De axolotl (Ambystoma mexicanum) is een salamander uit de familie molsalamanders (Ambystomatidae).

Het is een vrij grote soort die tot 30 centimeter lang wordt, inclusief de staart. Het lichaam is bruin tot grijs, maar de bekendste vormen zijn de witte exemplaren die in gevangenschap worden gehouden. De axolotl kent onder natuurlijke omstandigheden geen metamorfose zoals andere salamanders. Het lichaam blijft de larvale kenmerken behouden maar het dier wordt wel geslachtsrijp. De axolotl heeft hierdoor een sterk, visachtig lichaam met kleine poten en een grote zijdelings afgeplatte staart. Een van de meest prominente kenmerken zijn de opvallende, roodgekleurde kieuwen die zich buiten het lichaam bevinden.

De axolotl leeft alleen in delen van Mexico en komt nergens anders in de natuur voor. De axolotl leeft in diepe meren en blijft altijd in het water. Het leefgebied van de axolotl was vroeger veel groter, maar de axolotl is uit grote delen van zijn oorspronkelijke leefgebied verdwenen. Veel meren waar de axolotl voorkwam zijn drooggelegd om overstromingen te voorkomen. De axolotl wordt hierdoor door de natuurbeschermingsorganisatie CITES als een bedreigde diersoort beschouwd. Eind augustus 2009 waren er naar schatting niet meer dan 1200 exemplaren in het wild.Axolotl verges on wild extinction, BBC News, 26 augustus 2009. Gearchiveerd op 13 januari 2023.

Naamgeving De Nederlandstalige naam axolotl komt uit de Azteekse taal Nahuatl, deze naam wordt geschreven als āxōlōtl. Ook in andere talen wordt deze naam vaak gebruikt. Axolotl heeft verschillende betekenissen zoals waterslaaf of waterhond. In de Spaanse taal wordt de axolotl met ajolote aangeduid.

De soortnaam mexicanum verwijst naar het leefgebied van de axolotl in Mexico.

Verspreiding en habitat De axolotl komt alleen voor in Mexico. De axolotl komt alleen voor in het midden van het land, ten zuiden van de hoofdstad Mexico-Stad. Het is een bewoner van enkele grote meren, oorspronkelijk kwam de axolotl voor in het Xochimilcomeer in de deelstaat Xochimilco en het Chalcomeer in Midden-Mexico. Vroeger kwam de axolotl waarschijnlijk ook voor in de meren Texcoco en Zumpango.

De wilde populaties zijn sterk bedreigd geraakt door de groei van de noordelijker gelegen Mexico-Stad, waardoor het Xochimilcomeer al grotendeels droog is komen te liggen. De met water gevulde delen van het zuidelijke deel van het Xochimilcomeer zijn vandaag de dag de enige bekende natuurlijke habitat van de axolotl. Er zijn enkele waarnemingen bekend van de axolotl in meren rond Mexico-Stad maar waarschijnlijk zijn deze populaties vertegenwoordigers van de verwante soort Ambystoma velasci.

Habitat De axolotl komt voor in bergmeren en de aangelegen kanalen. Dergelijke meren liggen op enige hoogte, het Xochimilcomeer is gelegen op een hoogte van meer dan 2200 meter boven zeeniveau. De axolotl is speciaal aangepast op bergmeren en behoudt de juveniele kenmerken zodat het dier permanent onder water kan leven. Er is geen metamorfose zoals bij veel andere salamanders. Een voordeel van het uitblijven van de metamorfose is het op het water aangepaste lichaam van de larve. Volledig getransformeerde molsalamanders hebben een worstvormig lichaam. De poten zijn groter en de staartzomen zijn verdwenen, wat het vermogen tot het zwemmen sterk beperkt. Daarnaast zijn salamanders op het land gevoelig voor uitdroging maar daar heeft de permanent in het water levende axolotl geen last van.

Het leefgebied van de axolotl bestaat uit diepe, permanente wateren in een vulkanische omgeving. Als ze transformeren verliezen ze niet alleen de visachtige lichaamsvorm maar gaan ook de kieuwen verloren. Voor de axolotl zou dit eveneens alleen maar nadelig zijn. Op het rotsachtige, kale land is weinig voedsel te vinden. Hier staat tegenover dat er in habitats vergelijkbaar met die van de axolotl ook wel soorten molsalamanders zijn gevonden, zoals de tijgersalamander (Ambystoma tigris).

Uiterlijke kenmerken thumb|260px|De lichaamskleur is normaal gesproken donker, duidelijk zichtbaar zijn de drie paar kieuwen aan weerszijden van de kop. De axolotl is een relatief grote soort in vergelijking met andere salamanders. De totale lichaamslengte inclusief staart is gemiddeld ongeveer 20 centimeter en kan oplopen tot 30 cm. De huid van de dieren voelt zacht en fluweelachtig aan. Dit in tegenstelling tot de huid van de gemetamorfoseerde molsalamander, die een wat rubberachtige textuur heeft.

De lichaamskleur van de axolotl is chocoladebruin tot geheel zwart, de buikzijde en de poten zijn lichter. De meeste exemplaren die in gevangenschap worden gehouden zijn echter zeer licht van kleur. Men spreekt vaak van een 'witte' kleur maar de dieren zijn feitelijk roze doordat de bloedvaten door de huid zichtbaar zijn. Deze witte exemplaren zijn vaak leucistisch, dit wil zeggen dat alle huidpigmenten ontbreken, maar niet de pigmenten van de ogen. De ogen zijn hierdoor wel gekleurd en bij de axolotl zijn ze zwart. Exemplaren die albinisme vertonen komen ook voor; deze zijn eveneens witroze maar hebben altijd rode ogen. De rode kleur wordt hierbij veroorzaakt door de achterliggende bloedvaten. Wilde axolotls zijn zelden wit; de mutante witte vorm met donkere ogen die vaak voorkomt in laboratoria en dierenwinkels werd geschapen in een Amerikaans laboratorium in de jaren 50 van de twintigste eeuw. Ook het tegenovergestelde van albinisme komt voor- zij het veel zeldzamer. Dit wordt melanisme genoemd, en de dieren hebben hierbij juist te veel pigment en zijn een geheel zwart.

De kop is breed en enigszins afgeplat zodat een spatelachtige vorm ontstaat. De snuit is eveneens breed en de mondopening is relatief groot. De ogen van de axolotl zijn klein en kraalachtig, de ogen zijn zwart. (1970), pp. 31-34 Oogleden ontbreken altijd bij de axolotl, waardoor de ogen niet gesloten kunnen worden.

Achter de kop zijn de varenachtige kieuwen aanwezig, die rood zijn. Hoewel de kieuwen uit de kop lijken te ontspruiten zijn ze gelegen aan de nek. De kieuwen zijn niet bedekt zoals de kieuwen van vissen en jonge kikkervisjes. Dergelijke uitwendige kieuwen komen ook voor bij andere salamanders, maar gaan verloren tijdens de metamorfose. Een volwassen salamander heeft normaal gesproken geen kieuwen meer, maar de axolotl is hierop een van de weinige uitzonderingen. De axolotl neemt niet alleen met de kieuwen zuurstof op uit het water maar ook door de huid. Ten slotte hebben de dieren ook longen, en ze moeten regelmatig naar de oppervlakte zwemmen om te ademen.

Op het midden van de rug is een lage kam aanwezig, aan weerszijden van deze kam zijn aan de flanken de costale groeven aanwezig. Dit zijn verticale groeven in de huid tussen de ribben. De rugkam gaat achter de staartwortel ononderbroken over in een hoge bovenste staartzoom. De onderste staartzoom is kleiner. De staart is hierdoor vinachtig lateraal afgeplat en relatief groot in vergelijking met de (gemetamorfoseerde) molsalamander. De poten zijn klein en de vingers en tenen zijn dun. De poten staan relatief ver uit elkaar in vergelijking met andere molsalamanders. De voorpoten hebben altijd vier vingers, terwijl de achterpoten vijf tenen dragen. De poten zijn niet erg krachtig en worden hoofdzakelijk gebruikt om over de bodem te lopen. Ze worden ook wel gebruikt om te sturen en te remmen als de axolotl zwemt. Bij het zwemmen wordt de staart gebruikt, deze wordt samen met het lichaam heen- en weer bewogen om vooruit te komen.

Mannetjes en vrouwtjes zijn lastig te onderscheiden. De cloaca-omgeving van de mannetjes is in de regel meer opgezwollen.

Levenswijze thumb|260px|Van dit exemplaar zijn de voorpoten afgebeten door een soortgenoot. De voorpoten groeien na verloop van tijd weer aan. Een opmerkelijk feit aan de axolotl is zijn mogelijkheid tot regeneratie: de axolotl herstelt zich zonder littekenweefsel te vormen. Hij kan zelfs vernielde ledematen herstellen, zoals blijkt uit in gevangenschap gehouden exemplaren. De axolotls bijten elkaar regelmatig lichaamsdelen af zoals kieuwen en delen van poten en van de staart. Als de dieren enige tijd in een apart aquarium worden gehouden genezen dergelijke verwondingen vaak volledig, en groeien zelfs de ledematen opnieuw aan.

Voedsel en vijanden De axolotl is een carnivoor, dus een vleeseter. Hij jaagt op kleine prooidiertjes zoals insecten en kleine vissen, die hij in zijn geheel doorslikt.

De jonge exemplaren kiezen door hun kleinere lichaam iets kleinere prooidieren uit, zoals kleine diertjes die in het plankton leven en watervlooien. Grotere exemplaren eten onder andere wormen, insecten, insectenlarven en kleine vissen. Ook de larven van andere amfibieën zoals kikkers worden wel gegeten en zelfs de eigen kleinere soortgenoten zijn niet veilig.

De axolotl is een zichtjager, als een prooidier stil blijft zitten wordt het niet opgemerkt. Alles wat beweegt en niet te groot is wordt echter als voedsel gezien en opgeslokt. (1971), pp. 108-109 Ook is bekend dat de axolotl elektrische velden kan waarnemen, die opgewekt worden door bewegende dieren.

Vijanden van de axolotl zijn bij de jongere dieren vooral de grotere exemplaren. Verder zijn roofvissen een belangrijke vijand. Vooral enkele soorten die door de mens zijn geïntroduceerd zijn een bedreiging.

De axolotl in gevangenschap eet vaak door de verzorger aangeboden muggenlarven, artemia, watervlooien, wormen, en insecten. Grotere levende insecten zoals meelwormen zijn gevaarlijk als voedseldier doordat ze inwendig ernstige schade aan kunnen richten.

Voortplanting en ontwikkeling thumb|260px|Eitjes van de axolotl met zichtbare embryo's thumb|260px|Larve van enkele dagen oud De axolotl paart in de lente en de vrouwtjes zijn eierleggend. Er vindt een balts plaats waarbij het mannetje een soort dansje maakt om de aandacht van een vrouwtje te trekken. Hij maakt hierbij cirkelvormige bewegingen die nog het meest lijken op de wals. Hierbij scheidt het mannetje geurstoffen af uit zijn lichaamsklieren, en hij gebruikt zijn staart om ze naar het vrouwtje te waaieren.

Salamanders kennen een externe bevruchting en het mannetje maakt een zaadpakketje dat de spermatofoor wordt genoemd. Het pakketje wordt vóór het vrouwtje gedeponeerd waarna zij het opneemt in haar cloaca. Pas na enige tijd vindt de bevruchting plaats waarbij de spermacellen in contact komen met de eicellen.

Na enige tijd zet het vrouwtje eieren af; dit zijn er ongeveer 100 tot 300 per seizoen. De eieren hebben een gelatineus omhulsel dat opzwelt als het met water in contact komt. De eitjes worden op de bodem afgezet of aan waterplanten geplakt. De embryo's hebben een incubatietijd van ongeveer twee weken. Als de jonge larven uit het ei kruipen, eten ze kleine diertjes om snel te groeien. In de winter gaan de larven in een winterslaap. Na 12 tot 18 maanden worden ze volwassen, meestal in het eerstvolgende jaar na de overwintering.

De levensverwachting in het wild is ongeveer vijf tot zes jaar, maar in gevangenschap kan de axolotl veel ouder worden. De langstlevende exemplaren worden 10 tot 15 jaar oud.

Neotenie De axolotl is een van de salamanders die in de regel geen volwassen vorm kent. De axolotl wordt steeds groter maar er vindt geen metamorfose plaats, zoals bij de meeste andere salamanders en alle kikkers. Pas na deze metamorfose lijken de jonge dieren op hun ouders. Van de axolotl werd lange tijd gedacht dat de dieren zich in het larvestadium voortplanten maar dit is feitelijk niet juist. De dieren hebben geslachtsorganen die bij de geboorte onderontwikkeld zijn en rijpen naarmate ze ouder worden. Ze worden dus wel volwassen, maar de metamorfose zoals die bij andere salamanders plaatsvindt, blijft uit. Het lichaam blijft hierdoor de larvale kenmerken behouden. Dit verschijnsel wordt wel neotenie genoemd.