thumb|Antoine Duquesne in 2004 Antoine Florent Eugène Florimond Fernand Duquesne (Elsene, 3 februari 1941 – Marche-en-Famenne, 4 november 2010) was een Belgisch politicus voor de liberale MR. Hij was onder meer burgemeester en minister.
Levensloop Duquesne promoveerde in 1964 tot doctor in de rechten aan de Universiteit Luik en was van 1965 tot 1975 advocaat aan de Balie van Luik. Na zijn verhuizing naar de provincie Luxemburg was Duquesne van 1988 tot 2000 advocaat aan de balie van Marche-en-Famenne. Van 1965 tot 1971 was hij tevens universitair assistent toegevoegd aan professor François Perin aan het Interuniversitair Centrum voor Publiek Recht van de rechtenfaculteit van de Universiteit Luik.
Hij werd politiek actief in de Luikse federatie van de liberale PLP, de voorloper van de latere PRL en de MR, en was in mei 1972 rapporteur op het stichtingscongres van de Waalse PLP. Van januari 1973 tot april 1977 was hij kabinetschef van Louis Olivier, in die periode staatssecretaris en daarna minister voor Institutionele en Administratieve Hervormingen, minister van Middenstand en minister van Openbare Werken. Vanaf oktober 1974 was Duquesne eveneens nauw betrokken bij de werking van het ministerieel comité voor Waalse Aangelegenheden, dat was ontstaan als gevolg van de invoering van de voorlopige gewestvorming.
Van 1975 tot 1977 was hij tevens adjunct-secretaris-generaal van het Nationaal Comité voor Beroepsopleiding en -vervolmaking in Handel en Ambachten en van 1977 tot 1982 administrateur-generaal van het Nationaal Coördinatie- en Overlegcomité voor voortdurende vorming van de Middenstand en het Franstalig Instituut voor Middenstandsopleiding. Eveneens werd hij beheerder bij de nationale vliegmaatschappij Sabena en de Nationale Maatschappij voor Krediet aan de Nijverheid en ondervoorzitter van de Nationale maatschappij voor de herstructurering van de nationale structuren en was hij van 1983 tot 1988 directeur bij de Nationale Kas voor Beroepskrediet. Van 1982 tot 1987 was hij kabinetschef van Jean Gol, toenmalig vicepremier voor de PRL en minister van Justitie.
In maart 1987 werd Duquesne als extraparlementair voor de PRL Franstalig minister van Nationale Opvoeding in de regering-Martens VI, ter opvolging van André Damseaux. Hij bekleedde de functie tot in mei 1988, waarna zijn partij in de oppositie belandde. Bij de verkiezingen van december 1987 voerde Duquesne de PRL-Senaatslijst voor het arrondissement Aarlen-Marche-Bastenaken-Neufchâteau-Virton aan, maar hij raakte niet verkozen. Hij werd daarop begin 1988 opgevist als gecoöpteerd senator en bleef dit tot in november 1991. In de Senaat was hij tot 1990 voorzitter van de commissie Landbouw en Middenstand en lid van de commissie Sociale Aangelegenheden en tot 1991 lid van de commissie Onderwijs en Wetenschap. Van januari 1990 tot maart 1992 stond Duquesne samen met Daniel Ducarme als co-voorzitter aan het hoofd van de PRL.
Bij de verkiezingen van november 1991 werd Duquesne voor het arrondissement Aarlen-Marche-Bastenaken verkozen in de Kamer van volksvertegenwoordigers, waar hij bleef zetelen tot in juli 1999 en deel uitmaakte van de commissies Herziening van de Grondwet (1992-1993), Justitie (1993-1999) en Buitenlandse Betrekkingen (1998-1999). Als gevolg van de toen bestaande dubbelmandaten zetelde hij van 1992 tot 1995 eveneens in de Waalse Gewestraad en de Raad van de Franse Gemeenschap, in de laatste assemblee was hij lid van de commissie Onderwijs, Opleiding en Onderzoek. Na de verkiezingen van mei 1995, waarbij de regionale parlementen in Vlaanderen en Wallonië voor het eerst rechtstreeks werden verkozen, opteerde Duquesne voor de Kamer, waar hij van juni 1995 tot oktober 1995 quaestor en aansluitend tot juli 1999 ondervoorzitter was. Van 1997 tot 1998 was hij er tevens voorzitter van de commissie Justitie; in die hoedanigheid was hij betrokken bij de hervorming van de politiediensten en de Belgische justitie die er kwam na de zaak-Dutroux. Daarna was Duquesne van 1998 tot 1999 voorzitter van de commissie Buitenlandse Betrekkingen. In juli 1998 werd Antoine Duquesne benoemd tot minister van Staat.
Ondertussen was Duquesne ook actief geworden in de lokale politiek in Manhay, waar hij sinds 1981 woonde. Hij werd er in oktober 1988 gekozen tot gemeenteraadslid en begin 1995 werd hij burgemeester van de gemeente, hetgeen hij bleef tot eind 2000. In oktober 2000 kwam hij niet meer op bij de gemeenteraadsverkiezingen.
Van juli 1999 tot juli 2003 was Duquesne minister van Binnenlandse Zaken in de regering-Verhofstadt I. In deze functie was hij verantwoordelijk voor het afronden van de hervorming van de politiediensten en de herstructurering van de politiezones en kwam hij met een hervorming van de regularisatieprocedures in het immigratiebeleid. Na de verkiezingen van mei 2003 belandde hij als rechtstreeks gekozen senator opnieuw in de Senaat, waar hij ging zetelen in de commissie Institutionele Aangelegenheden. Duquesne volgde in mei 2003 Daniel Ducarme op als partijvoorzitter van de MR en werd een maand later formeel verkozen in deze functie, die hij bleef uitoefenen tot in oktober 2004. In juni 2004 stond Duquesne als eerste opvolger op de Europese lijst van de MR. Een maand later werd hij lid van het Europees Parlement, waar hij Louis Michel opvolgde, die was aangesteld tot Europees Commissaris. Duquesne bleef Europarlementslid tot in juni 2009 en zetelde van 2004 tot 2007 in de commissie Burgerlijke Vrijheden, Justitie en Binnenlandse Zaken.
Duquesne vervulde tevens verschillende bestuursfuncties: hij zetelde in de raad van bestuur van de liberaalgezinde krant La Dernière Heure en was van 1989 tot 1996 bestuurder van de spaarbank SEFB, van 1989 tot 2000 bestuurder bij de intercommunale Idelux, van 1993 tot 1995 bestuurder van de Maatschappij voor het Beheer van Schoolgebouwen van de provincie Luxemburg, van 1995 tot 1998 bestuurder van de universitaire instelling Fondation Universitaire Luxembourgeoise, van 1996 tot 1999 ondervoorzitter van Sofilux, een intercommunale ter financiering van energienetwerken, en van 1996 tot 2000 ondervoorzitter van de regionale televisiezender TV-Lux. Daarnaast was de politicus van 1997 tot 1999 lid van het comité van toezicht van de bank Dexia en van 1998 tot 2000 bestuurder van ASTRID, een communicatienetwerkoperator voor de hulp- en veiligheidsdiensten.Fiche Antoine Duquesne op de website van de Senaat.
In maart 2006 werd Duquesne getroffen door een herseninfarct. Hij bezat nadien nog al zijn verstandelijke vermogens, maar bleef gedeeltelijk verlamd en kon alleen nog communiceren door met zijn ogen te knipperen. Het betekende het einde van zijn actieve politieke loopbaan, al was hij niet in staat om ontslag te nemen uit zijn functie als Europarlementariër, omdat hier zijn handtekening voor nodig was. Duquesne overleed in november 2010 op 69-jarige leeftijd.
Externe link Fiche Antoine Duquesne op connaitrelawallonie.be.
Categorie:Partijvoorzitter van de PRL Categorie:Partijvoorzitter van de MR Categorie:Burgemeester van Manhay Categorie:Belgisch volksvertegenwoordiger Categorie:Belgisch senator Categorie:Belgisch minister van Binnenlandse Zaken Categorie:Belgisch minister van Onderwijs Categorie:Belgisch minister van staat Categorie:Belgisch Europarlementariër Categorie:Belgisch advocaat Categorie:Belgisch kabinetschef