Filmfabriek Hollandia was een productie- en distributiebedrijf in films en documentaires en was actief tussen 1912 en 1922. De N.V. filmfabriek werd op 9 april 1912 opgericht als opvolger van de Maatschappij voor Wetenschappelijke Cinematografie en de Maatschappij voor Artistieke Cinematografie. Tussen 1912 en 1923 was het Nederlands enige filmproductiebedrijf met een continue productie. Hollywood in Holland door Ruud Bishoff - Pagina 20,

Geschiedenis Het begin In 1912 richtte Maurits Binger Filmfabriek Hollandia op. Het gebouw was gevestigd aan de Scheepmakersdijk 3-5 te Haarlem. Hij haalde bij het oprichten inspiratie uit een artikel van Charles Boissevain, die zich afvroeg wanneer er eindelijk een filmmaatschappij in Nederland zou komen. Hollywood in Holland door Ruud Bishoff - Pagina 25, Er was destijds echter al een filmmaatschappij, namelijk Filmfabriek F.A. Nöggerath, maar deze distribueerde niet films met regelmaat. Hollandia zou films uitbrengen voor zowel het onderwijs als voor vermaak. Er kwam op 18 mei 1912 twee afdelingen; de 'Maatschappij voor Wetenschappelijke Cinematographie' en de 'Maatschappij voor Artistieke Cinematographie'. Daniel de Clercq werd een maand later benoemd tot de directeur van de 'wetenschappelijke afdeling'. Rijksarchief Haarlem, dossiernr. 352

Aan het begin wilde men enkel documentaires maken. Deze deden het financieel echter niet goed, waarop er werd besloten een overstap te maken naar de speelfilm. Volgens Binger kregen de documentaires veel lof van de pers, maar bleven de bezoekers wegens de toegangsprijzen massaal weg. De Hollandsche Revue, op cit. (noot 25), p. 92 De allereerste speelfilm van de studio is vermoedelijk Maartje van Schalkwijk (1912). De directeur op de artistieke afdeling was vermoedelijk Edmond Edren. Algemeen Dagblad, 29-5-1912 Hij bleef werken bij de filmmaatschappij tot aan het begin van 1913. Hij was naar geruchten geen geliefd persoon. Enkel actrice Enny de Leeuwe kon met hem overweg. Hollywood in Holland door Ruud Bishoff - Pagina 31, Binger schakelde hierna de hulp in van Charles Lépine, technicus bij Pathé. Lépine kreeg de opdracht het 'onervaren personeel' te leren hoe films gemaakt moeten worden.

Hoewel er veel documenten zijn gevonden over speelfilms van Hollandia die uit 1912 dateren, was volgens Binger 'zijn' De Levende Ladder (1913) de eerste echte film van de studio. In november 1912 werd toneelactrice Annie Bos gevraagd de hoofdrol te spelen. Instituut voor Nederlandse Geschiedenis BOS, Johanna (1886-1975). Gearchiveerd op 19 mei 2011. De opnames werden nog voor de jaarwisseling voltooid en de première volgde in het begin van januari 1913. Volgens actrice Annie Jurgens had Binger nog voor De Levende Ladder een speelfilm gemaakt, genaamd De Oude Veerman (1912). Deze had Jurgens, William Hunsche en Marcel Myin in de hoofdrollen. De Hollandsche Revue, 25 maart 1927 Volgens de actrice was de film waarschijnlijk een experiment, omdat het nooit vertoond werd voor het publiek. Er is dus veel twijfel over wat als de eerste film van de studio wordt gezien. Waarschijnlijk was de invloed van Lépine en Edren in de begindagen zo groot, dat Binger er liever over zweeg, uit angst dat het zijn imago zou beschadigen. Om die reden worden er nog altijd veel vraagtekens geplaatst achter de uitspraken van hem over de begindagen van de studio. Hollywood in Holland door Ruud Bishoff - Pagina 34,

Studio en spelerskern Aan het begin had Hollandia nog geen studio. Toen werden alle opnames in de buitenlucht gemaakt. In april 1913 kwamen er plannen een 'fotografisch atelier' te bouwen aan de Antoniestraat. De oppervlakte hiervan bedroeg 11,5 x 7,5 meter. Daarnaast was er een open ruimte van 3,5 meter. Hierdoor was er voldoende daglicht in de studio. Hollywood in Holland door Ruud Bishoff - Pagina's 37-38, Bij het filmen van de vroegere films moest echter ook kunstlicht gebruikt worden. Dit was zeer ongunstig voor de actrices, omdat bij de fotografie geen sprake was van retouche en alle minpunten in hun gezicht duidelijk zichtbaar waren. Péwé, 'Onze Hollandsche film-diva Annie Bos' in De Film-Wereld 6 (1918), pagina 2 Volgens actrice Christine van Meeteren was een ander groot nadeel dat de lampen zo fel waren, dat er na een hele dag werken een tijd met zonnebril gelopen moest worden om te herstellen. Christine van Meeteren, Mijn herinneringen als filmster van 1912-1915, 1958 (ongepubliceerd)

Tijdens de bouw van de studio trok Binger de bekende acteur en regisseur Louis H. Chrispijn aan als artistiek leider. Chrispijn was voorheen voornamelijk actief als toneelvernieuwer en werkte bij de Koninklijke Vereeniging Het Nederlandsch Toneel. Hij stond samen met Jan Holtrop aan het hoofd van een inmiddels gevormd vast gezelschap. Nadat Chrispijn en Holtrop in mei 1913 werden benoemd tot directeur, werden de twee afdelingen samengevoegd tot de Maatschappij voor Wetenschappelijke en Artistieke Cinematografie, Filmfabriek Hollandia. Het doel van de studio was:

De eerste acteurs die werden aangewezen als de vaste kern van de spelers, waren Annie Bos, Mientje Kling Christine van Meeteren, Charles Gilhuys, Lau Ezerman, Coba Kinsbergen, Theo Frenkel jr., Eugenie Krix en Jan van Dommelen. Ook in de afdeling 'technische medewerkers' waren er vaste crewleden, waaronder cameraman H.W. Metman, de eerste Nederlander die opnames maakte voor Hollandia. Hollywood in Holland door Ruud Bishoff - Pagina 42, Later dat jaar werd Filmfabriek F.A. Nöggerath gesloten. Verscheidene werknemers van die maatschappij kwamen voor Hollandia werken, onder wie ook cameraman en acteur Feiko Boersma.

Een van de eerste films die werden opgenomen met een vast gezelschap waren Oranje en Nederland (1913) en Krates (1913). De films waren in deze tijd voornamelijk romantische melodrama's en werden slecht ontvangen door het publiek. Chrispijn ging liever anders te werk en gaf een voorkeur aan film met echte emoties. De eerste film die hij voor de studio maakte is Twee Zeeuwsche Meisjes in Zandvoort (1913), een film die in één dag werd opgenomen aan het strand bij Scheveningen. Desondanks beleefde het een groot succes. Hollywood in Holland door Ruud Bishoff - Pagina's 45-49,

Hollandia Toneelgezelschap Binger ontsloeg Holtrop van zijn functie in september 1913 en stelde Julius Stoop aan als zijn vervanger. Binger was meer onder de indruk van Stoop, die volgens hem een ijverig beoefenaar van fotografie was en zich zeer aangetrokken voelde tot de filmkunst. Hij vertelde dat zijn ervaring in het buitenland gunstig kon zijn voor de technische afdeling van de studio. Maurits H. Binger, 'Beschouwingen en Herinneringen' in: De Film-Wereld 50 (1918), p. 2 Holtrop verliet Hollandia niet, hij werd aangewezen als de directeur van het Hollandia Tooneelgezelschap.

Het Hollandia Tooneelgezelschap werd in september 1913 opgericht voor toneelliefhebbers. De films die overdag werden opgenomen voor de camera, werden 's avonds opgevoerd in het theater. Al de toneelstukken werden begeleid door Chrispijn. Het bleek hard werken te zijn voor de acteurs. Niet alleen werden hun werkuren aanzienlijk langer, maar moesten ze ook teksten studeren. Destijds was de geluidsfilm namelijk nog niet uitgevonden en konden alleen stomme films opgenomen worden. Om die reden waren de meeste acteurs die verbonden waren aan het toneelgezelschap niet actief in de filmafdeling en andersom. Toch waren er wel enkele acteurs die in zowel film als theater actief waren, zoals Annie Bos en Christine van Meeteren.

Het bekendste en populairste toneelstuk is Mijn Papa, het Kamerlid, dat al in september 1913 in première ging. Het gezelschap werd echter al snel weer opgeheven. Volgens Binger was dit te wijten aan het feit dat geen van de toneelstukken een groot succes werden. De Hollandsche Revue Holtrops zoon herinnerde zich echter dat zijn vader het toneelgezelschap na anderhalf jaar beëindigde op basis van 'onaangenaamheden'. Wie is wie in de Nederlandse film tot 1913, Jan Holtrop in 'Skrien' 158 (1988)

Vertrek van Chrispijn In januari 1914 kreeg nog een machtige man een contract bij Hollandia; Johan Gildemeijer. Hij werd aangenomen als adviseur op literair, technisch en financieel gebied. Van straatzanger tot operaster, in Skrien 150 (1986) Hierbij moest hij accepteren dat de filmmaatschappij de rechten had over al de door hem geschreven scenario's. Wel kreeg hij anderhalf procent van alle te produceren en reeds geproduceerde Hollandia-films. Hollywood in Holland door Ruud Bishoff - Pagina 57, Het is niet bekend bij hoeveel films hij betrokken was. Hij verliet de studio aan het einde van 1914, vlak na het voltooien van het scenario van Fatum (1915).

Op 18 maart 1914 hield de Maatschappij voor Wetenschappelijke en Artistieke Cinematografie, Filmfabriek Hollandia een vergadering. Hierbij werd besloten dat de naam werd ingekort tot 'N.V. Filmfabriek Hollandia'. Ondertussen ontstonden er conflicten tussen enkele medewerkers. Binger was de man die de touwtjes in handen hield en stelde hoge eisen in de studio. Iedereen moest elke ochtend om 9:00 uur aanwezig zijn in de studio, excuses werden niet geaccepteerd. Chrispijn was een van de velen die tegensputterde en wilde meer vrije tijd om na te denken. Binger gaf echter de voorkeur aan kwantiteit boven kwaliteit en hield de kosten ook nog eens zo laag mogelijk. Hollywood in Holland door Ruud Bishoff - Pagina 68, De vaste werklieden kregen daarentegen hoog uitbetaald: Annie Bos mocht meer dan 1000 gulden per maand in ontvangst nemen. Vgl. G.N. Donaldson, op cit. (noot 45) Het budget werd gehaald uit aandelen, aandeelhouders gaven grote sommen bedragen, totdat de Eerste Wereldoorlog uitbrak.

Chrispijn besloot aan het einde van 1914 zijn taak als artistiek leider en regisseur op te geven. Hij bleef wel beschikbaar als acteur. Chrispijn regisseerde bijna alle speelfilms van de studio en na zijn vertrek kreeg Alex Benno deze taak. Waarom hij precies vertrok, heeft hij nooit bekendgemaakt. Er wordt vermoed dat het niet uit financiële redenen ging, maar dat hij simpelweg de voorkeur gaf aan het toneel. De laatste film die hij regisseerde was De Vloek van het Testament (1915).

Invloed van de Eerste Wereldoorlog thumb|Still van de film Majoor Frans met Hollandia's bekendste filmster Annie Bos Op 28 juli 1914 was de Eerste Wereldoorlog uitgebroken. Hoewel Nederland neutraal was, waren de gevolgen wel merkbaar. Veel van de werknemers werden gemobiliseerd, waaronder ook Theo Frenkel jr. Binger besloot na het vertrek van Chrispijn alle films zelf te regisseren. Hij gaf aanvankelijk een voorkeur aan films waar een typisch Hollandse karakter in voorkwam, maar koos door de oorlog voor het uitbuiten van landschap, zee, duinen, bossen en velden in films. Binger had moeite met de belangstelling van het buitenland te houden. Hij vertelde dat als hij iedereen geboeid wilde houden, hij de 'innerlijke aantrekkelijkheden der onderwerpen van onze film' moest winnen. De Hollandsche Revue, pagina 93, 94

Daarnaast werd ervoor gekozen geen korte films meer te maken. Men begon zich volledig te richten op het hoofdwerk. Het gevolg ervan was dat er minder films werden uitgebracht. Pas een half jaar na de uitbrengst van De Vloek van het Testament ging de volgende film in première. Steeds vaker werd de hulp ingeschakeld van Jan van Dommelen, een van Bingers favoriete collega's. De Film-Wereld 50 (1918), pagina 2 Naar Bingers uitspraken werden de films in deze periode een groot succes in het buitenland. In hoeverre hij er de waarheid spreekt, wordt echter in twijfel genomen. Het is wel bekend dat de films wel degelijk werden geëxporteerd. Hier kwam een einde aan in 1916, toen de Onbeperkte duikbotenoorlog op gang kwam. Hollywood in Holland door Ruud Bishoff - Pagina 79,