Een compact disc (compacte schijf), tegenwoordig meestal cd genoemd, in de begintijd ook wel compactplaat, is een optische schijf, die oorspronkelijk voor de opslag van muziek werd gebruikt (als vervanger van de grammofoonplaat van vinyl), maar die sinds een paar jaar na de introductie ook voor opslag van andersoortige gegevens wordt ingezet zoals de cd-rom en cd-video. Het cd-systeem is gezamenlijk ontwikkeld door Philips en Sony/CBS. De eerste cd ter wereld werd gefabriceerd op 17 augustus 1979 door het Philipsonderdeel Polygram te Langenhagen. De introductie van de eerste spelers vond plaats in Japan in oktober 1982; de rest van de wereld volgde in maart 1983.
De cd is uitgegroeid tot een veelzijdige dataplaat. In 1986 werd de cd-rom (waarbij 'rom' staat voor 'read-only memory') geïntroduceerd. De cd-rom, die data bevat, wordt vrijwel uitsluitend in computers gebruikt. In 1987 werd in prototype ontwikkeld voor het schrijven van informatie naar een cd. In 1990 werd de cd-r(ecordable) geïntroduceerd, een door een gebruiker zelf te beschrijven (ook wel het zogenaamde 'branden') schijf. In 1997 werd de cd-rw uitgebracht, om meerdere malen informatie naar een cd te schrijven.
De cd-familie is zeer succesvol: in 2004 werden er wereldwijd circa 30 miljard cd-, cd-rom- en cd-r-platen verkocht. In 2007, dus 25 jaar na de introductie, waren er wereldwijd in totaal reeds 200 miljard cd's verkocht. De cd werd de voorloper van meer geavanceerde producten, zoals de dvd.
Geschiedenis miniatuur|Compact disc in een jewelcase Arthur Schawlow en Charles Townes, verbonden aan Bell Labs vonden in 1958 de laser uit, dit heeft mogelijk de Amerikaanse uitvinder David Paul Gregg in 1961 geïnspireerd tot het indienen van een octrooi voor een optisch leesbare videoplaat. Paul Gregg deed zijn uitvinding toen hij werkte voor de Amerikaanse firma 3M. Hij begon later zijn eigen firma, Gauss Electrophysics Inc. Omdat een videoplaat de mogelijkheid gaf om goedkoop films aan de man te brengen (het duurde nog tien jaar voordat videorecorders op de markt zouden komen), zag de filmproducent MCA wel wat in deze uitvinding. In 1968 kocht MCA Gauss Electrophysics Inc, uiteraard inclusief de 'optische' octrooiportefeuille. Gregg heeft een groot aantal octrooien op zijn naam staan, echter van groot belang was tot 2007 zijn Amerikaanse octrooi 4.893.297, dat een brede beschrijving geeft van optische opname. Deze octrooiaanvraag werd ingediend in 1968, het octrooi werd 22 jaar later verleend aan de eigenaar toentertijd (Pioneer Corporation); de termijn verliep in 2007.
Videoplaten
Parallel aan, en zeker mede geïnspireerd door, deze Amerikaanse ontwikkelingen begon in 1969 een groepje onderzoekers in het Philips Natuurkundig Laboratorium (NatLab) te Waalre te experimenteren met videoplaten. In 1975 werd besloten tot een technische en commerciële samenwerking tussen MCA en Philips. Er kwam een kink in de kabel doordat Philips in 1970 op de markt kwam met een videorecorder, later vervangen door Video 2000, Sony in 1976 de Betamax-videocassetterecorder uitbracht en JVC met het snel zeer populair geworden VHS kwam. Deze ontwikkeling was natuurlijk een tegenvaller want de videorecorder kan programma's opnemen, terwijl de videoplaat alleen maar kan worden afgespeeld. Dit alles leidde tot onzekerheid en grote vertraging, maar in 1978 werd eindelijk de lang verwachte Video Long Play (VLP) (ook wel bekend onder de namen LaserVision Disc of DiscoVision) op de Amerikaanse markt geïntroduceerd. MCA leverde de platen en Magnavox, een volledig Amerikaanse Philipsdochter, leverde de spelers, die in Eindhoven werden geproduceerd.
De verstandhouding tussen beide partijen, MCA en Philips, was inmiddels verslechterd. Dit kwam door enerzijds technische aspecten (zoals platen die fysiek niet in de spelers pasten), als door commerciële verwachtingen. Veel consumenten waren namelijk in de veronderstelling dat men ook kon opnemen op de laserdiscs. In Japan heeft de LaserVision Disc, uitgebracht door Pioneer, later wel voet aan de grond gekregen en vele jaren gehouden.
Digitale audioplaat Waarschijnlijk zou na dit VLP-drama het optisch opnemen voorgoed zijn vergeten, ware het niet dat ingenieurs van Philips Audio, Boonstra en Van Alem, een audioplaat, de ALP (Audio Long Play) hadden ontwikkeld, die op dezelfde wijze als de VLP werkte. Begin 1974 startten de industriegroep 'Audio' en het NatLab samen het ontwikkelen van een optische audioschijf met een diameter van 20 cm, de ALP.Peek, Hans B.: The Emergence of the Compact Disc, IEEE Communications Magazine 48 (1): 10-17 (January 2010). De doelstelling was om de geluidskwaliteit van deze schijf die van de kwetsbare vinyl langspeelplaat te laten overtreffen. Om dit doel te bereiken vormde Lou Ottens, de technisch directeur bij Audio, een projectgroep bestaande uit zeven leden. De leider van deze projectgroep werd Ir. Loek Boonstra, bij Audio. Ir. Lorend Vries en zijn assistent Theo Diepeveen, beiden van het NatLab, behoorden tot deze project-groep. Men experimenteerde eerst met breedbandfrequentiemodulatie en later, in 1976, met digitaal geluid.
In maart 1974 adviseerden Vries en zijn groepsleider tijdens een ALP-VLP bijeenkomst een digitale audioregistratie, omdat dan een fouten-corrigerende code kon worden toegevoegd. Tegen het einde van 1977 erkende de Audio industriegroep dat de 'digitaal' keuze de enige methode was om een 'compact disc' met superieure geluidskwaliteit te realiseren. Vries en Diepeveen bouwden een fouten-corrigerende coder-decoder, die in mei 1978 aan Audio overhandigd werd. De foutcorrigerende decoder werd in het prototype van een cd-speler ingebouwd. Deze speler werd samen met een cd-schijf met een diameter van 11,5 cm en een gat ter grootte van een Nederlands dubbeltje (15 mm), op 8 maart 1979 door Joop Sinjou, de leider van het Audio-CD-laboratorium, aan de internationale pers getoond en gedemonstreerd.Philips Compact Disc Geschiedenis, Philips-historische-producten.nl Dit prototype werd genoemd naar de kinderboekenreeks Pinkeltje.Philips Pinkeltje, Dutchaudioclassics.nl Om deze doorbraak te herdenken, ontving Philips op 6 maart 2009, tijdens een druk bezochte ceremonie in de aula van de TU/e, een 'IEEE Milestone award'.IEEE CD Milestone, IEEE Global History Network
Ook andere firma's, zoals Sony, werkten aan prototypes van een digitale audioplaat. In augustus 1979 werd door Philips en Sony op hoog niveau besloten te gaan samenwerken bij de ontwikkeling van de optische audioplaat. De bedrijven complementeerden elkaar goed: Philips had nog veel ongebruikte videoplaatoctrooien en Sony had de nodige specialisten in digitale technieken.
miniatuur|270px|links|Kees Schouhamer Immink ontving een Emmy Award voor zijn creatieve bijdragen aan de compact disc, dvd en blu-ray. Er werd een kleine groep van topspecialisten van Sony en Philips geformeerd, onder wie prominente leden dr. Toshi Doi en Kees Schouhamer Immink. Ze kregen de opdracht om de nieuwe audioplaat tot in het kleinste detail uit te werken en moesten goede oplossingen zoeken voor alle moeilijke technische problemen zoals speelduur, plaatdiameter en andere mechanische specificaties. De Japanners namen geen genoegen met een afspeelduur van 68 minuten en eisten 74 minuten, waardoor de diameter van het schijfje uiteindelijk 12 cm werd. Ook de geluidskwaliteit – samplerate en resolutie – moesten worden gekozen.
De experts analyseerden ieder detail van het cd-systeem en kwamen om de twee maanden bijeen in Eindhoven of Tokio voor overleg. Steeds werd de beste oplossing gekozen uit de prototypes van Sony en Philips, of werden bestaande methodes verbeterd. Na uitgebreid experimenteren besloot de groep van experts het foutcorrectiesysteem van Sony, CIRC, te gebruiken. Dit Sonysysteem is veruit superieur, in zowel correctie-capaciteit als grotere speelduur (12%), aan de versie die Philips voor zijn prototype had ontwikkeld. De eerdere Philips-foutcorrectiecode, waaraan jarenlang was gewerkt, werd verworpen. Immink ontwikkelde in korte tijd de opschrijfcode eight-to-fourteen modulation (EFM). EFM verlengde de speelduur met ruim 25% ten opzichte van de code van het Philips-prototype, zonder problemen te veroorzaken met de spoorvolging. Sony en Philips besloten EFM op te nemen in de officiële Philips/Sony-cd-standaard. Ook de oude Philips-opschrijfcode werd afgeschreven. Sony gaf duidelijk de toon aan op het digitale deel van de cd-standaard: behalve enkele mechanische plaatspecificaties, zoals het gat ter grootte van een Nederlands dubbeltje (15 mm), werd er van het oorspronkelijke Philips-prototype niets overgenomen in de uiteindelijk cd-standaard. EFM en Sony’s foutcorrectiecode, CIRC, vormen de enige standaard essentiële patenten van de compact disc en zijn daarom van groot commercieel belang. Na een jaar publiceerden Philips en Sony in juni 1980 het Rode Boekje, de Compact Disc-standaard, dat alle details beschrijft om een compact disc, -plaat en -speler, te fabriceren.
Eerste cd's De eerste cd's ter wereld werden gefabriceerd op 17 augustus 1982 door het Philipsonderdeel Polygram te Langenhagen. Zij waren nog niet meteen bedoeld voor commerciële doeleinden, maar meer als promotiemiddelen om de industrie en de platenhandel geïnteresseerd te krijgen voor het nieuwe formaat. De eerste cd was The Visitors van ABBA,Philips celebrates 25th anniversary of the Compact Disc. Gepubliceerd op 16 augustus 2007. Opgevraagd op 26-6-2013. (catalogusnummer Polydor 800 011-2), meteen gevolgd door Greatest Hits Vol. 2 van Abba (Polydor 800 012-2), Turn of the Tide van Barclay James Harvest (Polydor 800 013-2) en Time Pieces van Eric Clapton (Polydor 800 014-2). Op het Philips-label verscheen als een van de eerste cd's Music by Candlelight van Harry van Hoof en Gheorghe Zamfir (Philips 810 010-2).
De allereerste Nederlandse cd was echter The Best of BZN van BZN (Mercury 800 066-2), die in augustus 1982 werd geperst in dezelfde serie als de bovengenoemde cd's van ABBA en Eric Clapton. De cd was bedoeld als promotie-middel voor het nieuwe formaat dat in Nederland in diezelfde periode officieel werd geïntroduceerd tijdens de Firato. De Best of BZN werd tegelijkertijd uitgebracht op lp, mc, cd, videocassette en LaserVision-beeldplaat, om aan te geven hoe breed het aanbod van audio- en videoformaten was geworden. De cd-versie van het album was getiteld The Best of BZN, de overige formaten hadden De Hits in Beeld als titel. Net als de hierboven genoemde titels was ook deze cd echter (nog) niet commercieel verkrijgbaar in de platenwinkel.
Die eer ging naar het album 52nd Street van Billy Joel, uitgebracht door Sony. De plaat verscheen in 1982 op de Japanse markt, vrijwel meteen gevolgd door een serie cd's van de labels van Phonogram en Sony.
De eerste Nederlandse cd die tegelijkertijd verscheen met een lp en mc, én die meteen in een platenwinkel verkrijgbaar was, was het album 4us van Doe Maar in maart 1983.Andere tijden - De komst van het schijfje Dit viel samen met de min of meer officiële introductiedatum van de cd in Nederland, 1 maart 1983.
De eerste digitaal opgenomen cd (DDD) verscheen in 1984. Het was het vierde album van Peter Gabriel.
Eerste cd-spelers Eind 1982, vier jaar na de introductie van de VLP in Atlanta (Verenigde Staten), brachten Sony (Sony CDP-101), Hitachi (Hitachi DA-1000) en Philips (Philips CD-100) de eerste cd-spelers uit in Japan. Deze gebeurtenis wordt de Big Bang van de digitale audiorevolutie genoemd. Kort daarna volgde de beschikbaarheid van deze producten in Europa (eind 1982) en Amerika (maart 1983). De productie van de eerste Philips-cd-spelers vond plaats in de Philipsvestiging in Hasselt.
Kenmerken miniatuur|Vroegere Philips Optical Data Disk (in vergelijk met een standaard cd).