Het huis Saksen-Coburg en Gotha (Saksen-Coburg-Gotha) is een van oorsprong Duitse dynastie waarvan leden over verschillende Europese landen heersten.

De dynastie ontstond uit het hertogelijke huis Saksen-Coburg-Saalfeld (uit het huis Wettin), dat in 1826 het dubbelhertogdom Saksen-Coburg en Gotha in bezit kreeg. Telgen uit dit geslacht kregen in de 19e eeuw verschillende andere landen in handen.

België thumb|right|Leopold I, prins van Saksen-Coburg Saalfeld; de eerste koning der Belgen Toen België in 1830 onafhankelijk werd, diende een nieuw staatshoofd te worden aangesteld. Het Nationaal Congres koos daarbij voor de instelling van een nieuwe erfelijke monarchie. Op verzoek van het congres verklaarde Leopold, de jongere protestantse broer van hertog Ernst I van Saksen-Coburg-Gotha, zich bereid de Belgische kroon en Troon te aanvaarden. Na zijn blijde intrede legde hij op 21 juli 1831 de eed af als eerste koning der Belgen, onder de naam Leopold I. Zijn huwelijk met de Franse katholieke prinses Louise van Orléans droeg bij aan de vestiging van een nieuwe dynastie, die tot op heden een zijtak van het Huis Saksen-Coburg en Gotha vormt.

In 1920 besloot koning Albert I, tegen de achtergrond van de Duitse bezetting en de door Duitse troepen begane wandaden in België tijdens de Eerste Wereldoorlog, de titel hertog van Saksen en de familienaam Saksen-Coburg-Gotha niet langer te voeren. De dynastieke familienaam van de Belgische prinsen bleef evenwel Saksen-Coburg. Koning Filip herstelde later het Saksische wapenschild bij koninklijk besluit.

1831-1865: Leopold I 1865-1909: Leopold II 1909-1934: Albert I 1934-1951: Leopold III 1951-1993: Boudewijn 1993-2013: Albert II 2013-heden: Filip

Portugal thumb|right|Karel van Portugal Op 1 januari 1836 trouwde Ernsts neef Ferdinand met koningin Maria II van Bragança en werd zo Ferdinand II van Portugal. Zo ontstond een Portugese linie van het Huis Bragança-Saksen-Coburg en Gotha, zijn nakomelingen hebben tot 1910, toen de monarchie werd opgeheven, onder de naam Saksen-Coburg en Gotha op de troon gezeten.

1853-1861: Peter V 1861-1889: Lodewijk I 1889-1908: Karel I 1908-1910: Emanuel II

Verenigd Koninkrijk thumb|Edward VII van het Verenigd Koninkrijk De zoon van hertog Ernst I, Albert, trouwde op 10 februari 1840 met koningin Victoria van het Verenigd Koninkrijk. Victoria zelf was de dochter van Victoria van Saksen-Coburgh Saalfeld, een zus van Ernst I. Victoria en Albert waren dus volle neef en nicht. Het Engelse koninklijk huis heette officieel Saksen-Coburg-Gotha vanaf 1901, toen hun zoon Edward VII op de troon kwam. In 1917 veranderde koning George V de naam in Windsor. 1901-1910: Edward VII 1910-1917/36: George V

Bulgarije Een ander lid van de familie, Ferdinand van Saksen-Coburg-Gotha-Koháry, werd na het aftreden van vorst Alexander I van Bulgarije op 7 juli 1887 prins en later koning van Bulgarije. De laatste koning, Simeon II (geboren op 16 juni 1937), draagt eveneens Saksen-Coburg-Gotha (Bulgaars: Sakskoburggotski) als achternaam en was van 2001 tot 2005 premier van Bulgarije.

1887-1918: Ferdinand 1918-1943: Boris III 1943-1946: Simeon II

Saksen-Coburg en Gotha 1826-1844: Ernst I 1844-1893: Ernst II 1893-1900: Alfred 1900-1918: Karel Eduard

Ernst I stierf in 1844 en werd opgevolgd door zijn zoon Ernst II. In 1893 stierf Ernst II kinderloos en de troon zou eigenlijk overgaan op de prins van Wales (de latere Edward VII). Eduard zag echter af van zijn recht op de hertogelijke troon en deed deze toekomen aan zijn jongere broer Alfred, hertog van Edinburgh.

Alfreds enige zoon, eveneens Alfred geheten, pleegde in 1899 zelfmoord. Toen Alfred een jaar later stierf werd hij opgevolgd door zijn neef Karel Eduard, zoon van zijn broer Leopold en kleinzoon van koningin Victoria. In 1918 kwam een einde aan het hertogdom, toen de monarchie in Duitsland werd opgeheven ten gevolge van de Duitse revolutie. De adel die met het koningshuis verbonden was, werd gedwongen afstand te doen van haar titels en eigendommen.

Zie ook Lijn van de troonopvolging van Saksen-Coburg en Gotha