thumb|Pape Jan regeert vanaf zijn troon Oost-Afrika in een atlas van de Engelse koningin Mary uit 1558 thumb|Pape Jan afgebeeld in de wereldkroniek van Hartmann Schedel (1493) thumb|De vlag van Pape Jan uit het door een anonieme franciscaanse monnik geschreven vroeg-14e-eeuwse "Libro del conoscimiento de todos reynos", de oudst bekende atlas van wereldvlaggen
Pape Jan (Latijn: rex et sacerdos of indorum rex; ook wel priester Johannes, priester-koning, presbyter of prester Johannes genoemd) was een legendarische middeleeuwse 'koning van Indië', die over een groot en machtig christelijk rijk in het oosten van Azië zou heersen.
In de tijd van de kruistochten werd de legende van Pape Jan voor waar aangenomen, hoewel de priester noch zijn machtige rijk echt heeft bestaan.
Ontstaan van de legende Waar en wanneer de legende van Pape Jan precies ontstaan is, is niet duidelijk. Verhalen over de christelijke gemeenschap in India (gesticht door de apostel Tomas) en de Assyrische Kerk van het Oosten in Azië kunnen een belangrijke invloed zijn geweest. Een andere invloed kunnen anekdotes van Sint Irenaeus zijn geweest, opgetekend door Eusebius van Caesarea, over de geheimzinnige figuur Johannes de Presbyter, die de auteur zou zijn van de brieven van Johannes in het Nieuwe Testament.Eusebius: Historia Ecclesiastica, boek III, xxxix, 4. Irenaeus was een leerling van Papias, die weer een discipel van deze Johannes de Presbyter was. Behalve de naam heeft deze Johannes echter weinig gemeen met de priester-koning Johannes.Silverberg, R., 2001: The realm of Prester John, , pp. 35–39.
De legende duikt voor het eerst op in de tijd van paus Calixtus II (1119-1124),Silverberg, R., 2001: The realm of Prester John, , pp.29–34. als aartsbisschoppen uit India een bezoek brengen aan Constantinopel en een Indiase patriarch een bezoek brengt aan Rome. Dat deze bezoeken van Thomaschristenen aan het Westen hebben plaatsgevonden staat niet helemaal vast, alleen indirecte beschrijvingen zijn bewaard gebleven.
In 1144 bracht een zekere Hugo, bisschop van Jabala in Syrië, een bezoek aan paus Eugenius III. Hij meldde dat de moslims (in de gedaante van de Seltsjoekse leider Zengi) de stad Edessa heroverd hadden en vroeg de paus een nieuwe kruistocht te organiseren. Hij berichtte ook dat er een machtige christelijke koning, genaamd Pape Jan, vanuit het oosten tegen de moslims oprukte. Deze koning zou een nakomeling zijn van een van de drie wijzen uit het oosten en de Perzische stad Ecbatana al op de moslims hebben veroverd. Zijn rijk zou ergens ten oosten van Armenië en Perzië liggen en hij zou van plan zijn om de kruisvaarders in het Heilige Land te ontzetten. Nadat Pape Jans leger door het wassende water van de Tigris was tegengehouden, moest hij echter rechtsomkeert maken.
In het gevolg van de paus bevond zich bisschop, Otto van Freising, die het verhaal over Pape Jan opnam in zijn Chronica Sive Historia De Duabus Civitatibus (Latijn voor geschiedenis van de twee steden, waarmee de stad Gods en de aardse stad bedoeld werden, naar De Civitate Dei – Over de stad Gods – van kerkvader Augustinus). In dit werk, dat tussen 1143 en 1146 ontstond, sprak Otto van Freising de hoop uit dat de kruisridders een bondgenootschap konden sluiten met Pape Jan, om de strijd tegen de Seltsjoeken in hun voordeel te beslissen.Halsall, P., 1997: "Otto of Freising: The Legend of Prester John". Online handboek in het Engels.Silverberg, R., 2001: The realm of Prester John, , pp.3–7
Het door Otto van Freising opgeschreven verhaal lijkt deels gebaseerd op ware gebeurtenissen. In 1141 had Yelü Dashi, leider van het kanaat van Kara-Kitan, de Seltsjoeken bij Samarkand verslagen. De Seltsjoeken heersten in die tijd over Perzië en waren de belangrijkste macht van de islamitische wereld, maar werden door hun nederlaag ernstig verzwakt. Hoewel Yelü Dashi geen christen was en zeker niet Pape Jan genoemd werd, leefden er in zijn rijk veel nestoriaanse christenen, wat de legende de wereld in geholpen kan hebben.Silverberg, R., 2001: The realm of Prester John, , p. 12–13
De brief van Pape Jan In 1165 dook een persoonlijk gerichte brief van Pape Jan aan de Byzantijnse keizer Manuel I op. Wie de auteur van de brief was, is nooit duidelijk geworden. Overeenkomsten in motieven suggereren echter dat de auteur kennis had van de Handelingen van Thomas en de Alexanderroman.Silverberg, R., 2001: The realm of Prester John, , pp. 40–73. Kopieën van de brief werden door Europa verspreid en dit zorgde voor opschudding, omdat men geen reden had te veronderstellen dat Pape Jan niet echt zou bestaan. Paus Alexander III voelde zich om zowel prestigieuze als strategische redenen genoodzaakt een brief aan de priester-koning te schrijven, waarin hij hem voorstelde samen Jeruzalem te bevrijden. De paus stuurde de geneesheer Meester PhilipL.N. Gumilev. Searches for an Imaginary Kingdom. The Legend of the Kingdom of Prester John. vert. R.E.F. Smith (Cambridge UP, 1987), 6. in 1177 als afgezant op weg naar het oosten om de brief te bezorgen. Van Philip werd echter nooit meer iets vernomen.Silverberg, R., 2001: The realm of Prester John, , pp. 58–60.
Beide brieven, vooral de brief van Pape Jan, werden in de daarop volgende eeuwen veelvuldig gekopieerd. De oorspronkelijk in het Latijn geschreven brief (epistola presbiteri Johannis) is in meer dan 200 handschriften uit de 12e tot de 17e eeuw bewaard gebleven. Na de uitvinding van de drukpers werd de brief ook afgedrukt; er zijn 14 verschillende gedrukte versies bekend uit 1483 tot 1565. Al deze versies van de brief vertonen nogal wat verschillen, zowel in inhoud als in lengte.
Inhoud De brief beschrijft het wonderbaarlijke koninkrijk van Pape Jan op gedetailleerde wijze. De koning schrijft dat zijn rijk zich uitstrekt over de drie Indiën (voor Europeanen was Indië in die tijd een vaag begrip) tot de woestijn van het land waar de zon opkomt. Behalve olifanten, kamelen en dromedarissen leven er ook fantasiedieren zoals vampiers, gehoornde mensen, faunen, satyrs, pygmeeën, mensen met hondenkoppen, reuzen, cyclopen en de vogel feniks.
Door het rijk van Pape Jan stroomt de rivier Ydonus, die in het paradijs ontspringt, dat aan het land van de priester-koning grenst. De bedding van de rivier bestaat uit edelstenen en degene die drie maal uit de bron heeft gedronken, wordt onsterfelijk. Elders bevindt zich een zee van zand en stenen. Sommige van deze stenen bezitten de kracht ziekten te genezen. In de woestijn leven wormen die een huid van zijde hebben, waarvan de kleren van Pape Jan gemaakt zijn. Deze stof wordt niet in water, maar in vuur gewassen.
Pape Jan schrijft dat 72 koningen hem schatplichtig zijn. Zijn leger wordt voorafgegaan door 13 wagens met gigantische gouden kruisen, achter elke wagen volgen 10.000 ruiters en 100.000 man voetvolk.
Het koninklijk paleis, gelegen in de hoofdstad Susa"(...) and the Archbishop of Susa, where the throne and the dominion of our glory reside, and the imperial palace." ('Translation of the Original Latin Letter of Prester John', § 74 in: Michael Uebel. Ecstatic Transformation. On the Uses of Alterity in the Middle Ages. (Palgrave Macmillan, 2005), 155-60., is gemaakt van prachtige materialen. De deuren zijn gemaakt van ivoor, de ramen van kristalglas. De muren en vloeren zijn gemaakt van onyx, het meubilair is van goud en amethist. De slaapkamer van Pape Jan bestaat geheel uit goud en edelstenen, zijn bed is gemaakt van saffier. Vlak bij het paleis bevindt zich een grote spiegel, waar men over 125 treden naartoe kan klimmen. In de spiegel kan Pape Jan alles volgen wat er in de 72 provincies van zijn rijk gebeurt, zodat hij als er tegen hem wordt samengezworen, meteen op de hoogte is.
De brief eindigt met de verklaring waarom Pape Jan slechts met de nederige titel “priester” wordt aangesproken. In zijn rijk bevinden zich namelijk al zo veel lieden met prachtige en welklinkende titels, dat geen enkele titel zijn macht en rijkdom genoeg zou doen.Duitse online vertaling van de brief van Pape Jan
thumb|De legers van de Mongoolse leider Hulagu Khan verwoestten Bagdad, de hoofdstad van het Abbasidische kalifaat, in 1258. De geruchten over de Mongolen die Europa bereikten, waren in het begin van de 13e eeuw zo vaag, dat men hen voor de troepen van Pape Jan aanzag.
Identificatie met de Mongolen In de volgende eeuwen wordt het rijk van Pape Jan nog vaak vermeld. Meerdere keren wordt er geprobeerd met de priester in contact te komen door expedities te zenden. In 1221 schrijft de bisschop van Akkon aan paus Honorius III, dat de machtige koning David van India de oorlog tegen de moslims opgevat had. Koning David zou de zoon of kleinzoon van Pape Jan zijn, en op dat moment Perzië al onderworpen hebben en oprukken naar Bagdad, de hoofdstad van het Abbasidenkalifaat. De bisschop had geruchten over Dzjengis Khan gehoord en bracht hem in verband met de legendarische Pape Jan. In het rijk van Dzjengis Khan, langs de zijderoute in het huidige Syrië, Iran, Centraal-Azië en China, bevonden zich inderdaad gemeenschappen van nestoriaanse christenen, maar hun politieke invloed was gering.
In 1245-1246 zond paus Innocentius IV de franciscaanse monnik Johannes van Plano Carpini als afgezant naar de khan van het Mongoolse Rijk. Zijn opdracht was om tegelijkertijd informatie over Pape Jan te verzamelen. Plano Carpini bereikte de stad Karakorum, maar kon daar geen informatie over de priester-koning vinden. Hij vermoedde echter dat het rijk van de Pape Jan zich in "Indië" bevond, omdat hij gehoord had dat Dzjengis Khan oorlog gevoerd had tegen een christelijke koning in Indië.Johannes van Plano Carpini: Kunde von den Mongolen (F. Schmiederer, 1997: vertaling in het Duits), p. 65
Een soortgelijke missie had Willem van Rubroeck in opdracht van koning Lodewijk IX van Frankrijk. Tussen 1253 en 1255 reisde hij naar het Mongoolse Rijk. Hoewel hij veel informatie over de Mongolen mee terugbracht, kon ook hij niets over Pape Jan te weten komen.Silverberg, R., 2001: The realm of Prester John, , p. 86. Willem van Rubroeck beschrijft hoe een zekere "Vut" (in feite Wang Khan), koning van de Keraïeten en broer van een nestoriaanse koning Jan, door Dzjengis Khan werd verslagen. Daarna huwelijkte Dzjengis Vuts dochter Sorghaghtani Beki uit aan zijn zoon Tolui. Uit dit huwelijk werd Möngke Khan geboren, die de leider van het Mongoolse Rijk was in Van Rubroecks tijd. In zijn reisverslag meldde hij, dat hij het bestaan van Pape Jan ernstig in twijfel trok en dat de berichten over hem afkomstig waren van nestorianen die het rooms-katholicisme vijandig gezind waren.Jackson, P. & Morgan, D., 1990: The Mission of Friar William of Rubruck: His Journey to the Court of the Great Khan Möngke, 1253-1255. The Hakluyt Society, Londen, , pp. 5,6
Nu duidelijk bleek dat Dzjengis Khan niet dezelfde persoon als Pape Jan was, werd er een andere kandidaat gevonden in de persoon van Wang Khan, een christelijke koning van de Keiraïten. Redelijk betrouwbare bronnen als de ontdekkingsreiziger Marco Polo,Marco Polo: The Travels (Latham, R., 1958: Engelse vertaling), Penguin Books, New York, , pp. 93–96.De wonderen van de Oriënt, il Milione, Marco Polo, Anton Haakman, Athenaeum-Polak & Van Gennep, Amsterdam, 2008, blz 51-54 geschiedschrijver Jan van Joinville,Shaw, M.R.B., 1963: Chronicles of the Crusades (Engelse vertaling van Jan van Joinville & Godfried van Villehardouin), Penguin, New York, . en de fransiscaanse missionaris Odoric van PordenoneOdoric van Pordenone, 1330: The Travels of Friar Odoric (Yule, H. & Chiesa, P., 2001: Engelse vertaling en commentaar), Wm. B. Eerdmans Publishing Company, Grand Rapids, . schilderen een nieuw beeld van Pape Jan, waarin hij een stuk minder machtig was dan eerder was voorgesteld. Joinville beschrijft een "wijze leider" die alle Tartaarse stammen verenigde en Pape Jan versloeg.