Antechinus minimus is een roofbuideldier uit het geslacht van de breedvoetbuidelmuizen. De wetenschappelijke naam van de soort werd voor het eerst geldig gepubliceerd door Étienne Geoffroy Saint-Hilaire in 1803.Groves, C. P. (2005). "Order Dasyuromorphia". In Wilson, D.E.; Reeder, D.M (eds.) Mammal Species of the World: A Taxonomic and Geographic Reference (3rd ed.). Johns Hopkins University Press. pp. 29-30. .
Kenmerken Deze soort lijkt op A. swainsoni, maar is iets kleiner en een stuk lichter van kleur. De bovenkant is grijsbruin, de onderkant geelbruin of iets dergelijks. Om de ogen zitten lichte ringen. De kop-romplengte bedraagt 95 tot 140 mm, de staartlengte 65 tot 100 mm en het gewicht 28 tot 100 g. Vrouwtjes hebben 6 mammae op Tasmanië en 8 op het vasteland.
Leefwijze Het dier komt voor in open bos en grasland. Deze soort leeft uitsluitend op de grond en leeft van ongewervelden. In een hol wordt een nest van droge bladeren gebouwd. Na twee weken paartijd in mei, juni of juli sterven alle mannetjes.
Voorkomen De soort komt voor op Tasmanië, de eilanden tussen Tasmanië en het Australische vasteland en langs de nabijgelegen kust van Robe (Zuid-Australië) tot Corner Inlet (Victoria).
Ondersoorten De soort heeft de volgende ondersoorten:Baker, A. (2015). Family Dasyuridae (carnivorous marsupials). Handbook of the Mammals of the World, 5, 232-348. . Antechinus minimus minimus (É. Geoffroy, 1803) – komt voor op Tasmanië en de eilanden in Straat Bass. Antechinus minimus maritimus (Finlayson, 1958) – komt voor op het Australisch vasteland, in het zuiden van de staat Victoria.
Categorie:Echte roofbuideldieren Categorie:Endemisch dier uit Australië Categorie:Dier uit het Australaziatisch gebied Categorie:IUCN-status niet bedreigd