Thomas Feverel Merton (Prades, Frankrijk, 31 januari 1915 – Bangkok, Thailand, 10 december 1968) was een belangrijk Amerikaans katholiek theoloog, dichter, auteur en sociaal activist. Hij was trappist en monnik in de Abbey of Our Lady of Gethsemani (abdij van Onze-Lieve-Vrouw van Gethsemane) bij Bardstown in Kentucky. Als voorstander van de oecumene trad hij in dialoog met vooraanstaande vertegenwoordigers van andere religies. Thomas Merton is ook een belangrijke hedendaagse mysticus.
Biografie Jeugd Zijn vader, Owen Merton (1887 - 1931), was afkomstig van Nieuw-Zeeland en had de Britse nationaliteit. Hij was kunstenaar, maar verdiende bij als tuinier en organist.Schilderijen van Owen Merton, de vader van Thomas Owen Merton had een Anglicaanse achtergrond en waarschijnlijk werd Thomas Merton daarom ook gedoopt in de Anglicaanse Kerk. Zijn moeder, Ruth Jenkins (1887 - 1921), was een Amerikaanse kunstenares met een Quaker-achtergrond. Omwille van de Eerste Wereldoorlog verhuisde de familie naar de Verenigde Staten toen Thomas Merton nog maar een jaar was. In 1918 werd daar zijn enige broer John Paul Merton geboren. Enkele jaren later werd bij moeder Ruth Jenkins kanker vastgesteld. Zij stierf op 3 oktober 1921; Thomas was slechts zes jaar. De familie verbleef toen een tijd bij de ouders van moeder Ruth Jenkins. Tegelijk begon een periode van regelmatig verhuizen. In 1922 vertrok vader Owen Merton naar Bermuda om te gaan schilderen. Thomas ging mee, terwijl zijn broer John Paul bij de grootouders bleef. Aan het einde van de zomer van 1923 ging Owen Merton een tijdje naar New York voor een tentoonstelling. Thomas bleef op Bermuda bij vrienden van zijn vader. Later in 1923 keerde hij terug naar zijn grootouders in de Verenigde Staten. Zijn vader ging dan op zeilreis naar Frankrijk. In 1925 kwam hij Thomas ophalen om samen (zonder John Paul) in Saint-Antonin-Noble-Val (Frankrijk) te gaan wonen. Vanaf 1926 ging hij er naar school in Montauban. Dit was een bijzonder donkere periode in zijn leven: als vreemdeling werd hij er zwaar gepest.Fisher Bryant p. 34 Nadien vond hij er wel enkele vrienden die net als hij intellectueel-creatieve interesses hadden. Zijn vader bleef intussen regelmatig verder reizen. In 1928 verhuisden ze plots naar Groot-Brittannië (Ealing in Londen), waar Merton dan verder naar school ging. Hier beleefde hij een zeer aangename tijd en kreeg er goede vrienden. In 1929 werd bij zijn vader een hersentumor ontdekt. Hij stierf op 18 januari 1931. Thomas Merton bleef alleen in Groot-Brittannië wonen en studeren. Tussendoor maakte hij in zijn eentje verschillende reizen: Italië, Duitsland, New York, Frankrijk. Zijn Amerikaanse grootouders bekostigden alles. Tom Bennett, een vriend van zijn vader, werd voogd van Thomas Merton.
Zijn jeugd werd dus gekenmerkt door een vroeg verlies van zijn ouders en een grotendeels los van zijn broer opgegroeid zijn, veelvuldig verhuizen en veel reizen, een vader die regelmatig langdurig afwezig was en wisselende figuren die zijn opvoeding op zich namen. Dit alles maakte dat hij betrekkelijk vrij was in zijn doen en laten en soms zelfs wat aan zijn lot overgelaten.
Jongvolwassenheid: studies en lekenjaren Op zijn 18e jaar ging hij naar de Universiteit van Cambridge (eind 1933). Daar begon een leven van plezier: veel uitgaan, roken, cafés, alcohol (hij was veel dronken) en kleren kopen. Hij had een eigen appartement en ontving er regelmatig meisjes. In 1934 liep het mis: een meisje werd zwanger van hem. Een wettelijke regeling werd getroffen door Tom Bennett, zodat er geen rechtszaak van kwam.Fisher Bryant p. 72 Dit voorval werd lange tijd geheim gehouden en wordt ook niet vermeld in de autobiografie van Merton over deze periode: Louteringsberg. Wie het meisje was en wat er van het kind terechtkwam, is onbekend. Merton slaagde met moeite voor zijn eerste jaar aan de universiteit. Onmiddellijk hierna verhuisde hij naar de Verenigde Staten om daar een betere herstart te maken.
In januari 1935 zette hij er zijn studies verder aan de Columbia-universiteit te New York. Daar voelde hij zich snel thuis en raakte hij sterk geïnteresseerd in de 18e-eeuwse literatuur. Dit vak werd gegeven door de jonge professor en schrijver-dichter Mark Van Doren. Dit werd een levenslange vriend van Merton. In deze periode leerde hij een aantal andere levenslange vrienden kennen met gelijkaardige interesses in literatuur en filosofie: Robert Giroux, die een belangrijk uitgever werd, Seymour Freedgood, Robert Lax, een dichter, Ed Rice, tekenaar en latere biograaf van Merton, Bob Gibney en Bob Gerdy. Hij hield ervan met hen te discussiëren. Merton begon er te schrijven, tekenen en sporten (veldlopen). Tegelijk ging Merton verder met zijn meer liederlijke leven: hij ontdekte de jazzmuziek en -clubs (de interesse voor jazz zou hij heel zijn leven behouden), bleef zwaar roken, drinken en uitgaan. Anderzijds zocht hij voor het eerst betaalde baantjes. In 1935 nam hij - in lijn met de heersende tijdsgeest - eenmalig deel aan een bijeenkomst van de Young Communist League onder de schuilnaam "Frank Swift".
In 1936 stierf zijn grootvader van moederszijde en een jaar later, in 1937, zijn grootmoeder. Thomas Merton stortte zich terug op activiteiten, maar werd ziek: oververmoeidheid. Rond deze periode begon hij religieuze werken te lezen en te bidden. Met zijn vrienden besprak hij het thema religie regelmatig. In de zomer van 1938 ging hij voor het eerst naar een katholieke mis in de Corpus Christi Kerk in New York. Reeds enkele maanden later, op 16 november 1938, liet hij er zich dopen. In deze periode werd hij levenslang bevriend met Dan Walsh, een professor godsdienst. Zijn bekering was enerzijds het gevolg van een intellectuele en morele ontwikkeling, maar anderzijds ook van religieuze ervaringen die hij had.
Op 22 februari 1939 studeerde hij af: hij behaalde de graad van Master of Arts in Engelse literatuur. Zijn masterscriptie ging over William Blake. Merton had overigens een bijzondere talenkennis: hij kende degelijk Engels, Frans, Italiaans, Spaans en Latijn, aangevuld met basiskennis Grieks, Duits en Portugees.
Religieus leven Eerste zoektocht In de overgangsperiode na zijn doopsel veranderde Merton zijn leven grondig. Hij had het gevoel een roeping te hebben (had voordien de ervaring naar de mis getrokken te zijn: "Go to Mass! Go to Mass!") en in het najaar van 1939 besloot hij priester te worden. Hij ging zich actief inzetten voor sociale activiteiten, met name de armenzorg. Hij begon eveneens zeer veel te schrijven en werkte zijn eerste romans af. Spoedig groeide de zin om in te treden in een orde. Zich hierop voorbereidend stopte hij met roken en minderde sterk met alcohol en uitgaan. Vanaf dan ging hij dagelijks naar de mis.
In oktober 1939 stelde Dan Walsh hem voor bij de franciscanen van New York, waar hij hartelijk werd ontvangen. Slechts eenmaal per jaar namen deze novicen aan. Merton mocht in augustus 1940 terugkomen. Enkele maanden voor zijn intrede biechtte hij in een gesprek zijn vroegere leven op: drank, geld uitgeven, relaties en een buitenechtelijk kind. Hierna werd hij dringend verzocht zijn kandidatuur terug te trekken. Ondanks deze zware ontgoocheling sloot hij zich aan bij de franciscaanse Derde Orde in het Sint-Bonaventura College, waar hij ook werd aangesteld om Engels te doceren. Vanaf dan droeg hij een scapulier en zei dagelijks het getijdengebed.
In 1941 werd Merton opgeroepen voor een medische keuring voor militaire dienst: hij werd afgekeurd wegens slechte tanden. Zijn vriend Dan Walsh deed jaarlijks een retraite in de trappistenabdij van Gethsemani. Hierdoor geïnspireerd deed Merton er een eerste retraite tijdens de Goede Week tot Pasen. Deze retraite trof hem erg en zette hem verder aan het denken. Hij werd sterk aangetrokken door het trappistenleven, maar vreesde een nieuwe afwijzing. Dezelfde zomer deed hij nog een retraite in een andere trappistenabdij (Our Lady of the Valley in Rhode Island). In de herfst schreef hij een brief naar de abt van Gethsemani met de vraag of hij er opnieuw een retraite kon doen. In deze brief liet hij doorschemeren dat hij eigenlijk als postulant wilde komen. Snel volgde de bevestiging dat hij welkom was rond de Kersttijd. Even later werd hij opgeroepen voor een nieuwe medische keuring voor militaire dienst: er werden strengere afkeuringsvoorwaarden ingevoerd. Hij vroeg schriftelijk om uitstel omdat hij in het klooster zou treden en verkreeg dit ook. thumb|Abdij van Gethsemani: kerk en kerkhof
Intrede Op 10 december 1941 kwam Merton aan in de abdij van Gethsemani en drie dagen later werd hij aanvaard als postulant. Hij vertelde heel zijn levensverhaal (inclusief zijn relatie in Cambridge) open aan de novicenmeester, die het besprak met abt Frederic Dunne. Zij maakten er geen probleem van en aanvaardden hem zonder restricties. Hij kreeg de kloosternaam broeder Louis.
In het klooster bleef Merton verder schrijven (gedichten ...) en werd daar zelfs toe aangemoedigd door zijn oversten. Op hun verzoek schreef hij onder meer verschillende biografieën van vroegere cisterciënzers.
De abdij van Gethsemani was in 1848 gesticht door Franse monniken. Abt Frederic Dunne (°1893) was de eerste in Amerika geboren monnik van de abdij. Vanuit Gethsemani werden verschillende andere kloosters gesticht. Het leven was er vrij strikt en het eten vegetarisch (behalve voor ouderen en zieken). Communicatie gebeurde met handgebaren.
Op 16 april 1943 stierf zijn broer John Paul Merton.Overlijden John Paul Merton Hij was piloot bij de Koninklijke Canadese luchtmacht en was neergestort boven de Noordzee. Thomas Merton schreef er het gedicht over For my brother: reported missing in action, 1943.For my brother: reported missing in action, 1943 Vele jaren later maakte Joan Baez er een lied van: The bells of Gethsemani.Joan Baez: "The bells of Gethsemani"
Eerste periode: jaren 1940 Op 19 maart 1944 legde Merton zijn tijdelijke geloften af en op 19 maart 1947 zijn eeuwige geloften. Op 26 mei 1949 werd hij tot priester gewijd. Vanaf dan werd hij father Louis genoemd. In de abdij volgde Merton de vaste cyclus van de officies, werken, meditatie en gebed. Bijkomend gaf hij les en was hij deels vrijgesteld om te schrijven. Door deze drukke agenda raakte hij soms oververmoeid. Toch was deze eerste periode voor hem een soort thuiskomen. Hij had zijn plaats gevonden als traditionele monnik, was er welkom en werd zelfs gestimuleerd in zijn schrijven. Eind jaren 1940 verschenen zijn eerste publicaties. Zijn boeken zorgden voor zeer belangrijke inkomsten voor de abdij.
In 1948 stierf abt Frederic Dunne, die Merton steeds bijzonder had gesteund. Zijn opvolger was abt James Fox. Deze zou heel wat terughoudender zijn naar Merton.
In 1951 werd Thomas Merton aangesteld als Master of Scholastics (hoofdbegeleider van de priesterstudenten). Eveneens in 1951 kreeg hij de Amerikaanse nationaliteit.
Het leven van Merton tot deze fase wordt soms vergeleken met dat van Augustinus.Cunningham p. 1-4 Beiden hadden sterke moeders en vrij afwezige vaders. Merton verloor zijn moeder weliswaar vroeg, Augustinus zijn vader. Ze gingen naar goede scholen, maar leden in hun jeugd een liederlijk leven en worstelden met intellectuele demonen. Beiden kregen een kind en hadden gebrek aan morele orde. Na de periode van vleselijke verleidingen volgde een radicale bekering. Ze schreven beiden een autobiografie die eindigt met het begin van hun kerkelijk leven (voor Augustinus waren dat de Confessiones, voor Merton de Louteringsberg), maar ook daarnaast schreven ze nog zeer veel andere werken. Mystieke elementen typeren het leven en werk van beiden.
Verdere evolutie vanaf de jaren 1950 Jaren 1950