250px|De E11
De Europese wandelroute E11 loopt van Scheveningen naar Tallinn in Estland.Prames in opdracht van Europese Wandelvereniging: Map of European Long-Distance Footpaths; Karte der Europäischen Fernwanderwege; Carte des Sentiers Européens de Grande Randonnée (2010), kaart en beschrijving van de EWV en haar routes, gratis verkrijgbaar via www.Prames.com en www.ERA-EWV-FERP.org De route heeft een totale lengte van circa 4700 km. De route is in 2021 uitgebreid met de Baltic Forest Trail, die loopt van de grens met Polen door Litouwen, Letland en Estland naar de Estlandse hoofdstad Tallinn. De route is in de Baltische staten gemarkeerd met wit-oranje-witte markeringen als Baltic Forest Hiking.Baltic Trails
Europese wandelroutes worden uitgezet en beheerd door de Europese Wandelvereniging, waarin de Nederlandse wandelorganisaties door de Stichting Wandelnet (voorheen Wandelplatform-LAW) zijn vertegenwoordigd. Behalve de E11 lopen ook de E9 en de E3 van west naar oost door Duitsland en Polen. De E11 loopt voornamelijk door bosgebieden in vlak of zacht glooiend terrein.
Karakter Grote delen van de E11 lopen door bossen, ook wanneer het bosgebied een smalle strook vormt binnen een verder onbebost gebied. Dat geldt al voor de eerste 20 kilometer van de route, die door de gordel van stadsparken van Den Haag en de koninklijke landgoederen ("De Horsten") in Wassenaar lopen. Deze parken zetten meteen de toon voor de variatie aan loof- en naaldbossen die men onderweg naar Litouwen tegenkomt. Ook bossen van de Utrechtse Heuvelrug, de Veluwe en Twente worden doorkruist, evenals kleine en grote bosgebieden in het grensgebied van de Duitse deelstaten Nedersaksen (Niedersachsen) en Noordrijn-Westfalen (Nordrhein-Westfalen). Na de Harz breekt een relatief open gedeelte van de route aan, dat wordt afgesloten door de bossen van Berlijn. Ook in Polen loopt de route overwegend door bosgebieden.
Dit neemt niet weg dat de wandelaar ook andere, voor de Noord-Europese Laagvlakte karakteristieke, landschappen tegenkomt, waaronder vennen, plassen en meren in het westen van Nederland, bij Berlijn en verspreid over Polen. Soms voert de tocht langs een rivier, bijvoorbeeld tussen Dessau en Coswig, nabij Berlijn, voor Frankfurt (Oder) en in de buurt van Poznań, Toruń en Olsztyn. In waterrijke gebieden, maar ook in de voormalige DDR en in de omgeving van Poznań, loopt de route door uitgestrekte weidegebieden en andere cultuurlandschappen. Oude binnensteden, zoals Leiden, Amersfoort, Deventer, Goslar, Bad Harzburg, Potsdam, Frankfurt (Oder), Gniezno en Toruń worden niet geschuwd en de route loopt zelfs dwars door Den Haag, Osnabrück, Berlijn, Poznań en Olsztyn.
De route komt nergens echt hoog. Met 514 meter in de Harz wordt het dak van de route bereikt. De Harz heeft weliswaar toppen tot boven 1000 meter, maar de E11 loopt enkel langs de flanken. Dit neemt niet weg dat dit hier tot spannende landschappen kan leiden, zoals het Bodedal nabij de Hexentanzplatz. Ten oosten van de Harz is de Petersberg de laatste als zodanig herkenbare berg. Daarna is het landschap overwegend zacht glooiend.
Geologie thumb|De Pools-Duitse Laagvlakte Geologisch gezien is de Pools-Duitse Laagvlakte een deel van de Europese Vlakte. Kenmerkend voor dat hele gebied is dat de toplaag uit los sediment bestaat dat is neergeslagen door de herhaalde afwisseling van ijstijden en warmere perioden. De gesteenten eronder zijn deels van belang voor de mijnbouw, omdat er keukenzout, aardgas en aardolie in voorkomen. In de laatste ijstijd ontstond variatie in het landschap, doordat het gebied slechts gedeeltelijk onder het ijs lag. Daar waar het ijs pas laat smolt, ontstonden lage heuvels van morenen die nog steeds zichtbaar zijn. Waar geen ijs lag, vormde smeltwater grote vlakten, waarvan de laagste delen zich nog steeds door veen en moeras kenmerken. De hoogste punten in het landschap zijn ontstaan door eindmorenen, bijvoorbeeld de Fläming (200 m NAP) en de Lüneburger Heide (169 m NAP). Uitgebreide moerassen zijn onder andere langs de Duits-Nederlandse grens ontstaan in warmere perioden met veel regen.
Geschiedenis thumb|left|Een kiepkerl verkoopt zijn waar aan een Nederlandse vrouw. In zekere zin is de E11 verreweg de oudste Europese lange-afstandsroute. Reeds duizenden jaren geleden liepen of reden (te paard) handelaren, avonturiers, soldaten en vluchtelingen over de stuwwallen die de voorlaatste IJstijd dwars door het huidige Duitsland en Polen had gevormd. Ze vormden door hun relatieve hoogte een beter alternatief om vooruit te komen, dan de lage en drassige gebieden aan weerszijden van de heuvelruggen, die doorsneden werden en worden door naar het Noorden of Zuiden weglopende rivieren. Toen na de Middeleeuwen de Europese handel sterk begon toe te nemen, werd het een drukte van belang op de langgerekte zandruggen en werden de eerste verkeersmaatregelen getroffen. Voor de brede en zware karren van de kooplui uit Hessen werd een speciaal wegennetwerk aangelegd (c.q. aangewezen), de Hessenwegen. Intussen liepen marskramers, tödden, hannekemaaiers, Hollandgangers, kiepkeerls en anderen op zoek naar wat gewin tussen Duitsland en Nederland heen en weer. Hieruit zijn grote Nederlandse winkelbedrijven als Vroom & Dreesmann, C & A en Peek & Cloppenburg voortgekomen.
Het ontstaan van de E11 als sportief-toeristische wandelroute heeft alles te maken met het Wiehengebirge. In 1974 kwam samenwerking tot stand tussen het Wiehengebirgsverband in Osnabrück en de "Wiehengebergte Wandelaars 1970", een vriendenkring van individuele wandelaars op de Veluwe en in Overijssel. Zij maakten een aansluiting op de Töddenweg via Oldenzaal naar Deventer en doopten die Hanzeweg (niet te verwarren met het veel later ontstane Hanzestedenpad). In 1975 verzorgden zij een verlenging naar Amersfoort onder de naam Hessenweg. Pas in 1980 kwam een volgende verlenging tot stand, namelijk de Marskramerweg naar Haarlem. In hetzelfde jaar nam de Nederlandse Wandelsport Bond (NWB) de verantwoordelijkheid voor de drie paden over.
De internationale wandelroute die als onmiddellijke voorloper van de huidige E11 kan worden gezien, is de Fernwanderweg Harz - Niederlande.Christian Roeder: Fernwanderweg Harz - Niederlande; von Bad Harzburg nach Haarlem (1980). Uitgave Kompass. Deze ongeveer 700 kilometer lange route kwam eveneens in 1980 op initiatief van de partnersteden Haarlem en Osnabrück en onder auspiciën van wandelorganisaties in beide landen tot stand.
De val van de Berlijnse Muur en het IJzeren Gordijn in 1989 en de vereniging van West- en Oost-Duitsland in 1990 riep de behoefte op om de E11 door te trekken in oostelijke richting. In Duitsland ging het daarbij op de eerste plaats om integratie van de nieuwe deelstaten in de al bestaande Bondsrepubliek. Op Europees niveau leidde de wens tot grensoverschrijdende integratie tot dagdromerij over verlenging van de route naar Moskou. In elk geval werd de Fernwanderweg Harz - Niederlande in de jaren 90 van de vorige eeuw opgewaardeerd tot Europese Wandelroute. De Poolse toeristenorganisatie PTTK stippelde een tracé dwars door Polen naar Litouwen uit, waarbij in hoofdzaak gebruik werd gemaakt van delen van reeds bestaande lokale en regionale wandelroutes.
Nu de route was uitgegroeid tot een tocht van meer dan 2000 kilometer, bracht de NWB het Nederlandse gedeelte in in het netwerk van het Wandelplatform-LAW. Omdat het niet meer mogelijk bleek in het sterk verstedelijkte gebied tussen Haarlem en Uithoorn een aantrekkelijke route te vinden, werd het beginpunt verlegd naar Den Haag, later Scheveningen. De drie routes kregen samen de code LAW-3 en, vanaf 1997, de naam Marskramerpad.Wandelplatform-LAW: Marskramerpad Deel 3 (2003) met een historisch overzicht van het Marskramerpad. (niet meer leverbaar) Verschenen aanvankelijk nog afzonderlijke gidsjes voor de verschillende deelroutes, in februari 2011 werd het gehele pad in een enkel boekje beschreven.
Ook op regionaal grensoverschrijdend niveau werd de E11 gezien als een middel om de Europese integratie te bevorderen. In 2001 publiceerden de EUREGIO, het Wandelplatform-LAW en het Wiehengebirgsverband Weser-Ems e.V. de tweetalige gids "Handelsweg".Wandelplatform-LAW en Wiehengebirgsverband Weser-Ems e.V.: Handelsweg (2001), tweetalige (Duits en Nederlands) gids met routebeschrijving Oost-West en detailkaartjes 1:25000. Daarin werd de E11 beschreven voor zover hij loopt over het grondgebied van de Euregio, namelijk van Osnabrück naar Deventer.
Nederland (355 km) In Nederland loopt de E11 uitsluitend langs *LAW 3 MarskramerpadWandelplatform: Marskramerpad (2009), gids met routebeschrijvingen in twee richtingen en detailkaartjes 1:25000. van Scheveningen via Amersfoort, Deventer en Oldenzaal naar Bad Bentheim in Duitsland. Vanaf Deventer maakt de Handelsweg (Deventer - Osnabrück) deel uit van de E11, tot Bad Bentheim in beginsel met hetzelfde verloop als het Marskramerpad, maar kleine verschillen zijn mogelijk.
Marskramerpad Waarschijnlijk worden in geen enkel ander Europees land wandelroutes zo vaak en zo ingrijpend gewijzigd als in Nederland. Dat heeft wellicht te maken met de bevolkingsdichtheid, de planmatige aanpak van de ruimtelijke ordening, of misschien wel de wijze waarop het wandelen in Nederland is georganiseerd. Hoe dan ook, ten opzichte van de gids uitgave 2016 van het Marskramerpad meldt de website 53 wijzigingen (stand januari 2021), waarvan er een (tussen Achterveld en Terschuur) 8 kilometer aan de route toevoegt. Wie het Nederlandse deel van de E11 loopt doet er verstandig aan die website te raadplegen alvorens op pad te gaan.https://www.wandelnet.nl/marskramerpad , doorscrollen naar "Routewijzigingen Marskramerpad.pdf.
Vanaf het beginpunt in Scheveningen loopt het wit-rood gemarkeerde Marskramerpad door een aantal Haagse en Wassenaarse parken en landgoederen, doorkruist het forensendorp Voorschoten en maakt een stadswandeling door het oude centrum van Leiden. Dan gaat het via Leiderdorp en Zoeterwoude-Rijndijk de polders van het Groene Hart van Holland in, waarbij (bijvoorbeeld bij Hoogmade, Woubrugge en Rijnsaterwoude vaak de rietkragen in de boezemwateren, of de laatst overgebleven meren (onder andere bij Nieuwveen, Zevenhoven, Noorden worden opgezocht. Vooral op de grens met de provincie Utrecht kan het voorkomen dat men zich aan alle kanten door water omringd ziet en over een smalle strook land loopt.
In Breukelen steekt men niet alleen het Amsterdam-Rijnkanaal over, maar ook de Utrechtse Vecht met landgoederen en patriciërshuizen uit de zeventiende en achttiende eeuw. Dan volgen opnieuw veengebieden, totdat bij Maartensdijk hoger land bereikt wordt: de Utrechtse Heuvelrug. Hier zoekt de E11 de bossen rond Soest op om via de Amersfoortse Berg de stad Amersfoort te bereiken. Ook hier een wandeling door het oude centrum.
Na Amersfoort volgt de Gelderse Vallei waar de E11 gedeeltes bos aandoet, zoals bij Leusden, Stoutenburg, Stoutenburg Noord, Achterveld en Terschuur, om dan in de buurtschap Appel van de gemeente Nijkerk het bosgebied van de Veluwe in te slaan. Stroe, Kootwijk, Hoenderloo en Beekbergen liggen als kleine oasen in dit woud. Na Beekbergen begint het open landschap van de IJsselvallei, maar ook hier weet de E11 percelen bos te vinden, bijvoorbeeld bij Klarenbeek en Wilp.
thumb|left|260px|De Sint-Plechelmusbasiliek in Oldenzaal