Groninger Studenten Corps Vindicat atque Polit ('Handhaaft en Beschaaft'), kortweg Vindicat, is een studentenvereniging in Groningen. Het is de oudste studentenvereniging van Nederland en de grootsteBron: Algemeen Dagblad 13-09-21. Gearchiveerd op 7 oktober 2022. studentenvereniging van Groningen. De vereniging is een traditionele, algemene, niet-confessionele vereniging.

De vereniging werd in 1815 opgericht als studentencorps, maar heeft haar wortels in de 17de-eeuwse nationes. Van oudsher was lidmaatschap voorbehouden aan mannen, tot de fusie met het vrouwelijke corps Magna Pete in 1970. De vereniging kent een groot aantal bekende oud-leden, waaronder verschillende leden van het Nederlands koninklijk huis. Sinds het einde van de 20ste eeuw kwam de vereniging regelmatig negatief in het nieuws vanwege excessen rondom ontgroeningsrituelen.

Geschiedenis De geschiedenis van het Groninger Studenten Corps Vindicat atque Polit vindt haar wortels in de eerste vormen van het studentenleven in de eerste en oudste studentenverbanden, verenigingen en/of structuren in de stad Groningen; voorgangers die in zekere zin model hebben gestaan en de structuur van het uiteindelijke Corps hebben beïnvloed.

Vroege studentenleven In de 17e en 18e eeuw woonden studenten op kamers bij particulieren (hospita's) en konden in de burse (de mensa) eten tegen een kleine vergoeding. Er waren toen nog weinig uitgaansgelegenheden voor studenten in de stad, maar men kon wel naar de kroeg, het koffiehuis of de kaatsbaan. De universiteit zorgde ervoor dat studenten dansles, paardrijles of schermles konden nemen. De senaat van de academie vond dit wel genoeg. Toneelspelen bijvoorbeeld werd als zedeloos, rustverstorend en niet bevorderlijk voor de studie beschouwd en was dan ook verboden. Van het begin af aan verbood de academie de oprichting van verenigingen en verbanden van studenten. De academische senaat was bang voor ordeverstoringen en aantasting van zijn eer en goede naam. Toch kon niet worden verhinderd dat studenten in het geheim (illegale) genootschappen oprichtten, de zogenaamde collegia nationalia (ook wel nationes genoemd). Deze waren samengesteld uit studiegenoten die uit dezelfde landstreken en regio's kwamen en deze nationes verzorgden bijvoorbeeld de ontgroeningsceremonies. Het enige waarin studenten zich konden uitleven waren onderlinge gevechten tussen de verschillende nationes.

Nationes thumb|Brief nationes Al met de oprichting van de academie in 1614 werden de Natio Hollandica en een jaar later de Natio Geldrica en Transisalana opgericht, die meteen in opspraak kwamen door het ronselen van nieuwe studenten en het afdwingen van lidmaatschapsgeld. In 1616 werd een natio opgericht waarin de Westfaalse studenten zich verenigden en werd daarnaast de Landmannschaft van den Upstalbohm opgericht: een natio voor Oost-Friese studenten. Een Ommelander vereniging, Omlandia werd in 1641 opgericht.Op bladzijde 118 van het boek van De Vrankrijker op de Digitale bibliotheek voor de Nederlandse letteren is meer over de Groningse nationes te vinden. Het doel van deze collegia nationalia was gezelligheid te bevorderen en saamhorigheid te kweken. Dit laatste werd vooral bereikt door drankgelagen en vechtpartijen met andere verenigingen. Een beruchte vechtpartij was de veldslag op de Vismarkt tussen de Ommelanders en de Geldenaren. Nieuwe leden, om wie vaak door de collegia onderling werd gevochten vanwege het lidmaatschapsgeld, moesten ontgroeningen ondergaan. Universitaire maatregelen om de collegia te verbieden met als sancties uitsluiting van privélessen, disputen, mensa of studietoelage, hielpen niet. Bovendien waren de studenten moeilijk te straffen, omdat het lidmaatschap geheim was. Vanwege de pogingen van de academische senaat om het bestaan van de nationes uit te roeien, besloten de nationes zich op een gegeven moment te verenigen in een overkoepelend orgaan van nationes: het Collegium Generale (1655). Tegen het eind van de 17e eeuw verminderde de interesse voor de collegia geleidelijk. In de 18e eeuw verdwenen ze geheel en werden ze vervangen door de groensenaten. Aan het begin van de 19e eeuw werd een aantal nationes weer heropgericht, ditmaal onder de vleugels van het studentencorps.

Compagnie der Vrijwillige Flankeurs links|thumb|110px|Flankeurs Een andere bekende vorm van verband van Groninger Studenten aan de academie (of universiteit) was de compagnie van studenten aan de universiteit die de stad heeft helpen verdedigen tegen aanvallen van buiten. In 1665 werd Groningen door de Bisschop van Münster Bernhard van Galen ("Bommen Berend") bedreigd. Vrijwel alle honderdtwintig studenten meldden zich vrijwillig om de stad te verdedigen. Onder het wakend oog van hoogleraren liep de compagnie wacht op de stadswallen. De dreiging nam al snel af en na twee maanden wachtlopen werd de compagnie ontbonden en konden de colleges worden hervat. Op 18 juli 1672 kwam het echter daadwerkelijk tot een belegering door de troepen van de bisschop en bestookte Bommen Berend de stad met bommen, granaten en gloeiende kogels, waardoor op veel plaatsen brand uitbrak. Terwijl de studenten onder bevel van generaal Carl von Rabenhaupt de stad hielpen verdedigen, probeerde de senaat het academiegebouw en de bibliotheek met tonnen water te bewaken. Toen na vier maanden het gevaar was geweken, werd de compagnie ontbonden. Het vaandel dat deze studentencompagnie voerde alsook de herdenkingspenningen, zijn te bezichtigen in de permanente tentoonstelling over het Gronings studentenleven door de eeuwen heen in het universiteitsmuseum. Toen in 1830 de Belgen in opstand kwamen tegen het koninkrijk, marcheerde op 27 november 1830 de 'Vrijwillige Flankeurs Compagnie', een groep van 117 vindicaters zuidwaarts en kwam op tegen de opstandelingen.

Senaten 200px|links|thumb|pedelstaf thumb|Impressie van de bul van Gerhardus Hendrik Immink, 1785-1847, bij leven predikant te Enter, uitgereikt op 21 september 1803 thumb|de Senatus Illustrissimus Studiosorum Groningae 1887 thumb|Senaat Van Nouhuys 1940-1945

In de 18e eeuw doken nieuwe ontgroeningsgroeperingen op, de 'ontgroensenaten', die de academische senaat wederom tevergeefs verbood. Dit waren zogenaamde 'collegia' van ouderejaarsstudenten die zich, meestal georganiseerd per faculteit, ontfermden over de ontgroening van nieuwe studenten. Deze ontgroensenaten tooiden zich met academische titels en waardigheden en kopieerden de omgangsvormen van de academische senaat. Zo werd geschreven en gesproken in het Latijn. Als afsluiting van zijn ontgroening en het doorstaan van zijn 'examen' ontving het groen van deze senaat een bul; dit was een regelrechte kopie van het gebruik van de universiteit om bij een promotie tot doctor, als bewijs daarvan een bul uit te reiken. Via de acta senatus van de academie is zo'n Groningse bul uit 1803 bewaard gebleven en staat een impressie ervan hiernaast links afgebeeld. Omdat deze groensenaten clandestien waren en er geen toezicht of controle mogelijk was, kwamen excessen veelvuldig voor. Uiteindelijk zou dat ook de ondergang van de ontgroensenaten betekenen en vormden juist die excessen de directe aanleiding tot de oprichting van het studentencorps.

Crimen Nicolai thumb|Gedenksteen in Grand Theatre Pas vlak na het tweede eeuwfeest van de universiteit, in 1814, lukte het studenten een vereniging op te richten die door de academie werd getolereerd en uiteindelijk erkend. In de nacht van 5 december 1814 werden door een lid van de ratelwacht pistoolschoten op studenten afgevuurd. Twee studenten raakten hierbij gewond. Dit incident werd door de studenten met het Crimen Nicolai aangeduid.Te vinden in het boek 'Vindicat atque Polit, Mengelingen der Groninger Studenten, Groningen 1816'. Gearchiveerd op 16 juli 2023. Dit was de uiteindelijke aanzet tot de oprichting van Vindicat. Onder leiding van de eerste senatus rector Bernardus Johannes Winter, de eerste senatus ab actis G.L. Feijens en de eerste senatus prorectorJacob Baart de la Faille werd in de herberg Het Wapen der Zeven Provinciën, op de huidige hoek Grote Markt en de hoek Oosterstraat op 4 februari 1815 het Groningsch Studenten Corps Vindicat atque Polit opgericht (zie ook de gedenksteen linksboven in de muur van het Grand Theatre). Het Groningsch (en vanaf 1939 Groninger) Studenten Corps is daarmee de oudste studentenvereniging van Nederland. Na tweehonderd jaar van geheime genootschappen en ontgroeningsceremonies werd eindelijk een vereniging oogluikend toegelaten, al werd wel tegen de bestuursvorm senaat geprotesteerd. Deze was een afspiegeling van de academische senaat. De senaat van Vindicat liet in 1815 (blijkens de notulen) zelfs een pedelstaf van ebbenhout en verzwaard zilver vervaardigen met een wereldbol, naar het voorbeeld van de pedelstaf van de academische senaat. Nadat de academische senaat hier lucht van had gekregen en er ernstig tegen had geprotesteerd, verdween de staf stilletjes uit de geschiedenis van Vindicat. Hiernaast links is een impressie van de staf, gereproduceerd naar de beschrijving uit de notulen afgebeeld. Het zou tot 1849 duren, eer Vindicat atque Polit door de academische senaat werd erkend. Opmerkelijk is dat de voormalige prorector en medeoprichter van Vindicat, prof. dr. Jacob Baart de la Faille II, toen rector magnificus van de universiteit was.

Erkenning en erkennen 126px|links|thumb|Geloofsbrief De erkenning is ook van belang geweest in de andere universiteitssteden in Nederland. Zoals te doen gebruikelijk stuurde de nieuw opgerichte senaat haar geloofsbrieven met lakzegel naar het college van ontgroensenaten te Leiden en de ontgroensenaat in Utrecht. De Groninger senaat vroeg een geloofsbrief met zegel retour, zo ook aan het Leidse collegium Vis Unita Fortior. Dit collegium was in 1815 het overkoepelend orgaan voor drie van de destijds talloze actieve ontgroensenaten te Leiden.

Corps De eerste senaat, voluit Senatus Illistrissimus Studiosorum Groningae (Zeer illustere Senaat van studenten te Groningen), bestond uit twaalf leden, vier studenten rechtsgeleerdheid, vier studenten medicijnen, twee studenten theologie en twee studenten filosofie. Vrijwel alle studenten werden lid van het corps, circa vierhonderd in totaal. Het werd aangeduid met corps omdat het – naar de Latijnse betekenis van het woord 'corpus': 'lichaam' – het 'lichaam der studentenbevolking' diende te vertegenwoordigen: alle studenten aan de Groningse academie. Het percentage leden op de totale studentenbevolking heeft door de nu bijna twee eeuwen heen, altijd gefluctueerd. De directe aanleiding tot de oprichting was een aanhoudende en toenemende animositeit tussen de burgerij (of Stadjers) en de bevoorrechte studenten enerzijds en een inperking van de rechten van studenten door de academie anderzijds. De zinspreuk 'Handhaaft en Beschaaft' was dan ook een opdracht aan de studenten zelf; zij moesten hun eigen rechten en verworvenheden handhaven tegenover de academie en de burgerij en het beschaven was vooral de opdracht om zichzelf op allerlei gebieden te ontplooien.

Afsplitsingen De Upstalboom thumb|Oost-Friesland door Ubbo Emmius