De reuzenotter (Pteronura brasiliensis), in Suriname ook wel grote waterhond genoemd, is een Zuid-Amerikaanse ottersoort. Dit dier is de grootste ottersoort en behoort samen met de veelvraat en de zeeotter tot de grootste marterachtigen. De reuzenotter is de enige soort uit het geslacht Pteronura.
De mannetjes bereiken een lengte van 1,5 tot 1,8 meter; de vrouwtjes blijven iets kleiner. De otter leeft in zoet water in een groot deel van Zuid-Amerika en is een bewoner van tropische gebieden. Het voedsel bestaat uit diverse waterdieren, vooral vis. De reuzenotter is een bedreigde diersoort die afhankelijk is van bescherming.
Taxonomie en ontwikkeling Er worden tegenwoordig twee ondersoorten van de reuzenotter onderscheiden; Pteronura brasiliensis brasiliensis (Gmelin, 1788) en Pteronura brasiliensis paraguensis (Schinz, 1821) of paranensis (Rengger, 1830).De derde editie van Wilson & Reeder's Mammal Species of the World online database, zie hier) De ondersoort P. b. brasiliensis komt voor in het noordelijk gedeelte van het verspreidingsgebied, waaronder het Orinocogebied, de Amazone en de Guyana's. P. b. paraguensis zou voorkomen in Paraguay, Uruguay, het zuiden van Brazilië en het noordoosten van ArgentiniëFood and agricultural organization of the United Nations, "Wildlife utilization in Latin America", Corporate Document Repository. Hoofdstuk 3, sectie 10, Carnivoren, Pteronura brasiliensis (giant otter), benaderd op 27 september 2009., maar aangenomen wordt dat deze ondersoort in een aantal van deze gebieden inmiddels is uitgestorven.Duplaix, N., Waldemarin, H.F., Groenedijk, J., Munis, M., Valesco, M. & Botello, J.C. (2008) "IUCN 3.1: Pteronura brasiliensis", inclusief de verantwoording waarom de soort als bedreigd beschouwd moet worden.
P. b. paraguensis zou kleiner zijn en een afwijkende dentitie en schedelvorm hebben in vergelijking met P. b. brasiliensis. De indeling in ondersoorten is echter niet zonder kritiek. In 1997 stelden Carter en Rosas dat beide vermeende ondersoorten wel erg op elkaar leken.S.K. Carter en F.C.W. Rosas (1997) "Biology and conservation of Giant Otter (Pteronura brasiliensis), Mammal Review 27(1), pg. 4. (zie hier) Ook Nicole Duplaix noemde de indeling in ondersoorten van beperkte waarde.
Aangenomen wordt dat Satherium, een inmiddels uitgestorven geslacht, de voorouder was van de huidige soorten. In het Plioceen of vroege Pleistoceen zou deze naar de huidige Amerikaanse continenten gemigreerd zijn. Hoewel de reuzenotter samen met drie van de vier andere leden van het Amerikaanse ottergeslacht voorkomt, wordt aangenomen dat de reuzenotter zich onafhankelijk van deze otters heeft ontwikkeld. Mogelijk is de in Azië voorkomende Slanke otter (Lutrogale perspicillata) de nauwst verwante nog voorkomende andere ottersoort. Opvallend zijn in elk geval de overeenkomsten in gedrag, geluid en schedelvorm.
DNA-onderzoek suggereert dat de reuzenotter tussen 5 en 11 miljoen jaar geleden van de andere otters is afgesplitst en hiermee een afzonderlijke clade vormt.
Kenmerken thumb|right|260px|De reuzenotter heeft krachtige zwempoten.
De reuzenotter is een lange, slanke otter met korte, stevige poten en een brede, ronde kop. Aan het einde van de poten zitten grote handen en voeten met vijf vingers of tenen, uitgerust met scherpe klauwen. Tussen de tenen en vingers zitten zwemvliezen, die reiken tot de toppen. De brede, afgeplatte kop heeft kleine ronde oren, die hoog en ver naar achter zijn geplaatst, en dikke snorharen. De snuit is stomp en zeer kort. De donkere ronde ogen bevinden zich hoog aan de voorzijde van het gezicht, en zijn naar voren gericht. De spleetvormige neusgaten kunnen onder water worden gesloten. De neus is volledig begroeid met fijn haar. De nek is lang en stevig, bij sommige volwassen mannetjes even breed als het gezicht. De dikke, gespierde staart is lansvormig, het breedst in het midden. Aan de wortel is de staart rond en gespierd, vanaf het midden tot aan de punt is hij aan de boven- en onderzijde afgeplat. De staartpunt is afgerond. Beide zijden van de staart hebben een duidelijk zichtbare flens. Vlak onder de staart bevinden zich twee anaalklieren, die een muskusachtige afscheiding produceren. Vier mammae bevinden zich laag op de onderbuik, dicht bij elkaar.
De korte, dichte vacht is fluweelbruin van kleur; chocoladebruin tot fluweelzwart als ze nat is. De vacht is voornamelijk opgebouwd uit ongeveer 8 mm lange zachte dekharen.Carter, S.K., Rosas, F.C.W., "Biology and Conservation of the Giant Otter Pteronura brasiliensis", Mammal Rev, Vol.27, No. 1:1-26 De haren in de ondervacht zijn schaarser en niet veel korter dan de dekharen. Op de kin, keel en borst bevinden zich room- tot geelwitte vlekken en plekjes, die soms zijn samengegroeid tot een grote bef. Het vlekkenpatroon is zeer variabel en voor ieder individu verschillend. Het is al bij de geboorte aanwezig en verandert niet. Bij onderzoeken naar reuzenotters wordt naar het vlekkenpatroon gekeken om individuen te herkennen.Duplaix, N. (1980), Observations on the Ecology and Behavior of the Giant River Otter Pteronura Brasiliensis in Suriname.Groenendijk J., F. Hajek, N. Duplaix et al. (2005), "Surveying and Monitoring Distribution and Population trends of the Giant Otter (Pteronura brasiliensis)", Habitat, Nr. 16, 1 editie 2005. Bij sommige dieren ontbreekt dit vlekkenpatroon helemaal. Ook de snuit en lippen zijn vaak geelwit of witgevlekt.
De reuzenotter lijkt qua uiterlijk op een grote langstaartotter (Lontra longicaudis), een andere ottersoort die in hetzelfde gebied leeft, maar die soort heeft een ronde in plaats van een platte staart, puntige in plaats van afgeronde oren, een meer afgeplat voorhoofd en de karakteristieke vlekken op de keel ontbreken. De langstaartotter is tevens schuwer, stiller en meer solitair dan de reuzenotter.
De reuzenotter heeft een kop-romplengte van 86,4 tot 150 centimeter, een staartlengte van 33 tot 100 centimeter en een achtervoetlengte van 18 tot 21 cm.Emmons, L.H. & Feer, F. (1997), Neotropical Rainforest Mammals: A Field Guide, Chicago en Londen: Chicago University Press, pp. 307 Het lichaamsgewicht bedraagt 22 tot 34 kilogram. Mannetjes zijn groter dan vrouwtjes: vrouwtjes wegen 22 tot 26 kilogram, mannetjes 26 tot 34 kilogram. Qua lengte verschillen mannetjes en vrouwtjes echter weinig; de totale lengte (van kop tot staartpunt) van een mannetje is in Suriname meestal tussen 150 tot 180 cm, de totale lengte van een vrouwtje tussen 150 en 170 cm. De reuzenotter is de langste ottersoort en een van de zwaarste. Enkel de zeeotter (Enhydra lutris) kan zwaarder worden.
Verspreiding en leefgebied De reuzenotter komt voornamelijk voor in langzaam stromende en visrijke rivieren, beken en hoefijzermeren in het noorden en midden van Zuid-Amerika, vaak in tropische laaglandregenwouden met glooiende, beboste oevers. Hij kan echter in alle types stromen, meren, moerassen, kanalen en lagunes worden aangetroffen, zolang hij maar toegang heeft tot kleine, ondiepe poelen, kreken of moerassen waar hij zijn prooi kan vangen. In mangroves komt hij veel minder voor. Uit een onderzoek in Zuidoost-Peru in 2002 bleek dat de soort in alle riviersystemen van het onderzochte gebied voorkomt, behalve in de sneller stromende rivieren nabij de Andes. Hij lijkt een voorkeur te hebben voor riviertjes met helder, donker water en een zandige of rotsige bodem. Dergelijke riviertjes komen voornamelijk voor in bossen. In open terrein komt de reuzenotter in mindere mate voor.
De reuzenotter komt voor in Colombia, Venezuela, Suriname, de Guyana's, Oost-Ecuador, Peru, Brazilië, Bolivia, Argentinië en Paraguay. Vroeger kwam de soort ook voor in Uruguay, maar daar is hij waarschijnlijk uitgestorven.
Leefwijze De reuzenotter is een sociaal dagdier. Vlak na zonsopgang verlaat hij zijn hol, om er vlak voor zonsondergang weer in te gaan om te gaan slapen. De helft van de dag wordt besteed aan jagen, de andere helft aan rusten, vachtverzorgen en patrouilleren. Het is een echt waterdier en een goede zwemmer. Op land beweegt hij zich onhandig voort, met de rug gekromd en de kop laag. Net als andere ottersoorten laat hij zich ook van een oever in het water glijden, met de kop naar voren en de ledematen uitgestrekt. De reuzenotter zwemt over het algemeen met alle vier de poten. Als hij vaart wil maken, bijvoorbeeld tijdens de jacht, stuwt hij zich voort met zijn staart, en stuurt hij met zijn poten. De reuzenotter duikt meestal tot drie meter diep en blijft soms meer dan een minuut onder water. Reuzenotters jagen vaak in groepen op vis terwijl ze samen onder water zwemmen, af en toe naar boven komend om te ademen. Als ze gealarmeerd worden komen alle groepsleden boven en roepen luid.
Voedsel en jacht right|thumb|260px|Een reuzenotter eet een buitgemaakte vis.
De reuzenotter jaagt voornamelijk op vissen, en vaak eten ze ook zoetwaterkrabben. Andere waterdieren, als weekdieren, reptielen, amfibieën en kleinere en middelgrote waterzoogdieren en -vogels, worden een enkele keer gegrepen, evenals eieren. Zelfs grotere dieren worden gegrepen, waaronder grotere meervallen, schildpadden als de zwarte moerasschildpad en de Argentijnse slangenhalsschildpad, zwarte kaaimannen van maximaal anderhalve meter en anaconda's en andere slangen (tot drie meter lengte). De meeste prooidieren behoren tot de karperzalmen, de baarsachtigen (o.a. cichliden) en meervallen, en zijn tussen de tien en veertig cm lang. Vooral tragere, bodembewonende vissoorten als forelzalmen van het geslacht Hoplias en kleine meervallen behoren tot zijn prooi. Ander veelgegeten vissen zijn karperzalmen uit het geslacht Schizodon.
Meestal jaagt de reuzenotter alleen, maar soms ook in groepjes, bijvoorbeeld bij grotere prooien. Hij jaagt voornamelijk op zicht. Met de grote ogen en gevoelige snorharen spoort de reuzenotter ook in troebeler water zijn prooi op. De prooi wordt met de bek gevangen. Hij heeft een voorkeur voor jagen in ondiep water, waar de vissen kwetsbaarder zijn. In het regenseizoen, als het water hoger staat, jaagt hij ook op de vissen die zich hoger in het water begeven om daar kuit te schieten. Bij de jacht op deze paaiende vissen kan hij tot in de overstroomde bossen worden aangetroffen. Kleinere prooien (tot tien cm lengte) worden meestal meteen na de vangst op het wateroppervlak opgegeten, grotere en meer tegenstribbelende prooien aan de waterkant of op drijvende boomstammen.Kruuk, H. (2001) "Otters". in: MacDonald, D. (red.), The New Encyclopedia of Mammals, Oxford: Oxford University Press, p. 110-115. Vaak houdt hij de prooi vast met zijn voorpoten tijdens het eten. De kop wordt als eerste gegeten. Naar schatting eet de reuzenotter tussen de 2,8 en 4 kilogram vis per dag. Het delen van voedsel is zeer zelden waargenomen in het wild.
Sociaal gedrag en communicatie De reuzenotter leeft over het algemeen in groepjes van vier tot tien dieren, meestal bestaande uit een paartje en hun jongen van de laatste en voorlaatste worpen. Soms worden er groepen waargenomen van rond de twintig dieren, waarbij het waarschijnlijk gaat om twee samengevoegde groepen in een voedselrijk gebied. De groep legt gezamenlijk zo'n 17 km per dag af. Ook solitair levende dieren, transients (passanten) genaamd, komen voor. Deze transients hebben geen eigen territorium, maar trekken door de territoria van andere reuzenotters heen. Het zijn meestal onvolwassen dieren die recent het ouderlijk territorium hebben verlaten, of volwassen dieren die een partner hebben verloren.