Schortens (Nederduits: Schörtens) is een stad en zelfstandige gemeente in de Duitse deelstaat Nedersaksen. Schortens maakt deel uit van de Landkreis Friesland. Het is na Varel de grootste stad in Friesland en ligt ruim 6 kilometer van Jever. Schortens telt inwoners.

Geografie Topografie Schortens ligt in het historische Jeverland op het Oost-Friese schiereiland, aan de rand van de kleigrond. Talrijke dorpen, bijvoorbeeld de huidige dorpen Accum en Schoost, liggen op geestgronden. Daartussen lagen vroeger brede veen- en heidegebieden. Het stadsdeel Schoost ligt aan het Upjeversche Tief, een riviertje dat in de Maade stroomt. Aan deze rivier liggen de stadsdelen Roffhausen en Middelsfähr.

Buurgemeenten Schortens grenst in het noordwesten aan de stad Jever, in het noorden aan de gemeente Wangerland, in het oosten aan de stad Wilhelmshaven, in het zuiden aan de gemeente Sande en in het zuidwesten aan de gemeente Friedeburg, die bij het Landkreis Wittmund hoort.

Plaatsen in de gemeente De gemeente kent de volgende 12 Stadtteile.

Het stadscentrum (ruim 14.000 inwoners) bestaat uit:

Oud-Schortens (ruim 2.400 inwoners) Heidmühle (ruim 8.500 inwoners) Ostiem Oestringfelde (ruim 1.600 inwoners)

Daaromheen liggen 8 als Stadtteil geldende dorpen:

Accum (ruim 1.000 inwoners) Addernhausen Grafschaft (ruim 1.500 inwoners) Middelsfähr (ruim 1.100 inwoners) Roffhausen (ruim 900 inwoners) Schoost (ruim 150 inwoners) Sillenstede (ruim 2.200 inwoners) Upjever

Geschiedenis De eerste tekenen van een vestiging in het huidige stadsgebied dateren uit de vijfde eeuw. Schortens was toen weliswaar nog geen structurele eenheid, maar er waren kleinere dorpen en enkele boerderijen. De administratieve eenheden waren de kerspelen die zich voor het grootste deel rond de geografische grenzen concentreerden. Na de bouw van de St.-Stephanuskerk in 1153 groeide het huidige stadscentrum tot het kerkelijke centrum van de hele omgeving. Ook het nabije klooster Oestringfelde dat in de middeleeuwen bovenregionaal bekend was, ondersteunde deze ontwikkeling. In 1158 wordt de naam Schortens voor het eerst vermeld. In deze tijd hoorde Schortens bij de Friese gouw Ostringen. In de veertiende eeuw ontstonden uit de voormalige gouwen verschillende erfelijke dynastieën van hoofdelingen. Het Jeverland met onder meer Schortens was onder het bestuur van Edo Wiemken en zijn afstammelingen. (zie ook Magna Frisia)

In de middeleeuwen was Schortens vooral bekend om zijn paardenfokkerijen. Daarvandaan komt ook het wapendier - een rood paard op een witte grond. Paarden speelden altijd een grote rol in de geschiedenis van de stad. Er zou ook een wonderpaard in het bezit van het klooster Oestringfelde bestaan hebben, waarmee de eigenaar Jürgen Schemering aan het begin van de achttiende eeuw door heel Europa reisde.

Sinds 1548 hoorde Schortens bij de Bourgondische Kreits van het Heilige Roomse Rijk.

thumb|Gekleurde kopergravurekaart van Homann, Nürnberg, rond 1718: Geographische Vorstellung der jämerlichen Wasser-Flutt in Nieder-Teutschland. In 1717 overleden bij de Kerstvloed in de heerlijkheid Jever in het totaal 1.294 mensen, onder wie 17 uit het kerspel Schortens, 24 uit het kerspel Sillenstede en 25 uit het kerspel Accum. In deze tijd hoorde de heerlijkheid Jever bij Anhalt-Zerbst. Vanaf 1793 kwam ze onder Catharina de Grote bij Rusland.

Napoleon veroverde het gebied rond Jever en Schortens in 1807 en bij de Vrede van Tilsit moest Rusland het gebied afstaan, waarna het gebied bij het koninkrijk Holland werd gevoegd als deel van het departement Oost-Friesland.

Toen vanaf 1786 de eerste burgerlijke administratieve eenheden ontstonden, nam men de grenzen van de kerspelen over. Het kerspel van Schortens vormde dus ook een politieke eenheid en groeide tot de huidige stad. Vanaf de negentiende eeuw vestigden zich steeds meer mensen in Schortens. Dit werd veroorzaakt door de voltooiing van de straatweg Oldenburg - Jever in 1837 en de aanleg van de treinverbinding Sande - Heidmühle - Jever in 1872. Bovendien profiteerde Schortens van de oprichting van Wilhelmshaven als marinebasis.

In de tijd na de Eerste Wereldoorlog steeg in het rustieke Schortens net als in andere Duitse streken de werkloosheid. In 1933 werd Schortens samen met Cleverns, Sande en Sandel tot de Grootgemeente Östringen verenigd. In 1936 werd in de huidige wijk Upjever een luchtmachtbasis, de Fliegerhorst Jever, geopend.

Na de Tweede Wereldoorlog groeide de bevolking opnieuw, doordat meer dan 4.000 ontheemden uit de voormalige gebieden van het Duitse Rijk in het oosten naar Schortens kwamen. Ook de oprichting van de Olympia-schrijfmachinefabriekDe fabriek bestond van 1903 tot 1992. in de wijk Roffhausen versnelde de bevolkingsgroei. Terwijl Schortens in 1948 maar 8.100 inwoners had, waren het er in 1960 al meer dan 10.000. In het kader van een gemeentelijke herindeling in 1972 gingen de twee gemeenten Schortens en Sillenstede samen.

In 2005 kreeg Schortens stadsrechten en sindsdien is dit een zelfstandige gemeente.

Wijken Oud-Schortens Voor de eerste keer wordt de naam Schortens in het jaar 1158 vermeld. De bouw van de St.-Stephanus-Kerk werd in hetzelfde jaar voltooid. Deze kerk, de oudste van het Jeverland, is een romaanse kerk, die gebouwd is in de tweede helft van de 12e eeuw. De kerk heeft een doksaal waarop zich afbeeldingen van de profeten bevinden en een altaar met een retabel, waarop de lijdensweg van Christus is afgebeeld.Karstkarel, Peter Alle middeleeuwse kerken: Van Harlingen tot Wilhelmshaven (2007) Leeuwarden/Groningen, Uitgeverij Noordboek,

Het centrum van de stad Schortens heeft zich met de bouw van het station naar Heidmühle verplaatst. In Oud-Schortens zijn vandaag de dag nog verschillende horecabedrijven, een basisschool en de enige discotheek van Schortens, de Nachtschicht. Oud-Schortens heeft rond 2.400 inwoners.

Heidmühle

Heidmühle ontleende zijn naam aan de heimolen, een windmolen, die in 1561 van Upjever naar daar werd verplaatst. Na de bouw van het station vestigden zich hier veel scheepswerfarbeiders uit Wilhelmshaven, en Heidmühle ontwikkelde zich langzamerhand tot een stadscentrum. In 1910 bouwde men de eerste school, in de jaren dertig het stadhuis. In 1987 werd aan de Menkestraße het Burgerhuis gebouwd, dat tot nu toe het culturele centrum van de stad is. In het gebouw zetelt de stadsbibliotheek met meer dan 25.000 media-eenheden en er is plaats voor meer dan 300 evenementen per jaar. De Menkestraße en de Oldenburger Straße - de winkelstraten en ontmoetingspunten van de stad - liggen in Heidmühle. Ook twee basisscholen en het schoolcentrum aan de Beethovenstraße zijn hier gevestigd. Bovendien maken de administratieve instellingen, zoals politie en het stadhuis, het jeugdcentrum en het station het stadsdeel Heidmühle tot het centrum van Schortens. In de Menkestraße vindt jaarlijks het Oktoberfeest plaats, op de Roter Platz ("Rode Plein") voor het Burgerhuis vindt in december de Kerstmarkt plaats, en de Schortenser Klinkerzauber wordt iedere zomer in de Menkestraße gehouden. Heidmühle heeft 8.500 inwoners.

De naamgevende molen werd in 1913 afgebroken gedemonteerd en verwijderd en aan Apen verkocht.

Oestringfelde

Het Oestringer Veld was ooit een uitgestrekt heidelandschap. De naam van het stadsdeel Oestringfelde herinnert hier nog steeds aan. Wellicht was er al in de voorchristelijke tijd een heidense gebedsplaats. Ook in de middeleeuwse twisten tussen de verschillende Friese stammen speelde Oestringfelde een belangrijke rol. Uit dankbaarheid tegenover God bouwden de Ostringers na een gewonnen veldslag in de twaalfde eeuw tegen de Rustringers een prachtige kerk en beloofden „Unser leven vrouwen bilde dorch gans Oestringerland um to dragen“. Naast de kerk ontstond een monnikenklooster. Over de bouw van de kerk is verder niets bekend. Ze was wellicht van hout gemaakt en brandde in 1272 af. Men begon weliswaar met de heropbouw van de kerk maar de instelling bestond vanaf de veertiende eeuw niet meer. De meeste monniken overleden aan de pest. In 1350 werd het klooster aan een Dominicaanse orde overgedragen en er werd een nonnenconvent ingericht. Daaraan dankt bijvoorbeeld de buurt Jungfernbusch zijn naam. In deze tijd verwierf het klooster een grote bekendheid vanwege de Ostringer paardenfokkerij. Met de reformatie in de zestiende eeuw kwam een eind aan het klooster. Het convent werd in 1577 gesloten, de nonnen mochten echter nog hun hele leven in het klooster wonen. In 1596 overleed de laatste non, Hille Engelken, en de aftakeling van de gebouwen begon. Het enige overblijfsel was de ruïne van de kerktoren. In 1839 kocht Heinrich Georg Ehrentraut voor 10.900 Reichtstaler het gebied en legde groenvoorzieningen rond de ruïne aan. Het zogenoemde Klosterpark staat er vandaag nog. Het gebied van het huidige Oestringerfelde werd percelen verdeeld, verpacht en langzamerhand bevolkt. Vandaag de dag behoort Oestringerfelde bij het gesloten stadscentrum van Schortens en heeft het rond 1.600 inwoners.

Ostiem Ostiem (vroeger ook Ostien) bestaat uit de twee samengegroeide dorpen, Groot- en Klein-Ostiem. Het is op geestgrond gebouwd en ligt aan het kruispunt van de huidige straten B210 en Plaggestraße.

Sillenstede

Het stadsdeel Sillenstede ligt in het noorden van het stadsgebied en grenst daar aan Wangerlandse dorpen. Voor het eerst werd de vestiging in 1138 als Celensteda in een document van het Vaticaans archief genoemd. Via de afleidingen Zelandsteda (1350), Szelinstede (1354) en Tzillenstede ontwikkelde zich de naam tot Sillenstede. De kerk werd in 1233 voltooid. Vanuit Sillenstede begon een twist tussen Ostringers en Wangerers met als resultaat dat er in Schortens een kerk werd gebouwd. De Sint-Floriaankerk (Sillenstede) werd pas in 1233 voltooid en is met 48 meter de grootste van granietblokken gebouwde kerk van Friesland. De kerk werd opgedragen aan St. Florian, de beschermheilige bij brand en watersnood. Sinds de Reformatie (16e eeuw) is de kerk evangelisch-luthers.

Tot het kerspel Sillenstede behoorden ook kleinere dorpen, waaronder de huidige stadsdelen Grafschaft, Glarum en Moorhausen. Na de Tweede Wereldoorlog kwam ook Accum in het kader van een gebiedsherindeling bij Sillenstede. In 1972 werd de gemeente Sillenstede een deel van Schortens.

Tegenwoordig wonen er rond de 2.200 mensen in Sillenstede. Er zijn een peuterschool en een basisschool, een brandweerkazerne en kleine winkels.

In 1899 werd de schilder Arthur Eden in Sillenstede geboren. In Sillenstede is een plein naar hem vernoemd.

Grafschaft In het jaar 1585 werd voor het eerst het landgoed Barkel vermeld, dat toen rond de 100 hectare groot was. De naam van de eigenaar was Meno to Barkel, die echter altijd Peter Grave ("de graaf") werd genoemd, en later werd deze naam aan het hele dorp gegeven. Barkel heette toen Grafschaft ("graafschap").

In de jaren zestig van de twintigste eeuw groeide de bevolking van Grafschaft doordat de drinkwaterwinningsinstallatie Feldhausen werd gebouwd. Het personeel verhuisde naar Grafschaft, later kwamen ook mensen uit Wilhelmshaven en Jever die niet langer in de stad wilden wonen. Grafschaft wordt omgeven door bossen en meertjes (Pöttkenmeer, Barkeler Wald) en is daarom ook een geliefde recreatiebestemming. Er is een basisschool in Glarum en een winkelcentrum in het dorpscentrum.

Sinds 1961 vindt elk jaar in september het Brunnenfest ("bronfeest") in Grafschaft plaats. Grafschaft telt rond de 1.500 inwoners.

Accum