thumb|Het hoofdkwartier van de MIVD op de Frederikkazerne in Den Haag, waar de SVIC sinds 2004 gehuisvest was. Het Strategisch Verbindingsinlichtingen Centrum (SVIC) was een onderdeel van de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD) dat verantwoordelijk was voor het afluisteren en ontcijferen van buitenlands berichtenverkeer ten behoeve van de Nederlandse regering en de Nederlandse krijgsmacht.

In Nederland begon het verwerven en verwerken van verbindingsinlichtingen in de Eerste Wereldoorlog en werd sinds 1947 uitgevoerd door Sectie VI van de Marine Inlichtingendienst (MARID). Deze werd in 1963 omgedoopt tot Wiskundig Centrum (WKC), dat op zijn beurt in 1982 werd hernoemd tot Technisch Informatie Verwerkingscentrum (TIVC) om in 1998 verder te gaan als het Strategisch Verbindingsinlichtingen Centrum (SVIC). Sinds 2014 worden signals intelligence samen met hackoperaties uitgevoerd door de Joint Sigint Cyber Unit (JSCU).

Voorgeschiedenis De geschiedenis van het SVIC gaat terug tot het begin van de Eerste Wereldoorlog, toen Henri Koot als medewerker van Sectie IV van de Generale Staf werd belast met het ontcijferen van de diplomatieke telegrammen die door de PTT werden onderschept en gekopieerd. Daarmee legde hij de basis voor de Nederlands crypto-analyse."Van Kamer 14 tot MARID Sectie IV", in: INGELICHT, Informatiemagazine voor de MIVD, Juli 2004 - Nr. 4, p. 10-12.

In 1919 werd de "chiffreerafdeling" van de Generale Staf verzelfstandigd als afdeling GS IIIc met Koot als hoofd. Een jaar later werd hij hoofd van het nieuw gevormde Cryptografisch Bureau. Dit ressorteerde onder het Ministerie van Buitenlandse Zaken, maar was een interdepartementaal bureau dat zowel de diplomatieke dienst, de landmacht als de marine van verbindingsinlichtingen moest voorzien. Koots nieuwe functie droeg de titel "Directeur van het cijfer".

Toen in de jaren dertig Japan een bedreiging voor Nederlands-Indië ging vormen liet het Departement van Oorlog in Bandoeng Kamer 14 inrichten met de taak om de codes van het Japanse ministerie van Buitenlandse Zaken te kraken. Hoofd van Kamer 14 werd KNIL-officier Jacobus Verkuyl en zijn medewerker kapitein W.A. van der Beek slaagde er in 1932 inderdaad in om een belangrijke Japanse code te kraken.

Bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog werd Kamer 14 naar Washington verplaatst, totdat Verkuyl en zijn medewerkers in 1944 naar Londen verhuisden om daar het Code Coördinatie Bureau (CCB) van de Nederlandse regering in ballingschap te vormen.

Het CCB werd in juni 1946 opgericht en gevestigd aan de Badhuisweg in Den Haag. Dit gebeurde initieel in een overleg van regeringsfunctionarissen in Londen, waar de Nederlandse regering in ballingschap nog steeds verbleef. De oprichting vond plaats in aanwezigheid van onder andere de Koninklijke Marine, het ministerie van Buitenlandse Zaken, Binnenlandse Zaken, Algemene Oorlogsvoering en Overzeese gebiedsdelen. Het eerste overleg vond plaats op initiatief van Verkuyl op 7 maart 1945.

Sinds 1945 hield ook Sectie VIII van de Netherlands Forces Intelligence Service (NEFIS) zich met verbindingslichtingen bezig en wist onder meer de radiotelegrammen van de Indonesische opstandelingen te onderscheppen. Onder leiding van reserve-kapitein ir. J.G.J. Spanjaard zorgde deze sectie voor het onderscheppen van radioverkeer, verkeersanalyse, het kraken van de codes en de distributie van de resultaten.Frits Rohling, MARID & NEFIS, Prelude tot de ontwikkeling van de Elektronische Oorlogsvoering

MARID Sectie VI thumb|De marinewerf in Amsterdam rond 1900 met links het "Marinepaleis" en rechts het huidige Scheepvaartmuseum. In 1947 stelde regeringscommissaris en hoofd van de Buitenlandse Inlichtingendienst mr. C.L.W. Fock voor om de verschillende afdelingen die zich tot dan toe met verbindingsinlichtingen bezig hielden samen te voegen in één "Ontsluieringsdienst". Dit werd Sectie VI van de Marine Inlichtingendienst (MARID), die in 1947 werd opgericht en verbindingsinlichtingen diende te vergaren en verwerken, niet alleen voor de marine, maar ook voor de andere krijgsmachtonderdelen en andere regeringsorganen.Marineschepen.nl: Waarom de Russen het Marineterrein in Amsterdam in de gaten hielden, 11 januari 2018.

De nieuwe organisatie telde aanvankelijk zo'n 40 medewerkers, overwegend burgerpersoneel, en werd gehuisvest in het zogeheten "Marinepaleis" op het Kogeleiland, dat onderdeel was van het Marine Etablissement op Kattenburg in Amsterdam. Sectie VI stond aanvankelijk onder leiding van kolonel J.A. Verkuyl, die in 1950 werd opgevolgd door ir. J.G.J. Spanjaard die eerder Sectie VIII van de NEFIS had geleid. Net zoals bij laatstgenoemde organisatie bestond ook MARID-VI uit de volgende vier afdelingen: Interceptie Verkeersanalyse Crypto-analyse Distributie

De interceptie vond sinds medio 1948 plaats via een radio-afluisterpost in Amsterdam die eind van dat jaar naar Hellevoetsluis verplaatst werd en in oktober 1952 verhuisde naar het Zeeburgereiland waar de ontvangst vanwege de hoogspanningsleidingen echter niet erg goed was. Deze post werd in 1962 gesloten. Daarnaast hadden de inlichtingenafdelingen van de landmacht en de luchtmacht hun eigen afluisterstations, namelijk in Gorkum, resp. Zeist, maar die waren alleen gericht op militair radioverkeer uit het Oostblok en hielden zich niet met crypto-analyse bezig.Wiebes, Dutch Sigint, p. 247 & 253. Rond 1960 assisteerde MARID-VI de verbindingsinlichtingencompagnie van de landmacht bij de crypto-analyse.898 VbdBat NL: Historie verbindingsinlichtingen 898 verbindingsbataljon en haar voorgangers

Op grond van een geheime overeenkomst met de PTT werden op de hoofdpostkantoren in Amsterdam en Den Haag alle diplomatieke telegrammen en later ook telex-berichten gekopieerd en aan MARID-VI doorgestuurd. Eventuele versleutelde berichten werden door middel van crypto-analyse ontcijferd, waarbij gebruik kon worden gemaakt van een ZEBRA ("Zeer Eenvoudig Binair Reken Apparaat"), die in 1958 als eerste Nederlandse computer door het Neherlaboratorium van de PTT ontwikkeld was.Zie: Circuit board module of the ZEBRA computer

Zodoende produceerde Sectie VI al gauw elke week twee bundels met ontcijferde berichten die van hoge kwaliteit werden geacht. Zo wist Sectie VI tijdens de Eerste Indochinese Oorlog (1946-1954) Frans diplomatiek verkeer tussen Saigon en Parijs te onderscheppen en alsook de communicatie tussen Jakarta en de Indonesische regeringsdelegatie tijdens de Nieuw-Guinea Conferentie die in januari 1956 in Genève gehouden werd om het conflict over Nederlands-Nieuw-Guinea te beëindigen."Crypto in het Marinepaleis", in: INGELICHT, Informatiemagazine voor de MIVD, September 2004 - Nr. 5, p. 18-19.

Van 1955 t/m 1962 beschikte Sectie VI over een afluisterpost op het eiland Biak om Indonesisch militair radioverkeer te onderscheppen. Mede met hulp van enkele goedgepositioneerde agenten bij de Indonesische overheid was MARID-VI destijds in staat om bijna al het Indonesische diplomatieke en militaire telegramverkeer te ontcijferen, oplopend van 1000 telegrammen in 1959 naar 10.000 in 1962.Wiebes, Dutch Sigint, p. 257. Het budget van MARID-VI was ondertussen gestegen van 172.000,- gulden in 1947 naar 500.000,- gulden in 1952.Wiebes, Dutch Sigint, p. 263-264.

Wiskundig Centrum (WKC) thumb|Een PDP-11/40-computer met tweevoudige DECtape drive Toen het Marinepaleis gesloopt moest gaan worden voor de aanleg van de IJ-tunnel verhuisde MARID Sectie VI in augustus 1963 naar een nieuw gebouwd pand, gebouw 012, iets verderop op een nieuw drooggelegd stuk van het marineterrein op Kattenburg. Daar kreeg de dienst de beschikking over betere computers en werd dienovereenkomstig omgedoopt tot Wiskundig Centrum (WKC). De operationele leiding bleef bij de Marine Inlichtingendienst.De Graaf & Wiebes, Villa Maarheeze, p. 63.

Onder leiding van kapitein-ter-zee J. Jansen werd het WKC vanaf 1971 op vele vlakken gemoderniseerd: onderlinge contacten tussen afdelingen en medewerkers werden bevorderd, documenten werden minder kwistig gerubriceerd, relaties met de buitenwereld werden aangeknoopt, er werd academisch geschoold personeel geworven en de interne opleidingen werden uitgebreid als aanvulling op de School voor de Militaire Inlichtingendienst (SMID)."AVI in de jaren '70 en '80", in: INGELICHT, Informatiemagazine voor de MIVD, November 2004 - Nr. 6, p. 20.

Voorts werden tientallen miljoenen in nieuwe apparatuur geïnvesteerd en werd in 1975 een PDP-11/45-computer van de Amerikaanse fabrikant Digital Equipment Corporation (DEC) aangeschaft, waarmee vanaf meerdere werkplekken tegelijk kon worden gewerkt. Voor extra rekencapaciteit kwam daar later nog een PDP-11/70 bij.

Het WKC kreeg uiteenlopende soorten berichten binnen: Telegram- en telexverkeer dat door de PTT gekopieerd werd, aanvankelijk met twee telexen, maar medio jaren zeventig wilden de geheime diensten dat uitbreiden tot 20: twee voor Oost-Europa, drie voor het Midden-Oosten en Noord Afrika, twee voor Zuid-Europese landen en drie voor Afrika en de rest van de wereld (operatie Codeword 231).Wiebes, Dutch Sigint, p. 265. Radioverkeer dat onderschept werd door het in 1962 geopende 'Radio Ontvang Station' van de marine in Eemnes, dat rond 1990 voor zo'n 40 miljoen gulden gemoderniseerd werd.Zie ook: Wat is/was het geheim van de Volkersweg te Eemnes?, in: Historische Kring Eemnes, Jaargang 36 (2014), nr. 4. Voor direction finding beschikte de marine over een peilstation op het Kaapsduin op Terschelling. Satellietcommunicatie die bij het PTT-grondstation in het Friese Burum werd afgetakt en naar het WKC werd doorgestuurd (operatie Codeword 631). De PTT wilde dit echter niet meer zelf doen en gaf het WKC een satellietschotel en een geldbedrag waarmee in 1984 een eigen satellietgrondstation in het nabij gelegen Zoutkamp kon worden gerealiseerd (operatie Codeword 632).Wiebes, Dutch Sigint, p. 266-268.

Van 1963 tot 1990 waren ook zeven medewerkers van het WKC gestationeerd bij de Radio Controledienst op de Nederlandse Antillen (RCDNA) in de plaats Sint Joris op het eiland Curaçao.Wiebes, Dutch Sigint, p. 262. Van daaruit werd radioverkeer afgeluisterd uit Venezuela en andere Zuid-Amerikaanse landen waar Cuba mogelijk het communisme probeerde te verspreiden. Via deze post werd ook radioverkeer van de marine van de Sovjet-Unie onderschept, alsmede militaire informatie tijdens de Falklandoorlog van 1982.

Het WKC onderschepte en analyseerde niet alleen berichten ten behoeve van het inlichtingenbureau van de marinestaf, maar ook informatie ten behoeve van de Nederlandse regering en dingen waar het bedrijfsleven zijn voordeel mee kon doen, zoals orders en offertes en gegevens over bijvoorbeeld oogsten in andere landen. Dat soort puur economische informatie ging naar het ministerie van Economische Zaken die het kon doorgeven aan bedrijven als Philips, Shell en Fokker.De Graaff & Wiebes, Villa Maarheeze, p. 63-64.

Diplomatieke en politieke berichten werden via de Inlichtingendienst Buitenland (IDB) doorgestuurd naar de Binnenlandse Veiligheidsdienst (BVD) en het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Hiervoor werd in 1978 een rechtstreekse beveiligde verbinding aangelegd tussen het WKC en het hoofdkwartier van de IDB in de Villa Maarheeze in Wassenaar.Wiebes, Dutch Sigint, p. 266.