Matchless is een Brits historisch merk van motorfietsen.

De bedrijfsnamen waren: Matchless Cycles, later H. Collier & Sons Ltd, Matchless Motorcycle Company (Colliers) Ltd., Associated Motor Cycles Plumstead Road, Woolwich. en Norton-Villiers Ltd., Coventry.

Geschiedenis Herbert Henry Collier Henry Herbert Collier (1859-1925) begon het bedrijf Matchless Cycles in 1878 als rijwielfabriek in een omgebouwde stal bij zijn huis aan Herbert Road in Woolwich. In 1908 kreeg het de naam "H. Collier & Sons Ltd.". Henry begon in 1899 te experimenteren met de toepassing van clip-on motoren. De motorisering stond in het Verenigd Koninkrijk nog in de kinderschoenen. Ze was sterk geremd door de strenge wetgeving. De Red Flag Act van 1865 schreef maximaal 6 km/uur voor en bij de Locomotives on Highways Act van 1896 werd de maximumsnelheid 22 km/uur. Die werd in 1903 verhoogd tot 32 km/uur. Het was voor de Britse industrie dan ook niet zinvol om motoren te ontwikkelen en de familie Collier gebruikte daarom motorblokjes van De Dion uit Puteaux (Frankrijk) die al vanaf 1883 stoom- en benzinemotoren maakte. Het De Dion-blok werd eerst boven het voorwiel geplaatst, later onder het zadel en uiteindelijk bij de trapperas. Vanaf 1902 gebruikten men ook blokjes van MMC in Brighton. Dat was weliswaar Brits, maar maakte kopieën van Daimler-blokjes die oorspronkelijk Duits waren. Later werden blokken van MAG uit Genève en John Prestwich (JAP) uit Tottenham gebruikt.

Jaren nul De productie begon in 1902 met een 2¾pk-MMC-motor, waarmee de zoons Harry en Charlie meteen begonnen te racen. In 1904 volgde een sterkere 3½pk-machine met MMC-motor en ook een forecar met naar keuze een MMC- of De Dion-motor. Als optie leverde Matchless als een van de eersten een duozadel, maar alleen voor de forecar. In 1905 leverde men al voorvering en verscheen er een model met een 6pk-JAP-V-twin en een 2½pk-JAP-eencilinder. In 1906 verdween de forecar en verschenen er verschillende nieuwe modellen: een ongeveerd model met een 5pk-Antoine-V-twin, een geveerd model met een White & Poppe-blok en Ladies Models met Antoine- en JAP-motoren. In 1907 werd de Antoine-motor vervangen door een JAP en daarmee won Charlie de Single Cylinder TT. In 1908 kwam er een model met twee versnellingen (waarschijnlijk met behulp van een naafversnelling in het achterwiel, want de machines hadden nog steeds riemaandrijving) en een TT-model met kopklepmotor. Charlie brak het uurrecord op Brooklands. Het bedrijf werd door de toenemende vraag nu pas echt opgericht als H. Collier & Sons met Henry Collier als bestuursvoorzitter. In 1909 kregen alle modellen JAP-motoren, 2½- en 3½pk-eencilinders en 6pk-V-twins, maar klanten konden ook kiezen voor een 3½pk-White & Poppe-motor.

Promotie via de sport Henry Herbert gaf zijn zoons Harry (1884-1944) en Charlie (1885-1954) alle kans om de motorsport te bedrijven. De 17-jarige Charlie won in 1902 met een Matchless-MMC bijna een race op het velodroom van Canning Town, maar hij viel in de laatste ronde. In 1905 kwalificeerden beide broers zich op de Highroads Course op het eiland Man voor het Britse team dat ging deelnemen aan de Trophée International in Frankrijk. Ze keerden teleurgesteld terug omdat de Fransen de hand lichtten met hun eigen reglementen en dat gebeurde in 1906 in Oostenrijk door de Oostenrijkers. In overleg met Freddie Straight (secretaris van de Auto-Cycle Club) en markies Joseph de Mouzilly Saint-Mars (voorzitter van de Fédération Internationale des Clubs Motocyclistes) werd besloten op Britse bodem een eerlijke race te organiseren. Zo stonden deze vier aan de basis van de Isle of Man TT, die in 1907 voor het eerst werd verreden. De broers schreven zelf in en Charlie won de Single Cylinder TT van 1907 en de 500 Single & 750 Twin TT van 1910. Harry won de 500 Single & 750 Twin TT van 1909. In 1909 reed Harry een 24-uurs record in Canning Town.

Extra reclame Na de TT van Man van 1907 protesteerde Triumph omdat Charlie Collier zijn winst te danken had aan de aanwezigheid van pedalen op zijn Matchless-JAP. Daardoor boekte hij winst op het enige klimmetje in de St John's Short Course, Creg Willey's Hill. Triumph-rijder Jack Marshall ontbeerde pedalen en werd tweede. Het protest resulteerde in een "pedaalverbod" in 1908, maar aspirant-klanten wisten intussen dat Matchless een voordeel had ten opzichte van Triumph.

Afbeeldingen jaren nul

Jaren tien In 1910 konden klanten ook kiezen voor Peugeot-V-twins. In dit jaar voltooiden Charlie en Harry hun eerste vliegtuig. In 1911 kregen vrijwel alle modellen JAP-motoren. Matchless werd tijdens de TT van Man van 1911 met de neus op de feiten gedrukt toen het in de Senior TT werd verslagen door Indian, dat echte versnellingsbakken gebruikte. Die waren op het nieuwe circuit, de Snaefell Mountain Course hard nodig om de hellingen van de berg Snaefell te beklimmen. Matchless gebruikte een variant op de Zenith Gradua Gear, een systeem met riemaandrijving met een verstelbare poelie. Het nadeel hiervan was dat de machines geen achtervering konden gebruiken. Vanaf 1912 bouwde men korte tijd meer eigen motorblokken en kwam er een grote serie modellen: Het Model 1 2½ HP Lady's was een 215cc-damesmotorfiets, het Model 2 2½ HP Lightweight had dezelfde (eencilinder) motor, het Model 2 3 HP Twin Lightweight had dezelfde cilindermaten, maar mat 430 cc, het Model 3 3½ HP was een 482cc-eencilinder waarvan ook een "Colonial"-versie bestond, bestemd voor de slechtere wegen in de koloniën met 14 cm grondspeling onder de motor. Het Model 4 3½ HP TT was een eencilinder sportmotor die eveneens 482 cc mat. Er kwamen twee versies van het Model 5: het 654cc-Model 5 6 HP Twin en het 965cc-Model 5 8 HP Twin, beiden ook weer leverbaar als "Colonial". Het Model 6 5 HP TT Twin was een 965cc-machine afgeleid van de 750cc-twin waarmee de TT's van 1909 en 1910 gewonnen waren. Het 965cc-Model 7 8 HP Twin was bedoeld als zijspantrekker. Voor 1913 stond er een driewielige "auto" in de catalogus. Waarschijnlijk betrof het hier - door de dreiging van de Eerste Wereldoorlog - een zijspancombinatie met Vickers M.18-mitrailleur, waarvan 250 exemplaren werden gebouwd.

Vlak voor het uitbreken van de oorlog stonden er echter nog maar drie modellen in de catalogus: het Model 7 met 765cc-JAP-V-twin, het Model 8B, een zijspantrekker met 996cc-MAG-V-twin en het Model 8B/2, identiek maar met uitwisselbare wielen. Charlie ontwikkelde intussen enkele interessante racers, die - ook vanwege de oorlog - zelden of nooit tot inzet zouden komen. De eerste uit 1914 was een 995cc-V-twin met acht kopkleppen, die paarsgewijs bediend werden door een stoterstang. De machine was bedoeld voor recordpogingen op Brooklands. De tweede uit 1915 was de Matchless TT, een 496cc-V-twin met drieversnellingsbak voor de TT van 1915, die nooit plaatsvond. Harry werkte ook mee aan deze machine. In 1916 bouwde Harry Collier het eerste Model H, met een eigen, langsgeplaatste 732cc-boxermotor, waarbij de bovenste framebuis was vervangen door een cilinder die als tank dienst deed en 9 liter benzine kon bevatten.

Eerste Wereldoorlog Matchless kreeg geen regeringsopdracht om motorfietsen te bouwen voor de legers van Groot-Brittannië, Rusland, België en Frankrijk. In plaats daarvan werden munitie en vliegtuigonderdelen geproduceerd, maar daarnaast toch ook een flinke serie met eigen, Matchless V-twins van 731-, 908,- en 993 cc, die allemaal als zijspantrekker in de markt werden gezet. Toch werden er een aantal machines als militair model gebouwd, getuige ook de letters "WD" (War Department) in het carter van het War Model uit 1918. Na de oorlog kreeg dit model de toevoeging "Victory" en werd het aan particulieren verkocht. Het had alle kenmerken van het Model 8B, maar kon geleverd worden met een remband in het voorwiel.

Afbeeldingen jaren tien

Jaren twintig In de jaren twintig borduurde Matchless zoals alle merken nog een tijd voort op de modellen die voor de Eerste Wereldoorlog ontwikkeld waren. Charlie, Harry en hun veel jongere broer Bert kregen steeds meer verantwoordelijkheid voor het ontwikkelen van de modellen. Het racen behoorde voor Charlie en Harry tot het verleden, zij hadden in 1914 hun laatste TT gereden. Tot 1923 concentreerden ze zich op zware zijspantrekkers met V-twins van JAP en MAG. Er werd wel nog steeds gepoogd om racers voor de TT van Man met eigen motorblokken te bouwen. Voor de Junior TT van 1923 werden 350cc-machines gebouwd met door een koningsas aangedreven kopkleppen, maar geen van hen haalde de finish. Het Model H werd doorontwikkeld en kreeg in 1920 een automatische kleplichter die was gekoppeld aan de kickstarter, een primaire aandrijving met een "Coventry Silent Chain" en een in eigen huis ontwikkde cilindervormige drieversnellingsbak. Tijdens de Olympia Show eind 1922 stelde Matchless een groot aantal nieuwe modellen voor 1923 voor. Het 8HP-model had een 976cc-JAP-V-twin zijklepmotor met "Total loss"-handsmering, B&B-carburateur, een kettingaangedreven ontstekingsmagneet, snelheidsmeter, koppeling en drieversnellingsbak en kostte 115 Pond. Er waren niet minder dan acht zijspancombinaties leverbaar, variërend van licht en sportief tot zwaar en luxe toermodellen met ruit en overkapping. Omdat het project met de koningsasmotoren niet tot de gewenste resultaten leidde, kwamen er in 1923 twee 350cc-eencilinders met Blackburne-motor en Sturmey-Archer-versnellingsbak. Er kwam zelfs een cyclecar: Het Matchless Model K met tweecilinder boxer-kopklepmotor. In 1926 verschenen doorontwikkelde versies van de 350cc-modellen: het 350cc-Model L/4 en het 500cc-Model L/S, maar ook een 250cc-zijklep-eencilinder, het Model R. Het werd geleverd in bruin/crème maar was ook het eerste model dat in zwart met gouden biezen verkocht werd. In dat jaar overleed Henry Herbert Collier en kwam de hele verantwoordelijkheid bij Harry (42), Charlie (41) en Bert (19) te liggen. In 1928 werd het bedrijf een Besloten Vennootschap (Limited Company). Voor de zijspannen werd een aparte fabriek gebouwd aan Mast Pond Wharf bij de Woolwich Ferry. Aan het einde van de jaren twintig gingen Harry en Charlie weer eigen V-twins bouwen.

Afbeeldingen jaren twintig

Jaren dertig De jaren dertig begonnen eigenlijk op donderdag 24 oktober 1929, de dag van de beurskrach. Uitgerekend een paar weken later presenteerde Charlie Collier zijn nieuwe, tamelijk spectaculaire 18º-V-twin, de 400cc-Matchless Silver Arrow. Een mooie, moderne en luxueuze maar ook dure machine, waarvan de verkoopaantallen al in 1930 erg tegenvielen. De jonge Bert Collier begon meteen met de ontwikkeling van een zwaarder model, de viercilinder Matchless Silver Hawk. Deze beide dure modellen waren in 1935 alweer verdwenen en toen verschenen een aantal tussenmodellen: het 250cc-Matchless Model 35/F4 als voorloper op de Matchless Model G2-serie, het 350cc-Matchless Model 35/D3 als voorloper op de Matchless Model G3-serie, de 500cc-modellen Matchless Model 35/D80 en 35/D90 als voorlopers op de Matchless Model G80-serie en het 600cc-Matchless Model 35/C als zijspantrekker. Zijspanrijders en toerrijders konden ook gebruikmaken van de zware 1.000cc-V-twins van de Model X-serie. Met deze serie begon ook de badge-engineering. Vanaf 1933 werd het 1.000cc-AJS Model R2 uit de handel genomen en vervangen door het Matchless Model 33/X3, dat in de AJS-uitvoering AJS Model 33/2 ging heten. In 1936 verdwenen nog eens vijf van de zeventien modellen, maar dat was te wijten aan het verdwijnen van de "De Luxe"-versies. In plaats daarvan konden klanten hun machines aankleden met artikelen uit een vrij uitgebreide accessoirecatalogus.

Overname van AJS