Neuschwanstein in Beieren is een kasteel in het dorp Hohenschwangau in de gemeente Schwangau bij Füssen in de Allgäu, gebouwd in de tweede helft van de 19e eeuw in opdracht van (de later krankzinnig verklaarde) koning Ludwig II van Beieren. Het kasteel is vrij toegankelijk voor het publiek, ontvangt jaarlijks meer dan 1,3 miljoen bezoekers en staat onder beheer van de Bayerische Schlösserverwaltung.
Algemeen Het kasteel geldt als Ludwig's beroemdste bouwwerk en met zo'n een populaire trekpleister (zo'n 10.000 mensen per dag in de vakantiemaanden juli en augustus). De bouw werd gestart in 1869 en Ludwigs bedoeling was het oprichten van een middeleeuws ridderslot. Het ontwerp van de burcht werd gemaakt door de theaterarchitect en decorontwerper Christian Jank en voor de uitvoering waren Eduard Riedel en Georg von Dollmann verantwoordelijk. De werken aan het kasteel werden bij het overlijden van Ludwig in 1886 onmiddellijk stilgelegd.
Het kasteel werd oorspronkelijk de Neue Burg Hohenschwangau genoemd, de huidige naam kreeg het in 1886 na de dood van Ludwig.M. Petzet, A. Bunz: Gebaute Träume. Die Schlösser Ludwigs II. von Bayern, Hirmer, München 1995, , p. 46. De eerste naam ging terug op de burcht van de heren van Schwangau die zich op dezelfde plaats bevond. De middeleeuwse burcht Schwanstein bevond zich op de plaats van het huidige slot Hohenschwangau.
Ironisch genoeg werd het kasteel, dat gebouwd werd voor één enkele bewoner, zes weken na de dood van Ludwig geopend voor bezoekers. Sindsdien is het een Europese topattractie geworden. Toeristen kunnen te voet naar boven of zich (zoals de koning) per koets naar boven laten voeren. Walt Disney heeft Neuschwanstein bezocht voordat de bouw van zijn eerste themapark begon en het stond model voor het kasteel van Doornroosje in Disneyland in Californië.
Tussen de bergen werd rond 1850 iets hogerop de bekende Marienbrücke gebouwd door koning Maximiliaan II, de vader van Ludwig. Vanaf dit bouwwerk heeft men een mooi zicht op het kasteel.
In 2025 werd het slot Neuschwanstein (samen met slot Linderhof, Königshaus am Schachen, slot Herrenchiemsee) Unesco-Werelderfgoed ARD
Geschiedenis Achtergrond In de middeleeuwen bevonden zich op de rots waarop het slot gebouwd werd twee kleine burchten, de Vorderhohenschwangau en aan de andere kant van een diepe gracht, een donjon die men de Hinterhohenschwangau noemde. Deze dubbelburcht was de vestingplaats van de heren van Schwangau die als leenmannen van de Hohenstaufen en Welfen het gebied bestuurden.M. Petzet, A. Bunz, 1995, p47. Het geslacht van de heren van Schwangau stierf uit in de zestiende eeuw. Vanaf de 15e eeuw ressorteerde het gebied onder het huis Wittelsbach. In 19e eeuw bleven er van de burchten alleen nog ruïnes over, de toren van Hinterhohenschwangau was omgevormd tot een uitzichtplatform dat men de Sylphenturm noemde.Neuschwanstein op www.burgen-web.de De ruïnes werden afgebroken voor de aanleg van Neuschwanstein.
Ludwig II bracht een deel van zijn jeugd door op Hohenschwangau, de middeleeuwse burcht Schwanstein die zijn vader Maximiliaan II van Beieren omstreeks 1837 had laten ombouwen naar een kasteel om in te wonen. Het was na de verbouwing dat de naam gewijzigd werd. De ruïnes van Hohenschwangau waren voor de kroonprins een doel van zijn tochten in de omgeving, hij maakte er in 1859 een tekening van in zijn dagboek.Alexander Rauch, Neuschwanstein. Atlantis, Herrsching 1991, ., p.8
Ontwerp van het slot miniatuur|De Wartburg, het voorbeeld voor Neuschwanstein, naar een lithografie van ca.1890-1905 Als hij in 1864 zijn vader opvolgt op de troon wordt de wederopbouw van het middeleeuwse Hohenschwangau zijn eerste grote bouwproject. Na de ridderburcht die later Neuschwanstein zal genoemd worden, volgden het lustslot Linderhof (1870-1886) in rococostijl, zijn lievelingsverblijf en daarna het slot Herrenchiemsee (1878-1885) een paleis in barokstijl, dat hij liet bouwen na een bezoek aan Versailles in 1874, het Beierse Versailles waar hij reeds lang van droomde.
miniatuur|left|Het ontwerp voor Neuschwanstein van 1869 is gebaseerd op de Wartburg, maar geromantiseerd. De inspiratie voor het te bouwen kasteel deed Ludwig op tijdens twee reizen. In mei 1867 bezocht hij met zijn broer Otto de heropgebouwde Wartburg in EisenachM. Petzet, A. Bunz, 1995, p.50. en in juli van dat jaar bezocht hij in Frankrijk het kasteel van Pierrefonds dat in die tijd gerestaureerd en heropgebouwd werd door Eugène Viollet-le-Duc.M. Petzet, A. Bunz, 1995, p.51. Deze kastelen belichaamden voor de koning zijn dromen van middeleeuwse ridderkastelen en van de plaatsen die beschreven werden in de opera’s van Richard Wagner. Diens Tannhäuser - ook Tannhäuser und der Sängerkrieg auf Wartburg genoemd - en de opera Lohengrin hadden een blijvende indruk gemaakt op de koning.Wilfried Blunt, Ludwig II. Heyne, München 1990, , p.197. De koning wou zich met dit kasteel een privétoevluchtsoord bouwen waar hij ver weg van München zijn middeleeuwse fantasieën kon beleven in de vertrouwde omgeving van zijn kindertijd.
Door het overlijden van zijn grootvader Lodewijk I van Beieren, die in 1848 afgetreden was als koning ten gunste van zijn zoon omwille van een liefdesaffaire met danseres Lola Montez, kwamen de apanages van zijn grootvader terug aan de kroon, wat hem financieel meer armslag gaf.Wilfried Blunt, 1990, p.10.
Ludwig gaf opdracht aan Christian Jank voor het maken van een ontwerp dat door de architect Eduard RiedelM. Petzet, A. Bunz, 1995, p.53. werd omgezet in concrete bouwplannen. Aanvankelijk wilde de koning de ruïnes in het gebouw integreren, maar hiervan werd afgezien omwille van de technische moeilijkheden. De eerste plannen die stilistisch op de Nürnberger Burg waren gebaseerd met een slanke burcht op de plaats van de vroegere Vorderhohenschwangau, werden afgewezen en de ontwerpen werden groter en groter om uiteindelijk in een grote burcht met de Wartburg als model te resulteren. De koning was van zeer nabij bij de bouw betrokken en liet zich alle ontwerpen ter goedkeuring voorleggen, vandaar wordt weleens geopperd dat Neuschwanstein zijn eigen werk is veel meer dan dat van de architecten.Alexander Rauch, 1991, p.12.
Bouw miniatuur|Neuschwanstein gedurende de bouwwerken: de kemenade ontbreekt nog en de vierkante toren is in opbouw, foto tussen 1882 en 1885 In een brief van 13 mei 1868 aan Richard Wagner schrijft Ludwig over zijn plannen voor de bouw van het kasteel. Hij gaat er daarbij van uit dat het hele project binnen drie jaar gerealiseerd zal zijn. Dat bleek een grondige misrekening.
Het werk op de bouwplaats begon in de zomer van 1868. Om te beginnen werd er tot 8 meter gesteente afgevoerd om plaats te maken voor de fundering. De toegangsweg werd in juni 1869 voltooid. De eerste steen werd gelegd op 5 september 1869; volgens de traditie die door Lodewijk I ingezet was, werden het bouwplan, portretten van Ludwig II en munten uit zijn regeringsperiode ingemetseld.M. Petzet, A. Bunz, 1995, p.64.
Men begon met het poortgebouw waaraan gewerkt werd van 1869 tot 1873. In juni 1872 werd het hoogste punt daarvan bereikt, en eind 1873 was het klaar voor gebruik. De bovenverdieping van dit gebouw diende Ludwig jarenlang tot woonruimte. De bouw van het eigenlijke kasteel begon in september 1872. In 1874 nam Georg von Dollmann de leiding van de werken over van Eduard Riedl.
Terwijl de bouwwerken vorderden werden de wensen van de koning steeds groter en de plannen en budgetten moesten meermaals herzien worden.Alexander Rauch, 1991, p.13. Zo wilde hij bijvoorbeeld dat er een grote troonzaal werd gebouwd waar oorspronkelijk slechts een werkkamer voorzien was. Dat vereiste nogal wat inventiviteit van de bouwers, en resulteerde wegens stabiliteitseisen in de toepassing van nieuwe technologieën, zoals de integratie van een ommantelde staalconstructie in het ontwerp. Ook de gastenkamers uit het originele ontwerp werden afgevoerd om plaats te maken voor een grote Moorse zaal die uiteindelijk wegens geldgebrek niet gebouwd werd.
Het kasteel werd in baksteen gebouwd en later met andere steensoorten bekleed en afgewerkt. De witte kalksteen waarmee de gevelbekleding werd uitgevoerd komt uit de nabij gelegen steengroeve Alter Schrofen.M. Petzet, G. Hojer: Amtlicher Führer Schloss Neuschwanstein, p.21. De zandsteen waarin de portalen en de erkers werden uitgevoerd komt uit Schlaitdorf in het Schönbuchgebied bij Stuttgart. Voor de vensters, de gewelfbogen, de zuilen en de kapitelen werd marmer uit de Untersberg bij Salzburg gebruikt. Om de bouwmaterialen aan te voeren werd een met stoom aangedreven kraan gebouwd en een andere stoomkraan zorgde voor verplaatsing van materialen op de bouwwerf zelf.
De bouwplaats was gedurende twintig jaar de grootste werkverschaffer in de streek, omstreeks 1880 werkten dagelijks ongeveer 200 mensen op de werf, leveranciers en indirect betrokken werkkrachten niet meegerekend. Bij dringende opdrachten van de koning kon dit oplopen tot 300 mensen per dag en werd er ’s nachts onder het licht van olielampen doorgewerkt. Statistieken uit 1879-1880 geven een idee van de hoeveelheden bouwmateriaal die gebruikt werden: 465 ton marmer uit Salzburg, 1550 ton kalksteen, 400.000 tegels en 2050 kubieke meter hout. In 1870 werd een soort ziekte- en ongevallenverzekering opgericht waardoor mits een kleine bijdrage van de werknemer aangevuld met een substantiële bijdrage van de koning, het loon van zieke of gekwetste arbeiders verder uitbetaald werd. Ook voor de familie van de arbeiders die omkwamen bij een ongeval was een rente voorzien, wat in die tijd zeker niet gebruikelijk was. In totaal zouden 39 mensen bij de bouw zijn omgekomen, wat voor een dergelijk project in de toenmalige arbeidsomstandigheden zeer weinig is.
Oorspronkelijk was de oplevering van het slot voorzien voor 1872, maar het kasteel was zelfs niet afgewerkt bij de dood van de koning in 1886. Het hoogste punt van het kasteel werd pas bereikt in januari 1880 en de decoraties en technische infrastructuur waren op details na gereed medio 1884. In 1880 werd Dollmann bedankt voor zijn diensten en werd de leiding over de bouwwerken overgedragen aan Julius Hofmann. Ludwig heeft zijn kasteel nooit 'af' gezien; de laatste onderdelen werden pas (in sterk vereenvoudigde vorm ten opzichte van de originele plannen) voltooid in 1892, zes jaar na zijn dood, onder de leiding van Hofmann. Het gebouw stond toen al even open voor het brede publiek.
Het verblijf van Ludwig II in Neuschwanstein miniatuur|Bouw van het Slot Neuschwanstein Vanaf 1884 kon de koning het kasteel bewonen, al bracht hij er in totaal slechts 186 dagen door tot zijn dood.Ludwig Merkle, Ludwig II. und seine Schlösser. Stiebner, 2001, , p.68. Het gebouw leek tijdens zijn verblijf bovendien nog altijd meer op een grote bouwwerf dan op een kasteel.
Het slot had vooral een verblijfsfunctie. Ondanks zijn grootte was het niet geschikt voor bestuursfuncties: buiten de privévertrekken van de koning en kamers voor het personeel was er geen geschikte plaats voor een hofhouding. Aan het verblijf van de koning was dan weer wel ontzettend veel aandacht geschonken. Zo was er een voor Ludwig voorziene bewoonbare schouwburg, ter ere van het leven en het werk van Richard Wagner. Die heeft het kasteel echter nooit bezocht.M. Petzet, A. Bunz, 1995, p.67. De bouw van een kemenade was bijvoorbeeld een directe verwijzing naar het tweede bedrijf van Lohengrin waar een van de taferelen zich in een dergelijke plaats afspeelt, maar had verder geen praktisch nut.
In 1885 ontving Ludwig zijn moeder, de voormalige koningin Marie, in het slot ter gelegenheid van haar zestigste verjaardag.