thumb|Braemgebouw Rectoraatsgebouw van de VUB De Vrije Universiteit Brussel is een vrijzinnige en Nederlandstalige universiteit in Brussel.

De hoofdcampus van de VUB ligt op het voormalig oefenplein in de gemeente Elsene (ook bekend als ‘’Brussels Humanities, Sciences & Engineering Campus’’). Verder zijn er afdelingen in Jette, Anderlecht, Gooik en Oostende.VUB opent campus in Oostende, VRT NWS Verspreid over deze campussen telt de universiteit 8 faculteiten en 83 opleidingen, goed voor een totaal van 22.313 studenten. Daarnaast zijn er 3.978 personeelsleden actief, waarvan 2749 met een academische functie.

Sinds maart 2022 is professor Jan Danckaert rector ad interim van de VUB. In juni 2022 werd hij verkozen om die functie vanaf academiejaar 2022-2023 officieel uit te voeren.

Filosofie De VUB splitste zich in 1969 af van de Franstalige Brusselse universiteit Université libre de Bruxelles, een vrijzinnige en antiklerikale academische instelling die ontstond als onmiddellijke reactie op de stichting van de Katholieke Universiteit (Mechelen, Leuven) in 1834-1835.

Dit vrijzinnige grondbeginsel vormt ook de ideologische basis van de Vrije Universiteit Brussel. Daarop voortgaand heeft de VUB het principe van het vrij onderzoek in het eerste artikel van haar organiek statuut geschreven: ‘’De Vrije Universiteit Brussel [...] grondt haar onderwijs en maatschappelijke en wetenschappelijke dienstverlening op het beginsel van het Vrij Onderzoek ten bate van de vooruitgang van de Mensheid. Dit houdt de verwerping in van elk louter gezagsargument en de waarborg van vrije oordeelvorming, nodig voor de maatschappelijke inschakeling van dit basisbeginsel.’’

In de leuzen van de VUB komt deze filosofische basis ook naar voren. In de eerste plaats is er de Latijnse spreuk ‘'scientia vincere tenebras’’ (door wetenschap de duisternis overwinnen). Daarnaast wordt ook volgende bekende quote van wiskundige en wetenschapsfilosoof Henri Poincaré gebruikt:Wikiquote. Henri Poincaré.

Het zegel van de VUB verwijst op zijn beurt naar de Tachtigjarige Oorlog, meer bepaald de strijd van de protestantse Geuzen en de Prins van Oranje tegen de Spaanse overheersing en de inquisitie in de 16e eeuw. De strijd van de geuzen groeide in Vlaamse vrijzinnige milieus uit tot symbool van het verwerpen van het klerikale gezag en katholieke dogma's. Bij haar ontstaan koos de VUB ervoor deze elementen in haar schild te verwerken, omdat het enerzijds het Nederlandstalige karakter van de VUB benadrukte en anderzijds de vrijzinnige basis naar voren bracht. Het zegel of embleem van de VUB, CAVA Het betreft twee bedeltassen met daarboven samengeslagen handen en een oranje-wit-blauw schild (de kleuren van de prinselijke vlag van Oranje).https://web.archive.org/web/20230518133550/https://max.vub.be/ecommerce/catalog-operations?customId=download-file&nodeId=35322&contentKey=9&contentRef=1285&fileId=17204, P;15.

Geschiedenis thumb|Pierre-Théodore Verhaegen De Vrije Universiteit Brussel ontstond als onafhankelijke academische instelling in 1969 toen de vrijzinnige en tweetalige Université libre de Bruxelles - Vrije Universiteit Brussel werd gesplitst in een aparte Nederlandstalige en Franstalige universiteit. Daarbij bleef de ideologische grondslag van de oorspronkelijke Vrije Universiteit behouden maar ging de VUB afzonderlijk verder met het onderwijs van Nederlandstalige studenten.

De gemeenschappelijke geschiedenis van beide universiteiten gaat echter terug tot 20 november 1834. Op deze dag richtte de Brusselse advocaat Pierre-Théodore Verhaegen de Université libre de Belgique op, kort nadien hernoemd tot "Université libre de Bruxelles". De nieuwe universiteit kwam er als reactie van de vrijzinnigen op de nieuwe Katholieke Universiteit van MechelenJohn Bartier, Guy Cambier, Libéralisme et socialisme au XIXe siècle, Université libre de Bruxelles, Institut d'histoire du christianisme, 1981, p. 17. waarvan de oprichting op ongerustheid stootte bij de liberale opinie en de loge Les Amis philanthropes, waarvan Verhaegen de leiding had.Nieuwste tijden (1848-1955), Geschiedenis van België, G. Gysels en M. Van den Eynde, Sciences et Lettres, Luik, 1955

De ULB moest een academische instelling worden die in tegenstelling tot de rijksuniversiteiten van Luik, Gent en toen nog Leuven, onafhankelijk zou zijn van de staat en evenmin beïnvloed zou worden vanuit de klerikale macht, zoals de katholieke universiteiten.

Vlamingen op de ULB Het Belgische universitaire landschap was ten tijde van de oprichting van de ULB eentalig Frans, wat het zou blijven tot de eerste helft van de 20e eeuw. Van studenten, ongeacht hun moedertaal, werd verwacht dat zij het Frans machtig waren en het gebruikten in hun dagelijkse omgang. Dit zorgde zowel voor een groei als een instandhouding van de toenmalige verfransing van het land, die ook in Brussel zeer sterk aanwezig was. Niet enkel was het Frans als Europese cultuurtaal de ‘’Lingua Franca’’ in academische en wetenschappelijke kringen, ook was het onontbeerlijk om na het afstuderen carrière te kunnen maken in het jonge België. Het Nederlands werd eerder beschouwd als een boerse combinatie van verschillende dialecten dan een echte taal, gelijkwaardig aan het Frans.Deneckere (G.),De Paepe(T.), De Wever (B.), Vanthemsche (G.). Een geschiedenis van België. p. 113-115. Academia Press, Gent, 2014. De talrijke studenten die het Nederlands als moedertaal hadden moesten dus noodgedwongen alle lessen in het Frans volgen.

Vanaf de jaren 1840 kwam er vanuit Vlaamse intellectuele en culturele kringen protest op deze verdringing van het Nederlands. Ook onder Vlaamse studenten, die uit deze kringen voortkwamen, leefde vormen van cultuurflamingantisme. Op de ULB resulteerde dit in 1856 de oprichting van het ‘’Nederduitsch Taalminnend Genootschap Schild en Vriend’’, een studentenvereniging die bestond uit Vlaamse studenten op de ULB. Het was vooral een letterkundige beweging die zich niet politiek opstelde en al na enkele jaren doodbloedde. In 1870 werd de ‘’Vrijzinnige studentenvereniging’’ opgericht als opvolger van Schild en Vriend en in 1880 werd deze bijgestaan door de ‘’Vlaamschen Studentenkring van Brussel’’, die onder de riedel ‘Geen Taal Geen Vrijheid’ een coëxistentie tussen het Nederlands en het Frans in Brussel en op de ULB voorvocht, zonder hierbij het literaire karakter af te zweren.https://web.archive.org/web/20050124234408/http://igweb.vub.ac.be/FA/bibliotheek/geschiedenis/studbew.html De Vlaamse studentenverenigingen op de ULB kenden een bescheiden succes in de jaren voor de Eerste Wereldoorlog, waarbij in 1891 zelfs een uitzonderlijke Nederlandstalige cursus (‘’Nederlandse Rechtstaal’’) kon worden afgedwongen.https://web.archive.org/web/20181122231043/https://www.cavavub.be/meer-weten-over-de-vub/universiteit-in-enkele-data/

Ook onder het academisch personeel waren Vlamingen en zelfs cultuurflamingranten te vinden, alsook aanhangers van verschillende Vlaamse bewegingen. Léon Vanderkindere (rector van de ULB tussen 1880-1882 en 1891-1892) was zelfs lid van "de Veldbloem" en “Vlamingen vooruit”, twee belangrijke Vlaamsgezinde organisaties.https://web.archive.org/web/20051017201557/http://flandre.novopress.info/?p=663

Naar een tweetalige ULB Hoewel er nog steeds veel Nederlandstalige studenten studeerden op de ULB, nam het belang van de meeste Vlaamsgezinde studentenverenigingen sterk af in de nasleep van de Grote Oorlog. Elders in Vlaanderen vonden wel belangrijke ontwikkelingen plaats op het academische toneel. Zowel Nederlandstalige studenten als academici en politici begonnen meer en meer druk te leggen op de universitaire besturen en de overheid om een grotere plaats te voorzien voor het Nederlands in het hoger onderwijs. De Universiteit van Gent werd als gevolg hiervan in 1930 als eerste universiteit volledig vernederlandst en op de Katholieke Universiteit te Leuven vonden zes jaar later bijna alle opleidingen in twee talen plaats.

Op de ULB nam de Faculteit Rechtsgeleerdheid opnieuw het voortouw op dit vlak door vanaf 1935 een volledige opleiding in het Nederlands aan te bieden. De volgende opleiding die in twee talen aangeboden zou worden kwam er pas na de Tweede Wereldoorlog. Vanaf 1955 begon de faculteit Letteren en Wijsbegeerte met Nederlandstalige opleidingen in de Romaanse filologie en Wijsbegeerte. In datzelfde jaar werd de VNVHO (Vereniging voor Nederlands Vrijzinnig Hoger Onderwijs) opgericht, bestaande uit Oud-studenten en Politici die de tweetaligheid nastreefden. Zij werden bijgestaan door de Oudstudentenbond, die een jaar later werd opgericht.Coene (G.), Koppen (J.) en Scheelings (F.). Op zoek… De evolutie van het vrijzinnig humanisme in Vlaanderen sinds de Tweede Wereldoorlog. p.119, VUBPRESS, Brussel, 2018. Mede door hun impuls groeide Nederlandstalige onderwijs aan de ULB-VUB geleidelijk aan uit tot een volwaardig opleidingsaanbod. Omstreeks 1963 boden alle faculteiten aan de ULB-VUB ook Nederlandstalige opleidingen aan en kan de universiteit gezien worden als volwaardige tweetalige universiteit. Het aantal Vlaamse studenten nam dan ook zeer sterk toe. Op dat ogenblik vonden alle lessen nog voornamelijk plaats op Campus Solbos, vandaag nog steeds de hoofdcampus van de ULB.https://web.archive.org/web/20181122215555/http://www.irismonument.be/pdf/nl/9003-universite_libre_brussel-uitbreidingen_zuid.pdf

Splitsing ULB en ontstaan VUB thumb|Campus Solbos van de ULB, waar de lessen van de VUB in de eerste jaren van haar bestaan nog plaatsvonden De nasleep van de Parijse studentenrevolte van mei 1968 was ook in België sterk voelbaar. Net als in heel Europa kwamen studenten op straat voor onderwijshervormingen en inspraak. In Leuven nam dit vooral de vorm aan van een revolte tegen de Franstalige invloed op de katholieke universiteit aldaar, wat uiteindelijk leidde tot een splitsing van de Katholieke Universiteit te Leuven (UCL-KUL) tussen de KU Leuven en de UCLouvain. Ook in Brussel op de ULB-VUB waren spanningen voelbaar, al werd de talenkwestie hier niet zo op de spits gedreven als in Leuven en kwam het hier niet tot grootschalige protesten van Vlaamse studenten. Nederlandstaligen en Franstaligen protesteerden niet zelden gezamenlijk voor meer democratisering van het onderwijs.

Desalniettemin waren er ook stemmen om de tweetalige universiteit (al dan niet deels) te splitsen. Vanuit verenigingen zoals het Brussels Studentengenootschap, de Vereniging van Vlaamse Professoren-Brussel en de VNVHO kwam in 1968 de eis dat de ULB-VUB een tweedelige democratische universiteit zou worden, met een gescheiden Nederlandstalige en Franstalige Boekhouding. Deze bewegingen waren echter niet voor een volledige splitsing, en vonden dat de ULB-VUB voor haar academische activiteiten één geheel moest blijven vormen. Concreet wilde men een structuur met twee rectoren, twee raden van bestuur en afzonderlijke facultaire raden per taal. Het idee werd positief ontvangen door het bestuur van de universiteit. Ook aftredend rector van de ULB-VUB, Marcel Homès vond dat de voorgaande structuur van de universiteit niet langer houdbaar was en uitte zich als voorstander van het tweedelige systeem. Later VUB-rector Aloïs Gerlo en Frans De Pauw sloten zich hierbij aan en dachten zelfs aan een volledige administratieve splitsing. De verdubbeling werd gepland voor de eerste oktober van 1969, vanaf wanneer het Nederlandstalige deel van de ULB-VUB als Vrije Universiteit Brussel door het leven zou moeten gaan.Mondelaers (N.) en Scheelings(F.). 25 jaar VUB, Universiteit en Maatschappij. p13-14, Publicatie universiteitsarchief VUB, Brussel, 1995