Hypodontie is een aangeboren afwijking waarbij een of meerdere tanden ontbreken (met uitzondering van de verstandskiezen). Het gebrek aan tanden in de mond kan ervoor zorgen dat mensen met hypodontie problemen ervaren met kauwen en praten. Meestal wordt de aandoening veroorzaakt door een genetische mutatie. De behandeling varieert van het aanbrengen van tandimplantaten en protheses tot chirurgische ingrepen.

Classificatie In de literatuur wordt soms onderscheid gemaakt tussen de termen hypodontie, oligodontie en anodontie, waarbij dit onderscheid niet eenduidig is. Doorgaans wordt de term hypodontie gebruikt wanneer een tot zes permanente tanden, exclusief de verstandskiezen, ontbreken. Wanneer zes of meer tanden afwezig zijn, spreekt men van oligodontie. Een volledig ontbreken van tanden wordt anodontie genoemd.

Epidemiologie Hypodontie zou bij 2% tot 11% van de bevolking voorkomen en meer bij vrouwen dan bij mannen. De meest voorkomende vorm van ontbrekende gebitselementen is die waarbij de verstandskiezen ontbreken, maar volgens bovengenoemde definitie wordt dan niet van hypodontie gesproken. Daarna ontbreken de laterale bovensnijtanden het meest en vervolgens zijn het de tweede onderpremolaren.

Oorzaken Hypodontie vormt meestal een deel van een syndroom, het komt zelden voor als geïsoleerd verschijnsel. Syndromen waarbij het voorkomt zijn onder andere het syndroom van Down, het Van der Woude-syndroom en ectodermale dysplasie. Mutaties in de homeobox-genen PAX9, MSX1 en AXIN2 worden in verband gebracht met het afwezig zijn van een of meerdere elementen. In 2004 ontdekte professor Irma Thesleff van het (Institute of Biotechnology van de Universiteit van Helsinki) het gen AXIN2 dat door mutatie oligodontie en anodontie veroorzaakt. Dit gen zou ook verantwoordelijk zijn voor het ontstaan van darmkanker.

Andere theorieën beweren dat het niet tot ontwikkeling komen van tandkiemen een resultaat kan zijn van slechte voeding, endocriene stoornissen gedurende de zwangerschap of de kindertijd, rubella, syfilis, rachitis, straling, of nog iets anders.

Behandeling De behandeling hangt af van de ernst van de afwijking en de plaats in het gebit: In eerste instantie zal men zo lang mogelijk proberen de melktanden te behouden en een behandelplan opstellen voor de toekomst. Bij het ontbreken van een of twee tanden kan afhankelijk van de stand van de tanden het orthodontisch sluiten van het diasteem een oplossing zijn. Indien dit niet mogelijk is, is een implantaatbehandeling een optie.

Zie ook Hyperdontie Syndroom van Apert

Categorie:Gebitsafwijking