Stocksterhorn (ook Stoksterhorn, Stoxterhorn of Stockhorne) was een nederzetting ter hoogte van Drieborg en de directe voorloper van dit dorp. Op provinciekaart van Theodorus Beckeringh uit 1781 en op andere 18e-eeuwse kaarten staat de naam Stocksterhorn bij het gehucht Oudedijk.Groninger Archieven, 1536, inv.nr. 993: Schetskaart van de Kroonpolder en omgeving en de Langakker schans (Nieuweschans), 1730-1775. Andere kaarten zetten de naam echter bij Drieborg.Groninger Archieven, 817, inv.nr. 1199.2: Nieuw landen van de Oude en Nieuwe Beerta, blad 1, 1690.

Ontstaan De plaats wordt in 1582 voor het eerst vermeld als Stockhorn(e) (een haven of aanlegplaats aan de zeedijk bij Finsterwolde), daarna als Stockster-horne (1605) en Sto(r)cksterhorne (1636). Een andere kaart van ongeveer 1635 lokaliseert hier Het Zuijder Huijs.Groninger Archieven, 1536, inv.nr. 7787 (1632-1637).

De stad Groningen verkreeg in 1629 een groot stuk meenteland van het kerspel Beerta, de Ham en Stocksterhorn genaamd, waarschijnlijk omdat de ingelanden niet in staat waren de zwaar beschadigde dijken op eigen kracht te herstellen.Groninger Archieven, 1605, inv.nr. 6897 (1629). Daarnaast verkreeg de stad omvangrijke landerijen in Finsterwolderhamrik van een dijkondernemer die failliet was gegaan.Meindert Schroor, De Atlas der Stadslanden van Groningen (1724-1729), Groningen 1997, p. 31 (nr. 9). Dit alles legde de basis voor het latere stadsbezit deze contreien. Ten tijde van de stormvloed van 1686 stonden hier drie boerderijen, die door het water werden verwoest.Wolfgang Henninger, ‘Oldenhove’, in: Biographisches Lexikon für Ostfriesland, dl. 3, Aurich 2001, p. 332-334 (over de pachter Lambert Peters Oldenhove).

Over de voorgeschiedenis van deze plek is veel gespeculeerd. Jacob van der Mersch tekende op zijn fantasierijke Dollardkaart uit 1574 een steenhuis Stoxsterhuis of Stocksterhuisen bij Ulsda, waarbij echter een verwisseling met Olt-Exterhuis plaatsvond. Ubbo Emmius nam deze vermelding in 1590 over en rekende vervolgens Stoxterhuis tot de verdronken Dollarddorpen. De eind-16e-eeuwse Chronica der Freesen maakt hiervan Stoetsterhuys. Ds. Hendricus van Berkum veronderstelt in zijn Kerkelijke geschiedenis van Nieuw-Beerta uit 1856 dat het voormalige gehucht Aaksterij zijn naam aan Olt-Exterhuis ontleende. Acker Stratingh en Venema stellen Stocksterhorn ten onrechte gelijk aan de boerderij Hamsterhof te Nieuw-Beerta.G.A. Stratingh en G.A. Venema, De Dollard, Groningen 1855, p. 131. Volgens het Aardrijkskundig Woordenboek van Van der Aa was Stocksterhorn de oude naam van Oudedijk.A.J. van der Aa, Aardrijkskundig woordenboek der Nederlanden, dl. 10, Gorkum 1847, p. 750.

Naam De naam Stocksterhorn zou kunnen wijzen op een vooruitstekende landpunt, waar boomstronken te zien waren. Het toponiem stok komt in Noordwest-Europa geregeld voor en verwijst naar het ontginnen van broekbossen of kreupelhout.Vic Mennen, 'Stokkem en aanverwante plaatsnamen', in: Mededelingen van de Vereniging voor Limburgse Dialect- en Naamkunde 81 (1995), p. 1-39. hier 9. In dit geval waren er mogelijk boomstammen en kienhout in het verdronken veen te zien. De uitgang -horn of -hoorn staat meestal voor een 'in het water uitstekend stuk land', gelegen in de bocht van een rivier of omringd door een dijk,G. van Berkel & K. Samplonius, Nederlandse plaatsnamen verklaard, 2018, trefwoord 'horn'. Bij Emden wordt in 1435 de perceelsnaam Stocfen vermeldRemmers, Arend, 'Friesisches Wortmaterial in den ostfriesischen und oldenburgischen Urkundenbüchern', in: Us Wurk 60 (2011), p. 103-138, hier 128.; aan de Elbe bevond zich het verdronken dorp Stockfleth.Gerrit Nevenzel, Naamkunde, Stokking, Stokkink (geraadpleegd 14 juli 2022). Aan de Zomerdijk onder Heveskes stond in de 19e eeuw het huis Stokkerij. Op de Dollardkwelders was in de negentiende eeuw verder het Stoeteriet te vinden, misschien een verbastering van deze naam. Andere verklaringen gaan uit van een plek waar het wegstromende water stokte (Oostfries stuken, Fries stûkje)M. Philippa et al., Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam 2003-2009, trefwoord 'stokken (blijven steken)'., dan wel van een rivierarm in de vorm van een stok. Ook wordt wel verondersteld dat de naam ontleend zou zijn aan de stokken van rijshout die de aanslibbing van het wad moesten bespoedigen.Frank Westerman, De graanrepubliek, Amsterdam 1999.

Schanskerdijk van 1657 Vanaf Stocksterhorn werd in 1657 begonnen met het leggen van de Schanskerdijk naar Nieuweschans, die in het jaar daarop voltooid werd. Hierdoor werd de polder Uiterdijken gewonnen, die grote delen van het grondgebied van Beerta, Nieuw-Beerta en Nieuweschans besloeg. De plannen voor deze polder waren vanaf 1625 al voorbereid en in 1636 nader uitgewerkt in een akkoord.

Tijdens de Münsterse inval van 1672 liet Carl von Rabenhaupt hier de schans Stocksterhorn bouwen, om de vijandelijke troepen in de Langakkerschans beter te kunnen bestrijden.D'ontroerde leeuw, deel 3, Amsterdam 1673, p. 56. Beeldbank Groningen, NL-GnGRA_1785_14374Groninger Archieven, 1536, inv.nr. 993: Caerte van de beleegeringe en inneeminge der Langeacker Schans, 1673. In de boeken en pamfletten over de Münsterse inval wordt de Stocksterhorn veelvuldig genoemd. Het gehucht Stoksterhorn staat nog op de provinciekaart van Theodorus Beckeringh uit 1781, maar de naam was toen al grotendeels vergeten.

Eventuele voorgangers

Stockdorp Stockdorp of Scagasthorpe is een verdronken kerkdorp in de Dollard, waarvan de ligging onzeker is. De naam is ontleend aan het Middelnederduitse stok- 'boomstomp', wat op een ontginning van kreupelhout of broekbos lijkt te duiden. Het is niet onmogelijk dat Stockdorp zich ergens ten noorden van Stocksterhorn bevond.

Stoth Volgens Stratingh en Venema is Stocksterhorn mogelijk identiek aan het dorp Stoth, dat in een vijftiende-eeuwse lijst van verdronken kerspelen van het bisdom Münster wordt genoemd na Jemgum; de volgende plaats die hier wordt genoemd is Houwengahof. Andere theorieën plaatsen Stoth in de omgeving van Weener, waar rond 1600 een buurtschapje thor Stadt of Stadium te vinden was. In de omgeving daarvan lokaliseerde men een verdronken dorp Poel. Ook kan er sprake zijn geweest van verwarring met Stootshorn.

Astock De plaats Stocksterhorn wordt soms gelijkgesteld met het verdronken dorp Astock, dat vanaf het midden van de zestiende eeuw wordt genoemd, maar niet voorkomt op de oudere lijst van verdronken parochies. Dit dorp zou volgens de Dollardkaart van Jacob van der Mersch in de omgeving van Nieuwolda in het Oldambt hebben gelegen. Oost-Friese handschriften uit het einde van de 16e eeuw noemen deze plaats Tho Stock, Stake of Stockum. Een 15e-eeuws parochieregister noemt daarentegen het kerkdorp Stoth.

De naam Astock zou echter ook verbasterd kunnen zijn en dan verwijzen naar d'Olde Stove bij Nieuwolda, waar eerder hetklooster Menterwolde stond.O.S. Knottnerus, 'Verdronken dorpen', in: Groninger Kerken 28 (2011), p. 3-8, hier p. 4 Mogelijk is deze plaatsnaam verbasterd uit *Ae-stōd oftewel plek aan de Munter Ae. De aanduiding stok zou hier ten slotte ook - net als bij Abelstokstertil - kunnen verwijzen naar een vlonder of smalle loopbrug met één leuning, Middelnederlands stech, Oostfries steg. Vergelijk ook Middelnederlands stege ('steiger, oprit van een dijk').M. Philippa, et al., Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam 2003-2009, trefwoord 'steeg'.Middelnederlands Woordenboek, trefwoorden 'stech', 'stege'.

Boerderij Stocksterhorn Stocksterhorn is de naam van een boerderij te Drieborg, bewoond door de familie Tijdens en bekend uit het boek De Graanrepubliek van Frank Westerman. De boerderij heeft vermoedelijk pas halverwege de 20e eeuw deze naam gekregen.

Zie ook Drieborg Oudedijk

Externe links Boerderijenboek Oldambt: Stocksterhorn

Categorie:Geschiedenis van Oldambt Categorie:Verdronken Dollarddorp