Albert Edward (Buckingham Palace, Londen, 9 november 1841 – aldaar, 6 mei 1910) was als Edward VII van 22 januari 1901 tot zijn overlijden op 6 mei 1910 koning van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Ierland en keizer van Indië. Hij was de eerste vorst uit het Huis Saksen-Coburg en Gotha die over het Verenigd Koninkrijk regeerde.
Het edwardiaans tijdperk Voordat hij de troon besteeg hield Edward de titel Prins van Wales en was hij erfgenaam van de Britse troon. Hij was tot 2017 degene die de titel Prins van Wales het langst hield in de geschiedenis van Groot-Brittannië, namelijk 59 jaar. In 2017 werd hij hierin gepasseerd door destijds prins Charles. Tijdens het lange koningschap van zijn moeder, koningin Victoria en weduwe sinds 1861, werd Edward buiten de staatszaken gehouden en mocht hij zich niet bemoeien met de politiek. Hij verbleef veel in Parijs en hield zich vooral met zichzelf bezig, met zijn vele minnaressen, de mode en zijn familie.
De periode waarin Edward regeerde stond in het Verenigd Koninkrijk bekend als het edwardiaans tijdperk (Edwardian period), de opvolger van de beroemde victoriaanse periode. Het was het begin van een nieuwe eeuw en van vele veranderingen in de technologie, het sociale leven, de opkomst van de luchtvaart en het steeds populairder worden van het socialisme. Zo werd op 27 februari 1900 de Labour Party opgericht. Edward speelde een rol in de modernisering van de Home Fleet, een onderdeel van de Britse Royal Navy. De Home Fleet beschermde de Britse territoriale wateren. Hij was ook verantwoordelijk voor de reorganisatie van het Britse leger na de Tweede Boerenoorlog die zich afspeelde in Zuid-Afrika, dat toen onderdeel was van het Britse Rijk.
Jonge leven De eerste jaren Edward werd geboren om 10:48 uur op 9 november 1841 te Buckingham Palace in Londen. Zijn moeder was de Britse koningin Victoria, de enige dochter van Eduard August van Kent en prinses Victoire van Saksen-Coburg-Saalfeld. Zijn vader was prins-gemaal Albert van Saksen-Coburg en Gotha (zijn ouders waren neef en nicht van elkaar). Hij werd gedoopt als Albert Edward, de eerste naam naar zijn vader en de tweede naam naar zijn grootvader aan moederskant. Hij werd gedoopt in de St. George's Chapel van Windsor Castle op 25 januari 1842. Zijn peetouders waren de koning Frederik Willem IV van Pruisen, zijn grootoom Adolf van Cambridge, koning Ferdinand II van Portugal, de hertogin van Saksen-Coburg en Gotha, de hertogin van Saksen-Coburg-Aaltenburg en prinses Sophia van het Verenigd Koninkrijk. In de familie stond hij beter bekend als Bertie.
thumb|Prins Albert Edward, geschilderd door Franz Xaver Winterhalter Als oudste zoon van de Britse monarch kreeg hij meteen na zijn geboorte de titels hertog van Cornwall en hertog van Rothesay. Als zoon van prins Albert kreeg hij ook de titels prins van Saksen-Coburg en Gotha en hertog van Saksen. Koningin Victoria benoemde haar zoon tot prins van Wales en graaf van Chester op 8 december 1841. Hij kreeg de titel graaf van Dublin op 17 januari 1850. Ook werd hij opgenomen in de Orde van de Kousenband (Engels: Knight of the Garter) op 9 november 1858 en hij werd ook opgenomen in de Orde van de Distel (Engels: Knight of the Thistle) op 24 mei 1867. In 1863 deed Edward afstand van zijn rechten op de troon van het hertogdom Saksen-Coburg en Gotha ten gunste van zijn jongere broer, prins Alfred, de hertog van Edinburgh.
Koningin Victoria en prins Albert hadden bepaald dat hun oudste zoon de beschikking kreeg over een goede opvoeding en een goede opleiding, die zou dienen als voorbereiding om uiteindelijk een model te zijn als constitutioneel monarch. Toen Edward zeven jaar was geworden, begon voor hem een rigoureus educatief programma, opgesteld door zijn vader. Hij stond onder leiding van meerdere leraren. Maar in tegenstelling tot zijn oudere zus, Victoria, Princess Royal, blonk Edward niet uit in zijn studie. Hij probeerde te voldoen aan de verwachtingen van zijn ouders, maar het heeft niet geholpen. Hoewel Edward geen ijverige student was, had hij wel veel andere talenten zoals charme en gezelligheid. Benjamin Disraeli beschreef hem als een geïnformeerde, intelligente en zeer aardige jongeman.
thumb|De prinsen Alfred en Bertie (Edward) op jonge leeftijd
Opleiding en Noord-Amerika Na een reis naar Rome, dat in die tijd onderdeel was van de Kerkelijke Staat, in de eerste maanden van 1859, werkte hij in de zomer van dat jaar zeer hard aan zijn studie. Hij volgde deze aan de Universiteit van Edinburgh en studeerde daar onder andere samen met Lyon Playfair, 1ste baron van Playfair. Nu hij vrijgevochten was van de drukkende onderwijsinstelling die was opgelegd door zijn ouders, genoot hij voor de eerste keer van het studeren. Dat wierp zijn vruchten af in de examens, die hij zeer goed afrondde.
Het jaar daarop ondernam hij de eerste reis naar Noord-Amerika die ooit door een Britse monarch of troonopvolger was ondernomen. Zijn goede humeur en vertrouwde uitstraling maakten de reis een zeer groot succes. Hij opende in Montréal de Victoria Brug die was gebouwd over de Saint Lawrencerivier en hij legde een hoeksteen voor het Parliament Hill te Ottawa, waar later de Canadese regering plaats zou nemen. Hij keek naar Charles Blondin die over een touw boven de Niagarawatervallen liep. En hij bezocht James Buchanan, de president van de Verenigde Staten en verbleef drie dagen op het Witte Huis. Enorme mensenmassa's waren er overal om hem te groeten. Hij had ontmoetingen met Henry Wadsworth Longfellow, Ralph Waldo Emerson en met Oliver Wendell Holmes sr. Zij spraken gebeden uit voor de koninklijke familie in Trinity Church te New York, voor het eerst sinds 1776.
Alexandra en dood van prins Albert Edward had gehoopt dat hij carrière kon maken in het Britse Leger, maar dit werd hem ontzegd, omdat hij de troonopvolger was. Zijn militaire onderscheidingen waren louter honorair. In september van dat jaar werd hij naar Duitsland gestuurd, zogezegd om naar militaire oefeningen te kijken. Maar eigenlijk werd hij gestuurd om daar prinses Alexandra van Denemarken, oudste dochter van prins Christiaan van Denemarken en prinses Louise, te ontmoeten. Koningin Victoria en prins Albert hadden haar op het oog als echtgenote. Ze ontmoetten elkaar in Spiers op 24 september. Edward werd begeleid door zijn oudere zus, prinses Victoria van Pruisen. Zij was gehuwd met de latere keizer Frederik III van Duitsland.
Het was vanaf deze periode dat Edward een reputatie kreeg als playboy. Vastbesloten om wat ervaring te krijgen in het leger, woonde Edward militaire oefeningen bij in Ierland. Tijdens zijn verblijf in Ierland ontmoette hij actrice Nellie Clifden. Prins Albert was ontzettend boos toen hij hiervan hoorde en hoewel hij al ernstig ziek was, bezocht hij Edward in Cambridge. Prins Albert stierf op 14 december 1861, amper twee weken na het bezoek aan Edward. Koningin Victoria was ontroostbaar: zij droeg rouwkleding voor de rest van haar leven en gaf Edward de schuld voor de dood van zijn vader. Ze beschouwde haar zoon vol afkeer als frivool, onbescheiden en onverantwoordelijk. Ze schreef aan haar oudste dochter, Victoria: "I never can, or shall, look at him without a shudder." (Vrij vertaald: "Ik kan nooit en zal nooit nog naar hem kijken zonder te huiveren").
Huwelijk thumb|De huwelijkssluiting, vastgelegd door William Powell Frith Toen Victoria weduwe was geworden, trok ze zich terug uit het publieke leven. Niet lang na de dood van prins Albert regelde ze voor Edward een reis naar het Midden-Oosten. Edward bezocht daar Egypte, Jeruzalem, Damascus, Beiroet en Constantinopel. Zodra hij terugkeerde naar Groot-Brittannië, werden de voorbereidingen getroffen voor zijn trouwdag. Edward en Alexandra traden in het huwelijk in de St. George’s Chapel, Windsor Castle op 10 maart 1863. Edward en Alexandra namen hun intrek in Marlborough House te Londen, de Londense residentie en ze gingen wonen in Sandringham House te Norfolk. Het huwelijk werd in bepaalde kringen afgekeurd, omdat de meeste familieleden van koningin Victoria Duits waren en Denemarken een groot conflict had met een aantal Duitse landen over het grondgebied van Sleeswijk en Holstein, ook wel bekend als de Sleeswijk-Holsteinse kwestie.
Toen Alexandra's vader de troon erfde van Denemarken in november 1863, na de dood van koning Frederik VII, maakte de Duitse Bond van de gelegenheid gebruik om Sleeswijk-Holstein binnen te vallen en te annexeren. Dat deed koningin Victoria twijfelen of zij en wijlen haar man wel de goede keuze hadden gemaakt voor Edward. Nadat het echtpaar was getrouwd, heeft ze vaak haar ongerustheid geuit over hun levensstijl en heeft ze geprobeerd hun sociale leven te dicteren, zoals de namen van hun kinderen.
Edward had veel minnaressen tijdens zijn huwelijk. Hij had relaties met actrice Lillie Langtry, Lady Jennie Jerome (moeder van Winston Churchill), Daisy Greville, Gravin van Warwick, actrice Sarah Bernhardt, Alice Keppel, zangeres Hortense Schneider, prostituee Giulia Barucci en met Agnes Keyser. Hoe ver deze relaties werkelijk gingen is niet altijd bekend. Edward was altijd discreet, maar kon niet voorkomen dat de samenleving veel roddelde over hem en er voortdurend speculaties in de pers verschenen. De laatste minnares van Edward, de beeldschone Alice Keppel, werd door koningin Alexandra uitgenodigd om aan diens bed te komen zitten in Buckingham Palace, toen hij stervende was in 1910. Een van de achterkleinkinderen van Alice Keppel, Camilla Parker Bowles, werd eerst de minnares en in 2003 de echtgenote van prins Charles (een nakomeling van koning Edward VII). Er heerst nog altijd onzekerheid over het feit of de grootmoeder van Camilla, Sonia Keppel (geboren in mei 1900) de buitenechtelijke dochter was van Edward. Hoe dan ook, als Edward al buitenechtelijke kinderen had, heeft hij ze toch nooit erkend. Koningin Alexandra, zijn vrouw, wist van de meeste van deze buitenechtelijke relaties en ze heeft ze altijd geaccepteerd.
Via zijn vrouw Alexandra was Edward familie van koning Frederik VIII van Denemarken, koning George I van Griekenland en van de tsarina van Rusland, Maria Fjodorovna. Maria Fjodorovna werd immers geboren als prinses Dagmar van Denemarken.
thumb|Edward in zijn jonge jaren als Prins van Wales
Kroonprins Tijdens de periode dat Victoria weduwe was, heeft Edward haar meerdere malen vertegenwoordigd en bijgestaan tijdens en bij publieke ceremonies en ontmoetingen. Zo opende hij onder andere het Thames Embankment, de Mersey Tunnels en de nieuwe Tower Bridge. Dit was het begin van de koninklijke openbare optredens zoals we die vandaag de dag kennen. Hoewel hij zijn moeder veel hielp, liet Victoria hem niet toe tot regeringszaken tot 1898. Tot grote schrik van zijn moeder steunde Edward Denemarken tijdens de Sleeswijk-Holsteinse kwestie in 1864. Dit kwam doordat koningin Victoria zeer pro-Duits was. In datzelfde jaar liet Edward zijn moeder, de koningin, weer schrikken toen hij een ontmoeting regelde met de Italiaanse eenwordingsstrijder Giuseppe Garibaldi.