thumb|Giacomo Leopardi, als jonge man. Postuum portret door Domenico Monelli.|alt=Portret van Giacomo Leopardi als jonge man.|313x313px Giacomo Leopardi (Recanati, 29 juni 1798 - Napels, 14 juni 1837) was een Italiaanse dichter, schrijver, filoloog en filosoof. Zijn œuvre wordt gezien als een hoogtepunt in de Italiaanse literatuur. Als dichter wordt hij vergeleken met Dante, Petrarca en Tasso. Ook als prozaïst excelleert Leopardi, dankzij zijn levendige stijl en heldere betoogtrant kan hij op één lijn gesteld worden met literaire figuren als Boccaccio, Machiavelli en Manzoni. De vele vertalingen van zijn werk staven de idee dat Leopardi niet alleen een van de meest vooraanstaande auteurs van Italië is, maar dat hij ook in de wereldliteratuur een unieke plaats inneemt. J.C. Bloem omschreef hem als "een van de grootste lyrische dichters van alle landen en tijden."

Leven Leopardi, wiens volledige naam Graaf Giacomo Taldegardo Francesco di Sales Saverio Pietro Leopardi was, werd geboren in een erudiete, aristocratische familie in de regio Marche, destijds nog deel uitmakend van de Kerkelijke Staat. Zijn zeer autoritaire en conservatieve vader, Monaldo Leopardi, was zelf ook schrijver, zij het minder bekend. Giacomo groeide gelukkig op met zijn zeven broers en zussen, al zou hij het zowel intellectueel als geografisch perifere Recanati later als beklemmend ervaren. Al op jeugdige leeftijd ontwikkelde hij een grote belangstelling voor de Klassieken, maar ook voor astronomie, geschiedenis en moderne talen. In deze tijd vertaalde hij al stukken van Vergilius en Homerus en dichtte zeer succesvol in het Latijn. In 1817 zou hij Geltrude Cassi Lazzari ontmoeten, een nichtje van zijn vader, voor wie hij heimelijk een liefde koesterde. Enkele jaren later verliet hij het ouderlijk huis om te verblijven in verschillende steden van Italië. Zijn gezondheid liet het hierbij vaak afweten. Een oogziekte en een algeheel zwak gestel plaagden hem tot aan zijn dood. Hij woonde o.a. in Firenze. In september 1833 verliet Giacomo Leopardi samen met zijn vriend Ranieri Firenze en reisde via Rome naar Napels, waar ze samen woonden. Leopardi profiteerde enerzijds van het voor zijn gezondheid gunstige klimaat, maar beschreef het land anderzijds als half barbaars en half Afrikaans wegens de sociale en culturele toestand.

Hij overleed in 1837 en werd begraven in de Sint Vitalis-kerk te Napels. Hier zouden grote inspanningen van zijn goede vriend Antonio Ranieri aan voorafgaan, omdat zijn stoffelijk overschot aanvankelijk in een publieke grafkuil zou worden gestort, in overeenstemming met het hygiënebeleid in verband met de heersende cholera. Later werd zijn zerk verplaatst naar het Parco Virgiliano bij Mergellina en tot nationaal monument verklaard.

Werk en thematiek Leopardi had uitgesproken opvattingen over literatuur en poëzie, die zich niet gemakkelijk laten invoegen in één bepaalde stroming. Hij meende dat de dichter het gevoelsleven moest uitdiepen en hierbij moest streven naar een melodieuze structuur. Centrale thema's zijn de oneindigheid, angst voor de dood en melancholie. Deze typische elementen uit de Romantiek contrasteren met zijn visie dat literatuur juist een moraliserende en opvoedkundige taak heeft. Belangrijke werken zijn de dichtbundel Canti (Liederen), Operette morali en Zibaldone (verzameling gedachten en essays). Internationale bekendheid verwierf zijn gedicht L'infinito (Het oneindige).

Pensieri Het boek van de Pensieri (Gedachten) is een verzameling van 111 kernachtige gedachten die zich scharen rond het centrale thema: de mens en zijn karakter. Dit werk moet niet verward worden met de Pensieri di varia filosofia e di bella letteratura, gezien dit de titel was van de eerste uitgave van de Zibaldone. Op 2 maart 1837 schreef Leopardi aan zijn Zwitserse vriend Louis De Sinner dat hij plannen had om een nieuw boek te publiceren met daarin "gedachten over het karakter van de mensen en hun sociale gedrag". De schrijver stierf in datzelfde jaar en het boek bleef onvoltooid. Leopardi's huisgenoot en levensgezel Antonio Ranieri, die het ontstaan van dit werk van nabij had meegemaakt, verzorgde de postume uitgave ervan in 1845 met toestemming van de auteur. Sindsdien wordt het boek samen met de Operette Morali en de Zibaldone als het hoogtepunt van Leopardi's prozaïsche geschriften beschouwd.

De Pensieri weerspiegelen Leopardi's allesbeheersende pessimistische levensvisie. Hoewel het pessimisme dat zijn andere werken doordringt — zoals zijn alomgeprezen Canti — zich eerder existentieel en kosmisch doet gelden, neemt het hier sociale en culturele tinten aan; het richt zich op de mens en diens gedrag. Dit werk kan men opvatten als een praktische, op de ervaring van alledag gerichte vertaling van de problematiek van de Canti. Volgens Frans van Dooren komt de eigen persoon van Leopardi centraal te staan in de Canti: "zijn poëzie daar is een expressie van zijn individuele gevoelens, zijn diepe melancholie, zijn Weltschmerz [sic], meer emotioneel dus, dan rationeel gekleurd". Terwijl in de Pensieri zijn het Leopardi's opvattingen over de ander, over de mens en over de maatschappij die de bladzijden sieren. Het verstandelijke heerst hier over het gevoelsmatige. De Canti zijn dan ook gedichten en de Pensieri gedachten. De gedachten zijn directer, koeler, strijdlustiger en agressiever. Het boek puilt uit van bijtende en harde formuleringen. De slechtheid, kleinzieligheid, arrogantie, verwaandheid, pretentie en zelfgenoegzaamheid van de mens worden met niets ontziende scherpzinnigheid ontleedt en naar voren gebracht. Zo schrijft hij in de gedachte XXXI: "De mensen zijn noodzakelijkerwijs slecht, maar ze hebben zich vast voorgenomen te denken dat ze het toevallig zijn." Frans van Dooren schrijft het volgende over Leopardi's Pensieri: "[Zijn] bittere analyse van de mens [is] zó indringend — maar ondanks alles toch ook weer zó genuanceerd — dat de lezer of hij wil of niet door de intelligentie van het exposé wordt meegesleept en zichzelf of zijn omgeving voortdurend in de beweringen van de schrijver terugvindt."

Een frapant kenmerk van dit werk is de spitse psychologische dissectie van het menselijk karakter en de daaruit voortvloeiende motivatie voor het handelen. Veel menselijke eigenschappen komen aan bod, waarbij vaak een antithetische dichotomie als structurele leidraad wordt aangenomen. Zo worden de gedachten uiteengezet in tegengestelden: het goede tegenover het slechte, bedrog tegenover eerlijkheid, vrijpostigheid tegenover bescheidenheid, kortom deugdelijkheid tegenover wandeugdelijkheid. Ook de eerder algemeen-maatschappelijke beschouwingen schikken zich naar dit principe van tweepoligheid. jeugd en ouderdom, heden en verleden, haat en liefde, decadentie en welvarendheid, klassiek en modern, dood en leven, afgunst en bewondering, kind en volwassen, ziekte en gezondheid, eenzaamheid en gezelschap, enzovoort. Hoewel Leopardi vaak met zwartgallige tong spreekt, zijn de Pensieri niet zonder humor. Zo schrijft hij in gedachte LXIII: "De opvatting die de kunstenaar heeft van zijn kunst of de wetenschapper van zijn wetenschap is in het algemeen omgekeerd evenredig aan de opvatting die hij heeft van zijn eigen betekenis op dat gebied."

Het boek van de Pensieri vereist enige inspanning van de lezer. De leesbaarheid wordt echter sterk vergroot door Leopardi's excellente manier van schrijven die weliswaar gecompliceerd is, maar tegelijkertijd kernachtig. Zijn betoogtrant vertoont een zeer grote precisie, is ontdaan van elke trivialiteit of oppervlakkigheid en laat niets aan het toeval over, desondanks het feit dat het onderwerp een natuurlijke neiging tot generaliseren in zich draagt. Leopardi slaagt erin elke gedachte over te brengen aan de hand van compacte causale verklaringen, nadere preciseringen en subtiele nuanceringen. Zijn ingewikkelde zinsbouw kenmerkt zich door de vele corrigerende opmerkingen en restricties die de overtuigingskracht van het exposé eerder vergroten dan verkleinen. Nietzsche omschrijft Leopardi als een van de “meesters van het proza" in De vrolijke wetenschap.

De Pensieri doen denken aan gelijkaardige gedachteverzamelingen die reeds bestonden en die Leopardi, volgens zijn aantekeningen in de Zibaldone, ook kende. Enkele hiervan zijn: de Pensées van Pascal, de Karakters van Theophrastus, maar vooral de Ricordi van Francesco Giucciardini. Niet alleen vertonen deze werken een vormelijke gelijkenis met Leopardi's Pensieri — het zijn allen ideeënverzamelingen — qua inhoud is er eveneens sprake van overlappingen. Alle voorgenoemde werken nestelen zich in een pessimistisch mensbeeld. Vooral de Ricordi vertoont een grote verwantschap met de Pensieri. Met Leopardi's eigen woorden, gedachte LI: "Giucciardini is misschien de enige moderne geschiedschrijver die zowel de mensen goed heeft doorgrond als over de gebeurtenissen heeft gefilosofeerd uitgaande van de ervaring die hij met de menselijke natuur had opgedaan en niet op grond van een bepaald politiek weten los van de kennis van de mens, een weten dat meestal op hersenschimmen berust." Volgens Frans van Dooren vertoont Leopardi ook "een sterke geestverwantschap" met Machiavelli. Enkele frasen uit de Zibaldone zoals "Machiavellismo di società" en "Machiavellismo sociale" doen van Dooren zelfs denken aan een rechtstreekse beïnvloeding. Verder zou men raakpunten kunnen herkennen tussen de Pensieri en andere werken zoals het Handorakel en kunst van de voorzichtigheid van Gracián, de Parerga en Paralipomena van Schopenhauer, Menselijk, al te menselijk van Nietzsche, de Maximen van La Rochefoucauld en de aforismen van zowel Lichtenberg als Chamfort.

Operette Morali De Operette Morali bestaat uit een twintigtal beschouwingen waarin Leopardi zijn filosofische denkbeelden uiteenzet, vertrekkend vanuit een persoonlijke, existentiële belevenis. Velen, waaronder Benedetto Croce, zien dit werk als het "belangrijkste prozageschrift" van Leopardi. Het kwam tot stand in 1824 en de auteur verzorgde er drie uitgaven van, respectievelijk in 1827, 1834 en 1835. Om van Dooren nog eens aan het woord te laten: "Het werk is subliem van stijl en mist elke geaffecteerdheid; gedachten en verwoording vormen een perfecte eenheid; de toon is in hoge mate lyrisch, affectief, bewogen: een indrukwekkende expressie van Leopardi's Weltschmerz [sic], een chef d'œuvre van de Italiaanse Romantiek." De Operette Morali hebben een sterk poëtisch karakter en kunnen hierdoor beschouwd worden als een "koppelteken" tussen de "soms wat bittere" analyses uit de Pensieri en de "melancholische" poésie pure uit de Canti.

Zibaldone