thumb|Lucifer (Le génie du mal) door Willem Geefs (Sint-Pauluskathedraal, Luik) Lucifer is een Latijns woord dat letterlijk “lichtbrenger” betekent. In het Latijn duidt het meestal op de morgenster, terwijl het in het Nederlands vooral gebruikt wordt als aanduiding voor de duivel of, preciezer, de duivel voor zijn val.
In de Bijbel wordt de duivel nergens Lucifer genoemd. Dit gebruik van het woord “lucifer” is waarschijnlijk ontstaan door het samenvloeien van twee afzonderlijke mythen: de joodse mythe over gevallen engelen en de klassieke mythe over de morgenster. Een gangbare opvatting is dat de Bijbelse passage Jesaja 14:3–20, die over een zekere Babylonische koning gaat, in vers 12 aan de aldus ontstane mythe refereert. Deze passage is daarmee de belangrijkste grondslag geworden voor het gebruik van “Lucifer” als aanduiding voor de duivel.
In de Nederlandse Bijbelvertalingen komt het woord “lucifer” niet voor. In de Vulgaat komt het woord zesmaal voor en betekent dan “dageraad” (Job 11:17 en Psalmen 110:3), “sterrenbeelden” (Job 38:32) of “morgenster” (Sirach 50:6, Jesaja 14:12 en 2 Petrus 1:19). In 2 Petrus 1:19 wordt met “lucifer” (morgenster) Jezus bedoeld.
Etymologie “Lucifer” is van oorsprong een Latijns woord. Het is een samentrekking van de woorden “lux” (licht) en “ferre” (dragen/brengen). Het Griekse equivalent is “phōsphoros”, wat op dezelfde manier is opgebouwd en exact hetzelfde betekent.
| Grieks: || || [phōs] || – || [pherō] || – || [phōsphoros] |- | Latijn: || || lux || – || ferre || – || lucifer |- | Nederlands: || || licht || – || dragen/brengen || – || lichtdrager/lichtbrenger
De morgenster thumb|De morgenster (Venus) en de maan In het Latijn slaat 'lucifer' meestal op de morgenster, een andere naam voor de planeet Venus. Na de zon en de maan is deze planeet de helderste van alle hemellichamen. Venus is in perioden van 584 dagen afwisselend 's ochtends of 's avonds te zien.Zie (Williams, 2005).
thumb|left|Reliëf op een altaar uit de 2e eeuw AD met in het midden de maangodin Selene geflankeerd door Phosphoros en Hesperos. (Louvre, Parijs)
In de periode dat de planeet 's ochtends te zien is, komt ze kort voor zonsopgang op in het oosten. Dit verklaart de naam “morgenster” of “lichtbrenger”, omdat het verschijnen van de planeet de zon aankondigt. Naast “phōsphoros” is “eōsphoros” () een Grieks woord voor de morgenster. Dit betekent “brenger van dageraad”.
In de periode dat Venus 's avonds te zien is, staat ze bij het ondergaan van de zon in de westelijke hemel om daar zelf iets later ook onder te gaan. In die verschijningsvorm wordt ze de avondster genoemd. De Grieken noemden de avondster , hesperos, “ster van de avond”. Het Latijnse equivalent van dit Griekse woord is “vesperi”.
In de oudheid werden sterren en planeten gezien als levende, goddelijke wezens. De oude Egyptenaren dachten dat de morgenster en de avondster twee verschillende hemellichamen waren. De oude Grieken dachten dit aanvankelijk ook. Pythagoras (ca. 570–495 v.Chr.) geldt doorgaans als degene die heeft ontdekt dat het om één en hetzelfde object gaat.Plinius 2.36–37 Bij de Babyloniërs was dit toen reeds bekend en zij noemden de planeet Isjtar, als hun godin van vrouwelijkheid en vruchtbaarheid.Meador, 2000: blz. 15 Waarschijnlijk in navolging hierop, wijdden de Grieken de planeet aan hun godin van liefde en schoonheid: Aphrodite. De Romeinen, die hun pantheon grotendeels op dat van de Grieken baseerden, noemden deze godin en de planeet Venus.
De Romeinse schrijver Plinius de Oudere (1e eeuw n.Chr.) identificeerde Venus met de Egyptische moedergodin Isis.Plinius 2.37 Isis is de zus en vrouw van Osiris, de moeder van Horus en de godin van vruchtbaarheid en magie. Voordien identificeerden de Grieken hun Aphrodite met de godin Hathor, maar Hathor en Isis werden ook door de Egyptenaren zelf al vereenzelvigd.
In de Metamorfosen van Ovidius komt Lucifer, de morgenster, voor als de vader van Ceyx.Metamorfosen 11.266–273 Daarnaast speelt de morgenster een rol in het verhaal over Phaëton. Phaëton wilde de zonnewagen van zijn vader Helios berijden om zo zijn grootheid te bewijzen. Deze hoogmoed resulteerde erin dat de oppergod Zeus hem uit de hemel neerwierp. Vlak voor Phaëton zijn fatale rit maakt, beschrijft Ovidius Lucifer, die als laatste van alle sterren uit de hemel verdwijnt nadat de zon is opgekomen.Metamorfosen 2.111–115 Deze eigenschap van de morgenster wordt vaak gezien als kenmerkend voor zijn arrogante streven om de zon naar de kroon te steken.
Lucifer in de Bijbel In de gangbare Nederlandstalige Bijbelvertalingen komt het woord “lucifer” niet voor. In de Vulgaat komt het woord zesmaal voor, waarvan eenmaal in het deuterocanonieke boek Wijsheid van Jezus Sirach. Daarnaast wordt eenmaal in het boek Job en tweemaal in de Openbaring van Johannes expliciet aan de morgenster gerefereerd. Verder zijn er meerdere passages die aan sterren refereren, of die op indirecte wijze over de (een) brenger van het licht spreken.
Het woord “morgenster(ren)” komt in de gangbare Nederlandstalige Bijbelvertalingen meerdere keren voor:
{| class="wikitable" ! Vers !! Vulgaat !! Nederlandse vertaling
| Job 11:17 || lucifer || dageraad, morgenstond
| Job 38:7 || astra matutina || morgensterren, ochtendsterren
| Job 38:32 || lucifer || sterrenbeelden, dierenriem
| Psalmen 110:3 || lucifer || dageraad
| Sirach 50:6 || lucifer || morgenster
| Jesaja 14:12 || lucifer || morgenster
| 2 Petrus 1:19 || lucifer || morgenster
| Openbaring 2:28 || stella matutina || morgenster
| Openbaring 22:16 || stella splendida et matutina || stralende morgenster
In Job 11:17 wordt met “lucifer” de dageraad bedoeld. In Job 38:32 is het de vertaling van het Hebreeuwse woord מַזָּרֹות, mazarot, waarvan de betekenis niet vaststaat. Meestal wordt het vertaald als “sterrenbeelden”. In Psalmen 110:3 slaat het wederom op de dageraad en in Sirach 50:6 wordt de hogepriester Simon, zoon van Onias, vergeleken met de morgenster om zijn grote deugdelijkheid te benadrukken.Zie (Maas, 1910)
thumb|De satan op weg om de val van Adam tot stand te brengen (Gustave Doré, Illustratie bij John Miltons Paradise Lost)
Jesaja 14:12 In Jesaja 14:12 staat in de Hebreeuwse grondtekst het woord הילל, hêlēl, wat “de stralende” betekent en waarschijnlijk via het woord eōsphoros uit de Septuagint, in de Vulgaat naar 'lucifer' vertaald is. De Engelstalige King James Version gebruikt hier “Lucifer”, met hoofdletter. In de Nederlandstalige Bijbels is het woord vertaald met 'morgenster':
Het vers is onderdeel van een spotlied, dat als volgt begint:
Het woord 'morgenster' verwijst hier dus spottend naar een zekere koning van Babylonië.Welke koning precies bedoeld wordt staat niet vast. Er worden vier koningen voor mogelijk gehouden: Tiglat-Pileser III, Nebukadnezar II, Belsazar en Sanherib. Zie Walvoord & Zuck, 1985, blz. 1061. Volgens Jesaja onderwierp deze koning vele volken, waaronder de Israëlieten. Hij wilde zijn troon hoger bouwen dan de sterren en stelde zichzelf in zijn gedachten gelijk aan God.
2 Petrus 1:19 Ook hier wordt in de Nederlandstalige Bijbels het woord 'morgenster' gebruikt. De Griekse grondtekst leest phōsphoros en de Vulgaat “lucifer”.
Het woord “morgenster” refereert hier aan Jezus. Om deze reden wordt het in de Statenvertaling met een hoofdletter geschreven. Direct voorafgaand aan 1:19 staat:
Openbaring 2:28 In de Nederlandstalige Bijbels staat hier het woord 'morgenster'. In de Vulgaat staat hier echter niet 'lucifer', maar stella matutina, wat “de ster van de morgen” betekent. Dit is een letterlijke vertaling van de Griekse brontekst, waar “” staat.
Openbaring 22:16 Wederom staat hier in de Nederlandstalige Bijbels het woord “morgenster”. In de Griekse brontekst staat “” en de Vulgaat geeft “stella splendida et matutina”. De letterlijke vertaling hiervan is: “de ster, stralend en van de morgen”.
Hier verwijst Jezus met het woord 'morgenster' aan zichzelf. In de Statenvertaling staat het dan ook met een hoofdletter geschreven.
De duivel thumb|Lucifer versus de Heer (Mihály Zichy)
In het dagelijks spraakgebruik is Lucifer een naam van de duivel. Als ondersteuning voor deze naam, die letterlijk “lichtbrenger” betekent, wordt wel verwezen naar 2 Korintiërs 11:14:
Twee mythen Dat Lucifer een aanduiding voor de duivel is geworden, komt waarschijnlijk door het samenvloeien van twee afzonderlijke mythen: ten eerste de joodse mythe over gevallen engelen en ten tweede de klassieke lucifermythe, waarvan het verhaal over Phaëton (zie § De morgenster) een versie is. In het aldus ontstane verhaal is Lucifer de leider van de gevallen engelen.Zie (Kent, 1908). In het christendom is deze opvatting wijdverbreid geraakt. Onder andere Tertullianus en Origenes identificeren Lucifer met de duivel.Zie Kohler, 2002
Het idee dat God één of meerdere van Zijn engelen uit de hemel geworpen heeft, bestond in het jodendom al voor Christus. Waarschijnlijk symboliseert deze mythe het natuurfenomeen van vallende sterren. Pas in apocriefe geschriften als 2 Henoch en Leven van Adam en Eva krijgt dit idee een uitgekristalliseerde vorm en wordt het in verband gebracht met het theologische probleem van de oorsprong van het kwaad.Zie Hirsch, 2002 Deze twee geschriften worden doorgaans gedateerd uit de 1e eeuw AD,Zie Hahne, 2006: blz. 83 en Johnson, 1985: blz. 251–252 terwijl de Jewish Encyclopedia ze uit de 1e eeuw v. Chr. dateert.
Tegelijk bestonden er al in de oudheid Babylonische en Hebreeuwse sterrenmythen die vergelijkbaar zijn met de Grieks/Romeinse mythe van Phaëton. Zo is er het Babylonische verhaal van Ethana en Zu, waarin Zu uit trots de hoogste plaats tussen de goden nastreeft en daarop door de oppergod neergeworpen wordt. In Leven van Adam en Eva en 2 Henoch is een dergelijke sterrenmythe reeds gekoppeld aan de mythe van gevallen engelen.
De reden voor de val is meestal een opstand tegen God of het toegeven aan verleiding. In 2 Henoch was de duivel een aartsengel die zijn troon hoger dan de wolken wilde plaatsen en aan God gelijk wilde worden. Hierop wierp God hem en zijn engelen neer.Zie 2 Henoch 29:4 Omdat aartsengel Samaël ook als "vorst van de demonen" wordt beschreven,Deuteronomium Rabbah 9:9, vergelijk Matteüs 9:34 wordt vaak aangenomen dat Samaël een andere naam van Lucifer is. In Leven van Adam en Eva is de reden van de val dat de duivel weigerde om Adam te aanbidden, terwijl God hem dat gebood. Wanneer de aartsengel Michaël hem daarop zegt dat God boos zal worden als hij weigert, zegt de duivel dat hij in dat geval zijn troon boven de sterren zal plaatsen en zelf als God zal zijn.Zie Leven van Adam en Eva 12–16 In beide geschriften heeft de duivel, om zijn eigen val te wreken, vervolgens de zondeval van Adam tot stand gebracht.Zie 2 Henoch 31:4 en Leven van Adam en Eva 16
In Job valt de duivel niet, maar daalt hij uit eigen beweging af om de slechte aard van de mens aan te tonen. De Koran geeft, net als Leven van Adam en Eva, als reden dat de duivel weigerde om Adam te aanbidden.Zie Soera De Kantelen 11–12. Een andere in de literatuur genoemde reden is dat een aantal engelen verleid werd door de schoonheid van vrouwen en gemeenschap met hen had. Zij en hun afstammelingen worden de nefilim (הנּפלים) genoemd, wat Hebreeuws is voor “de gevallenen”.
Interpretatie van Jesaja 14:12 Een gangbare opvatting is dat de Bijbelse passage Jesaja 14:12 (zie § Lucifer in de Bijbel) naar de joodse lucifermythe verwijst.Zie bijvoorbeeld Gunkel, 1895: blz. 132–134 zoals geciteerd in Kohler, 2002. De omschrijving van de reden voor de val van de duivel uit 2 Henoch 29:4 en Leven van Adam en Eva 15 lijkt inderdaad op de bewoording in Jesaja 14:13–17. Hiëronymus heeft, mogelijk beïnvloed door de Septuagint, deze opvatting in ieder geval gedeeld. In de Vulgaat leidt hij hêlēl af van yalal, “berouwen” en vertaalt het woord met “Lucifer”, omdat Lucifer het verlies van zijn oorspronkelijke schittering berouwt.