Hannoversch Münden, officieel afgekort Hann. Münden (of kortweg Münden) is een stad en gemeente in de Duitse deelstaat Nedersaksen. De gemeente maakt als selbständige Gemeinde deel uit van het Landkreis Göttingen. Hannoversch Münden telt inwoners, en is gelegen op de plaats waar de Werra en de Fulda samenvloeien en de Wezer vormen.
Delen van Hann. Münden De gemeente bestaat uit: de Kernstadt Hann. Münden, met inbegrip van de stadsdelen: Altmünden de Innenstadt (de binnenstad), en verder Hermannshagen, Kattenbühl, Neumünden en Questenberg. tien zogenaamde Ortschaften, doorgaans tot 1973 zelfstandige gemeentes: Bonaforth Gimte (met Hilwartshausen) Hedemünden Hemeln (met Bursfelde en Glashütte) Laubach Lippoldshausen Mielenhausen Oberode Volkmarshausen Wiershausen.
Enige nadere gegevens over de 10 Ortschaften Bonaforth (427): 3 km ZW; aan de zuidoever van de Fulda Gimte (1.904, incl. Hilwartshausen): 2 km N, aan de oostoever van de Wezer; het oostelijk aansluitende Hilwartshausen heeft aan de Bundesstraße 3 een groot bedrijventerrein voor midden- en kleinbedrijf. Hedemünden (1.275): 8 km O, aan de noordoever van de Werra; het dorp heeft een bedrijventerrein voor logistieke centra e.d. en een eigen Autobahn-afrit en spoorwegstation. Hemeln (870, incl. de minder dan 100 inw. tellende dorpjes Bursfelde en Glashütte): 11 km N; aan de oostoever van de Wezer; met veerverbinding over deze rivier naar Reinhardshagen. Laubach (364): 6 km OZO, aan de zuidoever van de Werra Lippoldshausen (621): 5 km O, aan de noordoever van de Werra Mielenhausen (387): 7 km NO, aan de Bundesstraße 3, niet ver van het naburige Scheden Oberode (654): direct ten ZW van Hedemünden, aan de zuidoever van de Werra Volkmarshausen (736): 4 km NO, aan de Bundesstraße 3 Wiershausen (681): direct ten N van Lippoldshausen
Tussen haakjes het aantal inwoners per 31 december 2023, als vermeld op de gemeentelijke webpagina's over iedere individuele Ortschaft. 3 km NO betekent: drie kilometer ten noordoosten van het centrum van de stad Hann. Münden.
Geografie, infrastructuur Hann. Münden is gelegen op de plaats waar de Werra en de Fulda samenvloeien en de Wezer vormen, en beschikt daar over een bescheiden binnenhaven (Weserumschlagstelle). De stad ligt dus tussen een aantal middelgebergtes in. In het noordwesten ligt, ten noorden van de Fulda en ten westen van de Wezer, het Reinhardswald. Ten noorden van de Werra en ten oosten van de Wezer ligt het Bramwald (waar het riviertje de Schede doorheen loopt en in de Wezer uitmondt). Het Reinhardswald en het Bramwald worden gerekend tot het Weserbergland. De heuvelruggen tussen de Werra en de Fulda, aan de zuidkant van de gemeente, behoren tot het Kaufunger Wald, dat weer een gedeelte is van het Fulda-Werra-Bergland. Al deze middelgebergtes zijn grotendeels bebost, en de hoogste toppen reiken tot 400 à 450 meter boven de zeespiegel. De hoogte van het dal, waarin de stad zelf ligt, is circa 125 meter boven Normalnull.
Naburige gemeentes In het zuidwesten: Staufenberg, en verderop Kassel, HS, ca. 15 km In het westen: Reinhardshagen, HS, en het gemeentevrije gebied Reinhardswald, HS In het uiterste noordwesten: Wesertal, HS In het noorden/noordoosten: Adelebsen, alsmede in de Samtgemeinde Dransfeld: Niemetal, Bühren en Scheden Verderop in het noordoosten: Göttingen, 30 à 35 km, afhankelijk van de gekozen route In het oosten: Jühnde In het zuidoosten: Witzenhausen, HS.
De toevoeging HS betekent: gelegen in de deelstaat Hessen.
Verkeer en vervoer
De dichtstbijzijnde Autobahn is de A 7. Op afrit 76 te Staufenberg takt de 10 km lange Bundesstraße 496 aan, die eindigt in Hann. Münden. Afrit 75 te Hedemünden ligt bij een bedrijventerrein. Andere hoofdwegen in de gemeente zijn: de Bundesstraße 3, zuidwaarts langs de Fulda richting Kassel de Bundesstraße 3, noordoostwaarts langs Mielenhausen naar Göttingen de Bundesstraße 80, zuidoostwaarts langs de Werra richting Witzenhausen de Bundesstraße 80, noordwestwaarts langs de westoever van de Wezer richting Bad Karlshafen; parallel hieraan loopt een kleinere weg langs de oostelijke oever; er zijn echter tussen Hann. Münden en Gieselwerder, 27 km noordelijker, geen bruggen. Wel vaart er een veerpont over de Wezer tussen Hemeln en Reinhardshagen.
Het station van de stad ligt aan de spoorlijn Hannover - Kassel, waarover alleen op het traject naar Kassel Hbf nog treinen rijden en aan de in 1990 gerenoveerde spoorlijn Halle - Hann. Münden naar Halle (Saale). Aan deze laatste spoorlijn heeft, 8½ kilometer verderop, ook Hedemünden een station.
Ten westen van Hedemünden ligt sedert 1937 in de Autobahn een brug over het dal van de Werra. De oude brug is intussen al twee keerIn 1950 en in 1987. vervangen, en omstreeks 1989 is er een brug in de HSL spoorlijn Hannover - Würzburg naast gelegd. Slechts enkele honderden meters ten zuiden van deze brug loopt het tracé van de HSL door een 10,5 km lange tunnel, de Mündener Tunnel, onder het gebergte, een van de langste tunnels van geheel Duitsland.
Economie De belangrijkste middelen van bestaan in de gemeente Hann.Münden zijn het toerisme en de handel en logistiek. De gunstige ligging bij wegenknooppunten is o.a. voor een pakketpostbedrijf, een supermarktketen en een groothandel in auto-onderdelen aanleiding geweest, er een zeer groot distributiecentrum te vestigen. Verder huisvesten de drie industrieterreinen in de gemeente enkele middelgrote fabrieken (150-250 medewerkers, o.a. verpakkingsmiddelen, rubber slangen) in uiteenlopende branches en verder regionaal en lokaal midden- en kleinbedrijf.
In de dienstensector is nog een klein ziekenhuis, gespecialiseerd in nierziekten, vermeldenswaard.
Geschiedenis
Reeds vanaf circa 4.000 v.C. hebben mensen in of rondom de huidige stad gewoond. Dit is uit archeologisch onderzoek gebleken. Omstreeks A.D. hebben de Romeinen in de omgeving van het huidige Hedemünden een militair kamp gehad; zie: Hedemünden (Romeins legerkamp).
Ten tijde van Karel de Grote komen de eerste schriftelijke vermeldingen van plaatsen rondom het huidige Hann. Münden voor (Gimundi (Altmünden) en Hilwartshausen omstreeks 817; Hemeln in 834). In de middeleeuwen bouwde men hier ook enige belangrijke kloosters e.d.: (in 960 kanunnikessen-sticht (grosso modo levend naar de kloosterregel van de Augustinessen) Hilwartshausen; in 1093 de benedictijnen-abdij Bursfelde). In de 11e eeuw ontwikkelde het huidige stadje zich als handelsnederzetting bij een voorde in de rivier de Werra. Stadsrechten werden in of vóór 1183 verleend. In dat jaar wordt in een document van Lodewijk III van Thüringen, landgraaf van Thüringen, Gimunde, Münden, als stad genoemd. In 1247 stierf de laatste markgraaf, Hendrik Raspe IV, en hertog Otto het Kind van het Hertogdom Brunswijk-Lüneburg erfde het gebied. Otto verleende Münden uitgebreidere stads-, markt- en stapelrechten. In de 13e eeuw werd een stenen brug over de Werra en een stenen stadsomwalling gebouwd. Een tijdelijke terugslag volgde door een overstromingsramp op 22 juli 1342 en de pestepidemie Zwarte Dood, omstreeks 1350.
Van 1495 tot 1584 was Münden residentiestad van een door erfdeling afgesplitst Hertogdom Calenberg-Göttingen (zie: Calenberg; Göttingen). In deze tijd werd het slot van Münden gebouwd, in opdracht van vorst Erik I van Brunswijk-Calenberg-Göttingen, die de vorstendommen Calenberg en Göttingen van 1495 tot 1540 bestuurde. Erik's opvolgers waren diens weduwe Catharina, die met hulp van de belangrijke reformator Anton Corvinus de Reformatie doorvoerdeDaardoor ging een meerderheid van de christenen in Münden en omgeving over tot het evangelisch-luthers protestantisme. De in dit artikel genoemde kerkgebouwen in Hann. Münden zijn, tenzij anders vermeld, alle (nog) evangelisch-luthers., zijn zoon Erik II, die katholiek was en zich in de aanloop naar de Tachtigjarige Oorlog in de Nederlanden berucht maakte, en na diens overlijden in 1584 hertog Julius van Brunswijk-Wolfenbüttel. Münden maakte nu deel uit van het Vorstendom Brunswijk-Wolfenbüttel.
Van 1603-1618 werd het fraaie stadhuis van Münden gebouwd, met gedeeltelijk behoud van een ouder, 13e-/14e-eeuws gebouw. Van 1618 tot 1648 leed de stad zeer sterk als gevolg van de Dertigjarige Oorlog. Met name de Bloedige Pinksteren van 1626 was een dieptepunt in de geschiedenis van Münden. De stad was toen in protestantse handen en werd door katholieke troepen onder de veldheer Tilly belegerd, ingenomen, geplunderd, grotendeels afgebrand en vrijwel geheel uitgemoord. Vanaf 1648 lag Münden in het uiterste zuidwesten van het Hertogdom Brunswijk-Lüneburg, en vanaf 1705 in het Keurvorstendom Brunswijk-Lüneburg, aan de grens met het Landgraafschap Hessen-Kassel. De Zevenjarige Oorlog (1756-1763) veroorzaakte in de stad opnieuw veel ellende en schade. Onder andere het kasteel, waarin tijdelijk een kazerne was ondergebracht, werd gedeeltelijk verwoest; het kasteel diende later als graanopslagplaats en is anno 2023 een kantoorpand, zetel van overheidsinstellingen, de openbare bibliotheek en het plaatselijke streekmuseum.
Het dorp Oberode was van 1570-1920 vestigingsplaats van pottenbakkerij en kleinschalige fabricage van keramiek. Wiershausen en Volkmarshausen hadden tot aan de 19e eeuw enige linnenweverijen; de boeren in de omgeving van deze dorpen verbouwden in de 17e en 18e eeuw op hun akkers veel vlas.
Na de Napoleontische tijd lag Münden van 1813-1866 in het Koninkrijk Hannover, van 1866-1871 in het Koninkrijk Pruisen en vanaf 1871 in het Duitse Keizerrijk. In de 19e eeuw werden bruggen en spoorlijnen aangelegd, waardoor zich in de stad enige industrie, in uiteenlopende bedrijfstakken, vestigde.
Van 1868 tot 1971 bevond zich in de stad een belangrijke hogere bosbouwschool. Van 1946 tot 2007 was ook de politieacademie van Nedersaksen te Hann. Münden gevestigd.
Hann. Münden was van 1901-1993 een garnizoensstad voor genietroepen, in het Duits Pioniere of Pioniertruppen geheten.
Begin 1937 kwam na anderhalf jaar bouwtijd de voor die tijd spectaculaire, nieuwe Autobahnbrug over de Werra bij Hedemünden gereed. Het was een van de grootste en meest prestigieuze infrastructuurprojecten van Adolf Hitlers Derde Rijk. Talrijke keren was de brug te zien in propagandafilms e.d. van de nazi's. De brug werd ook voorzien van een nog aanwezig reliëf, dat een ingenieur naast een arbeider voorstelt.
Van de Joden van Hann.Münden wisten de meesten, door tijdig nazi-Duitsland te ontvluchten, de Holocaust te ontlopen; de ruim 20 achterblijvers vonden allen een gruwelijke dood in de vernietigingskampen.
In april 1945, aan het eind van de Tweede Wereldoorlog, werd de Autobahnbrug door Duitse genietroepen opgeblazen, om de opmars van de geallieerden te vertragen, maar dezen wisten Münden toch zonder al te veel gevechten te veroveren. In de herfst van dat jaar werd de brug al provisorisch hersteld. Kort daarvóór, in juli, verongelukte bij de ruïne van de verwoeste brug een autobus, waarbij 40 van de inzittenden om het leven kwamen.
De toevoeging Hann. in de naam van het stadje verwijst naar het keurvorstendom resp. koninkrijk Hannover, waartoe Münden in de 19e eeuw behoorde, en was noodzakelijk om verwarring te voorkomen met het Westfaalse Minden, dat stroomafwaarts aan de Wezer ligt. Sinds 1971 is de naam officieel Hann. Münden, waarbij Hann. niet alleen afgekort wordt geschreven, maar meestal ook zo uitgesproken.
Een journalist ontdekte in 2008 in het gemeentearchief van Hann. Münden dat Adolf Hitler ereburger van de stad was. In de periode dat Hitler aan de macht was, werd hij door vrijwel elke stad tot ereburger benoemd. De plaatselijke gemeenteraad heeft zijn ereburgerschap meteen ingetrokken.
Bezienswaardigheden, toerisme De historische binnenstad van Hann. Münden is bijzonder rijk aan vakwerkhuizen en gebouwen in de stijl van de Wezerrenaissance, waaronder het raadhuis.