Het Nationaal Legioen (Frans: Légion Nationale, ook Légion Nationale Belge) was een Belgische extreemrechtse, belgicistische en autoritaire beweging uit het interbellum. De organisatie ontstond in 1922 in Luik, aanvankelijk vooral in het milieu van oud-strijders van de Eerste Wereldoorlog. Onder leiding van de Luikse advocaat Paul Hoornaert ontwikkelde zij zich in de late jaren 1920 en de jaren 1930 tot een antiparlementaire en paramilitaire beweging die zich ideologisch sterk op het Italiaanse fascisme oriënteerde.
Het Legioen combineerde een uitgesproken Belgisch nationalisme, royalistische gezagsopvattingen (monarchisme), anticommunisme, vijandigheid tegenover het parlementaire stelsel en verzet tegen het Vlaams-nationalisme en het Duitse nationalisme. In de loop van de jaren 1930 werden ook het antisemitisme en de afwijzing van de vrijmetselarij sterker. Hoewel de organisatie bewondering koesterde voor het fascistische Italië van Benito Mussolini, bleef haar Belgische nationalisme gepaard gaan met een sterke anti-Duitse houding. Die tegenstelling bepaalde mede haar houding tijdens de Tweede Wereldoorlog.
Ontstaan en ontwikkeling De directe aanleiding voor het ontstaan van het Legioen was de dood van de Belgische luitenant José Graff, die in het voorjaar van 1922 nabij Duisburg om het leven kwam door toedoen van Duitse nationalisten. In mei 1922 ontstond in Luik rond Henri Graff en andere oud-strijders een nieuwe uitgesproken patriottische organisatie. In haar eerste jaren richtte zij zich vooral tegen het Duitse revanchisme, het communisme, het Vlaams separatisme en het parlementarisme. De beweging verdedigde een versterking van het koninklijk gezag en een beperking van de macht van het parlement.
Aanvankelijk bleef de aanhang grotendeels beperkt tot Luik en het milieu van oud-strijders. In de tweede helft van de jaren 1920 breidde de organisatie zich echter uit door de opname van andere rechts-nationalistische groepen in onder meer Verviers, Namen, Gent en Brussel. De beweging was ondanks haar nationale ambities overwegend Franstalig en rekruteerde volgens historicus Marc Swennen vooral in de grotendeels katholieke kleine burgerij.
Paul Hoornaert trad in 1924 tot het Legioen toe en kreeg al snel een centrale rol in het directiecomité en de propaganda van de beweging. Vanaf de tweede helft van de jaren 1920 werd hij de feitelijke politieke leider. In 1929 formuleerde hij de ideologische uitgangspunten van de beweging in Le Redressement National. La Légion Nationale Belge. Sa Doctrine – Ses Buts.
Ideologie
De ideologie van het Nationaal Legioen evolueerde gedurende het interbellum. Het oorspronkelijke radicale Belgische patriottisme werd onder Hoornaert aangevuld met ideeën afkomstig uit de Franse Action française, katholiek-sociaal denken en uiteindelijk het Italiaanse fascisme. Het Legioen keerde zich tegen zowel het economisch liberalisme als het marxisme en verwierp het bestaande parlementaire partijstelsel als een bron van verdeeldheid binnen de Belgische natie.
Het door Hoornaert voorgestane staatsmodel voorzag in een sterke monarchale uitvoerende macht en een sterk ingeperkte rol voor het parlement. Sociaal-economisch ontwikkelde de beweging zich in de richting van het corporatisme, waarbij beroeps- en belangengroepen een belangrijke rol in de ordening van de samenleving zouden krijgen. Het algemeen kiesrecht en de parlementaire democratie werden door het Legioen steeds nadrukkelijker afgewezen.
Omstreeks 1933–1934 kreeg de beweging volgens historicus Alain Colignon van CegeSoma zowel organisatorisch als ideologisch duidelijk fascistische kenmerken. Zij nam elementen van de politieke stijl van het Italiaanse fascisme over, waaronder een sterk leidersbeginsel, uniformering, massabijeenkomsten en uiteindelijk ook de Romeinse groet. Hoornaert zelf verzette zich niettemin geregeld tegen de kwalificatie van zijn beweging als eenvoudigweg fascistisch.
Het antisemitisme was in de eerste ontwikkelingsfase minder prominent dan het anticommunisme, de anti-Duitse houding en het belgicisme. Vanaf het midden van de jaren 1930 werden antisemitische en anti-vrijmetselaarsstandpunten echter steeds duidelijker aanwezig. Tegelijk bracht de toenadering tussen het fascistische Italië en Nazi-Duitsland het Legioen in een ideologisch spanningsveld, omdat de beweging haar bewondering voor Mussolini combineerde met een blijvende afkeer van Duitsland.
Organisatie en paramilitair karakter
Het Legioen kende een hiërarchische en autoritaire organisatiestructuur. Naast territoriale afdelingen bestonden beroepsgerichte structuren en ordediensten. De zogenaamde beveiligingssecties en mobiele groepen werden ingezet om bijeenkomsten te bewaken en raakten herhaaldelijk betrokken bij straatgeweld tegen communisten, socialisten en Vlaams-nationalisten.
De organisatie onderscheidde zich bovendien door het gebruik van uniformen. In verschillende perioden droegen leden onder meer gekleurde vesten of blauwe kielen, militaire helmen, rijbroeken en laarzen. In de jaren 1930 werden geüniformeerde jeugdafdelingen uitgebouwd tot de Jeunes Gardes Nationalistes of Nationalistische Jonge Wachten.
De Belgische wetgeving tegen privémilities bemoeilijkte deze paramilitaire activiteiten. Na de wet van 29 juli 1934 werden de mobiele groepen formeel ontbonden of organisatorisch aangepast. Onderzoek van historica Catherine Lanneau laat zien dat de precieze toepassing van de wet op de jeugdformaties van het Legioen vervolgens onderwerp werd van politieke en juridische discussies.
Politieke activiteit en verhouding tot Rex
Na de economische crisis en de grote stakingen in de Borinage in de zomer van 1932 groeide de aanhang van het Legioen. De beweging werkte dat jaar mee aan de oprichting van een Parti National Belge en steunde kandidaten bij gemeenteraadsverkiezingen. Dit betekende dat haar uitgesproken antiparlementarisme niet uitsloot dat zij verkiezingen en politieke allianties instrumenteel probeerde te gebruiken.
In december 1934 nam Hoornaert deel aan het internationale fascistische congres van Montreux, georganiseerd door de Italiaanse Comitati d'Azione per l'Universalità di Roma. Daar ontmoette hij vertegenwoordigers van verschillende Europese fascistische en radicaal-rechtse bewegingen. Het Legioen betuigde in de daaropvolgende periode ook openlijk steun aan het Italië van Mussolini.
In 1935 werkte Hoornaert aan een Front Corporatif National, waarin het Legioen met organisaties van middenstanders en ambachtslieden zou samenwerken met het oog op de parlementsverkiezingen van 1936. De snelle doorbraak van Rex onder Léon Degrelle doorkruiste die plannen. Onderhandelingen tussen beide bewegingen leverden geen duurzame samenwerking op. Het Legioen bleef ideologisch radicaler antiparlementair en wantrouwde bovendien de latere toenadering van Rex tot het Vlaams Nationaal Verbond.
De precieze ledencijfers zijn schattingen en veranderden sterk doorheen de jaren 1930. CegeSoma vermeldt dat het Legioen omstreeks het midden van het decennium ongeveer 15.000 leden kon tellen, waaronder enkele duizenden geüniformeerde Nationalistische Jonge Wachten. Door de concurrentie van Rex en andere ontwikkelingen liep de organisatie daarna terug. Aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog wordt haar omvang geschat op ongeveer 5.000 leden en circa 1.500 Nationalistische Jonge Wachten.
Tweede Wereldoorlog en verzet
Na de Duitse inval in mei 1940 kwam het Nationaal Legioen in een dubbelzinnige positie terecht. Door zijn fascistische, anticommunistische en antisemitische profiel werd het aanvankelijk door de Duitse bezetter getolereerd. Hoornaert weigerde echter de partijpers opnieuw uit te geven wanneer die aan Duitse censuur zou worden onderworpen. De fundamenteel anti-Duitse en Belgisch-nationalistische houding van de beweging maakte een aansluiting bij de Duitse bezettingspolitiek problematisch.
Het Legioen ging niet onmiddellijk en als één geheel over tot actief verzet. Hoornaert aarzelde aanvankelijk over de te volgen koers, terwijl jongere leden rond Fernand Dirix aandrongen op actie tegen de bezetter. Vanaf de winter van 1940–1941 werden clandestiene wapendepots aangelegd en in het voorjaar van 1941 zocht Hoornaert contact met het Belgisch Legioen, een militaire verzetsorganisatie. In juni 1941 kwam tussen beide organisaties een akkoord tot stand.
Op 20 augustus 1941 verbood de Duitse Sipo-SD de politieke activiteiten van het Nationaal Legioen. In september volgde een golf arrestaties in onder meer Brussel en Luik. Hoornaert werd aanvankelijk weer vrijgelaten, maar op 24 april 1942 opnieuw gearresteerd. Op 6 augustus 1942 werd hij door een Duitse rechtbank tot vijftien jaar dwangarbeid veroordeeld wegens onder meer illegale wapenopslag en militaire activiteiten met een anti-Duits doel. Hij werd naar Duitsland gedeporteerd en overleed op 2 februari 1944 in Sonnenburg.
Na de Duitse repressie verloor het Nationaal Legioen zijn zelfstandige werking. Volgens CegeSoma sloten ongeveer vijfhonderd voormalige legionairs zich tijdens de bezetting bij het verzet aan. Zij waren onder meer actief in de groep Hoornaert-Dirix, die bij het Geheim Leger aansloot, de Nationale Koningsgezinde Beweging en het Onafhankelijkheidsfront. Enkele tientallen voormalige leden kozen daarentegen voor de collaboratie. De oorlogsgeschiedenis van het Legioen kan daarom niet zonder meer worden gelijkgesteld met die van één homogene verzetsorganisatie, hoewel zijn leiding uiteindelijk door de Duitse bezetter werd vervolgd en een aanzienlijk aantal leden aan het verzet deelnam.
Historiografische duiding
In de geschiedschrijving wordt het Nationaal Legioen doorgaans tot het Belgische fascisme van het interbellum gerekend. Daarbij wordt tegelijk gewezen op kenmerken die het van het Duitse nationaalsocialisme en van het rexisme onderscheidden: het uitgesproken belgicisme, het royalistische karakter en vooral de langdurige anti-Duitse oriëntatie. Die combinatie verklaart mede hoe leden van een beweging die vóór 1940 een autoritaire en fascistische Nieuwe Orde nastreefde, tijdens de Duitse bezetting in belangrijke mate in anti-Duitse verzetsmilieus terechtkwamen.
Bekende leden Paul Hoornaert Leopold Jacquemin
Literatuur
Categorie:Fascisme in België Categorie:Radicaal-rechtse beweging Categorie:Belgische verzetsgroep in de Tweede Wereldoorlog Categorie:Anticommunisme