Aardbeiklaver (Trifolium fragiferum) is een plantensoort uit de vlinderbloemenfamilie (Fabaceae).
Etymologie De botanische naam van het geslacht Trifolium is een samentrekking van het Latijnse tres ('drie') of ter ('driemaal') en folium ('blad'), doordat de bladeren uit drie deelblaadjes bestaan. De soortaanduiding fragíferum betekent 'aardbeidragend', en is opgebouwd uit de Latijnse woorden fraga ('aardbeien') en ferre ('dragen'). (1879). A Latin dictionary founded on Andrews' edition of Freund's Latin dictionary. Oxford: Clarendon Press. De soortaanduiding verwijst naar het opgeblazen vruchthoofdje van de soort, dat oppervlakkig doet denken aan een aardbei, maar eigenlijk meer lijkt op een framboos.Website: Wilde Planten in Nederland en België. De Nederlandse triviale naam 'aardbeiklaver' is min of meer een letterlijke vertaling van de botanische naam. Het woord 'klaver' is mogelijk afgeleid van de Indogermaanse stam glei (smeren), naar de nectar in de bloemen.
Determinatie Aardbeiklaver is een overblijvende, kruidachtige plant die een hoogte kan bereiken van 5–25 cm. Ze groeit als hemicryptofyt. De kruipende stengels wortelen op de onderste knopen. De wortels hebben hier en daar een wit, rond of wratachtig wortelknolletje van enkele millimeters groot. De samengestelde bladeren zijn langgesteeld en bestaan uit drie omgekeerd-eironde, blauwachtig groene deelblaadjes, die een fijngezaagde rand hebben en aan de top hartvormig ingesneden zijn. De zijnerven buigen naar buiten. De steunblaadjes zijn niet vliezig, ruitvormig, lang toegespitst en aan de voet vrijwel stengelomvattend. Zowel de stengels als de bladeren zijn iets blauwachtig groen van kleur en behalve bij de top van de bladstelen niet of nauwelijks behaard. Aardbeiklaver bloeit van juni tot september. De bloeiwijze omvat een hoofdjesachtige tros van ± 1 cm breed. De bloemen zijn tweeslachtig en tweezijdig symmetrisch. De bloemhoofdjes zijn tijdens de bloei 10–12 mm in doorsnee en staan op stelen die (afhankelijk van het milieu) sterk variëren in lengte en tussen hoog gras wel enkele decimeters lang kunnen worden. Aan de voet van het bloemhoofdje sluiten de schtblaadjes tot een omwindsel aaneen en bedekken aan de onderkant de kelken. De bloemkroon bereikt een lengte van 6–7 mm en is vleeskleurig roze tot witroze (in het prille begin kunnen ze ook helemaal wit zijn). Na de bloei valt de bloemkroon niet af en verkleurt naar bruin. De kelk is twintignervige, tweelippig, donzig en heeft gewimperde tanden. De kelkbuis groeit na de bloei vooral aan de bovenzijde sterk uit, en vormen samen een wollig behaard, vuilroze tot purper gekleurd, bol hoofdje van 2 cm breed; dit doet denken aan een framboos. De kleine, droge peul bevat meestal één of twee zaden. De zaden zijn hartvormig, lichtbruin met donkerbruine vlekken, en wegen ± 1,5 µg.Website: FAO. Aardbeiklaver heeft 16 chromosomen (2n = 16). thumb|De vrucht (links) en de bloeiwijze (rechts).
Gelijkende taxa In vegetatieve toestand wordt aardbeiklaver vooral verward met witte klaver, die vaak in de buurt groeit. Aardbeiklaver is meestal wat kleiner van stuk en wat blauwer van kleur. Bovendien heeft witte klaver een V-vormige vlek op het blad, wat bij aardbeiklaver ontbreekt. Ook zijn de zijnerven van witte klaver recht (bij aardbeiklaver naar buiten gebogen). Soms worden witte klaver en aardbeiklaver zelfs in bloeiende toestand met elkaar verward. De bloemhoofdjes van aardbeiklaver zijn tijdens de bloei wat kleiner, de wat oudere bloemen zijn roze tot vleeskleurig, en de uitgebloeide bloemhoofdjes bestaan uit roze-wollige opgeblazen kelken, terwijl ze bij witte klaver niet opgezwollen zijn en er bruin uitzien van de oude bloemkronen. Vergeleken met alle andere klaversoorten zijn de schutblaadjes van de bloemen bij aarbeiklaver groter.
Ecologie Aarbeiklaver is een pionierachtige, tredvaste plant. Ze groeit vooral op betrekkelijk zuurstofarme, eutrofe tot mesotrofe, vochthoudende klei-, zavel- en zandgronden. Het gaat vooral om brakke tot zilte omgevingen, alhoewel zij af en toe ook in geheel zoete milieus optreedt. De standplaatsen zijn open en staan blootgesteld aan het volle zonlicht. Ze is onder andere te vinden in zilte weilanden, op en langs dijken, op hogere delen van kwelders, op en langs veepaadjes, langs slootkanten, brakke kreken en drinkpoelen. Ze komt ook veel voor in kortgrazige bermen direct langs de wegverharding, vooral waar regelmatig wordt gepekeld. Tevens komt de soort ook wel eens voor op rivierstranden en opgespoten terreinen. Verder wordt zij ook aangetroffen in tredvegetatie zoals gazons, olifantenpaden en tussen grasbeton.
Net als bij andere soorten uit de vlinderbloemenfamilie, bevinden zich in stikstofwortelknolletjes de bacteriën (behorend tot een stam van Rhizobium leguminosarum) die verantwoordelijk zijn voor het binden van stikstof en die er zo voor zorgen dat de plant zelfs kan groeien als er weinig nitraat in de bodem beschikbaar is. Aardbeiklaver wordt bestoven door hommels en bijen. Er worden veel meer zaden gevormd bij kruisbestuiving dan bij zelfbestuiving. De opgeblazen kelken werkt als een luchtzakken en helpen bij de zaadverspreiding met wind en water.
Syntaxonomie thumb|Aarbeiklaver (zowel bloeiend als vruchtdragend) in het zilverschoon-verbond. In de syntaxonomie staat aardbeiklaver te boek als kensoort voor het zilverschoon-verbond. Tevens kan ze gelden als preferente soort voor de associatie van aardbeiklaver en fioringras.
Biogeografie Het natuurlijke verspreidingsgebied van aardbeiklaver strekt zich uit over Europa, noordelijk tot in het zuiden van Schotland, de Noorse kust en Oostzeekust, over Zuidwest-Azië tot in West-China en over de kuststreken van Noord-Afrika. Ze is ingevoerd als voedergewas en daardoor ingeburgerd in de westelijke Verenigde Staten, Argentinië, Nieuw-Zeeland en Zuid-Australië.
In Nederland is aardbeiklaver algemeen in Zeeland, waar zij een zwaartepunt kent. Verder komt de soort ook veel voor rondom de Waddenzee, de zeekust van Noord-Holland en de zeekleigebieden van Noord-Holland, Friesland en Groningen en langs het IJsselmeer. Verder is ze plaatselijk ook algemeen in het rivierengebied (maar minder in Limburg). Elders in Nederland is aardbeiklaver zeer zeldzaam. In België is de soort vrij algemeen in het kustgebied, met name de polders, en vrij zeldzaam in de Schelde- en de Leievallei en in het Maasgebied. Elders in België is ze zeldzaam tot zeer zeldzaam.
Gebruik Aardbeiklaver wordt geteeld als groenbemester, als voedselplant voor het vee, en als drachtplant voor bijen.Website: Natuurweetjes. De soort is bestand tegen vrijwel continue begrazing dankzij de kruipende wortelstokken. In gebieden met gematigde klimaten groeit ze ook gedurende de milde winters. De plant kan goed tegen overstroming omdat ze daarop reageert door de toppen van de kruipende stengels op te richten. Zij kan echter niet tegen schaduw. Aardbeiklaver is geschikt voor bodems die te zout zijn voor witte klaver.
Fotogalerij
Externe links Aardbeiklaver op Ecopedia Aardbeiklaver op Flora van Nederland
Categorie:Klaver Aardbeiklaver