Kasteel Elsloo is de gebruikelijke naam voor een gebouwencomplex en historische buitenplaats aan de zuidzijde van het Limburgse dorp Elsloo. Het ligt aan de voet van de Maasberg, tussen de oude dorpskern en het Julianakanaal, en maakt deel uit van het beschermde dorpsgezicht van Elsloo. Het kasteel, de bijgebouwen en het aangrenzende park vormen samen de Historische Buitenplaats Kasteel Elsloo.

Anders dan de naam doet vermoeden, is het huidige complex niet het oorspronkelijke middeleeuwse kasteel. De resten daarvan liggen in de bedding van de Maas, op enkele honderden meters van de huidige buitenplaats. Ook het zeventiende-eeuwse herenhuis dat vervolgens als kasteel diende, bestaat niet meer: dit gebouw brandde in 1885 af en werd niet herbouwd. Wat tegenwoordig Kasteel Elsloo wordt genoemd, bestaat hoofdzakelijk uit voormalige economiegebouwen uit 1817–1835, een neogotische toren uit 1838 en de oudere Slakmolen.

Het complex is sinds de restauratie van 1985–1986 in gebruik als hotel-restaurant. De eigenaar is stichting Het Limburgs Landschap. De horeca-exploitatie gebruikt sinds 2025 de naam Buitenplaats Kasteel Elsloo.

Geschiedenis De middeleeuwse burcht thumb|Bij laag water zichtbare resten van de middeleeuwse burcht in de Maas (1969) De oorspronkelijke burcht lag ten westen van het huidige dorp, op een uitstulping van de oostelijke Maasoever. De heren van Elsloo worden vanaf de twaalfde eeuw in schriftelijke bronnen genoemd; volgens historicus Guus Peters van het Historiehuis van de Maasvallei is de in 1108 vermelde Arnulfus de Hesloes de vroegst bekende heer. De eerste ondubbelzinnige vermelding van de burcht zelf dateert uit 1329. Osto II van Elsloo verklaarde toen onder meer de voorburcht van „unser burch zo Elslo” in leen te houden van de graaf van Gulik. Uit deze formulering wordt afgeleid dat het complex uit een hoofd- en een voorburcht bestond; de precieze vorm en ouderdom zijn niet bekend. Peters wijst erop dat de leenakte spreekt van „seine Burg mit alle synen muren, torren, portzen” en veronderstelt een versterking met een vierkante donjon, een ouder type dan de ronde torens van het nabijgelegen kasteel van Stein.

De ligging aan de Maas maakte controle over de omgeving en de scheepvaart mogelijk. De heer van Elsloo hief tol van passerende schepen. De burcht was de zetel van de heren van Elsloo. Het bezit ging aan het einde van de dertiende eeuw door huwelijk van de familie Van Elsloo over op de familie Van Born. In 1374 kwam het bij Van Schoonvorst en in 1457 bij Van Gavere of Van Gaveren. Hoewel Elsloo aanvankelijk als vrije heerlijkheid gold, werd het in de dertiende eeuw een leen van de graven en later hertogen van Gulik. Het archief van de vrije rijksheerlijkheid en de bijbehorende schepenbank, laathof en leenhof is bewaard gebleven bij het Historisch Centrum Limburg.

Tijdens de Gelderse Oorlogen staken Gelderse ruiters uit Roermond in 1505 het dorp en wat de kroniekschrijver Peter Trecpoel het „oude huis of vervallen slot” noemde in brand. Conrad van Gavere (overleden in 1570), een van de laatste heren uit deze familie, was tevens heer van Diepenbeek en buitenburger van Maastricht, waar de familie de Poort van Gaveren bezat. In oktober 1568 week hij uit naar Maastricht toen het leger van de hertog van Alva Elsloo naderde. Zijn gebeeldhouwde grafzerk bevindt zich tegenwoordig tegen de achterwand van de grafkapel op het oude kerkhof van Elsloo.

De Maas verplaatste haar loop in oostelijke richting en ondermijnde gaandeweg de oever waarop het kasteel en een deel van het oude dorp lagen. Ten tijde van de burcht stroomde de rivier zo'n 200 tot 300 meter westelijker; de toenmalige dorpskern lag op de plaats van de huidige rivierbedding en het grondgebied strekte zich uit tot de tegenwoordig Belgische gehuchten Kotem, Boorsem en Vucht. Niet alleen de burcht, maar ook een watermolen, de kerk en tientallen huizen moesten in fasen wijken. Omstreeks 1450 verwoestte een grote overstroming het kasteel voor een groot deel; kroniekschrijver Peter Trecpoel meldt dat de rivier zowel de burcht als de kerk bijna wegsloeg. De voorburcht bleef daarna nog ongeveer twee eeuwen bestaan. Tussen 1613 en 1649 ging de burcht door afkalving en overstromingen verloren. Bij zeer lage waterstand zijn nog muurresten in de Maasbedding zichtbaar. Archeologisch en akoestisch onderzoek in 2002–2004 bracht de verspreiding van de overblijfselen in kaart. Daarbij werden nog samenhangende stukken metselwerk aangetroffen, maar kon de volledige plattegrond niet worden gereconstrueerd.

Hasloa en de Vikingen Het oude kasteel is in plaatselijke overleveringen in verband gebracht met het winterkamp Hasloa, vanwaaruit Vikingen in 881 en 882 plundertochten ondernamen. De ligging van dit in middeleeuwse annalen genoemde kamp is echter omstreden: zowel Elsloo als Asselt bij Roermond is ermee geïdentificeerd. Ook als Hasloa bij Elsloo lag, volgt daaruit niet dat de latere burcht door Vikingen is gesticht. Voor een Karolingische palts of een rechtstreeks verband tussen het kamp en het kasteel bestaat geen sluitend archeologisch bewijs. Bij grindwinning in de Maas kwam in 2020 wel een Scandinavische strijdbijl tevoorschijn, die op Noorse aanwezigheid in de streek in de negende eeuw wijst.

Van panhuis tot herenhuis Op de plaats van de huidige buitenplaats stonden in de zestiende eeuw al economische gebouwen van de heren van Elsloo. In 1553 werd aan de Slakbeek een nieuwe korenmolen gebouwd, de huidige Slakmolen. Een pachtregister uit 1568 vermeldt daarnaast het panhuys, de brouwerij van Elsloo. Toen de burcht aan de Maas onbewoonbaar werd, liet Nicolaas d'Arberg, die omstreeks 1640 door zijn huwelijk met Olympe van Gavere heer van Elsloo werd, de voormalige brouwerij verbouwen tot een representatief herenhuis. De molen en andere bedrijfsgebouwen werden in het complex opgenomen. Bij het complex lag ook een schans, een aarden versterking uit de tijd van de Tachtigjarige Oorlog met een groot voorraadgebouw, waarvan de wallen in 1718 werden afgegraven voor de aanleg van dijken. Tussen het nieuwe kasteel en de rivier lag het inmiddels verdwenen gehucht Op de Maese, met de water- en wasplaatsen, de aanlegplaats en het veer. De huidige Maasberg was omstreeks 1850 nog geen weg, maar volgde als Batsteeg de voet van de helling naar de oude burcht in de Maas.

De familie D'Arberg bezat het landgoed tot 1814. In 1818 kocht Charles Emile de Geloes de bezittingen. Onder de familie De Geloes kreeg de buitenplaats in belangrijke mate haar huidige aanzien. Tussen 1817 en 1835 kwamen de langgerekte economiegebouwen tot stand en na een brand in 1835 werden beschadigde delen herbouwd. In 1838 werd de ronde neogotische toren toegevoegd. Charles de Geloes liet in de eerste helft van de negentiende eeuw ook het kasteelpark in landschapsstijl aanleggen. Door het huwelijk van Isaure de Geloes met Charles Louis Henri Maxence, markies de Grimaldi, in 1852 raakte het landgoed korte tijd verbonden met een zijtak van het Huis Grimaldi.

thumb|Het zeventiende-eeuwse herenhuis en de negentiende-eeuwse toren, getekend door Philippe van Gulpen Op 20 januari 1885 brandde het zeventiende-eeuwse herenhuis, dat haaks op de nog bestaande vleugel stond, geheel af. De brand stopte bij de toren. Het woonhuis werd niet herbouwd en de familie De Geloes verliet Elsloo. Na een openbare verkoop kwam het landgoed aan het einde van de jaren 1880 in handen van de fabrikantenfamilie Jurgens. Zij herstelde de overgebleven gebouwen en gebruikte het landgoed als zomerverblijf.

Gemeentelijk bezit, restauratie en huidig gebruik In 1957 liet Dorine Verschure, een afstammeling van de familie Jurgens, het kasteel, het park, 168 hectare grond en een kapitaal van 118.250 gulden na aan de gemeente Elsloo. De overdracht werd in 1959 voltooid. Tot de nalatenschap behoorde ook Medammerweide, een aangrenzend weidegebied waar de gemeente vanaf de jaren zestig tot 1992 een zwembadcomplex exploiteerde. Na de gemeentelijke herindeling van 1982 kwam het bezit bij de gemeente Stein. Het gebouwencomplex werd in 1985–1986 ingrijpend gerestaureerd en daarna ingericht als hotel, restaurant en conferentieoord. De Slakmolen werd vanaf 1988 gerestaureerd en opnieuw maalvaardig gemaakt.

Het kasteelpark kreeg na de overdracht aan de gemeente verschillende recreatieve voorzieningen, waaronder een hertenkamp en tennisbanen. Samen met het nabijgelegen zwembad op de Medammerweide maakten deze toevoegingen de negentiende-eeuwse kwaliteiten van de historische parkaanleg plaatselijk minder herkenbaar.

In 2012 werd het park heringericht met als doel de historische late landschapsstijl weer beter herkenbaar te maken. De tennisbanen verdwenen, de fruitboomgaard werd hersteld en er kwamen onder meer bloemrijke graslanden, boomgroepen, hagen en gereconstrueerde wandelpaden. Ook werden historische zichtlijnen in het park hersteld.

Op 4 juli 2014 droeg de gemeente Stein het kasteel en landgoed, samen met enkele andere monumentale bezittingen, voor een symbolisch bedrag over aan stichting Het Limburgs Landschap. De gemeente bleef financieel bijdragen aan het onderhoud. Vanaf 2019 werd onder de naam Historische Buitenplaats Elsloo gewerkt aan herstel en een betere samenhang van gebouwen, park, botanische tuin en omliggend landschap. Daarbij werken Het Limburgs Landschap, IVN, vrijwilligers en lokale organisaties samen.

Gebouwen Het huidige hoofdcomplex heeft een L-vormige plattegrond. Het omvat onder meer een voormalige beheerderswoning, een vergaderzaal in een vroegere varkensstal, een binnenplaats, een voormalige tiendschuur, een koestal, bergingen, de watermolen en de grote en kleine toren. De voormalige economiegebouwen en beheerderswoning omsluiten de hof aan twee zijden. De gevels zijn hoofdzakelijk van baksteen en hebben plaatselijk omlijstingen van hardsteen. De gebouwen zijn gedekt met zadel- en wolfsdaken.

In de voormalige stallen en kelders bevinden zich ton-, klooster- en kapgewelven van baksteen of mergel. Een hergebruikte hardstenen bovendorpel draagt het jaartal 1601. De ronde toren uit 1838 heeft bakstenen gevels met speklagen van mergel. De torenkamer bezit neogotische betimmering, een houten netgewelf, ijzeren venstertraceringen en geschilderde wapenschilden van de familie De Geloes. De wapenschilderingen werden in 1903 aangebracht door Duchateau.

De Slakmolen, ook Kasteelmolen genoemd, is in de achterzijde van het complex opgenomen. De bovenslagmolen wordt gevoed door de Slakbeek en een stuwvijver. De molen werd oorspronkelijk in 1553 gebouwd en is meermalen vernieuwd; gevelstenen herinneren onder meer aan werkzaamheden in 1729 en 1785. Na de restauratie is de molen weer maalvaardig en op gezette tijden voor bezoekers geopend.

Kasteelpark en botanische tuin thumb|De landschappelijke parkaanleg Het kasteelpark werd in de eerste helft van de negentiende eeuw in landschapsstijl aangelegd; de ontwerper is niet bekend. Het langgerekte park ligt tegen de voormalige Maashelling en bestaat uit gemengd loofbos, gazons, bronnen, waterpartijen en slingerende paden. De Hemelbeek verbindt verschillende vijvers en kleine watervallen. Aan de zuidzijde gaat de parkaanleg geleidelijk over in het Elslooërbos. Het hellingbos is een zeldzaam en wezenlijk onderdeel van de historische aanleg.

Een van de historische uitzichtpunten op de helling wordt gemarkeerd door een houten theehuisje, plaatselijk ook ut zomerhuuske genoemd. Van daaruit keek men vroeger over het park, de landerijen en het Maasdal. Het huidige gebouwtje is een reconstructie van oudere voorgangers. In het park ligt ook het Terhager Pötje, een historische bronplaats die via een verdiept pad bereikbaar was. Bij de recente herinrichting worden oude groenstructuren, paden en zichtlijnen hersteld en wordt het Pötje opnieuw herkenbaar gemaakt.