thumb|19e-eeuws gezicht op het Pothoofd met rechts de punt van het Prinsenbolwerk thumb|Het Pothoofd sinds 2007, vroeger een drukke overslagkade, nu appartementen thumb|Visman van het Deventer kunstenaarsduo Dedden & Keizer bij de aanlegkade
Het Pothoofd is een kade en een buurt in Deventer, gelegen aan de IJssel, direct ten zuiden van het centrum. Het gebied ligt ingeklemd tussen het stadscentrum, de Raambuurt en Knutteldorp. Het Pothoofd bestaat tegenwoordig uit twee delen. Het zuidelijke gedeelte is na 2005 geheel opnieuw ingericht als woongebied. De weg Pothoofd heeft er een geheel nieuwe ligging gekregen. De overslagkade aan het noordelijke gedeelte werd in 2011 gerenoveerd en geschikt gemaakt voor het aanmeren van passagiersschepen. Er kwam een opvallend kunstwerk: de 'Visman'.
Inleiding Het Pothoofd was vroeger een bedrijvige overslagkade, nu staan er zeven appartementenflats van de Belgische architect Jo Crepain en is er een aanlegplaats voor riviercruiseschepen. Het stratenpatroon is flink veranderd. Grote kranen en silo's hebben hier ooit gestaan en er was een bunkerplaats voor vrachtschepen en een spoorwegemplacement. Stoomtrams vertrokken er vanaf een eigen tramstation naar Borculo, Zutphen, Doetinchem en Emmerik.
Het stationsgebouw, nu het wijkgebouw van Speeltuinvereniging 'Wijk16', is een van de weinige plekken die nog herinneren aan de bedrijvigheid van toen. Op dit terrein is in de 18e eeuw - door de scheepvaart op Amerika en de overslag van graan op de kade van het Pothoofd - als adventiefplant de kleine teunisbloem terechtgekomen. Sindsdien kent de floristische literatuur het begrip pothoofdplant als synoniem voor adventiefplant.
De naam Pothoofd is afgeleid van de zogenaamde potters, kleine platbodemscheepjes, die hier destijds aanlegden.SIED (2002). Nijvertijd nummer 9, jaargang 6. juli 2002; Bulletin van Stichting Industrieel Erfgoed Deventer (zie ook: http://www.sied.nl/) Deventer: Sied. In de Middeleeuwen stond de plek bekend als Hoofd op de Teuge en in 1490 wordt 'Hoeft bij des potters huys' genoemd. In 1546 wordt Pothoofd als eerste gesignaleerd.H.J. van Baalen en H.J.M. Oltheten (2000). Van Handelskade tot Pothoofd Twello: Robine bv. Een bijnaam voor het gebied uit de tijd dat het nog geen overslagplaats was is 'Jodenworp'. Het was een alternatief wandelgebied voor vrome joden die zich op sabbat niet over stromend water of buiten de stadsgrenzen mochten begeven. De Worp, een geliefd wandelgebied, was voor hen op zaterdag dus onbereikbaar. Anno 2011 kreeg de rivieroever weer een rol als wandelpromenade.
Nu lijkt het Pothoofd slechts een smalle strook, een slingerende weg met appartementengebouwen aan weerszijden en een strook gras langs de rivieroever. Het was veel meer, en aan een aantal markante details is dat nog te zien.
thumb|center|300px|Het Pothoofd tussen 1929 en 1960. De weg Pothoofd slingerde destijds tussen de loodsen en fabrieken door.thumb|center|300px|Het Pothoofd in 2007. De begrenzing van Het Pothoofd is weergegeven met een gestippelde groene lijn.thumb|center|200px|Legenda
Geschiedenis: de opkomst en ondergang van de overslag Tot de 18e eeuw was het gebied weiland. Het maakte deel uit van de zogenaamde 'Bergweide', tegenwoordig de eigennaam voor een deel van het industrieterrein. Omdat de haven van Deventer gemakkelijk verzandde en capaciteit van de IJsselkade langs de Welle ontoereikend werd was in de 19e eeuw uitbreiding nodig. Er werd daarom een nieuwe kade aangelegd aan het Pothoofd.
Groei thumb|Station Pothoofd van de GOSM in 1916. Een echte overslagfunctie, met de bijbehorende gebouwen, werd pas mogelijk in 1874. Voor de Vestingwet van 1874 mochten er géén gebouwen staan in het schootsveld ten zuiden van de verdedigingswerken. In 1887 werd het Prinsen Bolwerk, ook wel het Bastion Pothoofd genoemd, gesloopt. Er kwam zo ruimte voor gebouwen langs de kade. De Deventer Stoomboot maatschappij en de Stoombootdienst Salland hadden hier hun thuishaven, er waren diensten op onder andere Amsterdam en Keulen.
Vanaf 1887 werd het dankzij de GOSM (Geldersch-Overijsselsche Stoomtram Maatschappij) mogelijk om naar Lochem en Borculo te reizen. Vanaf 1926 kon men vanaf het Pothoofd via Epse en Gorssel naar Zutphen en Emmerik reizen; de tramlijn Zutphen - Emmerik werd verlengd tot het Pothoofd. Beide reizen waren mogelijk zonder op het centrale Station van Deventer van de Staatsspoorwegen te komen. Omdat het oude tramstation langs de kade niet meer voldeed werd in 1926 met de komst van de tram naar Zutphen een geheel nieuw tramstation gebouwd langs de Zutphenselaan. Er waren naast het stationsgebouw ook loodsen en een groot emplacement voor het trammaterieel. Als gevolg van vernieling van de bruggen over het Twentekanaal bij de bevrijding van Oost-Nederland in april 1945 was tramverkeer naar Deventer niet meer mogelijk. In 1948 werd alles opgeruimd, alleen het stationsgebouw is bewaard gebleven en nog in gebruik als wijkgebouw.
In 1887 werd een groot pakhuis gebouwd voor Noury & (A.L.) Van der Lande, door de architect G. te Riele. Noury & Van der Lande zou later over gaan in het huidige AkzoNobel. In 1973, toen inmiddels eigendom van de firma G. Kappelle, is dit monumentale pand, met namen van verre steden op de gevels geschilderd, gesloopt.
Maximale uitbreiding Tussen 1925 en 1929 werd onder andere door de gemeente Deventer flink geïnvesteerd in de railinfrastructuur van het Pothoofd. De N.V. Deventer Overslagbedrijf werd gesticht in 1929 en zette er twee grote opslaghallen neer, direct aan de kade. Om te rangeren en voor de overslag van met name massagoederen werd een spoorwegemplacement gebouwd met sporen direct aan de IJsselkade. Naar het keerpunt van dit emplacement is nu nog een oud woonhuis genoemd: 'Het keerpunt' (zie hieronder). In 1933 werd het verboden (stuk)goederen over te slaan op de Wellekade. Het Pothoofd werd daardoor steeds belangrijker. Drie grote kranen werden gebouwd voor de overslag, twee daarvan (zie kaartje oude situatie) waren van het Deventer Overslagbedrijf. Direct aan de kade, werd in 1939 een nieuwe 50 meter hoge silo gebouwd voor Noury & Van der Lande, tegenover het oude pakhuis uit 1887. Pijpen van de silo naar het pakhuis staken de weg Pothoofd over. Via een spoor over de Mr. H.F. de Boerlaan werd het emplacement met het Staatsspoor verbonden.
Spoorwijdtes Op het Pothoofd werden toen drie spoorwijdtes gebruikt. De GOSM richting Borculo gebruikte een spoorwijdte van 1067 mm (kaapspoor), wat in 1934 werd versmald tot het op de lijn naar Zutphen – Emmerik en op de overige tramwegen in de Achterhoek gangbare 750 mm. Het Pothoofd, en de lijnen tot en met Epse, werden toen dus met dubbele spoorwijdtes uitgevoerd. De grootste spoorwijdte op het Pothoofd, 1435 mm (normaalspoor), was er voor de (goederen)verbindingen over de Mr. H.F. de Boerlaan en de aansluitende sporen direct langs de IJsselkade. Eén spoor direct aan de IJssel diende voor de twee verrijdbare kranen van het Deventer Overslagbedrijf. De spoorwijdte hiervan is onbekend. In de literatuur ('Hoe Deventer vroeger spoorde') is nog sprake van een 4e, andere en nog kleinere spoorwijdte, namelijk die van de steenfabriek 'De Petra' die destijds op de Bergweide stond. Gangbaar voor steenfabrieken is een spoorwijdte van 700 mm. Het is echter onduidelijk of die lijn ook op het Pothoofd kwam. Wel was dit volgens dezelfde bron het enige lijntje in Nederland dat drie verschillende spoorwijdtes kruist; die van 1435, 1067 en 750 mm. De steenfabriek stond echter ten zuiden van de Koerhuisbeek en wellicht was er een kruising nabij de gasfabriek van Deventer.
Neergang In 2003 heeft over de stamlijn Deventer op de Mr. H.F. de Boerlaan een laatste symbolische (stoom)treinrit plaatsgevonden; daarna is het traject opgebroken. Het emplacement op het Pothoofd zelf was al veel eerder gesloopt. In november 1944 reden de laatste trams naar Borculo. Bij de bevrijding van Oost-Nederland in april 1945 werden de bruggen over het Twentekanaal vernield, waardoor tramverkeer van en naar Deventer onmogelijk werd. In 1948 is het tramspoor opgebroken. Door de concurrentie van de autobussen werden de tramverbindingen naar Borculo, Zutphen en Emmerik alle opgeheven.
Sinds 1969 is er geen overslagactiviteit meer op het Pothoofd. De nieuwe Buitenhaven en de binnenhavens van Deventer hadden meer capaciteit dan wat het Pothoofd kon bieden. De silo's van met name veevoer, granen en kunstmest staan nu alle aan de binnenhavens van Deventer. Tot 2000 was er nog wel veel bedrijvigheid en stonden er allerlei kleinere bedrijven op het Pothoofd. Alle bedrijven zijn inmiddels verdwenen. De gebouwen zijn gesloopt. Als laatste vertrok autobedrijf Pouw.
Woongebied In 2005 kon de al langer geplande bouw starten van 173 luxe appartementen. Deze bouw maakte deel uit van een groter project van de gemeente om het zuiden van het centrum flink te verbeteren. Hieronder vallen ook de Raambuurt, de hele Grachtengordel, het Hoornwerk en het gebied rondom de Boreelkazerne.
Wat nu nog te zien is uit de geschiedenis thumb|(1) Het grasveld midden voor toont de 'vreemde' leegte waar in de tekst sprake van is. Rechts de Mr. H.F. de Boerlaan; het Pothoofd is links bij de flats. De inzet toont een soortgelijk kruispunt (Hanzetracé / Industriewg) waar de rails als aandenken is blijven liggen. Later is er een locomotor op gezet. Foto's uit 2007. thumb|(2) Gebouw Wijk16. Voormalig in 1926 gebouwd tramstation. Foto uit 2007. thumb|(3) Woningen van de vijf Havenmeesters. Foto 2003, na renovatie. thumb|(4) Pothoofdplant: de kleine teunisbloem in 2007 gefotografeerd op het Pothoofd. thumb|(5) Het úitstekende deel van het Prinsenbolwerk, het enige deel dat in 1874 níet gesloopt is. Ook zichtbaar op de historische afbeelding aan het begin van dit artikel. Foto uit 2007. thumb|(6) Aanlegkade Pothoofd. Links konden de vrachtschepen aanleggen, rechts van de verhoging werden de treinwagons gelost of geladen. De kade is tevens de voormalige ligplaats van bunkerschip Shell tot in de jaren tachtig. In 2011 werd de kade aangepast voor de aanleg van cruiseschepen. Foto uit 2007. thumb|(7) 'Het Keerpunt'. Foto uit 2007. thumb|(8) Voormalig havenhoofd, gezien vanaf de verlaagde Wellekade richting het zuidoosten. Rechts de IJssel. Links op de voorgrond 'één meter haven'. Door het dempen van de haven en de aanleg van de verlaagde Wellekade, is er van de meer dan honderd meter haven 'nog maar één meter (voorgrond, links) over'. Foto uit 2007. Het Pothoofd was in de middeleeuwen een weide waar vee werd gehoed. Vanaf de 18e eeuw was het overslagterrein, maar grote loodsen kwamen er pas na 1874. Toen werd er een emplacement met tramstation aangelegd. Vlak voor de Tweede Wereldoorlog kende de overslagfunctie zijn hoogtepunt. In 1969 werd het overslagterrein gesloten, de kranen verdwenen in 1970. Een groot en monumentaal pakhuis is gesloopt in 1973, een hoge betonnen silo, eerst van Noury & Van der Lande, later van G. Kapelle, is datzelfde jaar opgeblazen. Alle sporen zijn opgebroken.
Op het Pothoofd zijn nog diverse zaken terug te vinden uit de tijd van overslag en industrie. Hieronder wordt een opsomming gegeven van de belangrijkste 'relicten'. De nummers verwijzen naar de locatie op het kaartje en foto's van Het Pothoofd anno 2007.
Spoorbocht (1) De treinen die vanuit het emplacement op het Pothoofd naar het Staatsspoor (en huidige station) moesten, dienden een bocht te maken alvorens zij op de Mr. H.F. de Boerlaan konden komen. Dat is zichtbaar aan het zuidelijkste punt van Knutteldorp: er is ruimte op de hoek waar het Pothoofd en de Mr. H.F. de Boerlaan samenkomen (zie (1) op de kaart). Tot in het begin van de 21e eeuw stond daar een benzinestation.
Stationsgebouw (2)