Sparta Rotterdam is een Nederlandse betaaldvoetbalclub uit Rotterdam. De club werd opgericht in 1888 en is daarmee de oudste club in het betaald voetbal in Nederland. Slechts elf amateurvoetbalclubs in Nederland zijn ouder dan Sparta. Sinds 1916 is Het Kasteel de thuisbasis van de club uit Spangen.
Geschiedenis Sparta werd opgericht door H.F.B. Cokart wonende Schiekade, H.C. Dupont wonende Houttuin, C.W. van den Ende wonende Baan, J. Harteveld Hoos wonende Oostvestplein, H.A. Klausz wonende Het Nieuwe Slot, A.Th. La Verge wonende Schiekade, B. Visser wonende Boezemsingel en J.F. de Vogel wonende Nieuwe Haven.
Ontstaan De officiële geschiedenis van de Rotterdamsche Cricket & Football Club Sparta begint op eerste paasdag, 1 april 1888. Tussen de ochtenddiensten en de middagdiensten op deze Paasdag van de Nederlands-hervormde kerk aan de Hoogstraat en de rooms-katholieke kerk aan de voormalige HouttuinDe Houttuin lag tussen de nog bestaande Nieuwe Haven en de Burgemeester van Walsumweg werd in de tuin van het huis van de eerste penningmeester, een pand gelegen aan het voormalige OostvestpleinHet Oostvestplein bevond zich ter hoogte van de Goudsewagenstraat op wat tegenwoordig de Goudsesingel heet. Sparta opgericht. De club werd opgericht door acht leerlingen in de leeftijd van 13 tot 16 jaar. Vijf van hen waren leerlingen van de toenmalige H.B.S. aan het Van Alkemadeplein.Op de plek van het voormalige Van Alkemadeplein ligt tegenwoordig de kruising van de Jonker Fransstraat en de Admiraal de Ruyterweg. De resterende drie waren leerlingen van het Erasmiaans Gymnasium aan de Coolvest, de naam van de in 1888 nog niet gedempte Coolsingel. Alle oprichters en de overige eerste leden van Sparta woonden in de wijken Stadsdriehoek, Cool, Rubroek of Crooswijk.
Sparta begon aanvankelijk als cricketclub, maar nadat de jongens een geschikte bal geschonken kregen, hielden ze zich vanaf juli 1888Artikel van René Schouten op itwm.nl ook bezig met de recentelijk uit het Verenigd Koninkrijk overgewaaide voetbalsport.
Eerste wedstrijden In het eerste jaar van Sparta's bestaan speelde zijn leden hoofdzakelijk onderlinge wedstrijden. Deze werden tussen de 35-urige lesweek en de hierbij komende 20-urige werkweek in verschillende samenstellingen gespeeld bij de Delftsche Poort,Verklaring van Jan Wolff in het gedenkboekje ter gelegenheid van het behalen van het afdelingskampioenschap in 1925. bij de brouwerij van HeinekenVerklaring van mede-oprichter H.C. Dupont in De Spartaan. of op het plein van de Grote of Sint-Laurenskerk.Zie dagrapportages politie Rotterdam jaargang 1888 uit Gemeentearchief Rotterdam.
In 1888 bestond de KNVB nog niet. Van een overkoepelende organisatie was ook geen sprake, wat resulteerde in onderlinge uitdagingen die door de clubs naar elkaar verzonden werden.Schrift bevattende ontvangen brieven en briefkaarten uit de periode 1888–1891 De eerste uitdaging om een voetbalwedstrijd te komen spelen die Sparta ontving dateert van 28 december 1888, ruim 38 weken na de oprichtingsdatum. De wedstrijd, gepland voor 30 december 1888, werd echter niet gespeeld door de onbespeelbaarheid van het veld van de tegenstander.
Vanaf april 1889 vonden de wedstrijden en de oefeningen plaats op een door de wethouder aangewezen terrein ten westen van De Heuvel in Rotterdam-West.Op de plek van De Heuvel bevindt zich tegenwoordig de ingang van de Maastunnel. In deze periode kreeg Sparta ook het eerste clublokaal, op de Delfshavensedijk, ter beschikking.
Bondsvoetbal In maart 1890 sloot Sparta zich aan bij de Nederlandsche Voetbal en Atletiek Bond, de voorloper van de huidige KNVB. Op 18 december 1892 versloeg Sparta de Amersfoortsche FC met wat nog steeds een recorduitslag voor een Nederlandse competitiewedstrijd is: 17–0. Rechtsbuiten Freek Kampschreur scoorde negen van de zeventien doelpunten en is hiermee nog altijd mede-recordhouder in Nederland.
Promotie naar de hoogste klasse volgde in 1893. In datzelfde jaar was Sparta de eerste Nederlandse club die een wedstrijd tegen een buitenlandse tegenstander speelde. In een vriendschappelijke wedstrijd werd met 0–8 van Harwich & Parkeston FC verloren. Toen een jaar later een wedstrijd tegen het Engelse Felixstowe op het programma stond, werd om een nieuwe vernedering af te wenden besloten dat Sparta een elftal zou opstellen waarin de beste spelers van heel Nederland waren opgenomen. De eerste wedstrijd van een officieus Nederlands voetbalelftal was daarmee een feit. Deze wedstrijd eindigde in 1–1.
Sparta richtte in 1894 de Rotterdamse Voetbalbond op. Men probeerde in 1896 een primeur te organiseren op het gebied van vrouwenvoetbal. Voor een voorgenomen wedstrijd van een dameselftal van Sparta tegen de English Ladies Footballclub gaf de Nederlandse Voetbal Bond echter geen toestemming.Artikel van Jurryt van de Vooren op sportgeschiedenis.nl Sparta toonde zich in deze periode ook op andere gebieden een innovator. In de loop der jaren werden door Sparta onder andere in Nederland geïntroduceerd: de kopbal, een doel met een lat en netten (voor die tijd werd een touw tussen de palen gespannen) en felgekleurde shirts. Dat rood-witte tenue werd in 1899 afgekeken tijdens een bezoekje van het Spartabestuur aan het Engelse Sunderland. De eerste Sparta-shirts waren tweedehands Sunderland-shirts.
Behalve als innovator stond Sparta ook bekend als een club die soms lastig was. Zo trok men zich in 1897 tijdelijk terug uit de competitie vanwege de vermeende partijdigheid van de scheidsrechters.
Vanaf 1900 speelde Sparta een voortrekkersrol binnen de organisatie van het Nederlandse voetbal. Het bestuur van de Nederlandse Voetbalbond bestond destijds grotendeels uit Spartanen en vanaf 1901 werden door Sparta wedstrijden om de Zilveren Bal georganiseerd, destijds het belangrijkste bekertoernooi.
De eerste officiële thuiswedstrijd van het Nederlands elftal vond in 1905 plaats op initiatief van Sparta in de persoon van Cees van Hasselt. Op 14 mei 1905 werd de Belgische ploeg met 4–0 verslagen. De wedstrijd vond plaats op wat inmiddels al een jaar of tien het Sparta-terrein was: het Schuttersveld in Crooswijk. Korte tijd later verhuisde men naar een terrein aan de nabijgelegen Prinsenlaan.
Eerste gouden tijd miniatuur|Kampioensfoto van Sparta uit 1913. Staand tweede van links aanvoerder Bok de Korver. thumbtime=0:02|miniatuur|Polygoonjournaal uit februari 1921. Diverse spelfragmenten uit de voetbalwedstrijd tussen Haarlem en Sparta (1–2). thumbtime=30|miniatuur|Polygoonjournaal uit december 1922. Voetbalwedstrijd tussen HVV en Sparta. Sportief bouwden de voetballers van Sparta vanaf 1893 een naam op als 'de eeuwige nummer 2'. In haar eerste vijftien jaar in de Hoofdklasse bereikte de club zesmaal de tweede of derde plaats. Hierin kwam in 1909 verandering. Zowel in dat jaar als in 1911, 1912, 1913 en 1915 behaalde Sparta het landskampioenschap. In 1916 werd de club afdelingskampioen. Daarnaast won Sparta in 1909, 1910 en 1911 de NBLO-beker. Deze was de inzet van de strijd tussen de nummers 1 en 2 van de beide afdelingen van de KNVB. Na drie jaar werd de strijd gestaakt omdat de NBLO zo snel na het begin van deze serie geen nieuwe beker ter beschikking wilde stellen. In 1910 en 1913 werd de Zilveren Bal gewonnen. Dat Sparta in deze periode voor het eerst gebruikmaakte van een trainer, de Engelsman Edgar Chadwick, zal ongetwijfeld aan het succes hebben bijgedragen. Sterspelers Bok de Korver, Huug de Groot en Cas Ruffelse speelden eveneens een belangrijke rol.
Op 15 oktober 1916 verhuisde Sparta voor de laatste keer, deze keer naar de polder Spangen in Rotterdam-West. De verhuizing werd voor een groot deel particulier gefinancierd door een groep van 27 inwoners van Rotterdam. Het Spartastadion werd, naar Engels voorbeeld, het middelpunt van de later gebouwde woonwijk en stond vanwege zijn voorgevel met twee torentjes al snel bekend als Het Kasteel.
In 1918 bracht Prins Hendrik als eerste lid van het Koninklijk Huis een officieel bezoek aan een wedstrijd van Sparta. In de jaren die volgden bezochten ook Koningin Wilhelmina, Prinses Juliana en prins Bernhard het stadion, onder meer om jaarlijks de Bloedtransfusiewedstrijd bij te wonen, een initiatief voor het goede doel dat Sparta bij het gouden jubileum een hoge onderscheiding van het Nederlandse Rode Kruis opleverde.
Tweede gouden tijd miniatuur|Het eerste elftal van Sparta bij het 50-jarig bestaan in 1938 miniatuur|Sparta in augustus 1963 miniatuur|De Schietribune Hoewel Sparta in de periode na de Eerste Wereldoorlog afdelingskampioen werd in 1925 en 1929, diverse malen op slechts een punt van de titel de tweede plaats bereikte in 1924, 1926, 1928, 1931 en 1940 en met enige regelmaat de Zilveren Bal won (in 1923, 1925, 1929, 1934, 1935 en 1951) brak de tweede echte succesperiode pas in 1952 aan.
In 1953 en 1956 werd Sparta afdelingskampioen; in 1952, 1954 en 1955 werd het tweede. In 1956 kwalificeerde men zich via het kampioenschap, onder leiding van de Engelse coach Denis Neville, naar de nieuw ingestelde eredivisie. Sparta's bestuurslid Jos Coler was in juni 1954 aanwezig bij de "slaapkamerconferentie" van vier voorzitters die leidde tot de invoering van het betaalde voetbal in Nederland. In 1958 won Sparta voor de eerste maal de KNVB Beker en een jaar later werd Sparta, voor het eerst sinds 1915, landskampioen. Op 13 oktober 1957 had Sparta in eigen huis nog met 1–7 klop gekregen van DOS, de latere landskampioen. Aanvoerder Rinus Terlouw was volledig van slag af na de kus van Jayne Mansfield, die de aftrap verrichtte.Rinus wist geen bal meer te raken na kus op mond van Jayne Mansfield
Als gevolg van het kampioenschap speelde Sparta in de Europacup I. Nooit eerder kwam een Nederlandse club in dit toernooi zo ver als Sparta. Na winst in de eerste ronde tegen IFK Göteborg lootte Sparta in de kwartfinale de Schotse landskampioen Rangers FC uit Glasgow. De thuiswedstrijd ging met 2–3 verloren, maar in het Ibrox Stadium won Sparta onder het oog van 83.000 toeschouwers verrassend met 0–1. De Schotten trokken in de stromende regen, onder het oog van ruim duizend Nederlandse supporters, de beslissingswedstrijd op het Londense Highbury met 3–2 naar zich toe.
De club was door de successen in de jaren vijftig behoorlijk uit haar jasje gegroeid. In 1961 nam Sparta daarom het jeugdcomplex Nieuw-Vreelust in gebruik. In 1962 begon men met de bouw van de Schietribune, die in 1963 in gebruik werd genomen. De capaciteit van het stadion kwam hierdoor op 31.000 plaatsen. In 1963 besloot men tot het oprichten van de scouting. Onder leiding van Hans Sonneveld trok een team van scouts langs de velden op zoek naar jonge talenten. In de jaren die volgden heeft dit werk Sparta vele tientallen goede voetballers opgeleverd.
De meeuw Legendarisch is een gebeurtenis in de wedstrijd Sparta-Feyenoord op 15 november 1970. Met een hoge uittrap raakte Feyenoord-keeper Eddy Treijtel een meeuw, die dood op het veld neerviel. Hans Eijkenbroek, de aanvoerder van Sparta nam het dode dier bij de vleugelLeeuwarder courant, 16 november 1970 en gooide hem over de zijlijn voor de eretribune, waar een medewerker van Sparta hem opraapte.
Terugval miniatuur|Bekerwinst Sparta tegen ADO in 1966, aanvoerder Eykenbroek met de beker In de jaren zestig won Sparta nog tweemaal de KNVB beker (1962, 1966). In de seizoenen 1966/67 tot en met 1970/71 behoorde Sparta altijd tot de subtop en begin jaren zeventig finishte Sparta zelfs bij de eerste vier en was Sparta een taaie opponent voor Ajax, Feyenoord en FC Twente, maar daarna nam het succes af. Sparta ontwikkelde zich gedurende de seizoenen 1973/74-1980/81 tot middenmoter, in de seizoenen 1977/78 en 1981/82–1984/85 tot subtopper en in de seizoenen 1985/86–1989/90 weer tot een vaste speler in de middenmoot.