De nervus facialis of aangezichtszenuw is de zevende van de twaalf hersenzenuwen. De zenuw innerveert de spieren die voor de gezichtsuitdrukkingen zorgen. De zenuw geeft ook de smaakwaarneming van de mondholte en van het voorste twee derde deel van de tong door. De zenuw maakt deel uit van het parasympathische zenuwstelsel.

De nervus facialis heeft zich uit de kieuwboogzenuwen van lagere gewervelden ontwikkeld.

Verloop De innervatie van de onderkaakspeekselklier en de smaakgewaarwording van het voorste twee derde deel van de tong gaan via de chorda tympani, die zich al vroeg van de aangezichtszenuw afsplitst, door het middenoor loopt en zich bij de n. mandibularis, de derde tak van n. trigeminus voegt.

De nervus facialis bevat zenuwvezels uit de motorische tak van de nucleus nervi facialis, de parasympathische tak van de nucleus salivatorius superior en de nucleus tractus solitarii en ontspringt aan de achterkant van de pons uit de hersenstam. De nervus facialis komt daarna in de brughoek naar buiten en komt via de meatus acusticus internus in het rotsbeen uit. De zenuw splitst zich daar in twee groepen. De eerste groep bestaat uit smaakvezels en vezels voor de secretie van speeksel- en traanklieren. Deze groep loopt binnen de canalis facialis van het rotsbeen. De tweede en grootste groep bestaat uit motorische vezels voor de mimische musculatuur van het gezicht en verlaat de schedel via het foramen stylomastoideum.

Innervatie Eerste Groep De nervus facialis splitst zich in het rotsbeen in drie takken af: achtereenvolgens de nervus petrosus major, de nervus stapedius en de chorda tympani. De nervus petrosus major innerveert de traanklier en de neusklieren. De nervus stapedius innerveert de musculus stapedius of stijgbeugelspier in het oor en de chorda tympani zorgt voor de speekselklieren glandulae mandibularis en sublingualis, behalve de oorspeekselklier, voor de traanklier, en de smaak in het voorste twee derde deel van de tong.

Tweede groep Via het foramen stylomastoidicum verlopen twee takken door de oorspeekselklier naar de gelaatsspieren. Het cellichaam van de de nervus auricularis posterior ligt in het ganglion geniculi. De zenuw zorgt voor de gevoeligheid van de oorschelp, een deel van de meatus acusticus externus en het trommelvlies. De laatste tak bestaat uit verscheidene motorische eindtakken, behalve de nervus stapedius die al voor het foramen stylomastoideum is afgetakt. Deze zijtakken (Latijn: rami) zijn: de rami temporales naar de slaap, musculus frontalis, rami zygomatici naar mondhoeken en ogen, musculus orbicularis oculi, rami buccales naar de mond, periorale spieren, ramus marginalis mandibulae naar spieren in de buurt van de kin en de ramus cervicalis naar de hals, naar de platysma.

Klinische evaluatie Bij perifere beschadiging van de nervus facialis ontstaat er een verlamming van alle spieren van de aangedane gezichtshelft. Een veelvoorkomende en vaak tijdelijke variant hiervan is de aangezichtsverlamming van Bell, waarbij de ipsilaterale spieren voor de gezichtsuitdrukking worden aangetast. De wenkbrauw wordt opgetrokken en er ontstaan groeven in de huid van het voorhoofd. Daarnaast hebben de patiënten vaak last van een hangende mondhoek aan de kant waar de laesie is opgetreden en kunnen vaak ook niet goed kauwen doordat de wangspier wordt aangetast.

Bij een verlamming van de nervus facialis valt de musculus stapedius uit en daarmee ook de demping van het geluid.

Centrale beschadiging van de nervus facialis heeft alleen verlamming van het onderste deel om de mond van het gezicht tot gevolg, aangezien de zenuwen van het bovenste deel bij het oog en het voorhoofd vanuit twee kanten van de hersenen worden aangestuurd. Dat is een gedeeltelijk gekruiste innervatie.

Aangezien de nervus facialis door de oorspeekselklier heenloopt, kan een tumor in de speekselklier leiden tot uitvalverschijnselen.

Categorie:Zenuwstelsel