Jus cogens (of ius cogens = Latijn: 'dwingend recht') is een term uit het internationaal recht die verwijst naar regels die door (bijna) alle staten aanvaard worden en voor de internationale gemeenschap van fundamenteel belang zijn. Jus cogens is dwingend recht: rechten en verdragen die altijd gelden, ook al heeft een staat daar niet expliciet mee ingestemd. Jus cogens vormt dus een uitzondering op het beginsel van consensualisme in het internationaal recht.
Er is geen algehele overeenstemming over de vraag welke volkenrechtelijke regels wel en welke regels niet als jus cogens te bestempelen zijn. Jus cogens is een omstreden concept aangezien de staten niet hun toestemming hebben gegeven gebonden te zijn. Wel is duidelijk dat de regels die genocide, piraterij, slavernij, rassendiscriminatie, agressie en onrechtmatig gebruik van geweld verbieden, jus cogens zijn.Marc Bossuyt en Jan Wouters (2005): Grondlijnen van internationaal recht, Intersentia, Antwerpen enz., blz. 92.
Geen enkele staat mag strijdig met jus cogens-regels handelen en elke staat is verplicht om schendingen tegen te gaan. Een verdrag dat (deels) bepalingen bevat die tegen een jus cogens-regel ingaan, is (deels) nietig. Jus cogens is derhalve een beperking van het algemeen rechtsbeginsel pacta sunt servanda. Hier is een parallel met het nationaal privaatrecht waar contractsvrijheid per definitie beperkt wordt door het dwingend recht.
Ius cogens wordt gedefinieerd door art. 53 van het Weens Verdrag inzake het verdragenrecht van 1969:
Literatuur Thomas Weatherall, Jus Cogens. International Law and Social Contract, 2015,
Noot
Categorie:Internationaal recht Categorie:Latijn in het recht