Paul Emile François Henri Vanden Boeynants (Vorst, 22 mei 1919 – Aalst, 8 januari 2001), in de media en door hemzelf bijgenaamd 'VDB', was een Belgisch volksvertegenwoordiger, minister en premier. Als ondernemer was hij actief in de vleesindustrie.
Biografie Jeugd en opleiding Paul Vanden Boeynants werd geboren als enig kind uit een echtpaar uit Mechelen dat naar Vorst bij Brussel was verhuisd waar vader Henri Vanden Boeynants als jonge slagersknecht samen met zijn vrouw Jeanne Lenssens, een kindermeisje, een kleine slagerij had opgestart. Kort daarna verhuisde het jonge gezin met de goed draaiende beenhouwerij naar het meer welgestelde Etterbeek. Paul Vanden Boeynants groeide op in een katholiek, verfranst milieu en werd door zijn vader naar het elitaire, Franstalige, rechts-conservatieve Sint-Michielscollege van de jezuïeten in Brussel gestuurd.De Bock, Walter, Slagerszoon met een willetje, De Morgen, 10 januari 2001 Daar volgde hij vanaf zijn elfde de zgn. 'Grieks-Latijnse', of klassieke humaniora. Vanden Boeynants bleek weliswaar een pientere maar geen al te ijverige leerling te zijn en VDB beëindigde op veertienjarige leeftijd het middelbaar onderwijs zonder diploma. Toch was zijn gebrek aan een diploma hoger onderwijs "dankzij een speciale opleiding met universitair programma" die VDB in 1952 nog acht maanden (zes dagen per week) volgde bij de Jezuïeten naar eigen zeggen absoluut geen handicap voor zijn latere carrière.VAN DEN BOEYNANTS PAUL, Histories deel 2, Canvas, 9 januari 2001
De geblokte, energieke scholier bleek meer talent te hebben voor het voetbal en de 'potige' junior schopte het tot 'center half' (centrale middenvelder) bij de reservenploeg van de toenmalige topclub Royale Union St.-Gilloise. Maar mede ten gevolge van een knieblessure koos de jonge belofte er op 19-jarige leeftijd voor om in de voetsporen van zijn vader te treden en voluit "in de commerce" (vleeshandel) te gaan. Vanden Boeynants volgde eerst nog les aan de beenhouwersschool in Antwerpen, ging op leercontract in Leuven, Luik, Amsterdam en Parijs en trad daarna als leerjongen in de zaak van zijn vader en zijn schoonvader.Falter, Rolf, IN MEMORIAM. Paul Vanden Boeynants, De Standaard, 9 januari 2001 Bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog vocht VDB tijdens zijn legerdienst met het 9e Linieregiment mee in de Achttiendaagse Veldtocht en werd hij krijgsgevangen genomen. Ingeschreven als Vlaming in het Belgisch leger, werd VDB al na enkele maanden, op 17 januari 1941, door de Duitsers vrijgelaten. Op 15 december 1942 huwde VDB met Lucienne Deurinck (1919-1994), de welopgeleide dochter van een uit het West-Vlaamse Lichtervelde afkomstige vleeshandelaar uit de buurt. Met haar kreeg hij een zoon en twee dochters.
Zakenimperium in vleesindustrie Onmiddellijk na de bevrijding in 1944 richtte Paul Vanden Boeynants met zijn vader de École Professionelle de Boucherie-Charcuterie (E.P.B.C.) op, naar het voorbeeld van de Beenhouwersschool in Antwerpen. Deze beroepsschool (met VDB als bestuursvoorzitter en zijn vader als directeur) zou twee jaar later ook fungeren als aankoopcentrale van vlees voor VDB's eigen vleesbedrijf, de Entente des Patrons Bouchers-Charcutiers (toevallig ook afgekort tot E.P.B.C.) dat hij op 24 maart 1947 in samenwerking met elf collega slagers en vleeshandelaren had opgestart in Anderlecht. Deze nv, die zich specialiseerde in de massaproductie van voornamelijk in blik (naar het voorbeeld van de Amerikaanse cornedbeef tijdens de Bevrijding) voorverpakte vleesartikelen, zou de basis vormen van VDB's zakenimperium in de vleesindustrie. Het bedrijf kende onder zijn voorzitterschap een snelle expansie en exporteerde twintig jaar later, vanaf 1963 onder de merknaam DACOR, 90 soorten worst naar landen over de hele wereld. In 1981 verhuisde de vennootschap E.P.B.C.-DACOR, intussen met een ruimer assortiment paté- en hamprodukten, naar Zwijnaarde bij Gent waar de onderneming na een fusie met het Leuvense Euroham, Provia (DEP) en General Meat Products (GMP) de naam DEP/GMP kreeg.Colignon, Alain, Paul Vanden Boeynants, homme politique et administrateur de sociétés, Bulletins de l'Académie Royale de Belgique, 2013, pp. 187-207, Persée.fr
In 1990 verkocht de familie Vanden Boeynants, met zoon Christian Vanden Boeynants als afgevaardigd bestuurder, de vennootschap aan het Nederlandse 'Hendrix International', een concern in de agrarische en voedingsindustrie dat toen deel uitmaakte van BP Nutrition, de 'consumer food' groep van multinational British Petroleum. Door de overname kreeg DEP/GMP, dat toen 130 werknemers tewerkstelde, met behoud van eigen naam en identiteit, een ruimere toegang tot de Europese voedingsmarkt.Hendrix International neemt GEP/GMP over, De Tijd, 9 september 1989Na een kortstondige overname van BP Nutrition (in 1994 na een herstructurering omgedoopt tot Nutreco) door de Amerikaanse merkenmultinational Sara Lee Corporation in 1993,(Vleesfabriek Dacor wordt Amerikaans, De Tijd, 25 november 1992) werd Dacor Zwijnaarde (dat intussen 170 werknemers telde en een omzet kende van 1,3 miljard euro) in 1994 overgenomen door de Belgische voedingsgroep 'Imperial Meat Products'.Imperial Meat Products, Geschiedenis
Maar VDB investeerde niet enkel in zijn eigen vleesbedrijf Dacor-EPBC maar financierde ook andere firma's uit de vleessector die hij gedeeltelijk of volledig had overgenomen. In 1969 stichtte hij samen met Jacques Vanderhaeghe, de familie (Isidore) Ghysels-Speeckaert en hun medewerkers in Veurne de firma NV Euro-Meat-Express met een kapitaal van 100 miljoen Belgische frank. Vanden Boeynants werd de voorzitter van hun bedrijf en bleef dit tot in 1974, toen hij al minister van Landsverdediging was. In 1980 verhuisde dit bedrijf, onder de nieuwe naam Brimex, naar de Passersstraat in Anderlecht in de onmiddellijke nabijheid van VDB's EPBC-Dacor.De Morgen, 26 november 1981
Politieke loopbaan Propagandist De politieke interesse heeft Paul Vanden Boeynants naar eigen zeggen geërfd van zijn grootvader die ploegbaas en vakbondsafgevaardigde was in het NMBS-Arsenaal (werkplaats) in Mechelen waar hij tevens uitbater was van het socialistische 'Achturenhuis'.Kritiek, dat kreeg ik wel, tot men bij de kern van de zaak kwam, De Tijd, 25 februari 1995 De jonge Vanden Boeynants ontwikkelde echter een totaal andere politieke visie en werd onder invloed van zijn opleiding aan het Jezuïetencollege zelfs een sympathisant van Léon Degrelle, de leider van de rechts-autoritaire Nieuwe Orde-beweging in Franstalig België in de jaren '30. Slechts getemperd door zijn vader stapte de tiener tijdens de oorlog niet in de collaboratie maar onderhield Vanden Boeynants, omwille van hun gemeenschappelijk geloof in een militant Rooms-katholicisme, corporatisme en anticommunisme na de oorlog tot de beginjaren '50 wel nauwe, soms zelfs hartelijke contacten met een aantal vooraanstaande figuren uit de Vlaamse Beweging die tijdens de bezetting wel gecollaboreerd hadden zoals Antoon De Pesseroey en advocaat Walter Bouchery of die opkwamen voor amnestie zoals Walter Peeters. Vanden Boeynants werd ook geldschieter van Bouchery's uitgeverij 'Luctor' dat Vlaams-nationalistische weekbladen en boeken uitgaf. In 1949 werd Paul Vanden Boeynants ook medeoprichter en hoofdaandeelhouder van de eveneens door Bouchery geleide Antwerpse drukkerij 'De Berk' dat niet enkel VDB's politiek verkiezingsdrukwerk (tot 1958) voor zijn rekening nam maar ook het propagandamateriaal van de eerste naoorlogse Vlaams-nationalistische anti-repressiepartij, de Vlaamse Concentratie, uitgaf. Ook in Brussel had VDB na de oorlog connecties met sommige Vlaams-nationalisten zoals de bekende ondernemersfamilie Van Waeyenberge.
In 1946 organiseerde Paul Vanden Boeynants een staking van slagers en winkeliers tegen de, volgens hem, te rigide prijs- en rantsoeneringsmaatregelen van de communistische minister van ravitaillering Edgar Lalmand. Zijn actie kende succes en de ambitieuze VDB werd actief in allerlei beenhouwers- en middenstandsorganisaties. In 1947 werd Vanden Boeynants raadslid van de Kamer van Koophandel in Brussel. Een jaar later werd hij ondervoorzitter van de Brusselse Beenhouwersfederatie, lid van het bestuurscomité van de Landsbond van Beenhouwers en Spekslagers, ondervoorzitter van de Unie der Vrije Beroepen, secretaris-generaal van het Verbond van Ambachten en Neringen en lid van de Werkrechtersraad in Brussel. Vanden Boeynants bleef er voor de rest van zijn leven in theorie een uitgesproken rechtse (volgens linkse critici een extreemrechtse), anticommunistische, royalistische - tijdens de Koningskwestie manifesteerde Vanden Boeynants zich als een vurig leopoldist - en in christendemocratische kringen vaak dissidente overtuiging op na houden maar zou zich om pragmatische redenen wel als liberaal-conservatief inschakelen in de parlementaire werking van de liberale rechtsstaat.
Parlementslid Gebruik makend van zijn snel groeiende populariteit slaagde de onstuimige Vanden Boeynants er in 1949 in om, na een omstreden CVP-PSC-poll - VDB had voordien kwistig partijkaarten uitgedeeld aan bevriende slagers en middenstanders - de achtste plaats op de lijst van de CVP-PSC voor het arrondissement Brussel te verwerven en met 6500 voorkeurstemmen als dertigjarige volksvertegenwoordiger een zitje in de Kamer te bemachtigen. Dit mandaat bekleedde hij tot in 1985. Als volksvertegenwoordiger zetelde hij in diverse commissies: Economische Zaken, Middenstand, Financiën, Algemene Zaken, Openbaar Ambt, Volksgezondheid, Gezin, Openbare Werken en Defensie. Vanuit het parlement oefende hij tevens het dubbelmandaat in de Franse Cultuurraad (1971–80) en Gemeenschapsraad (1980–85) uit. Tijdens zijn politieke loopbaan ijverde hij steeds voor een nationale verstandhouding, die hij wenste te bereiken via een veralgemeende tweetaligheid, en was hij een voorstander van het belgicisme.Biografie Paul Vanden Boeynants in de Nieuwe Encyclopedie van de Vlaamse Beweging.
Stedelijke mandaten in Brussel VDB werd actief in de Brusselse politiek en van 1952 tot 1995 was hij gemeenteraadslid van de stad. Van 1953 tot 1958 was hij schepen van Handel en Stadseigendommen en werd hij belast met de voorbereiding van Expo '58 waarvan hij afgevaardigd bestuurder zou worden. Van 1965 tot 1966 was hij schepen van Handel, Openbare Werken, Feesten, Stedenbouw en Aanplantingen. Na zijn benoeming tot eerste minister nam VDB in juli 1966 ontslag als schepen van BrusselVDB neemt ontslag als schepen van Brussel, Gazet van Antwerpen, 1 juli 1966., maar na de vorming van de regering-G. Eyskens IV nam hij in oktober 1968 zijn schepenfuncties weer op.VDB voor derde maal in de Brusselse gemeenteraad, Gazet van Antwerpen, 2 oktober 1968. Bij de gemeenteraadsverkiezingen van 11 oktober 1970 kwam Vanden Boeynants in 17 van de 19 Brusselse gemeenten op met eigen christendemocratische lijsten onder de naam UAB-UTB (L'Union pour l'Avenir de Bruxelles — Unie voor de Toekomst van Brussel). Deze volwaardig tweetalige lijsten - zij waren de enige met een noemenswaardige Vlaamse vertegenwoordiging - hadden weliswaar een uitgesproken anti-federalistisch m.a.w. unitaristisch programma maar sloot wat de bescherming van de Vlaamse minderheid in Brussel betrof toch aan met de door de regering geplande staatshervorming zoals de pariteit in de Brusselse agglomeratieraad (de voorloper van het huidige Brussels Hoofdstedelijk Parlement) en de beperking van de agglomeratie tot de 19 gemeenten.Ann Mares, Mondig Brussel, Brusselse Thema's 3, VUBPress 1998, p. 22 VDB bleef schepen tot in januari 1972 om minister van Landsverdediging te worden. In de periode 1971–75 zetelde VDB ook in de Brusselse Agglomeratieraad.