Palazzo Farnese, gelegen aan de Piazza Farnese, is het grootste renaissancepalazzo in Rome. De bouw ervan werd aangevat in 1513 door architect Antonio da Sangallo in opdracht van Alessandro Farnese, de latere paus Paulus III. Michelangelo werkte mee aan de voltooiing. Palazzo Farnese biedt nu onderdak aan de ambassade van Frankrijk in Italië en aan de École française de Rome.

Geschiedenis In 1513 gaf kardinaal Alessandro Farnese (1468-1549)Vele telgen van de familie Farnese droegen de naam Alessandro. Om onderscheid te maken tussen de naamgenoten vermelden we er meestal hun geboorte- en sterftejaar bij. aan architect Antonio da Sangallo de Jongere de opdracht om voor hem en zijn twee wettige kinderenAlessandro Farnese was reeds in 1493 tot kardinaal gecreëerd, maar pas in 1519 tot priester en tot bisschop gewijd. Hij had vier natuurlijke kinderen: een dochter en vervolgens drie zonen, allen geboren tussen 1500 en 1509. De drie zonen werden door de paus erkend als wettig; de dochter niet, aangezien haar moeder bij de bevalling nog gehuwd was met een andere man en pas nadien weduwe zou worden. De tweede zoon overleed reeds in 1512 op achtjarige leeftijd. een palazzo te bouwen op de terreinen die hij reeds in 1495 had aangekocht. In 1514 startte de afbraak van de vroegere gebouwen en de constructie van dit grootse palazzo. Door de verkiezing van de bouwheer tot paus Paulus III in 1534 kreeg de opdracht een nog groter aanzien.

Na de dood van da Sangallo in 1546 werd hij als architect opgevolgd door Michelangelo die het balkon, het centrale raam op de eerste verdieping en de ver uitstekende kroonlijst hun definitieve vorm gaf. In 1550 werd hij vervangen door Vignola die op zijn beurt in 1573 werd opgevolgd door Giacomo della Porta. Pas in 1589 was de constructie gefinaliseerd. Dat de constructie 75 jaar duurde kwam niet enkel door de omvang van de werken, maar is ook het gevolg van enkele periodes van inactiviteit.

Na de dood van Paulus III werd het familiepaleis bewoond door zijn kleinzoon kardinaal Ranuccio Farnese en na diens vroegtijdige overlijden in 1565 door zijn broer kardinaal Alessandro Farnese (1520-1589). Daarna werd het bewoond door Odoardo FarneseKardinaal Odoardo Farnese was de zoon van Alessandro Farnese (1545-1592). Deze laatste was de achterkleinzoon van Paulus III en is bij ons bekend als landvoogd der Nederlanden., achter-achterkleinzoon van paus Paulus III. Na de dood van Odoardo in 1626 werd het paleis niet meer bewoond door leden van de familie Farnese die zich had teruggetrokken in Parma,Parma was in 1521 bij de Pauselijke Staat gevoegd, maar in 1545 schonk paus Paulus III Parma en Piacenza als hertogdom aan zijn zoon Pier Luigi. maar werd het verhuurd of in gebruik gegeven aan de ambassadeurs van Frankrijk, het land waarmee de Farnese's door huwelijken nauwe familiebanden hadden.Kardinaal Richelieu verbleef in Palazzo Farnese van 1634 tot 1636; de schilder Nicolas Poussin in 1643. Wanneer de familie Farnese op het einde van de 17de eeuw het paleis weer in bezit nam, was het in slechte toestand ten gevolge van gebrek aan onderhoud en zelfs brand.

In 1602-1603 liet Odoardo Farnese aan de achterzijde van het gebouw de "Arco dei Farnesi" construeren, een brug over de Via Giulia. Het was de bedoeling om de brug te verlengen tot aan de overzijde van de Tiber, om Palazzo Farnese te verbinden met de Villa FarnesinaDeze villa werd in 1506-1512 gebouwd door Agostino Chigi maar werd in 1580 gekocht door kardinaal Alessandro Farnese (1520-1589); sindsdien wordt ze Villa Farnesina genoemd., maar dat project werd nooit gerealiseerd. De brug reikt niet verder dan het terras van het zogenaamde Casino della MorteDe benaming "della morte" (van de dood) verwijst naar de naam van de kerk Santa Maria dell’Orazione e Morte die aan de andere zijde van de Arco dei Farnesi ligt., het gebouw dat ligt tussen de oever van de Tiber en de Via Giulia. Ook dit "casino" is gebouwd in opdracht van Odoardo Farnese.

In 1766 overleed Elisabetta, de laatste telg met de naam Farnese. Zij was gehuwd met de Spaanse koning Filips V en liet haar erfenis, waaronder ook Palazzo Farnese, na aan haar zoon Carlo di Borbone, koning van Napels. Deze familie en de erfgenamen ervan bleven eigenaar van het palazzo tot in het begin van de 20ste eeuw. Zij verschenen er echter uiterst zelden, en verhuurden het palazzo meestal. Slechts korte tijd werd het door een afstammeling van die familie bewoond, namelijk na de inname van Napels door de troepen van Garibaldi in 1861 tot aan de aanhechting van Rome bij het eengemaakte Italië in 1870. Vanaf 1874 verhuurden zij het palazzo aan de Franse staat, die er zijn ambassade onderbracht op de eerste verdieping en de École française de Rome op de tweede.

In 1911 verkochten de erfgenamen van di Borbone het aan Frankrijk voor de prijs van 3 miljoen Franse frank. Het contract bepaalde evenwel dat Italië gedurende 25 jaar het recht had om het gebouw in te kopen, en in 1936 maakte het land gebruik van dat recht en werd het palazzo eigendom van Italië. De nieuwe eigenaar gaf nog datzelfde jaar het palazzo voor 99 jaar in erfpacht aan Frankrijk voor de symbolische vergoeding van 1 lira (thans 1 euro) per jaar, met de verplichting dat de gebruiker het gebouw op eigen kosten in goede staat zou onderhouden.Anderzijds geeft Frankrijk het "hôtel de Boisgelin" (ook genaamd "de La Rochefoucauld-Doudeauville" en "de Janvry") sinds 1938 in erfpacht aan de Italiaanse staat. In dat gebouw in de Rue de Varenne 47 te Parijs is de Italiaanse ambassade gehuisvest.

Ook het voorliggende plein Piazza Farnese werd gerealiseerd onder het pontificaat van Paulus III, die hiervoor de bestaande gebouwen opkocht en neerhaalde om een grandioos uitzicht op het palazzo te bekomen. In dat kader werd ook de Via dei Baullari geopend die de Campo de' Fiori verbindt met Piazza Farnese en al vanop afstand een grootse blik biedt op het palazzo.

Beschrijving Exterieur Het gebouw is 29 meter hoog en 57 meter lang aan de zijde van Piazza Farnese en aan de tuinzijde. De andere zijden (Via dei Farnesi en Via del Mascherone) zijn ongeveer 74 meter lang. De gevels zijn bekleed met baksteen, tufsteen en travertijn. De vier zijden van het palazzo omsluiten een binnenkoer. Aan de achterzijde ligt de tuin die reikt tot aan de Via Giulia en omgeven is door een eenvoudige muur.

Door zijn geblokte vorm kreeg het palazzo de bijnaam “il dado”, de teerling. Die compacte indruk wordt gewekt doordat het dak nauwelijks zichtbaar is, zelfs niet vanop grote afstand. Het palazzo heeft wel een zadeldak, maar dat heeft zo’n lichte hellingsgraad dat het helemaal verborgen gaat achter de kroonlijst.

Het gebouw telt drie verdiepingen. De ramen aan de benedenverdieping rusten op gekrulde consoles, een vorm die nog vaker zal worden nagevolgd in Rome. Alle ramen op de bovenverdiepingen zijn geflankeerd door twee zuilen en dragen een timpaan; de timpanen op de eerste verdieping zijn afwisselend rond en driehoekig. Het middelste raam op de eerste verdieping is eerder een loggia en wordt voorafgegaan door een balkon. Michelangelo gaf ook de definitieve vorm aan het centrale raam door het groter te maken dan da Sangallo had ontworpen.

Daarboven prijken drie wapenschilden van de familie in travertijn. Alle tonen ze de 6 leliesBotanisch gezien stellen deze bloemen irissen voor, maar in de heraldiek gelden ze als lelie. die het blazoen van de familie kenmerken.

Centraal staat het wapenschild van Paulus III, werk van Michelangelo. Het is bekroond met de pauselijke tiara en de zogenaamde sleutels van Petrus, die de paus als opvolger van Sint Pieter kenmerken. Links het wapenschild van een kardinaal, herkenbaar aan de hoed met kwasten (normaal in stijgend aantal tot 5 voor een kardinaal, maar hier vereenvoudigd). In dit palazzo hebben na de dood van Paulus III drie kardinalen van de familie gewoondDe familie telde nog 2 andere kardinalen, maar die hebben niet in dit palazzo gewoond.: zijn kleinzonen Ranuccio en Alessandro (1520-1589), en zijn achter-achterkleinzoon Odoardo. Rechts het meer ingewikkelde wapenschild van Alessandro Farnese (1545-1592), de achterkleinzoon van de paus die bekendstaat als landvoogd van de Nederlanden. De kroon bovenaan geeft aan dat hij een monarch was, namelijk hertog van Parma en Piacenza. Onderaan het kenteken van de ridderorde van het Gulden Vlies. Die eer was hem toegekend wegens zijn militaire prestaties in onze gewesten. Ook zijn zoon en opvolger Ranuccio I behoorde tot die ridderorde. De kwartieren linksboven en rechtsonder op dit schild tonen de bekende 6 Farnese-lelies. De andere kwartieren verwijzen naar Oostenrijk en Bourgondië: zijn grootvader keizer Karel V (de vader van Margaretha van Parma) was groothertog van Oostenrijk en hertog van Bourgondië.

Bijzondere aandacht verdient de kroonlijst. Deze is werk van Michelangelo, die met dit ontwerp de wedstrijd won die paus Paulus III had uitgeschreven in 1546. Wanneer Antonio da Sangallo was overleden in september van datzelfde jaar, mocht Michelangelo hem opvolgen als architect. Deze kroonlijst loopt rondom heel het palazzo en steekt 1 meter uit voor de gevel. Daardoor onttrekt hij het (slechts licht hellende) zadeldak aan het oog. De kroonlijst is versierd met leeuwenkopen en aan de onderzijde met rozetten. Daaronder loopt een strook met lelies, het heraldische symbool van de familie Farnese, en acanthusbladeren.

De drie verdiepingen van de binnenkoer hebben respectievelijk Dorische, Ionische en Korinthische zuilen.Deze opvolging van zuiltypes zou geïnspireerd zijn door die van het Theater van Marcellus. De wapens die zijn afgebeeld op de fries die loopt tussen het gelijkvloers en de eerste verdieping alluderen misschien op de wapenfeiten van de stamvaders van de familie. De gevel aan de tuinzijde heeft op de tweede verdieping in 1589 een loggia gekregen; hiermee was de bouw van het palazzo voltooid.

Interieur Vestibule De vestibule loopt van de centrale ingangspoort naar de binnenkoer. Naar het model van een antieke basilica bestaat ze uit een middenschip en twee zijschepen, afgescheiden door tweemaal zes granieten zuilen. Het tongewelf van het middenschip is gedecoreerd met stucwerk waarin de heraldische symbolen van de familie: lelie en de eenhoornDe eenhoorn staat symbool voor nederigheid, zuiverheid en kuisheid. De Farnese's lieten dit fabeldier vaan afbeelden op de wanden en zolderingen van hun paleizen en op hun schilderijen en portretten., herhaaldelijk terugkeren. In beide zijmuren staan 6 borstbeelden van Romeinse keizers opgesteld in nissen.

Salone di Ercole De Salone di Ercole (noordoostelijke hoek van het palazzo) op de eerste verdieping aan de voorzijde is 18 meter hoog en reikt tot aan de bovenzijde van de ronde ramen van de tweede verdieping. De gebruikelijke benaming herinnert eraan dat het beeldhouwwerk "Hercules Farnese" oorspronkelijk hier stond opgesteld. Thans staat hier een kopie, terwijl het origineel zich in Napels bevindt. Langs de vier muren staan 18 borstbeelden van Romeinse keizers in nissen. Drie wandtapijten zijn gemaakt naar de fresco's in de Stanze di Raffaello: de Brand van de Borgo; de Mis van Bolsena en de ontmoeting tussen Leo de Grote en Attila.

Grande salone