miniatuur|Een TA-workshop
Transactionele analyse of TA is een persoonlijkheidstheorie en tevens een psychotherapeutische behandelmethode. TA is oorspronkelijk ontwikkeld door Eric Berne in de jaren '50 en '60 van de twintigste eeuw.
In haar modellen en theorie integreert TA humanistische psychologie met psychoanalyse, cognitieve gedragstherapie en groepsdynamica.
Geschiedenis Eric Berne presenteerde TA in 1958 aan de wereld als een fenomenologische benadering. Hij vulde Sigmund Freuds filosofische constructies aan met observeerbare data en daagde freudiaanse gedachten uit. Zijn theorie is gebouwd op de wetenschap van Wilder Penfield en René Spitz, met de neopsychoanalytische gedachten van Paul Federn, Edoardo Weiss en Erik Erikson.
Berne's eerste theoretische TA-concepten waren gebaseerd op ideeën van Sigmund Freud maar waren ook duidelijk afwijkend daarvan. Freudiaanse therapeuten hadden hun focus op de persoonlijkheid zelf. Berne geloofde dat inzicht beter kon worden verkregen door de transacties tussen patiënten/cliënten en 'een ander' te bekijken. TA legt uit dat een emotionele staat van iemand het gevolg is van een innerlijke dialoog tussen delen van het psyche. Zo ziet TA depressie als een 'vastzittende' dialoog tussen de innerlijke Ouder-egotoestand en de innerlijke Kind-egotoestand.
In Berne's boek A layman’s guide to psychiatry and psychoanalysis (1957) waren al contouren van TA zichtbaar. Met zijn publicatie in het American Journal of Psychotherapy in 1958 werd Berne's TA theorie een permanent deel van de psychotherapeutische literatuur. Zijn eerste volledige boek Transactional Analysis in Psychotherapy verscheen in 1961. Belangrijke therapeuten die Berne's ideeën verder uitwerkten en opvolgden waren onder anderen Claude Steiner, Fanita English en Thomas Harris (zie ook hieronder bij de bronnen).
In de jaren '70 kreeg TA de naam een 'pop-psychologie' te zijn, een populaire versie van psychologie die te weinig gefundeerd was op wetenschappelijk onderzoek. Eind jaren '90 en begin 21ste eeuw kwamen meerdere nieuwe ontwikkelingen en denkrichtingen binnen de TA. De diverse 'scholen' binnen de TA zien er nu als volgt uit: de klassieke school (in ontwikkeling sinds de jaren '50 vorige eeuw; begrippen als ego-toestanden, script, dramadriehoek, etc; o.a. werk van Eric Berne, Claude Steiner, Stephen Karpman, Taibi Kahler) de redecision school (in ontwikkeling sinds de jaren '70; het vermogen tot herbesluiten nemen; begrippen als injuncties; o.a. werk van Robert L. Goulding, Mary McClure-Goulding) de cathexis school (in ontwikkeling sinds de jaren '70; de stroom van energie; begrippen als miskenningen, contaminatie; o.a. werk van Eric Schiff, Ken Mellor, Jacqui Schiff) de co-creatieve school (in ontwikkeling sinds de jaren '90; gezamenlijk ontwikkelen; begrippen als Functional Fluency, Integrating Adult; o.a. werk van Keith Tudor, Graham Summers, Giles Barrow, Trudy Newton, Susannah Temple) Er is ook al jaren sprake van een relationele stroming binnen de TA, die door sommigen ook al als een volwassen school gezien wordt, maar door anderen als deel van de klassieke school beschouwd wordt. De IARTA is er als aparte organisatie voor opgericht.
Er is ook de Developmental TA stroming, die zich meer uitsluitend richt op de ontwikkeling van mensen en minder op de therapie-aspecten: eveneens bijna een volwaardige school binnen de TA. Ook daarvoor bestaat een aparte organisatie, de IDTA.
Wereldwijd zijn er professionele beoefenaars van TA. Internationaal overeengekomen certificeringen in TA-opleidingen: TA101, basisopleiding, CTA Certified Transactional Analyst, in een van de vier velden (hieronder benoemd), TSTA Teaching and Supervising Transactional Analyst, in een van de vier velden (en Provisional TSTA, P-TSTA, als stadium daarvoor), M.Sc. Master of Science in TA (bijvoorbeeld, in samenwerking: The Berne Institute UK & Middlesex University UK & TA Academie NL). De TA-theorie en -methoden vinden hun toepassing in een viertal velden, waarin internationaal onderzoekers, therapeuten, coaches en adviseurs TA onderzoeken en toepassen. Dezelfde vier velden worden in TA-opleidingen ook als specialisaties gezien, waarin men kan afstuderen: psychotherapie, counseling en coaching, onderwijs en educatie, organisatieadvies en organisatieverandering. Er zijn wereldwijd veel landelijke vakorganisaties die TA beroepsmatig uitdragen en ondersteunen.
Belangrijke onderdelen van TA De TA kent drie uitgangspunten: Mensen zijn OK en altijd van waarde: ik ben OK, jij bent OK; Mensen hebben het vermogen om te denken; Mensen bepalen hun gedrag door middel van (deels onbewuste) besluiten, en die besluiten kunnen worden herzien. Alle concepten van de TA zijn ontwikkeld om mensen te helpen groeien in hun autonomie: groter bewustzijn, meer spontaniteit, grotere intimiteit, meer integriteit, ruimte voor zingeving, meer eigen verantwoordelijkheid nemen over zichzelf. Mensen besluiten zelf over zichzelf, de TA-beoefenaar begeleidt autonomiebevorderend.
Ego-toestanden en transacties De TA onderscheidt drie egotoestanden die in elk persoon verenigd zijn: de Ouder, het Kind en de Volwassene. De egotoestanden zijn een model voor onze persoonlijkheid. Met behulp van dit model kunnen aspecten van de persoonlijkheid worden onderzocht, zoals de overtuigingen en ervaringen die de persoonlijkheid hebben gevormd en die gedachten, gevoelens en gedraging beïnvloeden. Ouder-egotoestand: deze egotoestand vullen we met het denken, voelen en gedrag dat we vroeger hebben aangeleerd en overgenomen van ouderfiguren die in ons leven belangrijk waren. Uit neurologisch onderzoek blijkt hoe we in onze hersenen daardoor neurologische schakelingen hebben gemaakt en andere hebben afgesloten. We "slijpen als het ware gebaande paden in". Dat leidt tot gedragspatronen. Volwassen-egotoestand: het denken, voelen en handelen op basis van wat er zich in het hier-en-nu afspeelt. Kind-egotoestand: deze egotoestand hebben we gevuld met al onze vroegere kinderlijke ervaringen. Ook dat is een manier waarop we in onze hersenen "gebaande paden inslijpen", en leidt eveneens tot gedragspatronen.
Egotoestanden kunnen elkaar ook overlappen, en mensen kunnen soms niet in of uit een bepaalde egotoestand komen. Die (soms ook pathologische) situaties worden in de TA contaminatie respectievelijk uitsluiting genoemd en worden toegepast als model en behandelmethode om de client/patiënt, ook met pathologische verschijnselen, te helpen.
Transacties zijn manieren waarop we met de ander communiceren, en hoe het gedrag het andere gedrag uitnodigt. Transacties zijn eenheden of fragmenten van een communicatiepatroon. Er is onderscheid tussen de rol van zender en die van ontvanger. De zender zegt iets (de stimulus), de ontvanger geeft daaraan betekenis én aan de andere communicatie van de zender (zoals lichaamstaal, intonatie, etc.). Die betekenis is merkbaar in de respons van de ontvanger. Een transactie is dus een wederzijdse communicatie, waarbij er tegelijkertijd sprake is van waarneembare feitelijke communicatie en parallel daaraan interactie op een onuitgesproken psychologisch niveau. Bijvoorbeeld: iets met een neutrale stem zeggen, maar met een duidelijk voelbare of zichtbare sarcastische bijbedoeling.
Er wordt onderscheid gemaakt tussen de zogenaamde complementaire transacties, gekruiste (of kruiselingse) transacties en transacties met bijbedoelingen. Complementaire transacties In complementaire transacties vullen mensen elkaar aan in hetzelfde patroon. De ander reageert terug op de wijze waarop de een hem uitnodigde. Bijvoorbeeld: een Kind-Kind transactie zoals aangegeven in het schematische voorbeeld. De praktische uitwerking daarvan kan de volgende korte dialoog zijn. De ene vraagt vanuit zijn Kind-egotoestand: "Wil je een snoepje?" en dan kan de ander vanuit zijn Kind-egotoestand reageren met: "Mmmmm, ik ben dol op snoep." In termen van egotoestanden: de reactie komt vanuit de egotoestand die ook geadresseerd werd. Zolang transacties complementair blijven, kan communicatie eindeloos doorgaan. Gekruiste (of kruiselingse) transacties In een gekruiste transactie reageert de ander anders dan van hem verwacht wordt. De egotoestand die de ene aanspreekt bij de ander, is een andere dan die van waaruit de ander reageert. Voorbeeld: Verzender vanuit Ouder-egotoestand, bijvoorbeeld moeder tegen kind: "Eet je bord leeg", daarmee de ander in zijn Kind-egotoestand aansprekend. Ontvanger echter vanuit Volwassen-egotoestand: "Ik ben inmiddels 18 jaar, volgens mij ben ik nu zelf in staat om dat te beslissen", en deze doet daarmee een appel op de Volwassen-egotoestand van de verzender vanuit zijn eigen Volwassen-egotoestand. Gekruiste transacties zijn dus een uitnodiging tot een ander transactiepatroon; er is een breuk in de communicatie en een van beide zal van egotoestand moeten veranderen om de communicatie te herstellen. Transacties met bijbedoelingen In deze transacties lijkt er op het oppervlakkige sociale niveau een transactie tussen twee egotoestanden te zijn, terwijl er eigenlijk op het dieperliggende psychologische niveau een transactie tussen twee andere egotoestanden is. Er zijn dan dus twee niveaus van communicatie. Voorbeeld, voortgaand op het vorige voorbeeld: de moeder reageert op de transactie van de zoon met "Jongen, je kunt toch niet zonder mij?". Dat is op sociaal niveau een transactie vanuit de Volwassen-egotoestand van de moeder naar de Volwassen-egotoestand van de zoon, maar op psychologisch niveau een transactie vanuit de Kind-egotoestand van de moeder naar de Ouder-egotoestand van de zoon. De boodschap op psychologisch niveau is bepalend voor de betekenis van de communicatie, en niet de boodschap op sociaal niveau.
Contracten Het gebruik van specifieke contracten is zeer eigen aan de TA en dat komt direct voort uit de drie uitgangspunten van de TA zoals hierboven benoemd. Een contract in de TA betekenis is een expliciete wederzijdse verbintenis tot een goed omschreven begeleiding die leidt tot verandering, en is aangegaan vanuit de Volwassen egotoestand, met zichzelf en/of met de ander. Claude Steiner heeft vier vereisten opgesteld voor het maken van deugdelijke contracten in deze betekenis, en ook afgeleid van goede juridische contracten: Wederzijdse overeenstemming Redelijke tegenprestatie Wederzijdse competentie (voldoende professionele bekwaamheid bij de begeleider; voldoende fysieke en mentale vermogens bij de cliënt/patiënt om het contract te begrijpen en na te kunnen komen) Legaliteit en ethiek (passend binnen de wet, passend binnen de ethische beroepsregels van de begeleider)
De meeste cliënten/patiënten komen met een probleem, het contract moet ervoor zorgen dat de focus niet daarop ligt maar op het doel van verandering. Het contract heeft een inhoudelijk deel en een relationeel deel.
Er kan sprake van een driehoekscontract zijn, bijvoorbeeld: degene die betaalt, of die de inhoud bepaalt (in TA de Grote Macht genoemd), is een ander dan de cliënt/patiënt zelf. Dat roept specifieke aandacht op voor wat in de ene relatie thuishoort en wat in de andere twee relaties uit die driehoek.
Er zijn vaak direct in het eerste contact al transacties met bijbedoelingen, als gevolg van de na te streven veranderingen en daarbij behorende verschuivende referentiekaders en/of onwil om te veranderen, bij zowel cliënt/patiënt als begeleider. Het sluiten van een goed contract leidt ertoe dat deze bijbedoelingen niet verborgen blijven, er geen verborgen contract ontstaat dus. Verborgen contracten zorgen ervoor dat het inhoudelijke contract niet gehaald wordt: Contracten kunnen te eenzijdig zijn (een verborgen contract waarbij slechts één partij verantwoordelijk is voor het slagen). Een contract kan een mislukkings-contract of vergiftigd contract zijn (een verborgen contract waarvan de strekking een Spel is, ofwel niet gaat waarover het echt moet gaan; zie ook hieronder onder Spel).