thumb|Amerikaanse propagandaposter We Can Do It! uit 1943 gemaakt voor Westinghouse Electric Company om de moraal van de werknemers te versterken. Het ging hier niet om feminisme, maar om het aantrekken van vrouwelijke arbeidskrachten ter vervanging van mannen die als militairen in de Tweede Wereldoorlog vochten. thumb|Demonstratie voor zelfbeschikkingsrecht van vrouwen, Amsterdam, 1976, georganiseerd door Wij Vrouwen Eisen. thumb|Deelneemster aan demonstratie op Binnenhof protesteert bij agent over hardhandig politie-optreden. thumb|Women's March Amsterdam (2017), man met slogan: men of quality don't fear equality.

Feminisme is de verzameling maatschappelijke en politieke stromingen of bewegingen, waaronder de vrouwenbeweging, die ongelijke (machts)verhoudingen tussen mannen en vrouwen kritisch analyseren en emancipatie nastreven. Het gaat daarbij om emancipatie in brede zin, op economisch, politiek, sociaal en persoonlijk vlak. Anders gezegd is feminisme de strijd om een einde te maken aan seksistische onderdrukking., Feminist Theory. From Margin to Center, 2000, p. 28. Gearchiveerd op 7 juli 2023. Het feminisme komt op voor vrouwenbelangen, streeft opheffing na van ongelijke behandeling van mannen en vrouwen, ijvert voor lichamelijke autonomie van vrouwen en strijdt tegen huiselijk en seksueel geweld. Er bestaan vele verschillende stromingen binnen het feminisme.

Algemeen Vrouwen worden eeuwenlang op een andere manier gewaardeerd, beoordeeld en behandeld dan mannen. Vrouwen waren veelal ondergeschikt aan mannen, of kregen minder kansen, bijvoorbeeld op het gebied van onderwijs, vergoeding voor werk, eigendom, vererving, seksualiteit, persoonlijke rechten, deelname aan het openbare leven en kiesrecht. Het mannelijk denken en doen stond centraal; volgens de heersende gedachte waren vrouwen anders en hadden zij daarom een andere bestemming, rol en plaats in de maatschappij dan mannen. Tussen mannen onderling bestonden ook grote verschillen wat eigendom, seculiere of religieuze macht en afkomst betrof, die kritisch werden geanalyseerd en bestreden door bewegingen als het communisme, socialisme en anarchisme. In het feminisme gaat het om alle vormen van onderscheid tussen mannen en vrouwen als bevolkingsgroep.

Zo werden vrouwen op grond van wettelijke regels of gewoonten vele eeuwen niet toegelaten tot politiek of openbaar bestuur, tot ambachten en beroepen, school of universiteit, konden de meesten geen zelfstandige rechtshandelingen verrichten en golden democratische rechten niet voor hen. Bovendien liep vererving via de mannelijke lijn. Vrouwen bleven thuis voor huishoudelijke taken zoals voor de kinderen zorgen, koken, poetsen, etc. Werk dat vrouwen deden werd ofwel niet waargenomen, of het werd niet beschouwd als werk en zelden beloond. Werk van mannen stond maatschappelijk in het middelpunt, werd beschouwd als beroep of ambacht, beschermd door regels en beloond in geld of goederen en/of statusverhoging.

In de jaren 1870 was Aletta Jacobs de eerste vrouw in Nederland die een hogereburgerschool bezocht, studeerde en zich als arts vestigde (1878). In kranten werd ze grof bespot en een van haar broers verklaarde haar voor dood. In België werd het vanaf 1880 voor vrouwen mogelijk te studeren en was Marie Popelin de eerste vrouw met een academische graad. Popelin werd echter geweigerd als advocaat.

Tot het begin van de twintigste eeuw waren vrouwen (net als de meerderheid van mannen) uitgesloten van het kiesrecht, in sommige landen nog langer. Tot in de jaren 1960 was het in Nederland gebruikelijk dat vrouwen automatisch hun baan verloren zodra ze in het huwelijk traden, en voor vrouwelijke ambtenaren was dit zelfs wettelijk vastgelegd. Gehuwde vrouwen waren tot die tijd juridisch handelingsonbekwaam. Tot in de jaren 1980 hadden gehuwde vrouwen in Europa aanzienlijk minder rechten in de sociale zekerheid, was een gewelddaad als verkrachting niet strafbaar wanneer dit door de echtgenoot gebeurde en bestond voor vrouwen geen recht op gelijk loon.

In de meeste westerse landen is op dit gebied sinds 1980 veel veranderd in een voor vrouwen positieve richting. In landen waar na 1945 een communistisch staatsbestel werd ingevoerd, kregen vrouwen op de terreinen opleiding, werk, inkomen en sociale voorzieningen al snel ongeveer dezelfde rechten als mannen, maar een deel daarvan werd met de herinvoering van het kapitalistische staatsbestel teruggedraaid. Ook in veel andere landen zijn golfbewegingen te zien: na veranderingen die achterstanden van vrouwen wegwerkten, volgen tendensen in een voor vrouwen negatieve richting.

Feminisme als historische beweging De geschiedenis van de feministische beweging kan worden ingedeeld in een aantal tijdperken. De vroege periode staat bekend als het protofeminisme, gevolgd door een aantal feministische golven: tijdperken waarin vrouwenemancipatie bijzonder actief werd nagestreefd met verschillende methoden en doelen, en resultaten werden bereikt die verschillende samenlevingen diepgaand veranderden.

In het westen kent het feminisme een lange geschiedenis, die soms samenviel met de strijd tegen andere misstanden zoals slavernij (bijvoorbeeld Sojourner Truth) en de uitbuiting van arbeiders (zie ook Clara Zetkin). Ook de opkomst van radicale linkse stromingen, waaronder het communisme, gaf een impuls aan het feminisme. De wereldoorlogen hebben grote invloed gehad. Doordat mannen aan het front moesten vechten, ontstond een tekort aan mannelijke arbeiders, en werden vrouwen aan het werk gezet in fabrieken. Na de oorlog weigerden vrouwen hun nieuw verworven vrijheid en zelfstandigheid op te geven.

Feminisme in golven Sinds eind jaren 1960 wordt de geschiedenis van het feminisme vaak ingedeeld in golven. De oudst bekende vermelding van deze metafoor is te vinden in een artikel van Martha Weinman Lear in New York Times Magazine van maart 1968: Kortom, het feminisme, dat men wellicht zo dood als de Poolse kwestie had kunnen wanen, staat weer op de agenda. Voorstanders noemen het de Tweede Feministische Golf; de eerste is weggeëbd na de roemrijke overwinning van het kiesrecht en verdween uiteindelijk in de grote zandbank van Samenzijn.Feminism, which one might have supposed as dead as a Polish question, is again an issue. Proponents call it the Second Feminist Wave, the first having ebbed after the glorious victory of suffrage and disappeared, finally, into the sandbar of Togetherness. (1968): 'The Second Feminist Wave', New York Times Magazine Dit had twee belangrijke voordelen: feministen uit de jaren 1960 konden hiermee hun beweging voorzien van een voorgeschiedenis waarin al enkele belangrijke doelen waren bereikt en tegelijk zichzelf beschouwen als de voorhoede van nieuwe ontwikkelingen.

Het feminisme wordt historisch ingedeeld in golven: Eerste feministische golf: Aan het eind van de 19e eeuw werd vooral gestreden voor het vrouwenkiesrecht, met onder anderen Wilhelmina Drucker in Nederland. In België stond Marie Popelin voor het burgerlijk feminisme, Emilie Claeys voor het socialistisch feminisme. Deze laatste richtte samen met Nellie van Kol de Hollandsch-Vlaamsche Vrouwenbond op. Ze waren in het Verenigd Koninkrijk voorgegaan door o.a. John Stuart Mill, met zijn Subjection of Women, Mary Wollstonecraft en de deelname van suffragettes in de temperance movement. Tweede feministische golf: Vanaf de jaren 1960 werd vooral gestreden voor seksuele en financiële vrijheid van vrouwen. De grote studie van Simone de Beauvoir, De tweede sekse (1949), was een belangrijke bron van inspiratie voor deze golf. Het boek The Feminine Mystique van de Amerikaanse Betty Friedan was aanleiding voor Joke Smits artikel Het onbehagen bij de vrouw, dat algemeen wordt beschouwd als het begin van de tweede golf in Nederland. Derde feministische golf (jaren 1990–2000): deze richtte zich op diversiteit, individualiteit en intersectionaliteit. Belangrijke thema's waren: intersectionaliteit, ontwikkeld door Kimberlé Crenshaw; lichaamspositiviteit en autonomie met focus op reproductieve rechten, seksualiteit en het doorbreken van schoonheidsidealen; postmodernisme en queer theory met kritiek op vaste genderrollen en het benadrukken van fluïde identiteiten en activisme via cultuur met gebruik van kunst en popcultuur (bijvoorbeeld de riot grrrl-beweging). Vierde feministische golf (vanaf ongeveer 2012): deze is sterk verbonden met sociale media en digitale activisme. Belangrijke kenmerken en thema's hiervan zijn: de #MeToo-beweging die seksueel grensoverschrijdend gedrag aankaart (2017); digitale organisaties die gebruikt worden voor bewustwording, protest en community-building; focus op systemische ongelijkheid met aandacht voor onderwerpen als loonkloof, gendergerelateerd geweld en klimaatrechtvaardigheid en tot slot intersectioneel feminisme.

Benaming De invoering van de Franse term féminisme, gebaseerd op Latijn femina (vrouw), werd in 1962 door de Franse taal- en literatuurspecialist Marcel Braunschvig ten onrechte toegeschreven aan de Franse filosoof Charles Fourier (1772–1837). Fourier stond weliswaar bekend als vurig verdediger van de gelijkheid van man en vrouw, maar moderne onderzoekers hebben het woord nergens in zijn geschriften kunnen terugvinden.

Voor zover bekend was het begrip féminisme, een neologisme afgeleid van het Latijnse woord fēmina vrouw, al minstens sinds 1871 in de medische literatuur in gebruik, namelijk een geestelijke conditie bij mannen die een vrouwelijke gezindheid en karakter vertonen, in het medische proefschrift Du féminisme et de l'infantilisme chez les tuberculeux (1871) van de student Ferdinand Valère Faneau de la Cour. De republikeinse en traditionalistische Franse schrijver Alexandre Dumas fils, die mogelijk beïnvloed was door de medische literatuur, introduceerde in zijn misogyne pamflet, L'Homme-Femme, gepubliceerd in 1872, voor het eerst een negatief bedoelde term féministes: 'verwijfde' intellectuelen die denken dat al het kwaad voortkomt uit de ongelijkheid van mannen en vrouwen en dat aan vrouwen daarom ook onderwijs en dezelfde rechten als die van de mannen zou moeten worden gegeven.

Het woord féministe kwam daarna in 1872 terug in de kritische, in het Frans geschreven, brief van de Nederlandse feministische pionier Mina Kruseman aan deze schrijver.Maria Grever, Strijd tegen de stilte. Johanna Naber (1859–1941) en de vrouwenstem in geschiedenis (Hilversum 1994) , p. 31 De Franse kiesrechtstrijdster Hubertine Auclert hanteerde later het begrip feminisme voor het eerst in sociologische zin rond 1880,Encarta-encyclopedie Winkler Prins (1993–2002) s.v. 'feminisme'. Microsoft Corporation/Het Spectrum dat vervolgens in het Nederlands sinds 1895 algemeen bekend raakte.

Historische indeling Protofeminisme De benaming protofeminisme wordt wel toegepast op de periode van voor de eerste feministische golf, toen het begrip feminisme nog niet bestond of nog nauwelijks bekend was, om te verwijzen naar ideeën die later met feminisme zouden worden geassocieerd. Zo schreef de Griekse filosoof Plato in Staat dat in een ideale staat vrouwen naast mannen zouden moeten werken (buitenshuis), gelijkwaardig onderwijs zouden moeten krijgen en ook zouden moeten deelnemen aan alle aspecten van het politiek bestel. Deze opvatting was toen wel uitzonderlijk. In werkelijkheid konden noch in Athene, noch in een andere Griekse stadstaat vrouwen deelnemen aan verkiezingen en moesten gehuwde vrouwen hun dagen thuis doorbrengen. Hierdoor waren ze sociaal en economisch volledig afhankelijk van mannen.

Volgens de Encarta Winkler Prins kent het feminisme drie ideologische oorsprongen: het rationalistisch gelijkheidsdenken van de Verlichting (circa 1650 tot 1800), in het utopisch socialisme (circa 1750 tot 1850, vooral de periode 1820–1840) en in de opwekkingsbewegingen (circa 1720–1900) van het evangelisch protestantisme.