Het Oostfront was tijdens de Tweede Wereldoorlog, vanuit het Duitse perspectief, de naam voor het toneel van oorlogshandelingen in Centraal- en Oost-Europa, vanaf 22 juni 1941 tot 9 mei 1945. In de geschiedschrijving van de Sovjet-Unie en Rusland wordt het het westelijk front genoemd. Het Oostfront is berucht vanwege de vele levens die het geëist heeft en de excessen die sterk het beeld ervan bepaalden. Gebeurtenissen die zich aan het Oostfront afspeelden waren onder andere Operatie Barbarossa en de Vervolgoorlog. Het wordt beschouwd als het beslissende strijdtoneel van de gehele Tweede Wereldoorlog en de grootste militaire confrontatie uit de wereldgeschiedenis. De berekende aantallen slachtoffers lopen uiteen en benaderen de dertig miljoen.https://books.google.com/books?id=ed9jDwAAQBAJ&q=World+War+2+eastern+front The Eastern Front: The Germans and Soviets at War in World War II. Robert Edwards, 15 augustus 2018. via Google Books
Voorgeschiedenis Op 23 augustus 1939 sloten nazi-Duitsland en de Sovjet-Unie het Molotov-Ribbentroppact, een niet-aanvalsverdrag. In de geheime protocollen van het verdrag werd Oost-Europa in een Duitse en een Sovjet invloedssfeer verdeeld. Dit verdrag gaf Hitler de vrije hand om anderhalve week later, op 1 september 1939, Polen binnen te vallen. De Sovjet-Unie viel op 17 september het oosten van Polen binnen. De Duitse Wehrmacht en het Rode Leger trokken op tot de Curzon-linie, de demarcatielijn die in het Molotov-Ribbentroppact was overeengekomen. Hitler had gehoopt dat de Entente (het bondgenootschap tussen Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk) na de val van Polen snel vrede zou sluiten. Toen dat niet gebeurde, stelde het niet-aanvalsverdrag Duitsland in staat zijn pijlen te richten op een aanvalsoorlog in het westen, de Slag om Frankrijk tegen Nederland, België, Luxemburg en Frankrijk; de Sovjet-Unie op zijn beurt voerde oorlog met Finland en bezette Estland, Letland en Litouwen in juni 1940.
De betrekkingen tussen beide landen werden echter steeds meer gespannen, mede doordat Hitler de Balkan voor Stalin afsloot door Hongarije, Roemenië en Bulgarije toe te laten treden tot de asmogendheden. Nadat met de nederlaag en bezetting van Frankrijk in juni 1940 de Entente was weggevallen (de Britten hadden in de Slag om Engeland een Duitse invasie voorkomen en weigerden nog steeds vrede te sluiten) waren Duitsland en de Sovjet-Unie natuurlijke rivalen geworden in de strijd om de hegemonie in Europa. Al in de zomer van 1940 besloot Hitler de Sovjet-Unie te veroveren, ondanks het feit dat de Wehrmacht zijn legeropbouw nog lang niet had voltooid en de Duitse wapenindustrie een grote achterstand had op die van de Sovjet-Unie. Hij meende dat de (tot zijn eigen verrassing) in mei 1940 zeer succesvol gebleken tactiek van de blitzkrieg een overwinning in het Oosten garandeerde. Met een campagne tegen de Sovjet-Unie hoopte hij niet alleen een gevaarlijke concurrent uit de weg te ruimen maar ook de Britten tot een vergelijk te dwingen en een welhaast onuitputtelijke bron van olie, grondstoffen, graan en arbeidskracht te verwerven, waardoor zijn rijk geostrategisch onkwetsbaar zou worden. Duitslands agressieve plannen leidden al snel tot diplomatieke spanningen, onder een volgehouden façade van vriendschap.
Molotov, de Sovjetminister van Buitenlandse Zaken, wilde weten waarom Duitsland zo'n interesse had in Turkije en de Balkan. Von Ribbentrop, de Duitse minister van Buitenlandse Zaken, was bezorgd om de Duitse politiek en uitte zijn bezwaren tegen Hitler; niemand had ooit zo'n toon aan durven slaan tegen de Führer. Met uitzondering van Heinz Guderian ondersteunden de meeste Duitse generaals echter Hitler in zijn optimistische inschatting van de Duitse mogelijkheden. De slechte prestaties van het Rode Leger tijdens de Winteroorlog tegen Finland in 1939-1940 sterkten Hitler in zijn optimisme.
De Duitse legeropbouw in Polen kon niet geheim blijven en al in de herfst van 1940 begon men zich in de Sovjet-Unie af te vragen hoe een adequaat antwoord gevonden zou kunnen worden op de Duitse dreiging. Aan de ene kant kon men haast niet geloven dat Hitler het zou wagen aan te vallen, zo groot was de kwantitatieve voorsprong van het Rode Leger in getrainde mankracht, artillerie en tanks. Aan de andere kant kampte men met een oud minderwaardigheidscomplex ten opzichte van de zo bewonderde Duitse militaire professionaliteit. De snelle val van Frankrijk baarde grote zorgen en men zag terecht het potentieel van de daar getoonde nieuwe tactieken als diepere oorzaak van Hitlers zelfvertrouwen. De Sovjet-Unie had dat soort tactieken zelf al rond 1936 als doctrine gehad maar was daar later vanaf gestapt.
Na verhitte discussies bereikte men in december 1940 een nieuwe consensus en werd als partijlijn op straffe des doods dwingend opgelegd de Duitse methode van de blitzkrieg te gaan navolgen in plaats van het alternatief: de verdediging in de diepte. Men bouwde aldus direct aan de westgrens een grote strijdmacht op die in een mobiele oorlogvoering de Duitse aanval moest opvangen — of misschien zelfs voorkomen als men zou besluiten tot een preventieve aanval. Of Stalin tot dat laatste ooit het bevel heeft gegeven blijft zeer omstreden en de waarheid hierover kan niet worden aangetoond totdat de nu nog geheime archieven worden ontsloten. De meeste historici gaan er tegenwoordig van uit dat Stalin dat bevel steeds uitstelde in de hoop dat Hitler uiteindelijk toch van het offensief zou afzien. Op 22 juni 1941 was het hoe dan ook te laat.
1941: Operatie Barbarossa
thumb|Duitse opmars 1941-1942 thumb|Operatie Barbarossa: de Duitse opmars in 1941 met in rood grote omsingelde Sovjetlegergroepen Nadat, als gevolg van Operatie Marita, in het voorjaar van 1941 Joegoslavië en Griekenland waren bezet en opgedeeld onder de asmogendheden, richtte de gehele oorlogsmachine van de As zich op de Sovjet-Unie. Meer dan drie miljoen Duitse manschappen, ingedeeld in 150 divisies met in totaal 3300 tanks en 2700 vliegtuigen, wierpen zich in de strijd. De Duitse legers waren verdeeld over drie legergroepen: Heeresgruppe Nord, Heeresgruppe Mitte en Heeresgruppe Süd. Die moesten het opnemen tegen de 2,8 miljoen Sovjetsoldaten van de grenslegers, ondersteund door 15.000 tanks en 8.000 vliegtuigen.
De strijd aan het Oostfront begon toen de Wehrmacht op 22 juni 1941 in strijd met het niet-aanvalsverdrag de Sovjet-Unie binnenviel, samen met de Finse, Roemeense, Hongaarse en Slowaakse legers. Dit offensief had als codenaam "Operatie Barbarossa". Het doel was om vóór de inval van de modderperiode, midden oktober, alle gebieden ten westen van de Wolga te bezetten. Operatie Barbarossa was in de eerste weken een groot succes voor de Duitsers. De beslissing van de Sovjetlegertop om de nieuwe Duitse tactieken te gaan imiteren bleek een rampzalige vergissing. Tijdens de Grote Zuivering in de jaren ervoor was een belangrijk deel van het officierenkorps uitgemoord; de leiderschapskwaliteiten waren hierdoor gedaald en men had verleerd zelf het initiatief te nemen, terwijl juist een snelle flexibele bevelvoering tegen de Duitsers een absolute noodzaak was. Het Rode Leger bleek niet in staat met succes een bewegingsoorlog te voeren. De pantserreserves van de Sovjet-Unie werden uiteengeslagen, haar infanterielegers omsingeld en vernietigd. Binnen een maand hadden de Duitsers de Baltische Staten bezet en waren opgerukt tot de lijn Smolensk – Kiev.
Het hele Duitse offensief was gebaseerd op de veronderstelling dat de opmars hierna alleen maar sneller zou verlopen doordat de vijandelijke weerstand ineen zou storten. Zoals Hitler het zelf uitdrukte: "We hoeven alleen maar de deur in te trappen en heel het verrotte bouwwerk stort in elkaar". Nu bleek dat dit een veel te optimistische inschatting was geweest. De Sovjetgrenslegers vormden maar de helft van de primaire mobilisatiecapaciteit. Eind juli vormden zich weer enorme Sovjetlegers: aan het noorden bij de rivier de Loega; in het midden bij Smolensk en het in het zuiden bij Kiev. Dit enkele feit betekende al dat de hele Duitse campagne in wezen mislukt was, want om deze nieuwe legers te verslaan moest eerst herbevoorraad worden en dat schopte het tijdschema van de opmars in de war. Het was onmogelijk geworden de Sovjet-Unie in 1941 een beslissende nederlaag toe te brengen. Dat betekende dat voor Duitsland zelfs de totale nederlaag dreigde als men er niet in zou slagen genoegen te nemen met de al veroverde Lebensraum en vrede te sluiten. Men verkeerde echter in zo'n overwinningsroes dat een objectieve inschatting van de situatie onmogelijk bleek.
Hitler wees een vredesaanbod van Stalin van de hand en besloot tot het uiterste te gaan om zo veel mogelijk doelwitten te bezetten, iets waarin hij door de Duitse generale staf ondersteund werd. Met de laatste voorraden versloeg Heeresgruppe Mitte na hevige tegenaanvallen rond de stad Smolensk een gedeelte van de nieuwe legers. Daarna werd de maand augustus grotendeels besteed aan het aanvullen van voorraden, een proces dat ten zeerste werd bemoeilijkt door de afwijkende spoorwijdte van het Sovjetspoornet en de door Stalin bevolen tactiek van de verschroeide aarde, waarbij alles wat de vijand van nut kon zijn, moest worden meegenomen of vernietigd. Het lukte een groot deel van de machines van de vitale wapenindustrie uit Leningrad (het hedendaagse Sint-Petersburg) en Charkov te evacueren naar nieuwe industriegebieden ten oosten van de Oeral.
Door de logistieke problemen was het voor de Duitsers onmogelijk geworden om opnieuw over het gehele front in het offensief te gaan: juni 1941 was de laatste keer dat dit Duitsland in de oorlog zou gelukken. De aanval viel uiteen in deeloperaties. Tegen de verwachting in lukte het Heeresgruppe Nord om op eigen kracht de vijandelijke stellingen in de Loegamoerassen te doorbreken. Op 8 september 1941 begonnen de Duitsers het Beleg van Leningrad. Na veel verhitte discussies werd besloten Heeresgruppe Mitte en Süd te laten samenwerken om de grote concentratie van Sovjettroepen bij Kiev te omsingelen. Eind september maakte Duitsland hiermee ruim een half miljoen krijgsgevangenen en werd Charkov veroverd (Eerste Slag om Charkov). Daarna werd begin oktober Operatie Typhoon begonnen, de aanval op Moskou. Opnieuw werden honderdduizenden soldaten van het Rode Leger gevangengenomen, doordat men zich nog te lineair verdedigde in plaats van in de diepte. Voor een Duitse eindoverwinning was het nu echter te laat: de zomer was voorbij. Midden oktober daalden de temperaturen. De onverharde wegen van de Sovjet-Unie veranderden door de herfstregens in onbegaanbare modderbanen, bekend als raspoetitsa, bezdorizja of bezdarazj. Vrijwel onmiddellijk liep de opmars vast door gebrek aan bevoorrading. Eind november werd de conditie van het wegennet weer wat beter door de eerste vorst. De generaals te velde wilden nu zo sterk mogelijke verdedigingsposities innemen en zo veel mogelijk de voorraden brandstof en munitie op peil brengen. Het opperbevel besloot echter tot een allerlaatste krachtsinspanning om althans Moskou te veroveren om zo het vijandelijke spoornet te ontregelen.
thumb|Het Sovjettegenoffensief in de winter van 1942