De Peloponnesische Oorlog (431-404 v.Chr.), soms ook wel de Tweede Peloponnesische Oorlog genoemd (om het onderscheid te maken met de eerste), was een strijd tussen de Delische bond, geleid door de stadstaat Athene en de Peloponnesische bond, geleid door Sparta. De oorlog, die meestal in drie verschillende fasen wordt onderverdeeld, was volgens Thucydides, de belangrijkste bron over deze oorlog, de meest verwoestende oorlog tot dan toe.
In de eerste fase van de oorlog viel de aristocratische, oligarchische landmacht Sparta herhaaldelijk Attica binnen, terwijl de democratische zeemogendheid Athene de Peloponnesische kusten aanviel. Dit onderdeel van de oorlog werd in 421 v.Chr. onbeslist afgesloten met de Vrede van Nicias. In 415 v.Chr. lanceert Athene de Siciliaanse expeditie, die uiteindelijk desastreus afloopt voor Athene. Dit leidt tot de laatste fase van de oorlog, waarin Sparta formeel de vijandelijkheden hervat, en met financiële steun van de Achaemeniden de Atheense vloot uiteindelijk verslaat in de Slag bij Aegospotami.
Aanleiding
Onder leiding van Themistocles bouwde Athene een grote vloot, die uiteindelijk de grootste vloot binnen de Griekse wereld zou worden. Na de Perzische Oorlogen, waarin Sparta nochtans de grootste militaire rol te land had gespeeld, was duidelijk dat de Atheners met hun vloot een cruciale rol hadden gespeeld in het verslaan van de Perzen. Athene ging ook steeds meer een imperialistische politiek voeren. De Delische Bond, die initieel gevormd was om de Perzen te verslaan, werd steeds meer tot een Atheens Rijk omgevormd. Leden, waarvan de meesten een jaarlijkse financiële bijdrage moesten leveren, werd verboden de bond te verlaten, en Athene trad hardhandig op tegen opstandige leden.
De Peloponnesische bond was een betrouwbaar bondgenootschap dat al sinds de 6e eeuw voor Christus onder leiderschap van Sparta stond. De Atheense politiek leidde ertoe dat vrijwel elke Griekse Polis ofwel lid was van de Delische bond, en dus verbonden met Athene, ofwel lid was van de Peloponnesische bond, en dus verbonden met Sparta. De politieke, militaire en etnische tegenstellingen tussen Athene en Sparta waren groot. Athene was Attisch-Ionisch, radicaal democratisch en een zeemacht gericht op het oosten. Sparta was etnisch Dorisch, met een aristocratisch bestel en was traditioneel een landmacht. links|miniatuur|De lange muren van Athene. Frictie tussen Sparta en Athene ontstond al vroeg na de terugtrekking van de Perzen. Sparta zond ambassadeurs naar Athene om ze te overtuigen niet hun door de Perzen vernietigde stadsmuren te herbouwen. Athene koos er echter voor dit wel te doen. Later, in de jaren 460 v.Chr., bouwde Athene de Lange Muren: muren langs de weg tussen de haven en de stad. De lange muren zouden Athene in staat stellen om met behulp van haar zeemacht een lange belegering te weerstaan, omdat voedsel via de haven ongehinderd ingevoerd kan worden.
Een andere conflictsituatie ontstond rond 465 v.Chr.: Er brak een opstand uit van de Heloten in Sparta. De Spartanen vroegen al hun bondgenoten, inclusief de Atheners, om hulp. Athene zond 4.000 hoplieten om te helpen, maar de Spartanen zonden de Atheners als enige van hun bondgenoten terug, volgens Thucydides uit angst voor de mogelijkheid dat de Atheners van kant wisselden en de Heloten zouden helpen. Deze gebeurtenis leidde tot een enorm gezichtsverlies en verbanning van de meest prominente pro-Spartaanse Atheense leider van het moment, Kimon II.
In 459 v.Chr. maakte Athene gebruik van een oorlog tussen haar buren Megara en Korinthe, beide lid van de Peloponnesische bond, door een bondgenootschap te sluiten met Megara. Megara was een strategisch gelegen plaats op de Landengte van Korinthe. Met Megara als bondgenoot zouden de Atheners Attica compleet kunnen afgrendelen van de Peloponnesos, en zo een eventuele Spartaanse invasie kunnen beletten.
Deze gebeurtenissen leidden direct tot de Eerste Peloponnesische Oorlog, die resulteerde in een herstel van de status quo. In de Dertigjarige Vrede van 446/5 v.Chr., werd besloten dat beide partijen hun allianties zouden respecteren.
De directe aanleiding die tot oorlog leidde was de kwestie-Kerkyra: toen Kerkyra (nu Corfu), een kolonie van Korinthe, in 433 v.Chr. in conflict kwam met de moederstad, vroeg en kreeg het de hulp van Athene in de vorm van een defensief bondgenootschap. In de Slag bij Sybota wist Kerkyra met Atheense hulp een verovering van haar stad door de Korinthiërs af te wenden. Omdat de Atheners bang waren voor een wraakactie van Korinthe dwong het Potidaea, lid van de Delische bond maar een Korinthische kolonie, haar stadsmuren op te geven en haar Korintische magistraten naar huis te sturen. In de Slag bij Potidaea die volgde wist Athene het Korintisch-Potadeaanse leger te verslaan en de stad te belegeren.
Korinthe riep als gevolg hiervan de hulp in van Sparta en haar bondgenoten, waaronder Megara, die als gevolg van het Megarisch besluit onder een handelsboycot van Athene zuchtte. Na lang beraad besloten Sparta en zijn bondgenoten dat de Dertigjarige Vrede geschonden was. Sparta zond ambassadeurs naar Athene met de eis dat het beleg van Potidaea opgebroken zou worden en het Megarische besluit teruggedraaid zou worden. Athene weigerde en stelde arbitrage voor. Een Spartaanse reactie bleef uit en beide partijen bereidden zich voor op de oorlog. alt=De Atheense leider Perikles|miniatuur|249x249px|Perikles
Initiële strategie Sparta en haar bondgenoten waren, met uitzondering van Korinthe, een landgerichte macht. Hoewel Sparta geen financiële contributies ontving van haar bondgenoten was zij in staat om met haar bondgenoten een groot en sterk landleger op te roepen. Bovendien hadden de Spartanen mede door de agoge de beste hoplieten in de Griekse wereld. Sparta's strategie was eenvoudig: door middel van een invasie van Attica kon een confrontatie afgedwongen worden met het Atheense leger en op die manier kon de oorlog in korte tijd beslecht worden.
Athene was in tegenstelling tot Sparta een zeemacht, die al haar inkomsten en benodigdheden via de zee kon bemachtigen. De Atheners verkregen door (afgedwongen) contributies van haar bondgenoten een inkomen van 600 talenten per jaar. Daarnaast was er een reserve van 6000 talenten aanwezig op de Akropolis, en beschikte de stad in het ergste geval over goud- en zilverreserves in lokale heiligdommen. Onder leiding van Perikles bestond de Atheense strategie er uit een veldslag te vermijden: Het Atheense volk zou zich bij een invasie terugtrekken achter de lange muren en door middel van aanvallen vanuit zee op de Peloponnesos en door opstanden te veroorzaken bij de Heloten kon Sparta op de knieën gedwongen worden.
Archidamische Oorlog (431-421 v.Chr.) Vanaf 431 v.Chr. viel het Spartaanse leger onder bevel van koning Archidamus II jaarlijks Attica binnen. Perikles liet Attica over aan de verwoesting en trok de burgerbevolking volgens plan terug binnen de Lange Muren. De Atheense vloot begon de kusten van de Peloponnesos aan te vallen. In het tweede jaar van de oorlog, waarin ook de tweede Attische invasie van Sparta plaatsvond, brak in Athene een epidemie uit, waaraan ook Perikles uiteindelijk zou overlijden. Schattingen lopen uiteen, maar een kwart tot een derde van de burgerbevolking van Athene zou aan deze plaag bezwijken.
In het derde jaar van de oorlog koos Sparta ervoor niet Attica binnen te vallen, maar in plaats daarvan Thebe te helpen in het Beleg van Plataea, dat uiteindelijk in 427 v.Chr. in handen van de Thebanen zou vallen. In de zomer van 429 v.Chr. zond Athene onder leiding van Xenophon, zoon van Euripides (niet te verwarren met de schrijver) een leger naar de Chalcidice om na het succesvolle beleg van Potidaea in 430 v.Chr. deze regio verder onder controle te brengen. Dit leidde tot bij Slag bij Spartalos die de Atheners verloren. In 428-427 v.Chr. onderdrukten de Atheners een opstand in Mytilene. Na de dood van Perikles in 429 v.Chr. werd de Atheense strategie, ondanks de verliezen gedurende de epidemie, agressiever. Haar militaire activiteiten werden uitgebreid in Boeotië en Aetolië. In noord-west Griekenland voerden de Atheners acties uit om de Korinthische koloniën en de Golf van Korinthe onder Atheense controle te brengen. Athene behaalde overwinningen in de zeeslagen bij Rhium en Naupaktos. In 426 v.Chr. werd de campagne in het westen hervat door de Atheense leider Demosthenes. De Aetolische veldtocht was onsuccesvol, maar in de slagen bij Olpae en Idomene wist hij Atheense overwinningen binnen te slepen. Hiermee bracht hij het gehele noordwestelijke deel van Griekenland onder Atheense controle.
In 425 v.Chr. behaalde Athene een andere overwinning op de Spartanen in de Slag bij Pylos, waarbij Athene een groep Spartanen insloot op Sphacteria. Tot ieders verrassing en tot grote schok van de Spartanen wist de demagoog Cleon vervolgens in de Slag bij Sphacteria een groot deel van deze Spartanen gevangen te nemen. Het imago van de onoverwinnelijke Spartanen liep een bijna onherstelbare deuk op. De Atheners dreigden vervolgens de krijgsgevangenen te doden als Sparta wederom Attica zou binnenvallen.
Na de Atheense successen van het voorgaande jaar was Sparta in 424 v.Chr. bereid tot het sluiten van vrede. Athene weigerde dit echter te doen en plande voor operaties in Megara en Boeotië. Demosthenes en Hipponicus zouden met behulp van democratische elementen Megara innemen. Dit werd echter voorkomen door de Spartaanse generaal Brasidas in de Slag bij Megara. Niet tegengehouden door dit verlies voerde Demosthenes later in hetzelfde jaar campagne tegen Thebe, met als doel Boeotië in zijn geheel onder Atheense controle te brengen door onder andere democratische revoluties te veroorzaken. Thebe was echter gewaarschuwd, en wist te voorkomen dat Demosthenes kon landen met zijn troepen. Ondertussen marcheerde de Atheense generaal Hipponicus Boeotië in en versterkte hij Delium. Hij werd echter geconfronteerd met het voltallige Thebaanse leger onder leiding van Pagondas, en beslissend verslagen in de Slag bij Delium.
In plaats van een Attische invasie viel de Spartaanse generaal Brasidas in 424 v.Chr. met een leger van bondgenoten en Heloten de Atheense kolonie Amphipolis aan. Thucydides, die door de Atheners gestuurd was om Amphipolis te ontzetten, was te laat en Brasidas nam uiteindelijk Amphipolis in. Uiteindelijk kwamen zowel Brasidas als Cleon om bij de Slag bij Amphipolis, in een onsuccesvolle poging van de Atheners om Amphipolis terug in te nemen. alt=Nicias.|miniatuur|276x276px|Nicias
Vrede van Nicias (421-413 v.Chr.)
Met de dood van Brasidas en Cleon kregen de vredespartijen meer ruimte in beide staten. De Atheners hadden twee grote tegenslagen te verwerken gehad bij Delium en Amphipolis, en ze waren bang dat meer tegenslagen opstanden zou veroorzaken bij haar bondgenoten. Sparta op haar beurt was ook toe aan vrede. De verwachting dat de macht van Athene snel gebroken zou kunnen worden door invasies van Attica waren niet uitgekomen. Bovendien wilde Sparta graag haar krijgsgevangenen terug. Daar kwam ook nog bij dat het 30-jarige vredesverdrag dat Sparta had met haar traditionele vijand Argos binnenkort af zou lopen.