thumb|Ontwerp van de brug over de Spree in de nooit gebouwde zweefbaan thumb|Bernauer Straße, een van de nog voor WOI gebouwde stations
De U8 is een lijn van de metro van Berlijn. De in noord-zuidrichting verlopende metrolijn verbindt het noordelijke stadsdeel Wittenau via Gesundbrunnen, de Alexanderplatz en Kreuzberg met het station Hermannstraße op de S-Bahnring in Neukölln (→ kaart). De geheel ondergronds gelegen U8 telt 24 stations en heeft een lengte van 18 kilometer; de reistijd over de gehele lijn bedraagt 34 minuten.Antwoord van de Stedenbouwkundige Dienst op vragen van Berlijns parlementslid Rainer Ueckert betreffende snelheidsbeperkingen, 21 maart 2007 (173 KB); reisduur berekend op basis van de opgegeven lijnlengte en gemiddelde snelheid Op kaarten wordt de grootprofiellijn aangeduid met de kleur donkerblauw.
De U8 werd geopend in 1927 en droeg de naam GN-Bahn, waarbij de letters GN staan voor Gesundbrunnen-Neukölln, de twee stadsdelen die de lijn verbond. In het lijnnummeringssysteem kreeg de lijn aanvankelijk de letter D toegewezen. De bouw van de GN-Bahn werd geïnitieerd door het private bedrijf AEG, maar na de financiële crisis nam het Berlijnse stadsbestuur de lijn over. Tijdens de deling van de stad lag de U8 grotendeels in West-Berlijn, maar doorkruiste hij in het centrum Oost-Berlijns grondgebied. Vanaf 1961 passeerden de treinen op de lijn daarom de stations in het oosten zonder te stoppen, waardoor spookstations ontstonden.
Geschiedenis AEG bouwt een metrolijn In 1902 stelde de Neurenbergse Continentale Gesellschaft für elektrische Unternehmungen het Berlijnse stadsbestuur voor een zweefbaan naar het voorbeeld van de Wuppertaler Schwebebahn te bouwen. Het traject dat men op het oog had zou lopen van Gesundbrunnen naar Neukölln (toen nog Rixdorf geheten). De autoriteiten vonden een dergelijke lijn echter ontsierend voor het stadsbeeld en wezen het project af.
Vijf jaar later wendde het elektronicaconcern AEG zich tot de bestuurders met plannen voor een metrolijn op min of meer hetzelfde traject als de zweefbaan. Deze lijn zou echter ondergronds verlopen in het stadscentrum en in de buitenwijken als luchtspoor worden uitgevoerd. Dit project bleek wel op steun te kunnen rekenen en na lange onderhandelingen verwierf AEG in maart 1912 de concessie voor de bouw en exploitatie van de inmiddels GN-Bahn gedoopte lijn.Vertrag betreffend die Anlage einer elektrischen Hoch- und Untergrundbahn von Gesundbrunnen über das Rosenthaler Tor, Zentral-Markthalle u. Oranienplatz nach dem Hermannplatz in Neukölln De lijn zou, evenals de gemeentelijke Nord-Süd-Bahn (U6), in het van de bestaande lijnen afwijkende grootprofiel uitgevoerd worden.
In 1913 werd in de Brunnenstraße met de tunnelbouw begonnen. Ten noorden van de S-Bahnring zou de lijn bovengronds gaan verlopen, het tracéverloop in Neukölln werd nog open gehouden; tot de mogelijkheden behoorden een eindpunt aan de Hermannplatz of aan een van de twee S-Bahnstations Neukölln en Hermannstraße.
Net als Siemens & Halske eerder met zijn Hochbahn had gedaan bracht AEG zijn metroactiviteiten in 1914 onder in een dochterfirma, de AEG-Schnellbahn-AG. De bouw verliep redelijk voorspoedig, tot in 1914 de Eerste Wereldoorlog uitbrak. Het groeiende gebrek aan arbeidskrachten en bouwmaterialen vertraagde de werkzaamheden ernstig en in 1917 lag de bouw zo goed als stil. Op dat moment was enkel het traject in de Brunnenstraße, met de stations Voltastraße en Bernauer Straße, in ruwbouw gereed, afgezien van korte tunnelfragmenten onder de Alexanderplatz en in Kreuzberg. Alleen aan de kruising van de Spree nabij de Jannowitzbrücke werd nog gewerkt.
Vanwege de bouwvertraging door de oorlog kon de AEG-Schnellbahn-AG niet voldoen aan de in de concessie opgenomen voorwaarde de GN-Bahn in 1918 in gebruik te nemen. Het kwam tot een proces tussen de metrobouwer en het stadsbestuur, waarbij AEG het onderspit moest delven. De AEG-Schnellbahn-AG werd daarop geliquideerd en de reeds gebouwde tunnels en stations vervielen aan de stad.
Overname en opening In 1919 waren de werkzaamheden aan de GN-Bahn volledig stil komen te liggen. Ook de nieuwe eigenaar beschikte niet over voldoende middelen om de aanleg te hervatten, aangezien de stad eerst haar Nord-Süd-Bahn wilde afbouwen. Pas toen deze lijn in 1926 gereed was, werd de bouw van de GN-Bahn weer opgepakt. Ondertussen was het plan op enkele punten aangepast, waardoor een aantal reeds gebouwde lijnstukken, waaronder de zogenaamde Waisentunnel onder de Spree, onnodig werden. Ook werd het viaducttracé in het noorden geschrapt. thumb|220px|Station Moritzplatz werd speciaal gebouwd voor het warenhuis Wertheim. thumb|220px|Gedurende een kleine zestig jaar was Leinestraße het zuidelijke eindpunt van de lijn. Men begon met het afbouwen van het zuidelijke deel van de GN-Bahn. Op 17 juli 1927 werd het eerste deel van de nieuwe lijn in gebruik genomen. Het ging daarbij om een slechts 1,5 kilometer lang en drie stations tellend traject tussen Schönleinstraße en Boddinstraße in Neukölln. In het station Hermannplatz kon worden overgestapt op de een jaar eerder geopende Nord-Süd-Bahn (nu onderdeel van de U7). Vervolgens werd de rest van de lijn in kleine etappes opengesteld; op 12 februari 1928 bereikte de GN-Bahn Kottbusser Tor, waar het reeds bestaande station van de Hochbahn werd verplaatst ten behoeve van een betere overstapmogelijkheid, en op 6 april volgden de stations Moritzplatz en Neanderstraße (nu Heinrich-Heine-Straße) aan de rand van het stadscentrum. Station Moritzplatz ontstond op verzoek van het warenhuisconcern Wertheim, dat een vestiging aan het plein had en de bouw van het station financierde. Om de Moritzplatz te ontsluiten was een wijziging in het oorspronkelijke plan nodig en moest de lijn een kleine omweg maken met een scherpe bocht in de Prinzenstraße. De reeds gebouwde tunnel onder de Dresdener Straße, inclusief een station aan de Oranienplatz bleven ongebruikt. Overigens was ook de bouw van station Hermannplatz met een warenhuis verbonden. Hier ontstonden zelfs rechtstreekse toegangen vanuit het metrostation tot de vestiging van Karstadt aan het genoemde plein.
Op 4 augustus 1929 werd de lijn in het zuiden met één station verlengd tot Leinestraße, het "voorlopige" eindpunt. Het zou echter tot in de jaren 1990 duren voordat het huidige eindpunt Hermannstraße aan de Ringbahn, één station verder, bereikt zou worden. Daarna was de beurt aan het noordelijke deel van de GN-Bahn, door de binnenstad naar Gesundbrunnen. De Jannowitzbrücke werd met de aanleg van de eronder verlopende Spreetunnel geheel herbouwd en ook op de Alexanderplatz, waar uiteindelijk drie metrolijnen en de S-Bahn elkaar zouden kruisen, vond een grootschalige reconstructie plaats. Verder naar het noorden kon men gebruikmaken van de reeds aanwezige tunnel onder de Brunnenstraße. Op 18 april 1930 kon het zeven stations tellende en vijf kilometer lange tracé Gesundbrunnen - Neanderstraße in gebruik genomen worden en was de eerste fase van de voortaan met de letter D aangeduide lijn gereed.
Tweede Wereldoorlog Gedurende de Tweede Wereldoorlog liep het gehele Berlijnse metronet ernstige schade op door bombardementen. Op lijn D werden onder andere de stations Gesundbrunnen en Kottbusser Tor getroffen. De grootste ramp vond echter op 3 februari 1945 plaats in station Moritzplatz, waar in een schuilkelder 36 mensen de dood vonden.Berliner-Untergrundbahn.de: Die U-Bahn im 2. Weltkrieg - 1945 Op 25 april 1945 moest vanwege de vele verwoestingen al het metroverkeer in Berlijn stilgelegd worden, zo ook op lijn D. De situatie werd nog verergerd door het opblazen van de Noord-zuidtunnel van de S-Bahn ter hoogte van het Landwehrkanaal, in mei 1945. De tunnel kwam onder water te staan en via een voetgangerstunnel in station Friedrichstraße bereikte het water ook het metronetwerk. Bijna een miljoen kubieke meter water verspreidde zich vervolgens door de tunnels, lijn D overstroomde tussen de stations Rosenthaler Platz en Jannowitzbrücke.Berliner-Untergrundbahn.de: Kriegsende in Berlin
Terwijl de tunnels na de beëindiging van de oorlog werden leeggepompt, was het tracé Schönleinstraße - Boddinstraße (toevalligerwijs het traject waarmee lijn D in 1927 zijn bestaan begon) op 14 mei 1945 een van de eerste twee trajecten waar weer gereden werd.
Berlijnse Muur en spookstations thumb|Van 1961 tot 1989 passeerden West-Berlijnse treinen station Jannowitzbrücke zonder te stoppen.
Berlijn was na de Tweede Wereldoorlog een gedeelde stad geworden, maar het metroverkeer trok zich aanvankelijk nog weinig van de grens aan. Toen in 1961 de Berlijnse Muur werd opgetrokken, werden de stations op het centrale, zich in Oost-Berlijn bevindende deel van lijn D gesloten en gingen de West-Berlijnse treinen ze passeren zonder te stoppen. Hetzelfde gebeurde op lijn C en zo veranderde een elftal metrostations in Berlin-Mitte in spookstations.
Lijn D werd door het wegvallen van de stations in het centrum ernstig verzwakt. Op het zuidelijke deel lagen zes stations op West-Berlijns grondgebied, maar ten noorden van de sectorgrens waren er nog slechts twee stations, die slechts met een omweg vanuit het zuiden en na een lange rit zonder haltes bereikt konden worden. Daarnaast was men voor het onderhoud van de sporen afhankelijk van de oostelijke autoriteiten.
De gemankeerde lijn zou echter spoedig weer versterkt worden. In de jaren 1960 ontstonden plannen voor een groot nieuw woongebied in het noorden van West-Berlijn, het Märkisches Viertel. Ter ontsluiting van dit stadsdeel besloot men de U8 naar het noorden te door te trekken. Een dergelijke verlenging zou ook zorgen voor een aansluiting op de twee weken na de bouw van de Muur geopende lijn U9, een verbinding tussen het noorden en het centrum van West-Berlijn. Bij de bouw van het eindpunt Osloer Straße van de U9 was al rekening gehouden met de komst van de U8. In 1973 begonnen de werkzaamheden aan de etappe van de verlenging, een 1,4 km lang traject met twee stations: Pankstraße en Osloer Straße. Op 5 oktober 1977 werd het nieuwe tracé in gebruik genomen.
Verlenging door Reinickendorf In 1980 ging de eerste spade in de grond voor de tweede fase van de noordelijke verlenging van de U8. Het 2,7 kilometer lange tunneltracé tot Paracelsus-Bad loopt eerst naar het noorden via de Schwedenstraße en de Residenzstraße en buigt dan af naar het westen richting het centrum van Reinickendorf, waardoor het industriegebied Wilhelmsruh ontweken wordt. Het traject kwam in gebruik op 27 april 1987, drie dagen voor de viering van het 750-jarig bestaan van Berlijn. De drie stations van deze verlenging onderscheiden zich door een monumentaal ontwerp.