Het synclinorium van Namen (ook wel synclinale van Namen of syncline van Namen) is een geologische eenheid in België, die bestaat uit een strook nauw geplooide gesteentelagen uit het Devoon en met name Carboon. De bovenste lagen uit het Carboon bevatten veel steenkool. Het synclinorium loopt grofweg langs de lijn Charleroi-Namen-Luik.

Ligging en structuur Het Devoon en Carboon komen in België voor in geplooide bekkens, waar het synclinorium van Namen er een van is. De gesteentelagen uit deze periodes werden afgezet langs de zuidelijke rand van het voormalige continent Euramerika. Tijdens de Hercynische orogenese, in het late Carboon, werden ze tektonisch vervormd en licht gemetamorfoseerd. Het synclinorium van Namen maakt deel uit van een zone die ongeveer vanaf Bergen over Namen en Luik naar Aken loopt. In het westen gaat het synclinorium van Namen over in het bekken van Henegouwen, in het oosten in het synclinorium van Verviers. In Nederlands Zuid-Limburg en aangrenzend Duitsland wordt het Carboon afgedekt door jongere gesteenten uit het Krijt. De Nederlandse steenkoolmijnen gaan daarom meestal dieper dan die in België.

Het synclinorium ligt lokaal aan of nabij het oppervlak, maar op andere plekken worden ze afgedekt door jongere lagen, veelal uit het Eoceen (Formaties van Hannut en Brussel). Deze bedekking ligt met een hoekdiscordantie over de geplooide en schuingestelde lagen uit het Devoon en Carboon. Met name waar het synclinorium uit kalkige lagen bestaat wordt de top ervan gekenmerkt door sterke paleo-karst. Veel van het Eocene zand vormt de opvulling van karstpijpen of dolines die diep in het Paleozoïsche substraat reiken.

Rond de waterscheiding (in de omgeving van Nijvel of Feluy) vormt de bedekking een dunne laag, enkele tot tientallen meters dik. Op die plekken kan het Devoon of Carboon lokaal aan het oppervlak liggen, met name waar door erosie de toplaag geheel is verdwenen. Naar het noorden en noordwesten toe - in Oost-Vlaanderen en Vlaams-Brabant - wordt de bedekking snel dikker.

Het Devoon en Carboon van het synclinorium van Namen is direct op de sokkel van het Massief van Brabant afgezet, die een ouderdom heeft uit het Cambrium, Ordovicium en Siluur. Het contact is opnieuw een hoekdiscordantie.

Ten zuiden van het synclinorium van Namen ligt het synclinorium van Dinant, dat door de Hercynische orogenese noordwaarts over het synclinorium van Namen en Massief van Brabant werd geschoven. Waar de twee synclinoria aan elkaar grenzen ligt de Condroz, een streek waar ten zuiden van het Devoon ouder gesteente uit het Ordovicium en Siluur dagzoomt. De overschuiving waarlangs het synclinorium van Dinant over dat van Namen schoof is de Faille du Midi. Het synclinorium van Namen vormt samen met het Massief van Brabant de voetwand van deze overschuivingsbreuk, die van west naar oost door België loopt.

Het synclinorium van Namen bestaat uit een nauwe synclinaal, onderbroken door kleinere plooien en overschuivingsbreuken. In doorsnede heeft het een asymetrische vorm: de zuidelijke flank wordt afgesneden door de overschuiving van de Faille du Midi. Omdat het synclinorium van Namen - in tegenstelling tot dat van Dinant - niet over een grote afstand werd verplaatst ten opzicht van haar oorspronkelijke sokkel (het massief van Brabant) behoort de eenheid niet tot het allochtoon van de Ardennen; ze wordt 'parautochtoon' genoemd.

Gesteenten Het synclinorium van Namen bevat gesteenten die in het Devoon en Carboon zijn afgezet in een achterboogbekken. Dit zijn zandstenen (soms tot kwartsiet gemetamorfoseerd) en micaschisten, waarop een pakket zeer donkere kalksteen volgt. Door het langzaam sluiten van het bekken werd gedurende het Devoon en Carboon het afzettingsmilieu steeds ondieper. In het Westfalien (313 - 304 Ma, Boven-Carboon) wordt veen (plantenresten) en zandsteen afgezet, wat erop wijst dat het bekken boven de zeespiegel was gekomen.

Aan het einde van het Carboon wordt het bekken tot een nauwe syncline samengedrukt. Het synclinorium van Dinant schuift over dat van Namen heen, waardoor de gesteenten een grote diepte bereiken. De druk en temperatuur zijn dan hoog genoeg om steenkool te laten ontstaan.

Door een combinatie van tektonische opheffing en peneplain-erosie zijn de gesteenten van het synclinorium van Namen gedurende het Tertiair en Kwartair weer aan de oppervlakte komen te liggen.

Categorie:Geologie van Wallonië Categorie:Tektonische structuur