Carl Michael Ziehrer (Wenen, 2 mei 1843 – aldaar, 14 november 1922) was een Oostenrijks componist en dirigent. Hij was de laatste K.u.K. Hofballmusikdirektor.

Levensloop Ziehrer leerde eerst bij zijn vader het beroep van hoedenmaker. Hij speelde ook piano, waarvoor hij bij Simon Sechter muziekles kreeg, en schreef op 19-jarige leeftijd zijn eerste kleine composities. De muziekuitgever Carl Haslinger, die ook vele walsen van Johann Strauss had gepubliceerd, had veel vertrouwen in Ziehrer en publiceerde ook diens werken. Haslinger stelde Ziehrer voor aan goede leraren voor orkestdirectie en compositie, onder andere professor Emmerich Hasel, en steunde Ziehrer ook in andere zaken. Zo kon Ziehrer op 21 november 1863 het eerste concert in de Dianabadzaal in Wenen met een nieuw opgericht orkest dirigeren. Kort daarna werd hij kapelmeester van een militair muziekkorps in Wenen.

In 1865 engageerde het Weense tuinbouwgezelschap voor de bloemenzalen, waar hij als zogenoemde Ballregent werkzaam was en meerdere nieuwe composities van hem in première gingen. Hij werd in november 1867 benoemd tot kapelmeester van het arbeiders-opleidingsproject. Bij de jaarwisseling van 1868/1869 was de militaire kapel van het Infanterie-Regiment Nr. 55 van Generalmajor Leopold Graf Gondrecourt, dat naar Wenen verplaatst was, op zoek naar een nieuwe dirigent. Niemand was daarvoor beter geschikt dan Ziehrer. Toen speelde hij met zijn militaire kapel in dezelfde locaties dansmuziek als tevoren met zijn civiele orkest. In 1870 kreeg hij zijn eerste eigen orkest en tijdens de Wereldtentoonstelling van 1873 had hij opnieuw een eigen groot orkest; in deze tijd was hij ook uitgever van de Deutsche Musikzeitung. Toen wisselde hij ook van uitgever en publiceerde voortaan bij Doblinger. In 1873 werd hij opnieuw militair kapelmeester, nu bij de kapel van het West-Hongaarse Infanterie Regiment Nr. 76 van Franz Freiherr von John, in Eisenstadt.

Een korte tijd was hij in Berlijn werkzaam en leerde daar ook zijn latere echtgenote Marianne Edelmann, een goede operettezangeres, kennen.

In 1885 werd hij opnieuw militair kapelmeester van de kapel van het Weense huisregiment, de Hoch- und Deutschmeister Nr. 4. Met deze militaire kapel kreeg hij de doorbraak, die tevens het eind aankondigde van de era van de Strauss-dynastie, en hij reisde door Oost-Europa en naar vele steden in Duitsland. Deze concertreizen waren zeer succesvol, hij werd een efficiënt dirigent en zij brachten hem een grote reputatie. Hij ging met zijn kapel ook naar de Wereldtentoonstelling van 1893 in Chicago. Ook deze reis werd een groot succes. Bij terugkomst werd hij als kapelmeester ontslagen, omdat hij te laat van vakantie terugkwam.

Maar hij werkte hard als componist en dirigent. In deze tijd schreef hij onder andere de walsen Wiener Mad'ln, op. 388 en Wiener Bürger, op. 419. Ook zijn operettes kwamen vast op de programma's van de operettehuizen. Ziehrer werd de lieveling van het Weense publiek.

Het hoogtepunt van zijn carrière was ongetwijfeld de benoeming tot Hofballmusikdirektor in 1907. Hij was na Johann Strauss (vader), Johann Strauss (Sohn) en Eduard Strauß de vierde en laatste met deze titel. Tijdens de Eerste Wereldoorlog verloor hij zijn hele vermogen en hij leefde de laatste jaren in armoede.

Als componist schreef hij rond 600 dansen en marsen en 22 operettes. Als militaire kapelmeester was hij dirigent van de kapellen van het Infanterie Regiment Nr. 55 te Wenen, van het Infanterie Regiment Freiherr von John Nr. 76 en van het befaamde Infanterieregiment Hoch- und Deutschmeister Nr. 4 te Wenen. Voor het Infanterieregiment Nr. 55 schreef hij de regimentsmars 55er-Defilier-Marsch (Zubrzicki-Marsch), in 1869 opgedragen aan de regimentscommandant Oberst C. von Zubrzicki.

Composities Werken voor orkest

Werken voor harmonieorkest

Muziektheater Operette Voltooid in titel aktes première libretto 1866 Mahomed's Paradies 1 akte 26 februari 1866, Nieuw-Wenen, Harmonietheater van de componist 1872 Das Orakel zu Delfi 2 aktes, 5 taferelen 21 september 1872, Linz, Landestheater Carl Costa 1875 Cleopatra oder Durch drei Jahrtausende;(samen met: Richard Genée en Max von Weinzierl) 3 afdelingen 13 november 1875, Wenen, Komische Oper J. Steinher 1878 König Jérôme oder Immer lustick! 4 aktes 28 november 1878, Wenen, Ring-Theater Adolf Schirmer 1879 Der kleine Don Juan november 1879, Boedapest, Deutsches Theater 1880-1881 Wiener Kinder 3 aktes 19 januari 1881, Wenen Carltheater Leopold Krenn en Carl Wolff 1888 Ein Deutschmeister 3 aktes 30 november 1888, Wenen, Carltheater Richard Genée en Bruno Zappert 1889 Wiener Luft 3 aktes, 5 taferelen 10 mei 1889, Wenen, Theater an der Wien Benno Rauchenegger 1890 Der bleiche Zauberer 1 akte 20 september 1890, Wenen, Theater an der Wien Isidor Fuchs, gebaseerd op een Indiaans verhaal van James Fennimore Cooper 1898 Der schöne Rigo 2 aktes 24 mei 1898, Wenen, zomertheater "Venedig in Wien" Leopold Krenn en Carl Lindau 1899 Die Landstreicher voorspel en 2 aktes 29 juni 1899, Wenen, zomertheater "Venedig in Wien" Leopold Krenn en Carl Lindau 1901 Die drei Wünsche voorspel en 3 aktes 9 maart 1901, Wenen, Carltheater Leopold Krenn en Carl Lindau 1902 Der Fremdenführer voorspel en 3 aktes 11 oktober 1902, Wenen, Theater an der Wien Leopold Krenn en Carl Lindau 1904 Der Schätzmeister 3 aktes 10 december 1904, Wenen, Carltheater Alexander Engel en Julius Horst 1905 Fesche Geister voorspel en 2 afdelingen 7 juli 1905, Wenen, zomertheater "Etablissement, Venedig" Leopold Krenn en Carl Lindau 1906 Über'n großen Teich;(samen met: Edmund Eysler, Bela von Ujj en F. Ziegler) 2 september 1906, Wenen, Theater an der Wien Adolph Philipp voor het Oostenrijkse theater bewerkt door F. Antony 1906 Die Spottvogelwirtin 3 aktes 1906, Wenen Rudolf Oesterreicher 1907 Ein tolles Mädel (Engels: Mlle Mischief) voorspel en 2 aktes 24 augustus 1907, Wiesbaden, Danzers Orpheum;Engelse versie: 28 september 1908, New York, Lyric Theatre; Wilhelm Sterk (naar: Kurt Kraatz en Heinrich Stobitzer) (Engelse vertaling: Sydney Rosenfeld 1907 Am Lido 1 akte 31 augustus 1907, Wenen, Kolosseum Ottokar Tann-Bergler en Alfred Deutsch-German 1908 Der Liebeswalzer 3 aktes 24 oktober 1908, Wenen, Raimund-Theater Robert Bedanzky en Fritz Grünbaum 1909 Die Gaukler 1 akte 6 september 1909, Wenen, Apollotheater Emil Golz en Arnold Golz 1909 Herr und Frau Biedermeier 1 akte 9 januari 1909, München, Lustspieltheater, "Kleine Bühne" Wilhelm Sterk 1910-1911 Ball bei Hof 3 aktes 22 januari 1911, Szczecin, toen: Stettin, Stadttheater Wilhelm Sterk (naar het blijspel "Hofgunst" van Thilo von Trotha) 1911 In fünfzig Jahren - "Zukunftstraum einer Küchenfee" 2 aktes 13 januari 1911, Wenen, Ronacher Leopold Krenn en Carl Lindau 1912 Manöverkinder 2 aktes 22 juni 1912, Wenen, zomerpodium "Kaisergarten" (voormalig "Venedig") Oskar Friedmann en Fritz Lunzer 1913 Der Husarengeneral; nieuwe versie van Manöverkinder, 3 aktes 3 oktober 1913, Wenen, Raimundtheater Oskar Friedmann en Fritz Lunzer 1913 Fürst Casimir 3 aktes 13 september 1913, Wenen, Carltheater Max Neal en Max Ferner 1914 Das dumme Herz 3 aktes 27 februari 1914, Wenen, Johann Strauß-Theater Rudolf Oesterreicher en Wilhelm Sterk 1916 Im siebenten Himmel 3 aktes 26 februari 1916, München, Theater am Gärtnerplatz Max Neal en Max Ferner 1930 Die verliebte Eskadron, bewerking en samenstelling door Karl Pauspertl 3 aktes 11 juli 1930, Wenen, Johann-Strauß-Theater Wilhelm Sterk (naar B. Buchbinder) 1958 Deutschmeisterkapelle (arrangement van Max Schönherr) 30 mei 1958, Wenen, Raimundtheater Hubert Marischka en Rudolf Oesterreicher Der Kriegsberichterstatter;(samen met: Edmund Eysler, Bruno Granichstaedten, Oskar Nedbal, Charles Weinberger) Rudolf Oesterreicher en Wilhelm Sterk

Werken voor piano Rendez-vous, Polka française, op. 380 Im Wiener Dialekt, wals

Bibliografie

Otto Schneidereit: Operette von Abraham bis Ziehrer, Berlin: Henschelverlag, 1966. Max Schönherr: Carl Michael Ziehrer, Sein Werk, sein Leben, seine Zeit. Dokumentation, Analysen und Kommentare. Wien: Österreichischer Bundesverlag für Unterricht, Wissenschaft und Kunst, 1974, 815 p., Max Schönherr: Carl Michael Ziehrer. Sein Werk, sein Leben, seine Zeit. Dokumentation, Analyse und Kommentare, Wien. 1973. dissertation. XXV, 319 Bl., lil. 320-682, Bl. 683-949 mit Noten, 165 Bl. Jean Grundy Fanelli: A chronology of operas, oratorios, operettas, cantatas and misellaneous stage works with music performed in Pistoia 1606-1943, Bologna: Edizioni Pendragon, 1998, 301 p., Ken Bloom: American song - The complete musical theater companion: 1877-1995. Volume 2: T-Z and indexes, Second edition, New York: Schirmer Books, 1996, 2093 p., Gaspare nello Vetro: Teatro Reinach 1871-1944 : gli spettacoli musicali opere concerti operette, Parma: Comune di Parma - Archivo storico Teatro Regio, 1995, 653 p. Alan Kelly: His Master's Voice - Die Stimme seines Herrn. The German catalogue a complete numerical catalogue of German Gramophone Recordings made from 1898 to 1929, Westport, Connecticut: Greenwood Press, 1994, 1325 p., Susanne Rode-Breymann: Die Wiener Staatsoper in den Zwischenkriegsjahren - Ihr Beitrag zum zeitgenössischen Musiktheater, Tutzing: Hans Schneider Verlag, 1994, 485 p., Prof. Wolfgang Suppan, Armin Suppan: Das Neue Lexikon des Blasmusikwesens, 4. Auflage, Freiburg-Tiengen, Blasmusikverlag Schulz GmbH, 1994, Wolfgang Suppan: Das neue Lexikon des Blasmusikwesens, 3. Auflage, Freiburg-Tiengen, Blasmusikverlag Schulz GmbH, 1988, Wolfgang Suppan: Lexikon des Blasmusikwesens, 2. eränzte und erweiterte Auflage, Freiburg-Tiengen, Blasmusikverlag Fritz Schulz, 1976 Franco Rossi, Michele Girardi: Il teatro la Fenici : chronologia degli spettacoli 1938-1991, Venezia: Albrizzi Editore, 1992, 650 p., Paul E. Bierley, William H. Rehrig: The heritage encyclopedia of band music : composers and their music, Westerville, Ohio: Integrity Press, 1991, Helmut Kretschmer, Prof. Dr. Felix Czeike: Wiener Musikergedenkstätten, Vienna: J & V Edition, 1990, 1988, 146 p., Robert Rohr: Unser klingendes Erbe : Beiträge zur Musikgeschichte der Deutschen und ihrer Nachbarn in und aus Südosteuropa unter besonderer Berücksichtigung der Donauschwaben von den Anfängen bis 1918, Passau: Verlag Passavia, 1988. 394 S., Siegfried Lang: Lexikon Österreichischer U-Musik-komponisten im 20. jahrhundert, Wien: Österreichischen Komponistenbundes (OKB)/Arbeitskreis U-Musik, 1987, 248 p. Helmut Steffens: Musikersilhouetten : Achtzig Schattenbilder von Komponisten und Dirigenten aus der Entstehungszeit der Silhouette bis zur Gegenwart. Leipzig: Edition Peters, 1987, 116 p. Norman E. Smith: March music notes, Lake Charles, La.: Program Note Press, 1986, Sven G. Winquist: Musik i svenska ljudfilmer 1950-1959, Stockholm: Svensk Musik, 1985, 194 p., Richard Traubner: Operetta : a theatrical history, London: Victor Gollancz Ltd., 1984 Otto Schumann: Der grosse Opern- und Operettenführer, Wilhelmshaven: Heinrichshofen's Verlag, 1983, Eugen Brixel, Gunther Martin, Gottfried Pils: Das ist Österreichs Militär Musik : Von der "Türkischen Musik" zu den Philharmonikern in Uniforn, Verlag Styria/Edition Kaleidoskop, 1982. 384 S., Anton Wurz: Reclams Operettenführer, Stuttgart: Philipp Reclam, 1982 Renata Wagner: Neuer Opern Führer : Liederspiel-Oper-Operette-Musical, Vienna: Prisma Verlag, 1979 Emil Rameis: Die Österreichische Militärmusik : von Ihren Anfängen bis zum Jahre 1918, in: ALTA MUSICA, Band 2, Internationale Gesellschaft zur Erforschung und Förderung der Blasmusik, (IGEB), Tutzing, Hans Schneider Verlag, 1976, Hans Hauenstein: Chronik des Wienerliedes - Ein Streifzug von den Minnesängern über den lieben Augustin, den Harfenisten und Volkssängern bis in die heutige Zeit, in: Wienerlieder-Komponisten des 20. Jahrhunderts mit einigen ihrer Werke und ihrer Textautoren, Wien: Jasomirgott, 1976, 288 p.