Bernardus Johannes Cornelis baron Dibbets (naam wordt soms wel geschreven als Dibbetz) (Arnhem, 7 september 1782 - Maastricht, 29 maart 1839) was een Nederlands luitenant-generaal der infanterie, opperbevelhebber van de vesting Maastricht tijdens de blokkade van Maastricht en onder meer ridder in de Militaire Willems-Orde derde klasse.
Levensloop Afstamming Dibbets was een telg uit het geslacht Dibbets en zoon van de officier van het Bakkerstraat-Vendel te Arnhem Gerrit Jan Dibbets (1745-1813) en diens tweede vrouw Johanna Cornelia van Meurs (1760-1790). Een mogelijke verwant, Herman Maurits Dibbetz (1777 - 1843), had een lange staat van dienst als zeeofficier, werd benoemd tot ridder in de Militaire Willems-Orde en ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw.
Loopbaan Militair tijdens de napoleontische oorlogen thumb|Dibbets nam deel aan de napoleontische oorlogen Dibbets trad in 1796 als cadet in dienst bij de infanterie, werd in 1800 bevorderd tot tweede luitenant en in 1807 benoemd tot kapitein bij de gardes van koning Lodewijk. Hij werd echter ziek en om die reden overgeplaatst bij het korps veteranen van de gardes; in 1808 werd hij bevorderd tot luitenant-kolonel en benoemd tot commandant van de vesting Delfzijl. Op 21 augustus 1809 werd Dibbets bevorderd tot majoor bij de compagnie licht gewapende soldaten en na de inlijving door Frankrijk benoemd tot majoor-commandant van het regiment kwekelingen. In 1813 werd hij aangesteld als commandant van het zevende regiment tirailleurs van de keizerlijke gardes en nam daarmee deel aan de veldtocht die dat jaar gehouden werd. Hij werd nog datzelfde jaar benoemd tot kolonel van het regiment kwekelingen van de gardes, waarna hij in het begin van 1814 ontslag nam uit het Franse leger.
Bij het Nederlandse leger werd Dibbets aangesteld als kolonel, inspecteur der infanterie en in 1815 bevorderd tot generaal-majoor. Hij werd bij Koninklijk Besluit van 8 juli 1815 nummer 16 benoemd tot ridder in de Militaire Willems-Orde derde klasse voor zijn verdiensten in het verleden. In de jaren die volgden was hij met name actief bij de opbouw en samenstelling van het Nederlandse leger en lid van een commissie, die tot taak had de verschillende onderdelen van het leger samen te stellen. In oktober 1817 vond er een grote inspectie van de infanterie plaats door koning Willem I; onder de generaals, die tot de staf en het onmiddellijke gevolg van de koning behoorden waren de commissaris-generaal van Oorlog F.A. van der Goltz, de luitenant-generaals baron R.D. Tindal, inspecteur-generaal bij de infanterie, graaf L. van Limburg Stirum, Dibbets en Dupont en daarnaast generaal-majoor Van Well, militair-gouverneur van de provincie Holland.Nederlandse Staatscourant, 11 oktober 1817
Dibbets kwam in september 1818 in zijn functie als inspecteur-generaal der infanterie te 's-Hertogenbosch aan, waar hij onder meer het aldaar in garnizoen zijnde regiment Zwitsers nummer 29 inspecteerde en grote vuurmanoeuvres op de heide aldaar bijwoonde.Middelburgse Courant, 29 september 1818 In 1823 was hij een van de deelnemers aan de stedelijke subcommissie voor weldadigheid voor de zuidelijke provincies; deze commissieleden doneerden ieder jaarlijks een bepaald bedrag om bedelarij tegen te gaan en verarmde huisgezinnen de mogelijkheid te bieden om tot een eerlijk bestaan terug te keren. Daarnaast was het de intentie van de commissie om de onbebouwde en schrale heidegronden om te vormen in vruchtbare akkers en gelukkige woonplaatsen.Journal de la Province Limbourg, 29 januari 1823
Reorganisatie van de infanterie In 1829 vond een reorganisatie der infanterie plaats en werd deze verdeeld in vier divisies; Dibbets werd benoemd tot commandant van de vierde divisie infanterie. De commandant van de eerste divisie was generaal G. M. Cort Heyligers, die van de tweede de hertog van Saksen-Weimar en de derde werd gecommandeerd door generaal D.J. de Eerens. Iedere divisie was onderverdeeld in twee brigades:Dagblad van 's-Gravenhage, 24 augustus 1829 de eerste brigade der eerste divisie werd gecommandeerd door generaal-majoor J.N. Everts de tweede brigade der eerste divisie werd gecommandeerd door kolonel J.P. Reuther de eerste brigade der tweede divisie werd gecommandeerd door generaal-majoor Favauge de tweede brigade der tweede divisie werd gecommandeerd door kolonel A.J.J. des Tombes de eerste brigade der derde divisie werd gecommandeerd door kolonel De Groot de tweede brigade der derde divisie werd gecommandeerd door generaal-majoor Goethals de eerste brigade der vierde divisie werd gecommandeerd door generaal-majoor baron Van Boecop de tweede brigade der vierde divisie werd gecommandeerd door kolonel F. Knotzer
In juli 1829 inspecteerde Dibbets, samen met de generaals Cort Heyligers, de hertog van Saksen-Weimar, De Eerens en Schuurman de opgestelde en aldus ingedeelde infanterietroepen.Drentsche Courant, 17 juli 1829
Belgische opstand Begin van de blokkade van Maastricht thumb|De Belgische Revolutie te Luik
Toen in augustus 1830 de Belgische Opstand uitbrak kreeg luitenant-generaal G.H. van Heldring eervol ontslag als chef van het vijfde commando en werd deze functie voorlopig opgedragen aan Dibbets, die daarnaast zijn functie als commandant over de vierde divisie behield.Rotterdamse Courant, 25 september 1830 Dibbets gaf vervolgens aan alle Belgische officieren en soldaten de keuze om bij het Hollandse leger te blijven dienen of om naar huis terug te keren.Bredase Courant, 17 oktober 1830 In oktober werd te Maastricht door Dibbets en te Antwerpen door generaal D.H. Chassé het bevel van de kroonprins ontvangen om die vestingen uiterlijk op 4 november te ontruimen; dit bevel wekte bevreemding en Dibbets belegde direct een krijgsraad. Aldaar werd besloten zich direct tot de koning te wenden en diens bevelen te vragen, waarop Dibbets ervan uitging dat het bericht onjuist was.Groninger Courant, 29 oktober 1830
De stad Maastricht werd toen door Dibbets in staat van beleg verklaard.Arnhemse Courant, 7 oktober 1830 Op 16 november hief hij de Dienstdoende Stadsschutterij op. Twee dagen later, tijdens de verjaardag van H.M. de koningin, vond in de stad een grote parade plaats, die met gejuich en leve de koning! beantwoord werd, en vervolgens gaf Dibbets een banket aan officieren en overlieden.Arnhemse Courant, 25 november 1830 In een onderschept rapport gedagtekend 22 november 1830 schreef hij onder meer dat de mobiele colonne, onder leiding van de hertog van Saksen-Weimar, de 21ste de stad was binnengerukt en dat de komst van deze troepen veel indruk had gemaakt. Verder dat volgens berichten de benden onder leiding van N.J. Daine Hasselt verlaten hadden en hijzelf naar Luik was gevlucht. Ook waren er aanwijzingen dat baron F. de Loë, die tot gouverneur van Limburg was benoemd, Hasselt verlaten had. Belangrijkste mededeling was echter dat er gezanten kwamen met een boodschap: zij kwamen om mij te vragen of ik de in Londen gesloten wapenstilstand wilde erkennen. Ik antwoordde dat ik geen overeenkomst erkende als mij die niet zelf door of in naam van Z.M. de koning der Nederlanden was medegedeeld. Dat het nutteloos was weer bij mij te komen omdat ik gezanten slechts als spionnen en verraders zou beschouwen. Ik voegde erbij dat hun aantocht tegen de vesting voor mij en mijn getrouwe soldaten een ware feestdag zou zijn en ik hen reeds lang verwacht had.
Bij deze brief zat een handgeschreven toevoeging waarin Dibbets meldde dat hij tijdens de ondertekening een conferentie met de hertog van Saksen-Weimar hield en Venlo in de loop van die week zo spoedig mogelijk wilde hernemen.Arnhemse Courant, 30 november 1830
thumb|Verheerlijking van de heldhaftigheid van fuselier Clausse bij Caestert, 1831 thumb|Spotprent op de schermutselingen rondom Maastricht, 1831
Grensgevechten en staat van beleg Baron de Loë schreef Dibbets een brief, waarin hij meldde dat België werkelijk afgescheiden was van Holland en verder schreef hij dat hij nu tot gouverneur van Limburg was benoemd, dat hij geen andere zending had dan rust en orde te handhaven en vroeg aan Dibbets om hem toegang tot de bureaus der burgerlijke ambtenaren in Maastricht te verschaffen, daarbij voegend dat een man van eer en geweten nooit weigert wat met zijn plicht en geweten overeenkomen. Dibbets antwoordde daarop met de woorden: Ik erken geen ander gezag dan dat van de koning.Nederlandse Staatscourant, 5 november 1830 Intussen had men alle maatregelen genomen tegen verraad van binnen en een aanval van buiten de vesting Maastricht en was Dibbets steeds bezig alles te verordenen wat de dienst van de vesting vereiste.Groninger Courant, 17 december 1830 Eind december 1830 schreef hij dat de opstandelingen, ongeacht de dan bestaande wapenstilstand, de vesting met een sterke macht naderden en er een gevecht was ontstaan (de 22ste december) tussen de troepen van kolonel Van Quadt en de opstandelingen op de weg naar Meerssen.Rotterdamse Courant, 30 december 1830
Dibbets zond op 23 februari 1831 een bericht waaruit bleek dat de Belgen de verbinding tussen Noord-Brabant en Aken bij voortduring hinderden en verder met name levensmiddelen, bestemd voor Maastricht, onderschepten.Arnhemse Courant, 3 maart 1831 Onder zijn bestuur werd verdergegaan met de interne versterking van de vesting; de wandelplaats buiten de Onze-Lieve-Vrouwepoort werd in een exercitieplein omgebouwd en de twee bruggen over de Jeker, die naar de Sint Pieter leidden, werden afgebroken. Verder werd de vesting versterkt met 300 vuurmonden.Bredase Courant, 23 april 1831 Dibbets was intussen begin 1831 benoemd tot opperbevelhebber in het vijfde groot militair commando tevens van de vesting Maastricht. De belegering bleef intussen voortduren en Dibbets meldde in april 1831 dat een bende Belgische vrijwilligers zich had vertoond op een kwartier afstand van de stad nabij het kasteel Caestert.Bredase Courant, 8 april 1831 De nieuw gevormde Belgische regering kreeg omstreeks dezelfde tijd (17 april) van hem te horen dat zolang de vesting Maastricht in staat van beleg was het Belgische schepen niet toegestaan was door de stad te varen.Arnhemse Courant, 24 mei 1831
Einde van de blokkade