De regering-Rogier II (9 november 1857 - 3 januari 1868) was een Belgische regering. Deze werd tot stand gebrachten door de Liberale Partij. Ze volgde de regering-De Decker op en werd opgevolgd door de regering-Frère-Orban I. Op de dag van vandaag is deze regering nog steeds de langstlopende regering die het land ooit heeft gekend.

Verloop Nadat de katholieken bij de gemeenteraadsverkiezingen van 27 oktober 1857 een zware nederlaag leden, beschouwde De Decker dit als een afkeuring van zijn beleid en nam de regering-De Decker erg tegen de zin van de koning op 30 oktober 1857 ontslag, waarna er nieuwe parlementaire verkiezingen werden uitgeschreven voor 10 december.

De regering voerde een politiek van vrijhandel en economische expansie, waarbij ze geen oog had voor sociale maatregelen. In 1860 schafte minister van Financiën Walthère Frère-Orban het octrooirecht definitief af. Voortaan moesten burgers geen tol meer betalen bij het betreden van de stad en aldus werden de meeste stadsvesten en stadspoorten neergehaald. De beslissing van Frère-Orban is van groot belang geweest voor de ruimtelijke structuur van veel Belgische steden die bevrijd waren van de nauwe stadsomwallingen en voortaan vrij konden expanderen. Ook schafte hij de exporttaksen af en richtte hij nieuwe banken op, zoals het Gemeentekrediet van België en de Algemene Spaar- en Lijfrentekas.

In 1864 kwam de liberale meerderheid in de Kamer van volksvertegenwoordigers in gevaar, waardoor vervroegde verkiezingen plaatsvonden op 11 augustus 1864, die de liberalen weer een meerderheid gaf.

In 1864 werd de Spellingscommissie opgericht met de bedoeling om middelen voor te stellen die zouden kunnen leiden tot een eenparige Spelling der Nederduitsche taal.

In 1867 liepen de spanningen tussen de oudere, meer gematigde Rogier en de jongere, radicalere Frère-Orban zodanig op dat samenwerking in de regering vrijwel onmogelijk werd. Daarop nam Rogier ontslag en op 3 januari 1868 werd hij opgevolgd door Frère-Orban. Vanaf dan was zijn politiek rol zo goed als uitgespeeld.

Samenstelling De regering telde zes ministers.

AmbtsbeklederFunctieTermijnPartijCharles Rogier(1800-1885) MinisterBinnenlandse Zaken9 november 1857 - 26 oktober 1861Liberale PartijMinisterBuitenlandse Zaken26 oktober 1861 - 3 januari 186860pxVictor Tesch(1812-1892)MinisterJustitie9 november 1857 - 12 november 1865Liberale PartijMinister ad interimFinanciën3 juni 1861 - 26 oktober 186160pxAdolphe de Vrière(1806-1885) MinisterBuitenlandse Zaken9 november 1857 - 26 oktober 1861 extraparlementair (liberaal)Walthère Frère-Orban(1812-1896)MinisterFinanciën9 november 1857 - 3 juni 1861Liberale PartijMinister ad interimOpenbare Werken13 oktober 1858 - 14 januari 1859MinisterFinanciën26 oktober 1861 - 3 januari 186860pxEdouard Berten(1806-1887) MinisterOorlog9 november 1857 - 6 april 1859 extraparlementair (liberaal) Félix Chazal(1808-1892)6 april 1859 - 12 november 1866 extraparlementair (liberaal) 60pxAuguste Goethals(1812-1888)13 december 1866 - 3 januari 1868 extraparlementair60pxJoseph Partoes(1811-1858)Minister ad interimOpenbare Werken9 november 1857 - 26 april 1858 extraparlementair (liberaalMinisterOpenbare Werken26 april 1858 - 12 oktober 1858 60pxJules Vander Stichelen(1822-1880)MinisterOpenbare Werken14 januari 1859 - 3 januari 1868Liberale Partij60pxAlphonse Vandenpeereboom(1812-1884) MinisterBinnenlandse Zaken26 oktober 1861 - 3 januari 1868Liberale PartijMinister ad interimOorlog12 november 1866 - 13 december 186660pxJules Bara(1835-1900) MinisterJustitie12 november 1865 - 3 januari 1868Liberale Partij

Herschikkingen Op 6 april 1859 neemt Edouard Berten ontslag als minister van Oorlog en wordt opgevolgd door Félix Chazal. Op 26 oktober 1861 neemt Adolphe de Vrière ontslag als minister van Buitenlandse Zaken, omdat hij het niet eens was met de erkenning van het Koninkrijk Italië. Die erkenning beoordeelde hij als een aanslag op de Pauselijke Staat en als een schending van de Belgische neutraliteit. Hij wordt opgevolgd door Charles Rogier. Rogier staat op zijn beurt de bevoegdheid Binnenlandse Zaken af aan een nieuwe minister Alphonse Vandenpeereboom. Op 3 juni 1861 neemt Walthère Frère-Orban ontslag als minister van Financiën en wordt ad interim opgevolgd door Victor Tesch. Op 26 oktober 1861 neemt Frère-Orban opnieuw de portefeuille van Financiën op zich. Op 12 november 1865 neemt Victor Tesch ontslag als minister van Justitie en wordt opgevolgd door Jules Bara. Op 12 november 1866 neemt Félix Chazal ontslag als minister van Oorlog en wordt ad interim opgevolgd door Alphonse Vandenpeereboom. Op 13 december 1866 neemt Alphonse Vandenpeereboom ontslag als minister van Oorlog en wordt opgevolgd door Auguste Goethals. Op 13 oktober 1858 wordt Walthère Frère-Orban tijdelijk minister van Openbare werken, na het overleden van Joseph Partoes in oktober. Op 14 januari 1859 wordt Jules Vander Stichelen minister van Openbare Werken.

Rogier II