thumb|Voor- en zijgevel van De Olde Stoeve
Menterwolde is een voormalig klooster ten zuiden van de weg tussen Nieuwolda en Nieuwolda-Oost. Het is in het begin van de 13e eeuw gesticht als dubbelklooster, maar werd al gauw gesplitst in een monniken- en een nonnenklooster. Deze hadden rond 1600 veel gronden in de omgeving in bezit. Bij een opgraving in 1951 op het land van boerderij 'De Olde Stoeve' (Hoofdweg Oost 6) werd een grafveld blootgelegd met een fragment van een zandstenen sarcofaag. Bebouwing werd toen niet aangetroffen. Bij de bouw van een nieuwe schuur achter de boerderij in 1998 werd de noordwesthoek van het klooster aangesneden. Bij de oprijlaan werden in 1975 eveneens bouwsporen gevonden, die worden uitgelegd als de poort van het klooster.
Stichting en deling Het klooster werd vóór 1247 gesticht op een plaats die Campus Sylvae ('Woldkamp' of 'Kampwolde') werd genoemd.Halbertsma stekt dat het klooster gesticht zou zijn in 1220 als een Benedictijnerklooster. Georgius en De Smet namen dit over. Halbertsma beriep zich op Leopold Janauschek, Originum Cisterciensium, Wenen 1877, dl. 1, p. 252-253, die dit klooster ten onrechte gelijk stelde aan het klooster Meerhusen of Marasa in Oost-Friesland. Zie echter Friedrich Ritter, 'Der heilige Hatebrand und die Klöster Meerhusen und Thedingen. Die Benediktiner in Ostfriesland', in: Jahrbuch der Gesellschaft für vaterländische Altertümer und Geschichte zu Emden. 20 (1920), p. 145-173, hier p. 164 (noot 29). De opstrekkende kavel van het klooster moet oorspronkelijk één geheel hebben gevormd met het kerkenland van Midwolda. De landerijen van het klooster strekten zich uit tot onder het koor van de Viertorenkerk van Midwolda Het dubbelklooster te Montrevalt werd in 1247 toegelaten tot de orde van de cisterciënzers en kwam onder de hoede van Aduard te staan. Van hogerhand werd tevens beslist dat de nonnen moesten vertrekken, omdat een dubbelklooster niet was toegestaan volgens de reglementen van de orde. De nonnen werden zodoende in 1259 overgeplaatst naar een nieuw kloostergebouw in het zuidelijker gelegen Midwolda. De monniken bleven aanvankelijk in Menterwolde.
Over de naam van het klooster bestaat einige twijfel. De archeoloog Jan Molema betoogt dat Menterwolde uitsluitend werd gebruikt als naam van het district waarin het klooster was gelegen.Jan Molema, 'De opgravingen op het kerkhof van het verdronken dorp Scheemda', in: Palaeohistoria 32 (1990), p. 247-270, hier 268: "De naam Menterwolde duidt er op dat de ontginning van dit woldgebied vanuit Menterne / Termunten is begonnen. … Het vereenzelvigen van Menterwolde met een dorp, of zelfs met het oude kerkhof van Midwolda is een fout die men vooral in de recente literatuur tegenkomt (bijvoorbeeld Historie van Groningen, 1976: pp. 155, 159, 609). Het vereenzelvigen van Menterwolde met het klooster Campis Sylvae is een reeds in oude bronnen en literatuur ingeslopen verwarring die sindsdien algemeen is ingeburgerd. … Menterwolde
is mijns inziens het best te omschrijven als het woldgebied dat lag langs de Munter Ae (Oude Ae) en dat ontgonnen werd vanuit het Klei-Oldambt (Menterne) of misschien specifiek het dorp Termunten."
Geschiedenis De eerste drie abten zouden volgens de kloosterkroniek van Aduard (geschreven omstreeks 1485) begraven zijn in de kloosterkapel. Volgens deze kroniek zou het klooster in 1299 zijn verplaatst naar Baamsum bij Termunten, waar het bekend kwam te staan als Grijzemonnikenklooster. Een document uit 1276, waarin de abt wordt vermeld, geeft aan dat de verhuizing toen al was voltooid.
Het Grijzevrouwenklooster in Midwolda bleef afhankelijk van het moederklooster en ressorteerde later onder Termunten, waarvan men ook het zegel gebruikte. Zeker na de Cosmas- en Damianusvloed van 1509, maar vermoedelijk al veel eerder, toen de nooddijk van 1454 brak, kwamen ook de resten van Menterwolde onder water te staan. Al in 1466 kwam het water tot Wagenborgen. De kloosterkroniek vermeldt omstreeks 1485 dat het gebied inmiddels was verdronken in de Dollard.
Ten noorden van Nieuwolda-Oost en Oostwolderhamrik bevonden zich rond 1600 omvangrijke kloosterlanderijen van het Grijzemonniken- en Grijzevrouwenklooster. Hieronder ook de laag gelegen landerijen rond voormalige inbraakgeul Nonnegat, later Nonnegaatsterpolder, met het Nonnegaatster- en het Oostermonniken- of Oosterhamrikkermaar. Een deel van deze landerijen is mogelijk pas in de zestiende eeuw in kloosterhand beland, toen de oorspronkelijke bewoners het dijkonderhoud niet meer konden opbrengen en volgens de regels van het spaderecht hun landerijen moesten opgeven.
De Olde Stoeve De plaats van het klooster bij Nieuwolda was nog in de zestiende eeuw bekend als naam van een gehucht. Onder Nieuwolda lag d'Olde Stove, Olde Stoeve of De Stoeff, vermoedelijk een kloostervoorwerk, maar omstreeks 1580 volgens kroniekschrijver Johan Rengers van Ten Post nog slechts een vledder (moeras) in de uterdycken, achter Wagenborgen in den Dullert gelegen. Volgens de 15e-eeuwse kloosterkroniek van Aduard lagen er drie abten begraven. De boerderij die Stoeue wordt in 1603 voor het laatst bij naam genoemd. De naam Olde Stoeve zou kunnen wijzen op een badhuis, een verwarmde ruimte of een herberg, misschien zelfs met de bijbetekenis 'bordeel'.Etymologiebank, trefwoord: stoof. Middelnederlands Woordenboek, trefwoord: stoveI. Karl Schiller en August Lübben, Mittelniederdeutsches Wörterbuch, Bremen 1875-1881, dl. 4, p. 422, trefwoord: stove. Waarschijnlijker is dat de naam is afgeleid van Oudfries stō, stōd, Oudengels stōw ‘plek, plaats’. Het ging dus om de 'oude plek' van het klooster.O.S. Knottnerus, 'Verdronken dorpen', in: Groninger Kerken 28 (2011), pp. 3-8, hier p. 4. Stratingh & Venema, De Dollard, p. 45.
Op de kloosterheuvel werden later een of meer boerderijen gebouwd. Landbouwer L.H. Dallinga vond in 1912 achter zijn boerderij een aantal skeletten, die op last van de politie werden herbegraven. Dit vormde in november 1951 aanleiding voor een archeologisch onderzoek onder leiding van Herre Halbertsma, die in maart de Viertorenkerk van Midwolda had blootgelegd. Bij dit onderzoek vond men alleen het grafveld met ruim 60 graven.'De opgravingen te Nieuwolda: Van het klooster is weinig teruggevonden, slechts skeletten', Winschoter Courant, 21 oktober 1951. 'Oudheidkundige opgravingen in Nieuwolda: Kloosterkerkhof werd blootgelegd', Nieuwsblad van het Noorden, 21 november 1951. ’Nederlandsch nieuws’, Onze Toekomst, 30 januari 1952 (hier vervolg). In 1975 werd mogelijk het poortgebouw van het klooster gelokaliseerd, doordat resten van kloostermoppen en een vloertje gevonden werden aan de westzijde van de boerderij, aan het begin van de oprit. In 1998 bleken onder de boerenschuur de fundamenten van het klooster zelf te liggen. Ook kon men vaststellen dat het kloosterterrein groter was dan men in 1951 gedacht had.
In 1954 kreeg de boerderij officieel de naam De Olde Stoeve, na instemming van de Provinciale Heerdencommissie. De boerderij is sinds 2015 in gebruik als vakantiewoning en groepsaccommodatie.
De fantasierijke kaart van de verdronken Dollarddorpen die Jacob van der Mersch in 1574 maakte, lokaliseert hier het dorp Astock. Deze naam komt eerder op voor een lijst van verdronken dorpen uit het midden van de 16e eeuw. Mogelijk is deze plaatsnaam verbasterd uit *Ae-stōd oftewel plek aan de Munter Ae. De uitgang -stok zou hier echter ook – net als bij Abelstokstertil – kunnen verwijzen naar een vlonder of smalle loopbrug met één leuning, Middelnederlands stech, Oostfries steg. Vergelijk ook Middelnederlands stege ('steiger, oprit van een dijk').Etymologiebank, trefwoord: steeg.Middelnederlands Woordenboek, trefwoorden: stech, stege. Gearchiveerd op 10 september 2024.
Dat de naam De Kamp voor het nabijgelegen buurtje in Nieuwolda-Oost aan het klooster is ontleend, mag betwijfeld worden. Het buurtje dateert uit de tweede helft van de 18e eeuw en kreeg deze naam eerst veel later.
Nederzetting Menterwolde? Mogelijk heeft de buurt van het klooster een nederzetting Menterwolde gelegen, wellicht in de omgeving van Nieuwolda-Oost of Oostwolderhamrik. Aanwijzingen hiervoor zijn te vinden in de kroniek van Wittewierum, waar een dertiende-eeuwse vete rond de adellijke jonkvrouw Ida van Menterwolde wordt beschreven. Haar woonplaats wordt in dit verhaal duidelijk onderscheiden van Midwolda. Het zou kunnen dat Menterwolde het oer-kerspel vormde waaruit Midwolda na de bouw van een nieuwe kerk rond 1200 is ontstaan.
Volgens 19e-eeuwse overleveringen zouden zich resten van een kapel onder de schuur van boerderij 'Dijkvliet' (Hoofdweg Oost 8) bevinden. Een houten bruggetje over het Kattendiep stond bekend als Kapelvlonder.Georgius en De Smet, in: Honderd jaar Landbouwvereniging "Nieuw-Scheemda-NIeuwolda", 1960, p. 35, 111-113 (BNW 29). De betreffende heerd ligt in het verlengde van een heerd in Midwolda, die eigendom was van de kerk van Scheemda. Ook zou er sprake zijn van een stenen voetpad dat in de bodem is gevonden. Mogelijk gaat het om een voorloper van de Viertorenkerk van Midwolda. Opvallende perceelsnamen zijn verder ‘t Kruidt of Kruidthof en Hoffvenne.
Ten noorden hiervan, tussen de Heemweg en de Hoofdweg-Oost bevonden, zich restanten van een oudere verkaveling, alsmede enkele geëgaliseerde wierden. Een ervan stond in 1599 bekend als Brorß Bult, mogelijk genoemd naar de kloosterbroeders. Een deel van het gebied werd in de 17e eeuw De Blinken genoemd, dat is '(al dan niet bewoonde) kweldereilanden'. Een ander toponiem in het gebied ten noorden van Oostwolderhamrik is Kornswold(a) of Corenswoldt, hetgeen duidt op een veenontginningsdorp. Het gebied is tot nog toe buiten archeologische belangstelling gebleven.
Trivia
De naam van het klooster en het landschap Menterwolde werd in 1990 overgenomen door de (voormalige) gemeente Menterwolde, waarin de voormalige gemeenten Meeden, Muntendam en Oosterbroek werden opgenomen. De naam Menterwolde werd in 1969 voorgesteld voor fusiegemeente, waarin Nieuwolda zou samengaan met Termunten en een deel van Scheemda. Menterwolderruiters is een landelijke rijvereniging en een ponyclub, gevestigd te Nieuwolda-Oost. De vereniging bestaat al sinds de jaren zeventig. De Volkstuinvereniging Menterwolde is gevestigd te Scheemda
Externe link negentiende-eeuwse kaart van Nieuwolda
Literatuur A.M. Bakker, Hoofdweg-Oost 6a te Nieuwolda. Een bureau- en verkennend booronderzoek (IVO-O), Assen 2018 (Salisbury Archeologie, rapport 163) R. Georgius en L.A.H. de Smet, Honderd jaar landbouwvereniging "Nieuwolda-Nieuw-Scheemda" (Scheemda 1960), p. 34-37 Herre Halbertsma, Overzicht van de stand van het oudheidkundig onderzoek in de Dollardgebieden, in opdracht van de "Dollard-Commissie" verricht, ongepubliceerd stencil, Amersfoort 1951 Herre Halbertsma, 'Sporen van verdronken dorpen en verlaten Cisterciënser kloosters. Dollardgebieden (Groningen)', in: Berichten van de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek in Nederland 3 (1952), p. 18-20 Herre Halbertsma, 'Smalagonia. Bijdrage tot de geschiedenis van het Oldambt', in: De Vrije Fries 42 (1955), p. 118-131 Sybren Koldijk, 'De kroniek van den abt Eiltatus', in: Groningen. Geïllustreerd Maandblad 1 (1918), nr. 4 (juni), p. 75-84 (fictieve kroniek) G.A. Stratingh en G.A. Venema, De Dollard, of Geschied-, aardrijks- en natuurkundige beschrijving van dezen boezem der Eems, Groningen 1855, p. 43-45
Categorie:Bouwwerk in Oldambt Categorie:Geschiedenis van Oldambt Categorie:Voormalig klooster in Groningen (provincie)