thumb|Karl Böhm Karl Böhm (Graz, 28 augustus 1894 - Salzburg, 14 augustus 1981) was een Oostenrijks dirigent. Hij was de vader van acteur en filantroop Karlheinz Böhm.
Levensloop Böhm studeerde aanvankelijk rechten, omdat zijn ouders (zijn vader was een jurist) hem vroeg waarschuwden dat het moeilijk was om te leven van een beroep als musicus als je tot de "muzikale middelmaat" behoorde. Hij promoveerde tot doctor in de rechten, maar ging toch muziektheorie in Graz studeren en later aan het conservatorium in Wenen verder studeren. In zijn vroege jeugd was het zijn wens om pianist te worden, maar al gauw werd duidelijk dat hij voor het beroep van dirigent zou gaan. Hij was voornamelijk autodidact.
Zijn carrière als repetitor bij opera's begon in 1917 in zijn geboortestad Graz, en hij wordt spoedig tot dirigent benoemd. Met de steun van Bruno Walter wordt hij in 1921 naar München gehaald. In 1927 wordt hij Generalmusikdirektor in Darmstadt, een functie die hij vanaf 1931 in Hamburg waarnam.
Karl Böhm en het nationaal socialisme
In 1934 volgt hij Fritz Busch op bij de Semperoper in Dresden, nadat deze door de Nazi-autoriteiten op een zijspoor was gezet. Hier bleef hij tot 1943 toen hij voor het eerst directeur werd van de Weense Staatsopera. In 1935 vertelde de nazi autoriteiten dat hij propagandist zou kunnen worden door concerten te geven. Later prees hij Hitler om diens diep begrip van artistieke zaken en prees hij het Nazi regime. In 1938 dirigeerde hij voor het eerste op de Salzburger Festspiele de opera Don Giovanni. Op 30 maart 1938 – kort na de Anschluß van Oostenrijk – dirigeerde Böhm in het Wiener Konzerthaus, begroette hij het publiek vrijwillig met de Hitlergroet en liet het Horst-Wessel-Lied spelen. Ook later zou hij, in tegenstelling tot Wilhelm Furtwängler die dit weigerde, altijd de nazigroet geven aan het begin van concerten en bleef zowel publiekelijk als privé een verdediger van het regime, hoewel hij zoals veel musici nooit lid werd van de partij. In 1943 werd Böhm na bemiddeling van Hitler directeur van de Wiener Staatsoper en kreeg hij met steun van Reichsleiter Baldur von Schirach de in beslag genomen Villa Regenstreif in de Sternwartestraße van Wenen. Aan het einde van de Tweede Wereldoorlog wordt hij vanwege zijn al te grote sympathie voor het naziregime door de geallieerde bezettingsautoriteiten uit dit ambt ontzet en wordt hem het optreden als dirigent verboden. Ook zijn collega Herbert Karajan onderging dezelfde procedure.
Na de oorlog
In 1947 mag hij weer vrij optreden, hoewel in het onderzoeksrapport gezegd werd: 'Böhm was een profiteur van het Derde Rijk en schikte zich voor zijn carrière naar het systeem. Zijn succes had voordeel bij de verbanning van Joodse en politieke, gehate collega’s'. Hij wordt een tweede maal tot directeur van de Weense Staatsopera benoemd tussen 1954 en 1956. Men verweet hem echter dat hij te weinig in Wenen aanwezig was en ook omwille van verschillende protestdemonstraties tijdens uitvoeringen van Böhm moest hij zijn ambt uiteindelijk neerleggen. Zijn opvolger wordt Herbert Karajan. Toch treedt hij met dit orkest nog vaak op als dirigent, maar dan vooral in de jaren 60. In juni 1979 dirigeerde hij zijn laatste première in de Weense Staatsopera, Die Entführung aus dem Serail van Wolfgang Amadeus Mozart (regie Dieter Born, decor en kostuums Jürgn Rose; met Edita Gruberova, Horst Laubental en Rolf Boysen als Bassa Selim). In 1980 dirigeerde hij tijdens een tournee door Japan met de Staatsopera Ariadne auf Naxos van Richard Strauss, en in het voorjaar van 1981 vonden zijn laatste openbare optredens plaats, wanneer hij een reeks van opvoeringen van Le nozze di Figaro van Mozart leidt.
Böhm was bekend om zijn onverbiddelijke houding en discipline bij repetities en voor zijn scherpe, vaak sarcastische of cynische opmerkingen tegenover orkestleden. Hij stond echter zeer open voor de progessievere operaregisseurs. Hij concentreerde zich voornamelijk op de muzikale kant van de enscenering, en vermeed het om zich te bemoeien met de regie. Zo werkte hij zonder enig probleem samen met Wieland Wagner, Günther Rennert, Otto Schenk, Jean-Pierre Ponnelle, August Everding en Dieter Born. Zijn congeniale samenwerking met Wieland Wagner bij de Richard Wagner-festspiele in Bayreuth maakte hem vooral bekend als een groot Wagner-vertolker.
Karl Böhm dirigeerde talrijke grote orkesten waaronder vooral de Wiener Philharmoniker, waar hij trouwens in 1967 als eredirigent wordt benoemd, maar ook andere grote Europese en ook Amerikaanse orkesten, zoals de Metropolitan Opera in New York, en hij trad ook op in vele belangrijke muziekfestivals (o.a. Bayreuther Festspiele en vooral de Salzburger Festspiele). Bijzonder nauw was zijn samenwerking met de Wiener Philharmoniker, het orkest waarmee hij tientallen jaren samenwerkte, vele plaatopnames en ook enkele video-opnames maakte en ongeveer 450 concerten gaf. Zijn repertoire bestond voornamelijk uit werken van Duitse klassieke en romantische componisten. Hij had een grote affiniteit met de werken van Mozart, een componist die hij als revolutionair beschouwde. Hij staat dan ook bekend als een belangrijke Mozart-vertolker. Met Richard Strauss had hij tijdens zijn tijd in Dresden een nauwe vriendschappelijke band, en hij heeft ook van enkele werken van deze Duitse componist de eerste uitvoering gedirigeerd. In tegenstelling tot zijn mondaine collega Herbert Karajan, bleek hij meer met zijn geboorteland verbonden te zijn. Enkele weken voor zijn dood dirigeerde Böhm nog eenmaal de Wiener Philharmoniker bij een opname van Elektra van Richard Strauss. Hij overleed tijdens een van de repetities van deze opera in Salzburg. Karl Böhm ligt begraven op het Steinfeld Friedhof in zijn geboortestad Graz in Oostenrijk. thumb|Gedenkplaat aan de Himmel-straße 41 in Wenen Tot zijn talrijke prijzen uit zijn ongeveer 60-jarige carrière behoorden speciaal twee Grammy Awards, in de eerste plaats voor zijn uitvoering van Wozzeck van Alban Berg in 1965, een werk dat hem nauw aan het hart lag, geldend als de beste opera-opname, met Dietrich Fischer-Dieskau, Evelyn Lear en Fritz Wunderlich. Een tweede Grammy verkreeg hij in 1976: "Best Recording for Children" voor zijn versie van Sergej Prokofjevs Peter en de wolf.
In 2015 ontstond er onduidelijkheid over de naam van de Böhmzaal in het Salzburger Festspielhaus. Er is voor gekozen om de naam onveranderd te laten, maar om er wel een verklaringsbord bij de ingang te plaatsten waarin verwezen werd naar het naziverleden van Böhm.
Video opnames van opera's (de meeste zijn op DVD verkrijgbaar) Nota: elk vraagteken "?" verwijst naar een onbekende hoofdrolvertolker; de rollen staan gerangschikt van hoge naar diepe stem.
Mozart: Die Entführung aus dem Serail-Gruberová/Reri Grist/Araiza/Orth?/Martti Talvela - 1980,Munich - DG Mozart: Le nozze di Figaro - Grist/Watson/Mathis/Berry/Wixell - 1966, Salzburg - TDK Mozart: Le nozze di Figaro - Freni/Te Kanawa/Ewing/Prey/Fischer-Dieskau - 1976,Ponnelle movie-DG Mozart: Le nozze di Figaro - ?/?/?/Prey/? - 1980, Tokyo - Onbekend label Strauss-Jhn II: Die Fledermaus - Janowitz/Holm-R/Windgassen/?/Wächter - 1972, Schenk movie - Unitel Strauss-R: Ariadne auf Naxos - Hillebrecht/Grist/Jurinac/Thomas - 1965, Salzburg - TDK Strauss-R: Ariadne auf Naxos - Janowitz/Gruberová/Schmidt-T?/Kollo - 1978, Wien - Unitel Strauss-R: Elektra - Rysanek/Ligendza/Varnay/Beirer/Fischer-Dieskau - 1981, Friedrich movie - Decca Strauss-R: Salome - Stratas/Varnay/?/? - 1974, Friedrich movie - DG Wagner: Tristan und Isolde - Nilsson/Vickers/Rundgren - 1973, Orange - Kultur
Audio opnames van opera's (op CD) Nota: elk vraagteken "?" verwijst naar een onbekende hoofdrolvertolker; de rollen staan gerangschikt van hoge naar diepe stem.
Beethoven: Fidelio - Konetzni/Ralf/Schöffler/Alsen - 1944, live in Wenen - Andante Beethoven: Fidelio - Ludwig/James King/Neidlinger?/Greindl? - 1963, live in Tokyo - Legato Beethoven: Fidelio - Jones-G/King/Adam/Crass - 1970? - DG Berg: Lulu - Lear/Johnson/Grobe/Fischer-Dieskau - 1968, onvolledig - DG Berg: Lulu - Silja/Mödl/Kmentt/Gutstein - 1968, live in Vienna, onvolledig - Andante Berg: Wozzeck - Goltz/Klein/Lorenz/Berry/Dönch - 1955, live in Wenen - Andante Berg: Wozzeck - Lear/Stolze/Melchert/Fischer-Dieskau/Kohn - 1964 - DG Berg: Wozzeck - Silja/Melkert/Uhl/Evans/Kremmer - 1971, live in Salzburg - Opera d'Oro Einem: Der Prozess - della Casa/Lorenz - 1953, live in Salzburg - Orfeo Mozart: La clemenza di Tito - Varady/Berganza/Schreier - 1979? - DG Mozart: Così fan tutte - Danco/Simionato/?/?/?/? - 1949, live in Geneva - Onbekend label Mozart: Così fan tutte - Seefried/?/?/?/?/? - 1954, live in Salzburg - Orfeo Mozart: Così fan tutte - della Casa/Ludwig/Loose/Dermota/Kunz/Schöffler - 1955 - Decca Mozart: Così fan tutte - Schwarzkopf/Ludwig/?/?/?/? - 1967, live in Salzburg - Onbekend label Mozart: Così fan tutte - Schwarzkopf/Ludwig/Steffek/Kraus/Taddei/Berry - 1962 - EMI Mozart: Così fan tutte - Janowitz/Fassbaender/Grist/Schreier/Prey/Panerai - 1974, live in Salzburg - DG Mozart: Don Giovanni - ?/?/?/?/?/London - 1955, live in Wenen - Onbekend label Mozart: Don Giovanni - ?/?/?/?/?/Valdengo - 1955, live in Napels - Onbekend label Mozart: Don Giovanni - Nilsson/Arroyo/Grist/Schreier/Flagello/Fischer-Dieskau - 1967 - DG Mozart: Don Giovanni - Tomowa-Sintow/Zylis-Gara/Mathis/Schreier/Berry/Milnes - 1977, live in Salzburg - DG Mozart: Die Entführung aus dem Serail - Augér/Grist/Schreier/Neukirch/Moll - 1972? - DG Mozart: Idomeneo, rè di Creta - Varady/Mathis/Schreier/Ochman - 1970s - DG Mozart: Le nozze di Figaro - ?/?/?/Stabile/? - 1951, live in Napels - Onbekend label Mozart: Le nozze di Figaro - Streich/Jurinac/Ludwig/Berry/Schöffler - 1956 - Philips Mozart: Le nozze di Figaro - ?/?/?/Kunz/? - 1957, live - Onbekend label Mozart: Le nozze di Figaro - ?/?/?/Böhme/? - 1958 - Onbekend label Mozart: Le nozze di Figaro - ?/?/?/Berry/? - 1963, live in Tokyo - Onbekend label Mozart: Le nozze di Figaro - Mathis/Janowitz/Troyanos/Prey/Fischer-Dieskau - 1968-DG 449 728-2 Mozart: Der Schauspieldirektor - Grist/Augér/Schreier/Moll - 1970? - DG Mozart: Die Zauberflöte - Güden/Lipp/Simoneau/Berry/Böhme - 1955 - Decca Mozart: Die Zauberflöte - Lear/Peters/Wunderlich/Fischer-Dieskau/Crass - 1964 - DG Rossini: Il barbiere di Siviglia - Grist?/Wunderlich/Wächter - 1966, live in Wien - Myto Strauss-Jhn II: Die Fledermaus - Janowitz/Holm-R/Windgassen/Kmentt/Wächter - 1972? - Decca Strauss-R: Arabella - Reining/della Casa/Taubmann/Hotter - 1947, live in Salzburg - DG Strauss-R: Ariadne auf Naxos - Reining/Noni/Seefried/Lorenz - 1944, live in Vienna - Preiser Strauss-R: Ariadne auf Naxos - della Casa/Güden/Seefried/Schock - 1954, live in Salzburg - DG Strauss-R: Ariadne auf Naxos - Ludwig/Grist/Jurinac/Thomas - 1964, live in Salzburg - Myto Strauss-R: Ariadne auf Naxos - Rysanek/?/?/? - 1967, live in Wien - Melodram Strauss-R: Ariadne auf Naxos - Hillebrecht/Grist/Troyanos/Thomas/Fischer-Dieskau/Stoss - 1969 - DG Strauss-R: Capriccio - Janowitz/Troyanos/Schreier/Prey/Fischer-Dieskau/Ridderbusch - 1971 - DG Strauss-R: Daphne - Reining/Frutschnigg/Friedrich/Dermota/Alsen - 1944 - Preiser Strauss-R: Daphne - Güden/Little/King/Wunderlich/Schöffler - 1964, live in Vienna - DG Strauss-R: Elektra - Borkh/Schech/Madeira/Uhl/Fischer-Dieskau - 1961 - DG Strauss-R: Elektra - Nilsson/?/?/?/? - 1965, live in Wien - SRO Strauss-R: Die Frau ohne Schatten - Rysanek/Goltz/Höngen/Hopf/Weber 1955, live in Wien - Orfeo Strauss-R: Die Frau ohne Schatten - Rysanek/Goltz/Höngen/Hopf/Schöffler - 1955 - Decca Strauss-R: Die Frau ohne Schatten - Rysanek/Nilsson/Hesse/King/Berry - 1977, live in Wien - DG Strauss-R: Der Rosenkavalier - Schech/Seefried/Streich/Böhme - 1959, DG Strauss-R: Der Rosenkavalier - Ludwig/Mathis/Troyanos/Adam - 1969, live in Salzburg - DG