thumb|Spinnende vrouw (detail van een Attische oenochoë met witte achtergrond van de schilder van Brygos, ca. 490 v.Chr., British Museum). Reeds in de Homerische periode was het oude Griekenland een uitgesproken patriarchale maatschappij. In de 8e eeuw v.Chr. zou de zich ontwikkelende polis zich baseren op een dubbele uitsluiting: de « club van burgers » sloot de buitenlanders (metoiken) en slaven uit; de « club van mannen » sloot de vrouwen uit., Esclave et gynécocratie dans la tradition, le mythe, l'utopie, in , Le chasseur noir: formes de pensées et formes de société dans le monde grec, Parijs, 19912 (= 2005), p. 269. Aristoteles definieert burgerschap als de mogelijkheid om deel te nemen aan de politieke macht.Politika III 1. De vrouw stond ver af van dit ideaal: in tegenstelling tot metoiken en slaven, kon ze nooit burger worden. Men moet wachten tot de hellenistische periode om grote vrouwelijke politieke figuren te zien opstaan in de Griekse wereld, met koninginnen zoals Berenice II, Arsinoë II of Cleopatra VII.

Homerische periode De voornaamste bron van informatie over de plaats van de vrouw in deze periode is Homerisch: de Ilias en vooral de Odysseia bevatten, wanneer ze niet gevechten en koninklijke banketten afschilderen, verscheidene alledaagse scènes, waarbij de vrouwen naar voren treden. Het historische karakter van deze beschrijvingen is natuurlijk onderwerp van discussie: desalniettemin lijkt het waarschijnlijk dat de dichter of dichters van deze twee epen hun inspiratie voor deze passages haalden uit het dagelijks leven van hun tijd, de 8e eeuw v.Chr. thumb|left|200px|Fresco van « de Parisienne » (paleis van Knossos). In de epen heeft de vrouw een drievoudige rol: echtgenote, koningin en meesteres van het huis., La Femme dans la Grèce antique, Brussel, 19912, p. 19. In de eerste plaats echtgenote of echtgenote in spe, wat ons de complexiteit van de Griekse huwelijkspraktijken doet begrijpen. Men treft om te beginnen het klassieke systeem van tegengeschenk, geïllustreerd door het tegenvoorbeeld van Agamemnon die aandringt bij Achilles om de strijd te hervatten. Hij biedt hem een van de drie meisjes aan met de verduidelijking: « Laat hij kiezen wie hij begeert en zonder mij geschenken te bieden haar voeren naar het huis van Peleus ».Ilias IX 146 (vertaling van , 1956). Over de vraag van geschenken en tegengeschenken in verband met het huwelijk, zie , Mythe et société en Grèce ancienne, Parijs, 1974. Het gaat hierbij om een uitzonderlijke situatie: normaal gezien moest de echtgenoten geschenken, de / hêdna, geschenken moet geven aan zijn schoonvader. De vrouw trekt daarop bij haar echtgenoot in, in dit geval in de woning van Achilles' vader. Deze verbintenis is zowel bij de Griekse als de Trojaanse heroën monogaam. Nochtans blijven deze huwelijkspraktijken noch weinig geformaliseerd: Helena, de wettelijke echtgenote van Menelaos, wordt op dezelfde manier behandeld als wettelijke echtgenote van Paris. Priamus wijkt af van deze monogame regel; voor de rest, bood zijn paleis onderdak aan zijn zonen en hun echtgenotes maar eveneens aan zijn dochters hun echtgenoten.

Duistere eeuwen en archaïsche periode Archeologische bewijzen De voornaamste bron die we hebben over vrouwen uit deze periode is archeologisch: afbeeldingen op keramiek of funerair materiaal. In feite is, vanaf de Duistere eeuwen, de keuze van gedeponeerde objecten afhankelijk van het geslacht van de overledene.

Vrouwen en de Griekse kolonisatie De archaïsche periode zag de Grieken, voor wie het Griekse vasteland te klein was geworden, met een grote kolonisatiebeweging beginnen. Meestal waren de kolonisten enkel mannen: ze rekenen op de inheemse bevolking om zich van echtgenotes te voorzien. Het is het traditionele gebruik van het roofhuwelijk. Herodotos rapporteert aldus dat de Atheense kolonisten-stichters van Milete, in Carië, de autochtonen aanvielen, zich meester maken van de vrouwen en de mannen doodden.I 146. Om zich te wreken op de agressors, zweren de Carische vrouwen nooit samen te eten met hun echtgenoten en hen nooit bij hun naam te noemen.Cf. , La colonisation grecque et les femmes, in Cahiers d'histoire 15 (1970), pp. 307-317; cf. , La colonisation grecque en Méditerranée, Clio.fr (2000).

Huwelijken en tirannen Het huwelijk als middel om allianties te sluiten kende zijn hoogtepunt vanaf de tweede helft van de 7e eeuw v.Chr., toen vele poleis door tirannen werden geregeerd, dit zijn niet-constitutionele monarchen, wier macht sui generis was. In tegenstelling tot de voorafgaande leenstelsels, steunen ze desalniettemin op hun huwelijkspolitiek om hun macht te vestigen of te versterken. Aldus huwde de Atherne Pisistratus tot driemaal toe: de eerste maal met een anonieme Atheense; de tweede maal met een Argivische van hoge rang; de derde maal met de dochter van zijn tegenstander Megacles, uit de machtige Alcmaeonidenfamilie. Aan het einde van de 5e eeuw v.Chr. verdubbelde Dionysius de Oudere, tiran van Syracuse, weduwnaar na de zelfmoord van zijn eerste echtgenote, het voordeel van een nieuw huwelijk door er twee tegelijk aan te gaan:Plutarchus, Dion III 2; Diodoros van Sicilië, Bibliotheka Historia XIV 44.3. zijn twee echtgenotes waren dochters van belangrijke personen, de ene van Locris, de andere van Syracuse.

De dochters van tirannen dienen hetzelfde doel: de aristocratische families wedijveren om hun hand te krijgen. Aldus dienden zich twaalf huwelijkskandidaten aan, afkomstig uit de grote families van wel twaalf verschillende poleis, toen Clisthenes, tiran van Sicyon, aan het begin van de 6e eeuw v.Chr., zijn dochter Aragiste wenste uit te huwelijken. Gedurende een jaar leven de vrijers aan het hof van Clisthenes, onderhouden zoals de vrijers van Penelope. Tegelijkertijd peilde Clisthenes naar hun afkomst, hun deugden, hun sportieve heldendaden en de macht van hun geslacht. De tirannen gingen zelf over op endogamie, bij gebrek aan geschikte huwelijkspartners voor hun dochters: aldus huwde Dionysius een van zijn zoon met zijn eigen zus, terwijl een van zijn broers zijn nicht huwde.Cf. , Mariages de tyrans, in , Droit et institutions en Grèce antique, Parijs, 19822, pp. 229-249.

Gortyn Gortyn was een kleine polis op Kreta die nooit een belangrijke rol zou spelen in het oude Griekenland. Desalniettemin is het van deze polis dat ons drie fragmenten van een inscriptie op steen zijn zijn overgeleverd die de zogenaamde « Codex van Gortyn » bevatte, bestaande uit zeven hoofdstukken over privaat recht, hoofdzakelijk met betrekking op het familierecht.Cf. , La Grèce au Ve siècle de Clisthène à Socrate, Seuil, 1995, pp. 180-183.

Zoals in de andere oud-Griekse poleis, was de vrouw te Gortyne een mindere. Zij stond onder de permanente voogdij van een man: vader, broer of echtgenoot. Hoewel zij tegen verkrachting werd beschermd, maakte de wet geen onderscheid tussen verkrachting en verleiding: alleen de belangen van haar voogd werden in aanmerking genomen. Het huwelijk was in een verbintenis tussen twee families, waarbij de voogd over het recht beschikte zijn beschermelinge ten huwelijk te geven. Wanneer zij het leven schonk aan kinderen, nam haar voogd als enig de beslissing om ze te houden of te vondeling te leggen.

Nochtans genoot de vrouw in Gortyn een veel grotere autonomie dan in andere poleis. Zij kon zowel roerende als onroerende goederen bezitten. Zij verkreeg deze voornamelijk door haar bruidsschat: zij ontving de helft van de erfenis van een man, met uitzondering van ondeelbare goederen (ouderlijk huis en landbouwwerktuigen). Zij is vrij te beschikken over haar goederen: noch haar echtgenote, noch haar zonen hebben het recht ze onder hypotheek te plaatsen. In geval van scheiding of weduwschap, blijft de bruidsschat in haar bezit en ze kan hem gebruiken om te hertrouwen. Daarentegen lijkt het te zijn verzekerd dat de vrouw niet zelf haar goederen beheert. Aldus bewaart de echtgenoot, in geval van echtscheiding, de helft van de inkomsten van de bruidsschat, zelfs als hij in het ongelijk is gesteld.

De dochter-erfgename (dit is wees en broederloos), de patrôïôkos (van / tà patrỗia, « het vaderlijk goed »), heeft het recht hem te weigeren die ze normaal gezien moet trouwen, dit is haar meest naaste bloedverwant. Bij gebrek aan een naaste bloedverwant, of in geval van afwijzing van deze laatste, is de patroiokos vrij te trouwen met wie ze wil (of kan). Indien ze reeds is getrouwd, verschilt de situatie afhankelijk van de aanwezigheid van kinderen: vanaf het moment dat ze reeds kinderen heeft die de erfenis van de kant van hun moeder kunnen ontvangen, is de patroiokos een relatieve vrijheid toegestaan, een situatie die in contrast staat met die van de Atheense epikleros (cf. infra).

Klassieke periode Athene De meeste bronnen over vrouwen in het oude Griekenland komen uit Athene. Het is echter moeilijk in te schatten in hoeverre de Atheense situatie ook opgaat voor andere Griekse poleis.

Dochters en vrouwen van een burger thumb|150px|Atheense die de chiton draagt (detaïl van de fries van de ergastines, Louvre). De Atheense werd haar hele leven behandeld als een minderjarige, die noch juridische noch politieke rechten bezat. Heel haar leven moet ze onder de autoriteit van een / kúrios (« voogd ») blijven: oorspronkelijk was dit haar vader, vervolgens haar echtgenoot en zelfs haar zoon (indien ze weduwe is) of haar nauwste bloedverwant.

Status Haar bestaan heeft geen belang dan door het huwelijk, dat meestal plaatsvond tussen haar vijftiende en achttiende levensjaar. Het gaat hierbij om een private handeling, een contract gesloten tussen twee families (oikoi). Vreemd genoeg kent het Oudgrieks geen specifieke term om het huwelijk aan te duiden. Men spreekt van / engúê, letterlijk het onderpand, de borgtocht: het is de handeling door dewelke het hoofd van de familie zijn dochter aan een andere man geeft. De polis is geen getuige en neemt deze gebeurtenis niet op in een of andere akte, die op zich niet volstaan om aan de vrouw het gehuwde statuut toe te kennen. Om als gehuwd beschouwd te worden, moeten man en vrouw ook nog samenleven. In de meeste gevallen volgt dit op de engúê. Niettemin komt het voor dat de engúê plaats heeft wanneer het meisje nog een kind is. Het samenleven heeft in dat geval dus pas veel later plaats. Over het algemeen heeft het jonge meisje nooit iets te zeggen over haar toekomstig huwelijk.

Naast haar eigen persoon brengt de jonggehuwde ook haar bruidsschat binnen in haar nieuwe familie. Deze bestaat over het algemeen uit gemunt geld. De bruidsschat is strikt genomen niet het eigendom van de echtgenoot: wanneer zijn vrouw kinderloos sterft of in het geval van echtscheiding met wederzijdse instemming, moet de bruidsschat worden teruggegeven. Daar de som geld van de bruidsschat aanzienlijk is, dekt de voogd van de gehuwde zich vaak in door een speciale hypotheek, het / apotímêma: een onroerend goed wordt opgegeven als tegenwaarde, een engagement gematerialiseerd door een horos. Bij het uitblijven van het teruggeven van de bruidsschat wordt beslag gelegd op het land.

De scheiding op initiatief van de echtgenote werd normaal gezien niet toegestaan: enkel de voogd kon vragen om de ontbinding van het contract. Nochtans tonen voorbeelden dat het in de praktijk toch voorkwam. Aldus vroeg Hipparétê, vrouw van Alkibiades, persoonlijk echtscheiding aan bij de archont.Plutarchus, Alkibiades 8. De commentaren van Plutarchus lijken erop te wijzen dat het daar om een normale procedure gaat. In de dikê pròs Onếtora (proces tegen Onếtôr) van Demosthenes is het de broer van de echtgenote, haar voogd, die een verzoek om echtscheiding indient.