Het Massief van Stavelot of Massief van Stavelot-Venn is een geologisch terrein in de Ardennen, dat voor het grootste deel in België ligt en deels in Duitsland doorloopt. Het massief bestaat uit een tektonisch venster waar gesteente uit het Cambrium en Ordovicium aan het oppervlak komt. Het gaat voornamelijk om geplooide en licht gemetamorfoseerde kwartsiet- en leisteenlagen. Langs de randen wordt het massief discordant afgedekt door jonger gesteente uit het Devoon.

Tektoniek De vervorming van het Cambrium en Ordovicium was het gevolg van de Ardennische fase van tektonische beweging en vervorming. Deze fase veroorzaakte de discorcantie met het Devoon. De Ardennen zijn daarna, tijdens de Hercynische gebergtevorming omstreeks 350 Ma geleden, geplooid in een wijde NO-ZW lopende anticlinale structuur, de Anticline van de Ardennen. Op vier plekken in de Ardennen komt in de kern van die structuur gesteente ouder dan het Devoon aan het oppervlak. Deze plekken worden massieven genoemd. Het Massief van Stavelot is het grootste. Andere massieven zijn het Massief van Rocroi, het kleine Massief van Serpont, en het Massief van Givonne.

De deformatie uit zich in plooien, kwartsaders, overschuivingen en andere breuken.

Door de grote competentie van de kwartsiet en leisteen vormt het Massief van Stavelot een verhoging in het landschap, het plateau van de Hoge Venen dat de hoogste punten van België bevat.

Geologische geschiedenis Vroeg-Paleozoïcum De gesteentelagen in het Massief van Stavelot worden verdeeld over drie groepen: De Groep van Deville uit het Onder-Cambrium; De Groep van Revin uit het Midden- en Boven-Cambrium; De Groep van Salm uit het Onder-Ordovicium. Al deze gesteentelagen bestaan uit siliciclastica: kwartsiet, zandsteen, leisteen en schalie. Ze werden in zee afgezet (marien). Op sommige niveaus komen turbidieten voor. Ze worden geïnterpreteerd als flysch, afzettingen van de continentale helling. Het gaat dan om de helling aan de zuidelijke rand van het voormalige continent Avalonia.

Fossielen zijn zeldzaam, maar brachiopoden en graptolieten hebben het mogelijk gemaakt de groepen te dateren.

Midden in het Massief van Stavelot, tussen Basse-Bodeux en Xhoffraix, ligt in ruwweg noordoost-zuidwestelijke strekking de Graben van Malmédy, die door de loop van de Warche wordt gevolgd. Hier dekt het veel jongere kalkrijke conglomeraat van Malmedy het Cambrium en Ordovicium af. Het conglomeraat behoort tot het Perm. De insnijding van de Warche levert in de omgeving van Malmedy duidelijke ontsluitingen van het conglomeraat.

Krijt en Paleogeen Op het Massief van Stavelot komt plaatselijk, met name op de hoogvlakte van de Hoge Venen, bedekking uit het Laat-Krijt en Paleogeen voor. Het gaat om kleine relicten en geïsoleerde restanten die getuigen van mariene transgressies en latere verwering nadat de zee zich weer terug trok.

Het Krijt bestaat vrijwel nergens uit intacte kalksteenlagen, maar is grotendeels omgevormd tot relicten (eluvium) door diepgaande uitloging en karstprocessen gedurende het Kenozoïcum. Deze relicten bestaan uit vuursteenknollen, kwartskiezels, zand en klei. De vuursteen is het onoplosbare restant van de oorspronkelijk dikke kalklagen, die volledig in het zure grondwater zijn opgelost. Deze lagen werden afgezet tijdens de eustatische zeespiegelstijging tussen het Campaniaan en Maastrichtiaan (tussen 83 en 66 miljoen jaar geleden), waardoor het Massief van Stavelot overstroomd raakte. Waarschijnlijk kwamen de krijtlagen die werden afgezet sterk overeen met de krijtbedekking in het zuiden van Limburg, zoals de Formaties van Vaals en Aken.

Na het Krijt trok de zee zich terug en vond er sterke chemische verwering plaats. In het Oligoceen (Rupeliaan en Chattiaan, 34 tot 23 miljoen jaar geleden) vond opnieuw transgressie van de zee plaats. Er komen lokaal glauconiet- en kleihoudende zandlagen of fijne, lichtgekleurde limonietzanden voor, zoals langs de spoorweg bij Hockai en op de Hoge Venen. Ze worden ingedeeld in de Formatie van Boncelles. Deze restanten van een oorspronkelijk wijdverspreide bedekking zijn met name bewaard gebleven in dolines (oplossingsholtes) in de onderliggende Paleozoïsche sokkel.

Het feit dat de mariene afzettingen uit het Krijt en Paleogeen tegenwoordig op het plateau van de Hoge Venen voorkomen, 600 meter boven zeeniveau, laat zien dat de hoogte van het plateau een recenter fenomeen is. De opheffing van de Ardennen vond recent plaats, in het Neogeen en Kwartair.

Categorie:Geologie van Wallonië