thumb|320px|Communistische gevangenen worden in 1927 geboeid ontscheept om geïnterneerd te worden te Boven-Digoel Boven-Digoel was tussen 1926 en 1942 een Nederlands strafkamp op het eiland Nieuw-Guinea in Nederlands-Indië. Het was gelegen aan de bovenloop van de rivier de Digoel. Er werden Indonesische nationalisten en communisten geïnterneerd. Al in Het Volk: dagblad voor de arbeiderspartij, 29-12-1926, p3 wordt aangegeven dat communistische gevangenen naar dit kamp waren gezonden. Op deze plek ligt nu de plaats Tanahmerah.
Het kamp wordt in de literatuur meestal aangeduid als strafkamp. Het lag afgelegen in het zuiden van Nieuw-Guinea aan de rivier de Digoel, 450 km van de kust in tropisch oerwoud. Zowel contact met de buitenwereld als ontsnappen was praktisch onmogelijk. Het kamp werd omringd door honderden kilometers ondoordringbaar oerwoud en vijandige Papoea-stammen. Het was berucht vanwege de endemische malaria.
Aanleiding voor de oprichting van het kamp was een communistische opstand in Nederlands-Indië in 1926. Onder andere Mohammed Hatta, de latere Indonesische vicepresident, en Soetan Sjahrir, de eerste Indonesische premier, zijn er geïnterneerd geweest.
Geschiedenis Begin 1928 werden de eerste gevangenen naar het kamp gedeporteerd, achthonderd inheemse bewoners en tien Chinezen. Het betrof voornamelijk ambtenaren en intellectuelen, vrijwel allen mannen en leden van de door de koloniale overheid verboden Communistische Partij van Indonesië (PKI). Later konden ook vrouwen en kinderen overkomen. Ook werden er communisten heengevoerd nadat zij eerst een gevangenisstraf hadden uitgezeten.
Later werd een tweede kamp ingericht, waarbij de aanduiding Tanah Merah (Rode Kamp) gold voor het lager gelegen oorspronkelijke kamp, en Tanah Tinggi voor het 40 km verderop gelegen kamp voor de onverzettelijke communisten.
Er waren zestien ontsnappingspogingen, waarvan er volgens geschiedschrijver Loe de Jong vijf slaagden; de vluchtelingen bereikten Australië maar werden gevat en teruggestuurd.
Medio jaren 1930 telde het kamp 1.150 gedeporteerden en bijna 1.000 vrouwen en kinderen. In 1936 waren alweer 800 van de kampbewoners vrijgelaten. In totaal heeft het kamp volgens De Jong ongeveer veertienhonderd gedeporteerden geteld, van wie er 'enige tientallen' het leven lieten.
Literatuur Nielsen, A.K., In het land van kannibalen en paradijsvogels, Amsterdam: Querido. p. 87 e.v. Salim, I.F.M., Vijftien jaar Boven-Digoel. Bakermat van de Indonesische onafhankelijkheid. Amsterdam: Contact, 1973 (2e vermeerderde druk: Hengelo, 1980). Schoonheyt, L.J.A., Boven-Digoel. Batavia: N.V. Koninklijke Drukkerij De Unie, 1936.
Zie ook Boven Digoel (regentschap)
Externe link Boekpresentatie 'Vijftien jaar Boven-Digoel'
Categorie:Geschiedenis van Nederlands-Indië Categorie:Geschiedenis van Java Categorie:Oost-Java Categorie:Concentratiekamp Categorie:Geografie van Nederlands-Nieuw-Guinea