Donald John Trump (Queens (New York), 14 juni 1946) is een Amerikaans zakenman, mediapersoonlijkheid en politicus. Hij is sinds 20 januari 2025 de 47e president van de Verenigde Staten. Eerder was hij van 20 januari 2017 tot en met 20 januari 2021 de 45e president. Trump is lid van de Republikeinse Partij. Voor zijn politieke loopbaan was Trump actief in de vastgoedsector en verwierf hij bekendheid als presentator van het televisieprogramma The Apprentice.
Trumps politieke loopbaan heeft grote invloed gehad op de ontwikkeling van de Republikeinse Partij en de Amerikaanse politiek. Zijn presidentschappen gingen gepaard met sterke politieke polarisatie. Na zijn nederlaag bij de presidentsverkiezingen van 2020 betwistte hij de uitslag, wat leidde tot politieke en juridische controverses. Met zijn verkiezingsoverwinning in 2024 werd hij, na Grover Cleveland, de tweede president in de Amerikaanse geschiedenis die twee niet-opeenvolgende ambtstermijnen vervulde.
Afkomst Trumps grootouders van vaders kant waren Duitse immigranten uit het zuidwestelijke Kallstadt, Rijnland-Palts, dicht bij de Franse grens. Grootvader Friedrich Trumpf emigreerde in 1885 op 16-jarige leeftijd naar New York waarna hij zijn Duitse naam verengelste tot Frederick Trump.
Trumps moeder, Mary Anne MacLeod (1912-2000), werd geboren in het dorp Tong op het eiland Lewis, aan de westkust van Schotland. In 1930, toen zij achttien jaar oud was, ontmoette zij Fred Trump (1905-1999) tijdens een vakantie in New York. Ze trouwden in 1936.
Jeugd en opleiding Donald Trump werd geboren op 14 juni 1946 in Queens, een van de vijf stadsdelen (boroughs) van New York. Hij groeide op met twee broers en twee zussen: Maryanne, Fred jr., Elizabeth en Robert. Fred jr. overleed in 1981 op 43-jarige leeftijd ten gevolge van alcoholmisbruik. In diverse interviews vertelde Donald dat hij door deze gebeurtenis zelf geheelonthouder werd. Maryanne was tot 2011 rechter in het Hof van Beroep voor het 3e circuit.
In de tijd dat het gezin Trump in Jamaica Estates woonde, bezocht de jonge Donald Trump The Kew-Forest School in Forest Hills, waar zijn vader lid was van het schoolbestuur. Enkele broers en zussen gingen ook naar die school. Op zijn dertiende werd Trump door zijn school geschorst wegens slecht gedrag. Vervolgens werd hij door zijn ouders naar de New York Military Academy gestuurd, zodat hij zijn energie goed zou kunnen benutten. Op 17-jarige leeftijd behaalde hij de rang van kapitein op die school. thumb|Trump in 1964 In augustus 1964 startte Trump een studie aan de Universiteit van Fordham in The Bronx. Twee jaar later switchte hij naar de Wharton School van de Universiteit van Pennsylvania, die als een van de weinige in de VS een vastgoedstudie aanbood. Hij studeerde af in 1968 met een Bachelor of Science in de economie.
Hoewel Trump tijdens de Vietnamoorlog de dienstplichtige leeftijd had, werd hij nooit daadwerkelijk opgeroepen en uitgezonden naar Vietnam. In zijn studententijd (1964–1968) werd hem viermaal uitstel van de dienstplicht verleend. In 1968 kreeg hij nog uitstel op medische gronden wegens een hielspoor. Toen de overheid via loterijen begon te bepalen wie naar Vietnam zou worden uitgezonden, kwam Trump daar aanvankelijk niet voor in aanmerking wegens zijn medische uitstel. Kennelijk bij toeval had hij voor de loterij een zeer hoog nummer gekregen, waardoor hij uiteindelijk nooit is opgeroepen.
Zakelijk leven Begin in vastgoed Trump begon zijn loopbaan bij het vastgoedbedrijf van de familie, Elizabeth Trump & Son. Dit richtte zich op middenklasse huurhuizen in de New Yorkse boroughs Brooklyn, Queens en Staten Island. Nog tijdens zijn studie was Trumps eerste project het revitaliseren van een appartementencomplex, Swifton Village in Cincinnati, dat zijn vader in 1962 kocht voor $ 5,7 miljoen. Nadat het bedrijf betrokken raakte bij het project, ging het complex met 1.200 appartementen binnen twee jaar van 66% leegstand naar volledige bezettingsgraad met een investering van $ 500.000. Het bedrijf verkocht Swifton Village in 1972 uiteindelijk voor $ 6,75 miljoen.
In 1971 verhuisde Trump naar Manhattan. Volgens Trump waren de marges bij sociale- en middenklasse huur te klein, en was die sector qua management te bewerkelijk.Donald Trump, The art of the deal, 1987 Deze sector kent veel klanten, die per persoon relatief weinig betalen, maar naar verhouding vaak betalingsproblemen hebben, aldus Trump. Om deze reden richtte hij zich op Manhattan, waar minder, maar kapitaalkrachtigere klanten waren, met hogere marges. Hij nam grotere projecten aan, waarbij aantrekkelijke, opvallende en soms controversiële ontwerpen werden gebruikt om publieke belangstelling, en daarmee commercieel succes, te realiseren. Een typisch voorbeeld hiervan is het Grand Hyatt Hotel, waar de metselwerkgevel werd verbouwd naar een glazen gevel.
The Trump Organization
thumb|upright|Trump Tower op het adres 725 Fifth Avenue in Manhattan De Trump Organization werd in 1923 opgericht door zijn vader en grootmoeder. In 2016 waren rond 250 bedrijven onderdeel van de organisatie. Na zijn aantreden als president, trad hij terug als directeur. Het bedrijf wordt sinds zijn presidentschap geleid door zijn twee zonen Donald Jr. en Eric, en CFO Allan Weisselberg. Het bedrijf legt zich vooral toe op bouwprojecten en de exploitatie van gebouwen. Daarnaast zijn er belangen in andere sectoren.
Een paar van de meest opvallende en grote bouwprojecten in Manhattan zijn de Trump Tower, de Trump World Tower en het Grand Hyatt Hotel. Ook was hij van 1994 tot 2002 voor 50% eigenaar van het Empire State Building. Buiten Manhattan heeft hij onder andere het Trump Tai Mahal Hotel in Atlantic City en de Trump International Hotel and Tower in Chicago. Buiten de VS heeft hij ook bezittingen, zoals het Turnberry Hotel in Schotland.
Bij de aankoop en verbouwing van het Commodore Hotel eind jaren '70 in Manhattan, tegenwoordig het Grand Hyatt, heeft hij volgens sommigen belastingvoordelen gekregen, die concurrenten niet kregen.Kranish en Fisher, H5. Volgens Trump zelf was het andersom: zijn concurrenten kregen belastingvoordelen die hij niet kreeg, en hij heeft een rechtszaak moeten voeren om diezelfde voordelen te krijgen. In 1981 leende Trump een bedrag van 17,5 miljoen van zijn vader om een aantal van zijn schulden af te betalen.Kranish en Fisher, H7. Als gevolg van hoge bedrijfsschulden, moest Trump in 1996 zijn aandeel in het pand verkopen ter afbetaling.
De stad New York wilde begin jaren '80 het Jacob K. Javits Convention Center bouwen op grond waarop Trump een koopoptie had. Trump schatte dat zijn bedrijf het project voor $ 110 miljoen zou kunnen uitvoeren. De stad verwierp zijn aanbod, maar Trump ontving wel een makelaarsvergoeding. Nadat de gemeente New York het project had overgenomen, liep de bouw meerdere jaren uit, werd het budget overschreden met ongeveer 50 miljoen US-dollar, en toen het voltooid was werd de exploitatie door de maffia gedaan.Breaking the mobs hold on Javits Center, nytimes.com, 27 juni 1995 Trump heeft dit een aantal keren genoemd als voorbeeld van in zijn ogen vaak incompetente en corrupte politici.
In 1980 begon de stad New York met de renovatie van de Wollman Rink, een schaatsbaan uit 1955, in Central Park. De renovatie zou 2,5 jaar duren. Zes jaar later en met een budgetoverschrijding van 12 miljoen US-dollar was het project nog niet voltooid. Trump nam het beheer van het project over, zonder extra kosten voor de stad. De renovatie eindigde drie maanden later succesvol, voor 1,95 miljoen US-dollar, 750.000 US-dollar onder het budget.A 1980s New York City battle explains Donald Trump's candidacy, bloomberg.com, 29 september 2015 Trump kreeg hier veel positieve media-aandacht door, en volgens hemzelf was dit een doorbraak voor hem als mediapersoonlijkheid. thumb|Trump in 1985 In 1985 bood Trump 28 miljoen US-dollar voor het landgoed Mar-a-Lago in Florida. De eigenaar vond dat bedrag te laag. Trump wilde zijn bod niet verhogen. In plaats daarvan kocht hij via een tussenpersoon de strook land tussen het landgoed en het strand. Hierna dreigde hij daar een groot en lelijk gebouw neer te zetten, zodat het uitzicht op het strand zou worden geblokkeerd. Door deze dreiging werden andere mogelijke kopers weggejaagd. Uiteindelijk kon Trump het landgoed kopen voor 5 miljoen US-dollar met daarnaast 2 miljoen US-dollar voor de inventaris.Kranish en Fisher, H9. Trump geeft zelf een andere verklaring voor de relatief lage prijs, namelijk dat hij een neus heeft voor ondergewaardeerd onroerend goed.
Faillissementen Trump is nooit persoonlijk failliet gegaan, alhoewel hij eind jaren 80 wel een keer tijdelijk de controle over zijn persoonlijke financiën aan de banken heeft moeten afstaan.Banks Approve Loans for Trump, But Take Control of His Finances, New York Times, 1990 Zijn casino's en hotels zijn in totaal zes keer failliet gegaan. Het waren zogenaamde "technische faillissementen": de schulden werden geherstructureerd, maar de bedrijven bleven bestaan. Na onderhandelingen met belanghebbende banken over nieuwe voorwaarden voor de leningen, bleven de bedrijven voortbestaan. Geldschieters wilden Trump niet uit de casino's halen: dat zou resulteren in veel verlies doordat er een nieuwe casinovergunning zou moeten worden aangevraagd en het casino stil zou liggen. Hierdoor kon Trump een meerderheidsbelang afdwingen van 50,5% in de casino's, terwijl de andere aandelen naar de schuldeisers gingen.Kranish en Fisher, H11. De Taj Mahal kwam uit het faillissement op 5 oktober 1991.
Vliegtuigmaatschappij Trump Shuttle kon de rente van haar leningen niet afbetalen en het bestuur werd daarom overgenomen door de banken. In 1992 werd de vliegtuigmaatschappij verkocht aan US Airways. Op 2 november 1992 diende het Plaza Hotel een reorganisatieplan in in het kader van een faillissementsaanvraag (en dus bescherming tegen schuldeisers). In het plan ging Trump ermee akkoord om een aandeel van 49% in het hotel te geven aan Citibank en vijf andere geldschieters. In ruil daarvoor zou Trump betere voorwaarden krijgen over het overgebleven schuldbedrag van ruim $ 550 miljoen, dat hij nog aan de geldschieters verschuldigd was. Ook mocht hij als tegenprestatie zijn positie als directeur behouden, hoewel hij geen rol meer zou krijgen in de dagelijkse zaken van het bedrijf.Company News; Trumps' Plaza Hotel Bankruptcy Plan Approved, The New York Times 12 december 1992, laatst geraadpleegd op 23 april 2019. Plaza Hotel in New York ging ook failliet. Dit was het vierde faillissement van Trump in korte tijd na het faillissement van de drie casino's.
Volgens Forbes was Trumps eerste faillissement het enige faillissement dat zijn persoonlijke rijkdom aantastte. Volgens Time was echter ook bij het faillissement in 2004 72 miljoen US-dollar van Trumps eigen geld betrokken.
Trump zei jaren later over de faillissementen: Hij gaf aan dat andere "belangrijke ondernemers" hetzelfde deden.C. O'Connor, Fourth Time's A Charm: How Donald Trump Made Bankruptcy Work For Him, Forbes 29 april 2011, laatst geraadpleegd op 23 april 2019.
Heropleving vastgoed In 2001 opende Trump World Tower, een appartementencomplex met 72 verdiepingen in de buurt van het Hoofdkwartier van de Verenigde Naties in New York. Trump begon ook aan de bouw van Trump Place, een project bestaande uit meerdere gebouwen langs de Hudson. Hij bezit daarnaast bedrijfsruimte in Trump International Hotel and Tower, een multifunctioneel gebouw (hotel en appartementencomplex) met 44 verdiepingen aan de Columbus Circle. Trump is in totaal eigenaar van honderdduizenden vierkante meters aan vastgoed in Manhattan.