1492 immers neergeslagen en Gent moest zich onderwerpen aan het centrale gezag. Daarna werd hij benoemd tot privéraadsman en kamerheer van Maximiliaan van Oostenrijk en later van Filips de Schone. Waarschijnlijk betrof het enkel een eretitel. Sindsdien woonde hij teruggetrokken op zijn kasteel de Moere in Zuiddorpe.

Joos van Ghistele was gehuwd met Margriet van Ravenschot. Het echtpaar had drie dochters: Elizabeth, Margriet en Marie. Ook schijnt hij een jong gestorven zoon Charles te hebben gehad. Elizabeth trouwde met Diederik van der Gracht, heer van Huele; Marie met jonkheer van Pallandt, heer van Kuilenburg; Margriet met Jan van Cortenbach, heer van Helmond en hoogschout van 's-Hertogenbosch. Uit een tweede relatie, met Lysbette Brussels, had Mher Joos opnieuw een zoon, Jooskin (Joosken) van Ghistele. Mher Joos is overleden op 21 september 1516 in Zuiddorpe. De plechtige uitvaart geschiedde in Axel op 24 september, waarna het lichaam werd teruggevoerd naar Zuiddorpe en bijgezet in het familiegraf in de parochiekerk.Viaene, 1970. Op 14 januari 1517 vond een plechtige herdenkingsdienst plaats in Axel. Als erfschout van Hulst, Axel en de Vier Ambachten werd hij aanvankelijk opgevolgd door zijn schoonzoon Diederik van der Gracht en in 1538 hetzij door zijn zoon uit het tweede huwelijk Joost, hetzij door zijn kleinzoon Joost van der Gracht.

Na 1494 vermelden de archieven hem nog slechts in tweeërlei hoedanigheid:

als juridisch gemachtigde voor zijn verweduwde dochter en zijn zes jonge kleinkinderen. Toen Jan van Cortenbach in 1505 was overleden, werd Mher Joos de 'mombaer' (d.w.z. beschermend voogd en juridisch gemachtigde) van zijn zes minderjarige kinderen. In die functie moet hij meer dan eens een bezoek aan Helmond hebben gebracht. Er was immers een paar maal sprake van een serieus conflict met de heren Jan en Evert van Doerne inzake het jachtrecht der heren van Helmond. Volgens oude bepalingen mocht de heer van Helmond buiten de grenzen van zijn heerlijkheid jagen in het hele Peelland, dus ook rond Deurne, een heerlijkheid ten oosten van Helmond. Eind 1510 had een proces plaatsgevonden tussen Joos van Ghistele als 'mombaer' van het gezin Cortenbach enerzijds tegen de heren Jan en Evert van Doerne anderzijds. De uitkomst van deze rechtsgang was, dat de heren van Helmond mochten jagen 'heel Pedelant dore'. Desondanks waren twee Helmondse hoendervangers begin september 1513 door Deurnse pluimveejagers gevangen genomen en in verzekerde bewaring gesteld. Opnieuw is Joos van Ghistele toen in actie gekomen. Hij deed een beroep op de keizer, en heel snel, reeds op 11 september daaraanvolgend, sprak de rechtbank in 's-Hertogenbosch in naam van keizer Maximiliaan als hertog van Brabant uit dat de hechtenis van de twee Helmondse jagers geheel onrechtmatig was en dat de Cortenbachs schadeloos gesteld moesten worden.Heeren 1938. als erfschout van de Hulster- en Axelerambachten. Als erfschout van de Hulster- en Axelerambachten bezat hij het patronaat van enkele Zeeuws-Vlaamse kerken, o.a. die van Hontenisse. In 1508 was Hontenisse overstroomd en het kerkterrein kon niet meer goed worden drooggelegd. De bisschop van Utrecht stemde er derhalve in toe dat de kerk werd afgebroken en dat landinwaarts, op het land van de abdij van Duinen, een nieuwe bedehuis gebouwd zou worden. Joos van Ghistele wilde echter de inkomsten van het patronaatsrecht niet verliezen en weigerde zijn medewerking. Processen en geschillen tussen Mher Joos en de abdij volgden, jaren lang, en ze waren nog lang niet opgelost bij zijn dood. Pas in 1538 behoorde deze kwestie tot het verleden.Dieleman 1932.

"De groote reiziger" Op 15 november 1481 vertrok Joos van Ghistele op pelgrimstocht naar het Heilig Land en het Sint-Katharinaklooster in de Sinaïwoestijn. In Keulen bezocht hij het schrijn van de drie koningen en las hij de Historia trium regum van Jan van Hildesheim. Hierin is sprake van India Tertia, het rijk van de mythische christelijke koning Pape Jan. Naar aanleiding van dit verhaal besloot Joos naar deze koning op zoek te gaan. Op deze reis liet hij zich vergezellen door vier reisgenoten: neef Joris van Ghistele (baljuw van Biervliet), Jan van Vaernewijck uit Gent, Joris Palinc uit Ieper en Jan van Quisthout (kapelaan van Joos en parochiegeestelijke van de Pauluspolder).

Reis Zoals verplicht was in die tijd trok hij eerst naar Rome om toestemming te vragen aan de paus om naar het Heilig Land te reizen. Vervolgens reisde hij naar Venetië van waaruit hij per schip naar Palestina voer, waar hij niet alleen Jeruzalem maar ook tal van andere heilige plaatsen bezocht. Na een bezoek aan Egypte en de Nijldelta probeerde hij het land van Pape Jan te bereiken via de Rode Zee. Hij diende echter zijn reis af te breken op het eiland Perim in de Golf van Aden, omdat hij daar werd gearresteerd door de plaatselijke machthebber die de geloofsbrieven die Joos van de sultan had meegekregen niet erkende. Een tweede poging voerde hem via Cyprus naar Syrië, het zuiden van Turkije en Perzië. In Tabriz besloot hij terug te keren nadat hij gewaarschuwd was voor een gevaarlijke ziekte en omdat sommige medereizigers het reizen moe waren. Vanuit Tripoli in Libanon voeren ze via Kreta naar Korfoe. Van daaruit voer het gezelschap met een Venetiaans schip naar Barbarije, de noordkust van Afrika. Daar bezochten ze Tripoli (Libië), Soussa en Tunis. Over Genua en Venetië reisden ze in juni 1485 terug naar Vlaanderen.

Route De route van de pelgrimage naar Jeruzalem die Joos van Ghistele aflegde, was in de 15e eeuw zeker bekend. Joos was slechts een van de zovele pelgrims die de tocht naar het Heilige Land ondernamen. Maar gedreven door nieuwsgierigheid en zin voor avontuur ging hij een stapje verder. Tijdens zijn tocht tastte Joos de grenzen van de wereld af waarvan toen slechts drie continenten bekend waren, Europa, Azië en Afrika. Joos' onderneming was onder andere bijzonder vanwege zijn uitgebreide rondreis in de Arabische wereld. De omvang van de reis is mede te danken aan het toeval. Joos maakte gebruik van de kansen die zich aanboden, maar kreeg ook geregeld tegenslagen te verduren. Zo werd zijn reisroute vaak aangepast, waardoor hij onverwacht vele nieuwe plaatsen bezocht. Hij zag een wereld die nog nauwelijks door westerlingen was bereisd en noteerde gegevens op religieus, maatschappelijk, ethnografisch en zelfs politiek gebied.

Doel In eerste instantie had Joos' reis een religieus doel, maar doordat hij hoge functies bekleedde, droeg dat bij tot het ambitieuze karakter van zijn reis. Joos was erop gebrand het land van Pape Jan te vinden, om het graf van de heilige Thomas te bezoeken en wellicht ook om steun te vinden bij deze christelijke koning in de strijd tegen de islam.

Tvoyage van Mher Joos van Ghistele

Ambrosius Zeebout (tweede helft 15de eeuw - 16de eeuw) Het jaar dat hem na zijn terugkomst uit de Oriënt nog restte tot zijn volgende verkiezing in het stadsbestuur van Gent, zal Mher Joos van Ghistele wellicht onder meer besteed hebben aan het ordenen van zijn zeer gedetailleerde reisnotities; later werden deze uitgewerkt door Ambrosius Zeebout.

Deze Ambrosius Zeebout – hij was een geleerde priester, vermoedelijk een karmeliet – heeft evenwel meer gedaan dan die notities tot een lopend verhaal om te smeden. Alle – of toch zo veel mogelijk – mededelingen van Joos van Ghistele heeft hij een wetenschappelijk cachet willen geven. Zulks naar de maatstaven van zijn tijd natuurlijk (d.w.z. een veelomvattende literatuurstudie zonder veel eigen denkbeelden nastrevend) en het resultaat is, ook voor de huidige lezer, bepaald indrukwekkend te noemen. Zeebout combineerde het ooggetuigenverslag van Van Ghistele met geleerde bronnen en boekenwijsheden, zowel uit religieuze (bijbel) als laat-middeleeuwse en humanistische werken. Voor die beoogde achtergrondinformatie heeft Zeebout niet minder dan ruim 70 bronnen geraadpleegd.

In categorieën ondergebracht zijn dat: De Heilige Schrift; Patristische teksten; Bijbelcommentaren; Bijbelse geschiedenissen; Apocriefe teksten; Corpus Juris Canonici; Reisverhalen en itineraria; Middeleeuwse historische werken; Middeleeuwse historiserende geschriften; Klassieke en laat-klassieke bronnen; Humanistische werken; Compilatorische geschriften.

Die ruim 70 werken zijn geschreven door 52 auteurs, onder wie: Augustinus, Orosius, Nicolaus van Lyra, Hayton, Ludolf van Suchem, Bernhard von Breydenbach, Plinius de oudere, Solinus, Justinus, Tortellius, Isidorus en Vincentius. Tvoyage geldt daardoor nog steeds als een van de meest betrouwbare en gedetailleerde laat-middeleeuwse reisverslagen uit de Europese literatuur.A.G.B. Schayes, 1936: "Nous avons parcouru toutes les relations de voyages de cette époque, aucune ne donne des détails aussi circonstanciés et aussi exacts que celle de Van Ghistele, sur les contrées de l'Orient que ce voyageur a visitées’.”

Een aparte vermelding verdient zijn bron Operetta del Turco, een anoniem Italiaans boekje, gedrukt in Florence in september 1481, dat deels handelt over de omvang en de inrichting van het Turkse rijk, deels over zijn heersers, in het bijzonder over Mohammed II, de Veroveraar. Van dit boekwerkje is geen enkel exemplaar over; alleen door het excerpt van Ambrosius Zeebout is de inhoud bekend gebleven. Ongetwijfeld heeft Joos van Ghistele tijdens zijn verblijf in Italië die toen recente publicatie gekocht en later aan Zeebout ter beschikking gesteld. Maar als gezegd, nergens ter wereld is nog een exemplaar te vinden.